Losse veters

DSCN2701

 

Die herfst, de eerste op de grote school, droeg hij nog steeds sandalen. In ieder geval op de dagen dat hij gymnastiek had. Kou deerde hem niet.

Hij had op de kleuterschool het veters strikken niet onder de knie gekregen (de knopen van zijn jas lukten nog maar net) en op de grote school hielp de juf niet meer mee.

Gelukkig hoefden zijn voeten de eerste vorst niet te trotseren, hoewel het nooit zo ver zou zijn gekomen, want moeders zijn de kou ver voor, en ze kunnen strenger zijn dan winters. Maar hij hoefde ook zijn moeder niet te trotseren, want er was Nanne.

Nanne was in meerdere opzichten zijn redding. Nanne maakte voor hem het verschil, tussen op-zijn-hoede en onbekommerd. Nanne was tegelijk stralend en kalm. Met Nanne werd het gewone bijzonder, en het bijzondere gewoon.

Nanne kon veters strikken, en wilde dat best voor hem doen. Als hij na de gymnastiek klaar was met aankleden, liep hij de meisjeskleedkamer in, en daar strikte Nanne dan zijn schoenen. Niks bijzonders, heel gewoon. Op de kleuterschool waren er ook geen gescheiden kleedkamers geweest, dus waarom nu zo moeilijk doen? Er zullen vast priemende blikken zijn geweest, maar met Nanne in de buurt, voelde hij die niet eens.

Hij werd groter, leerde zelf veters strikken, en al het andere.

Nanne en hij zaten inmiddels op andere scholen, maar dat gaf niet, want hij leerde om niemand meer nodig te hebben.

Toen hij groot was kon hij alles zelf.

De dingen waarvan hij wist dat hij ze niet kon leren, plaatste hij in de categorie ‘niet interessant’.

En dan waren er de dingen waarvan hij niet wist dat hij ze niet kon. Maar dat wist hij niet, al vermoedde hij wel iets. Want zijn hoede was terug. Zijn hoede, ooit gesmolten door Nanne, was weer gaan stollen, en had de onbekommerdheid ingekapseld.

Zijn veters strikken deed hij trouwens nog steeds slordig.

Op een dag, toen hij naar zijn werk fietste, raakte een van zijn veters los. De veter wikkelde zich rond de as van de trapper, en een paar meter verder lag hij op de grond, onder zijn fiets. Hij wilde de voorbijgangster die te hulp kwam snellen al afweren, met een “Niets aan de hand, ik red me wel”, maar iets deed hem die woorden inslikken. Hij liet de vrouw dichterbij komen en vroeg toen: “Zou u misschien mijn veter los kunnen maken? Ik kan er zelf wat moeilijk bij.”

En zo liet hij zich weer bevrijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Over vooroordelen

Vooroordelen koesterde hij.

Want dat scheelde enorm bij keuzestress.

En het scheelde een hoop uitleg. Niet dat hij niet van uitleggen hield, maar mensen kropen zo snel de verdediging in. En daar had dan wel weer een hekel aan.

Hij was uitgesproken ja. De zaken helder. Dat zat in zijn aard. Nuance, dat woord werd te vaak misbruikt door mensen de zaken liever troebel hielden, omdat troebel veilig was.

Hij had een hekel aan mensen die op veilig speelden. “Speel dan helemaal niet”, dacht hij dan.

Daarom die vooroordelen. Helder en klaar. Lekker snel ook.

Tot hij zich begon af te vragen: “Wanneer verliest het vooroordeel zijn nut? ”

Dat was een erg vervelende vraag, al was het maar omdat het antwoord genuanceerd dreigde te worden.

 

Ik heb een niche

Denk ik dan hè?

Gewoon doen is voor mij de enige manier waarop ik dat kan ontdekken.

Niet omdat ik zo’n mouwen-opstroop type ben. Ik kijk liever toe. Of geniet er van om iets intens te beleven.

Maar er valt niks te zien of te beleven als ik niks doe. Vandaar dat ik dan toch steeds weer dingen doe. Vaak halsoverkop, voor ik niet meer durf. (Net zoals ik blogs schrijf: op publish drukken voor mijn corrector kan kijken.)

Ik heb een niche, én een grens die ik overstap.

Ik ga willens en wetens dingen anders aanpakken.

De niche is mijn valkuil.

Daar durf ik tenminste helemaal in te geloven. Die heb ik altijd, ook als ik hem niet wil.

Die valkuil is de balans tussen mezelf geweldig vinden en mezelf niet goed genoeg vinden, tussen zekerheid en twijfel.

Nou nog een verdienmodel.

Welnu, ik ben helemaal klaar met coachen. Ik ga nooit meer mensen helpen. Ik ga voor niemand niets oplossen niet!

  • Wat ik wel te bieden heb is de ontdekkingen die ik doe over die balans. Over jezelf niet goed genoeg vinden, en manieren om dat kwijt te raken, ook als het steeds terug komt.

Genoeg mensen die het herkennen, dat gevoel niet goed genoeg te zijn. Voor die mensen heb ik mooie verhalen. 

  • Wat ik ook te bieden heb is die net-een-klein-beetje-verschoven-blik-op-de-wereld, waardoor ik de dingen-die-er-wel-zijn-ook-al-zie-je-ze-niet, wél kan zien.
  • Wat ik ook te bieden heb is woorden.

Dat is mijn andere valkuil. Overal iets moois van willen maken. Niet gladstrijken, wel mooi maken. Verpakken, zodat de lezer tenminste nog iets uit te pakken heeft.

Ik ga dus recht tegen de stroom in.

Geen adviezen waar je meteen iets mee kunt, alleen maar mooie woorden.

Dat is mijn niche.

Heel verfrissend in deze wereld waar iedereen klaar staat om het probleem waar je ’s nachts van wakker ligt, op te lossen.

Ik los niks op, ik geef je iets om over te dromen.

 

Ik ga verhalen schrijven.

Niet meer iedere dag bloggen, want verhalen, zelfs de halsoverkoppe, hebben meer tijd nodig.

Ik ga publiek opbouwen.

Ik ga verhalen bundelen en verkopen. (E-book?… misschien. Liever van papier.)

Ik heb al een verhaal dat ik in vele theaters ga vertellen. Minstens veertig keer optreden in 2014 is mijn missie.

Maar ik heb nog meer verhalen.

Dus ook op scholen, in bibliotheken, in kerken en bedrijven.

Ja, bedrijven. Waarom niet? Geen verkoop verhaal, geen story. Maar een echt verhaal, dat van alles los maakt, omdat het vanuit het hart, rechtstreeks naar de harten gaat. Om te vertellen op een bijeenkomst. Om te publiceren in het personeelsblad. Om in een boek te zetten samen met mooie beelden, voor op de koffietafel.

Het enige dat ik beloof is dat het verhaal prachtig is en dat het raakt. Wat het daarna verder doet laat ik helemaal los. Daar ga ik niet over.
En dan de grens die ik over ga . . .

Ik ga verkopen.

Ik ga zeggen dat ik goed ben.

Ik ga zeggen dat je het moet hebben, die bundel, dat boekje, gewoon omdat ze zo waardevol zijn, die verhalen. Dat ze een plekje moeten hebben, ergens in je kast. Om af en toe even in handen te hebben. Dat je ze wel gratis kunt lezen op mijn blog, maar dat dat niet hetzelfde is.

Als verkooptruuk¹ zorg ik dat er een nog nooit gepubliceerd verhaal in staat (lastig voor iemand die zo graag op publish drukt), en dat het boekje zelf prachtig wordt vormgegeven.

En ik ga redigeren. Wat zal mijn interne criticus blij zijn. Die mag aan het werk. Slijpen aan mijn verhalen, zodat ze beter worden. Krachtiger.

Ik ga mijn twijfel strak aanlijnen, als ik daar mee bezig ben, met dat verkopen. Ik heb wel een botje voor hem. Want als hij vraagt: “Kun je dat wel?” Zeg ik gewoon: “Het is mijn zwakke plek, die ik verkoop, weet je nog? Die plek die ik heb, ook heb als ik hem niet wil hebben?” laat hem daar maar even op kluiven.

 

 

 ¹ Kitty heeft gelijk. Commentaar geven op mezelf. Afzwakken. Het sluipt er in, ook al weet ik dat het niet nodig is. Het is geen truuk. Truuks heb ik ook niet nodig.

 

Eigentijdse rituelen

Kind met badwater weggegooid.

Dat schreef ik vorige week over het stilte moment in de week. De zondag.

Goed om te beseffen dat we de waarde van die zondag niet weg gooiden door de winkels te openen.

De waarde van die zondag was al vele eeuwen eerder overboord gegooid.

Toen de kerken van die zondag een dwangbuis maakten, in plaats van een meditatief moment.

 

Maar ik zou niet klagen vandaag.

Ik zou iets moois benoemen.

Want al gooien we mooie dingen weg, er ontstaan ook weer nieuwe.

Nieuwe rituelen, met onverwachte schoonheid.

 

Zo hebben we al jarenlang talentshows, die ongekend populair blijven.

Van die talentshows kun je vreselijke dingen zeggen.

Dat ze aanleiding geven tot leedvermaak. Samen lekker kijken hoe een sukkel met een bord voor zijn kop wordt afgemaakt. Een volksgericht van Romeinse proporties.

Ja.

Waar.

Shame on us.

 

Maar er is een andere kant.

De onwaarschijnlijke successen. 

Daar blijft niemand droog bij.

En we gunnen ze het van harte.

De jaloezie, die we vertalen in het leedvermaak waarmee we de losers uitjouwen, verdwijnt als sneeuw voor de zon, als we bij iemand echt talent ontdekken.

En misschien voelen we dat er een heel klein beetje op ons afstraalt. Als die onwaarschijnlijke kandidaat het in zich heeft, misschien ik ook wel.

Verguizen en bejubelen.

We doen het al eeuwen.

Onze mooiste en onze lelijkste kant ligt zo dicht bij elkaar.

Ik heb zo’n vermoeden dat we de onwaarschijnlijke talenten vaker delen dan de weggestuurden.

Het komt wel goed met ons.

 

 

Loflied op de seizoenen, reprise

DSCN2692

Seizoenen brengen

steeds opnieuw

zoveel eerste keren.

 

Eerste keer lamp aan bij het eten.

Eerste keer een wolkje uit je mond.

Eerste nachtvorst.

Eerste keer weer daken zien, door de bomen heen.

Eerste pufjes uit de schoorstenen.

Eerste keer de maan die door de bomen schijnt.

Eerste kaars.

 

Vroeger had ik muziek bij alle eersten. Muziek die ik nooit op andere tijden draaide.

En nog steeds doen alle eersten

mij prettig schokken,

door de mengeling van

vertrouwd, en toch ver genoeg weggezakt om nieuw te zijn.

De schoonheid van die twee samen.

 

Ik kijk naar daken, schoorstenen en vogels.

En het gevoel dat daar bij hoort is niet te beschrijven.

Een stille mijmer die, als een komeet, mij elk jaar weer aandoet.

Elk jaar zijn alle jaren in mij aanwezig.

Elk jaar groeit de staart.

 

Ik zei het eerder al.

Ik hou zo van seizoenen,

van de wisseling ervan.

 

En als je niet nieuwsgierig bent, lees je dit dan niet?

Er was een een man die niet nieuwsgierig was.

Dat wekte de nodige nieuwsgierigheid.

Vooral omdat de man bekend stond als creatief persoon.

“Hoe kan dat nou?”, vroeg men zich af? “Creatief zijn én niet nieuwsgierig zijn. Eén van de twee klopt niet.”

De nieuwsgierigste onder hen ging het vragen.

“Heb je als kind dan nooit eens de waarom-vraag gesteld?”, vroeg hij aan de man.

“Natuurlijk wel.” antwoordde de man: “En ik kreeg altijd een antwoord, zelfs als ik doorvroeg. En als mijn ouders het niet wisten, gingen ze op zoek naar iemand die het wel wist. ”

“Je wil toch niet zeggen dat je daardoor alles al weet?”, voeg de nieuwsgierigste.

“Nee, dat bestaat niet, alles weten.”

“Maar als je niet alles weet, waarom ben je dan niet nieuwsgierig naar wat je niet weet?”

“Omdat ik genoeg weet. Voor nu, En omdat ik er op vertrouw datgene dat wat ik moet weten, vanzelf te weten krijg. Zo is het altijd geweest.”

“Aha, daar heb ik je. Je wil dus alleen maar kennis die nuttig is. Daar is toch niks creatiefs aan?”

“Wacht eens even, jij was toch de nieuwsgierigste van het stel?”

“Ja , hoezo?”

“Nou, je probeerde me zojuist ergens op te vangen. Het lijkt er op dat jouw nieuwsgierigheid er alleen op gericht is om alles wat je niet snapt, weer passend te maken met wat je al weet.”

“Eh. . . Wacht. . .  Ik stel de vraag anders. Zijn er dingen die je niet weet, die je ook niet hóeft te weten, maar die je graag zou willen weten?”

“Kijk, dát is een mooie vraag.”

“Fijn, en wat is het antwoord?”

“Ja die dingen zijn er. En ik ben daar ook erg benieuwd naar. Maar dat noem ik niet nieuwsgierigheid. Een beetje flauw semantisch grapje misschien, maar ik maak het niet voor niks. Nieuwsgierigheid, is wat jou net even overkwam. Dat is je eigen wereldbeeld weer passend willen maken, als het ergens door op zijn kant gezet is. Nieuwsgretigheid is je eigen wereldbeeld juist bewust kantelen, het groter maken. Het wezen der dingen ontdekken, het wezen van de ander ontdekken. Kijken door ogen die niet van jezelf zijn.

Nieuwsgierigheid vernauwt (niet voor niets zit daar het woord gierig in, niet willen delen, alles willen houden). Nieuwsgierigheid wil bevredigd worden.

Nieuwsgretigheid verruimt. Nieuwsgretigheid wil gedeeld worden.”

 

Met dank aan Cor Noltee, die een heerlijke avond over nieuwsgretigheid verzorgde.

 

 

De mythe van de mythe

Oude samenlevingen, zo oud dat we ze amper beschavingen kunnen noemen, die samenlevingen deden aan mythes.

Omdat ze geen snars begrepen van alles om zich heen, maakten ze verhalen.

Om het toch maar een beetje te snappen.

Om niet zo bang te hoeven zijn voor bijvoorbeeld onweer.

Om niet helemaal het gevoel te hebben overgeleverd te zijn aan willekeur.

Omdat ze niet snapten hoe het echt zat, verzonnen ze maar wat, en hielden zichzelf voor de gek.

 

Of houden wij onszelf voor de gek met deze opvatting over die samenlevingen?

Wat nou als die verhalen helemaal niet bedoeld waren als eenvoudige verklaring van natuurverschijnselen.

Wat nou als zij wisten wat wij vergeten zijn?

Dat verhalen meerdere lagen hebben, die op een onbewust niveau doorwerken?

Dat het helemaal niet gaat om verklaringen?

Dat het helemaal niet gaat over de vraag of iets echt gebeurd is?

Dat verhalen nodig zijn om een andere waarheid te bereiken?

Dat verhalen nodig zijn om onze hersens even buiten spel te zetten?

 

Die hersens zijn reuze handig hoor, daarover geen misverstand.

En wetenschap is ook erg fijn. Zonder dat zat ik nu geen blog te tikken. (Nou ja, bij nader inzien . . . zonder wetenschap zat ik om een vuur een verhaal te vertellen, ook gezellig . . . maar dit wordt geen anti-wetenschap blog, nergens voor nodig.)

 

Die hersens, dat verstand, zit ons af en toe flink in de weg.

Ken je dat gevoel dat je verstand je met de ene stem zegt dat je geen reden hebt om je zorgen te maken, en dat een ander stemmetje zit te knagen? Ken je die gespletenheid?

Ondanks alle mooie theorieën over positieve gedachten, over de 3 G’s, RET, laten onze gedachten zich niet zo makkelijk besturen.

We willen bijvoorbeeld allemaal zo graag in ons zelf geloven.

Maar er is altijd dat duiveltje, de kabouter, de saboteur, de interne criticus . . . wat voor naam je hem ook geeft, hij ligt overal op de loer.

Dat stemmetje wordt gevoed door alle sociale systemen die heel graag alles zo laten zoals het is.

Sociale systemen die de werkelijkheid graag behapbaar willen houden.

Sociale systemen die ons in de waan laten dat de werkelijkheid te besturen is.

Sociale systemen die beloven dat dat lukt, als we maar geen gekke dingen doen.

 

Wie had het nu over samenlevingen die zichzelf iets wijs maken?

 

Misschien wisten die oude samenlevingen beter dan wij, dat het leven niet maakbaar is.

Dat de manier om met die onzekerheid om te gaan slechts heel gedeeltelijk gevonden kan worden met ons verstand.

Dat we vanuit on hart vrede moeten sluiten met de onzekerheid, omdat we de onzekerheid niet kunnen uitbannen.

Dat er verhalen nodig zijn om ons hart te bereiken.

Omdat het verstand zich er even niet mee bemoeit, als we naar een verhaal luisteren.

 

Misschien waren ze zo gek nog niet die oude samenlevingen.

 

 

interessant verhaal over autisme, maar ik werd afgeleid door het patroon van de vloerbedekking

Dit wordt geen verhaal over het al dan niet plakken van etiketten.

Ik luisterde naar een verhaal van iemand met Asperger.

Ik ga niet zeggen dat Autisme, ADD en ADHD niet bestaan, dat het allemaal ligt aan onze drukke samenleving.

En ik ga ook niet zeggen dat ik zo veel herken. Want daarmee ontkracht ik dat verhaal. Daarmee bagatelliseer ik het werk dat deze man elke dag verzet om zich staande te houden.

Want dat doet hij razend knap. Hij is innemend, sociaal, heeft leuke onderkoelde humor, en is ongelofelijk (h)eerlijk zichzelf.

En ik leerde.

Over hem, én over mezelf.

Eerst over hem.

Hij vertelde bijvoorbeeld dat hij er last van had, om in een gebouw te zijn waar alles scheef is. (We zaten in het ROC gebouw in Nijmegen.) Hij kan dat wegdrukken, maar dat kost hem dus energie.

ROC-Nijmegen

Wat ik prachtig vond waren de tekeningen die hij liet zien. Tekeningen die hij maakt om de chaos in de wereld in zijn hoofd weer even op een rij te krijgen.

“Als iedereen op de camping na het tent op zetten het zwembad in dook, moest ik eerst altijd alle caravans tekenen. Dan pas kon ik het zwembad in.”

Heel veel respect voor deze man die zo knap zichzelf kan zijn.

En dat we even vaststellen dat ik daar niks aan af doe. Niet politiek correct niet, maar heel erg gemeend niet.

Ik van hem veel geleerd. Over Asperger.

En over mezelf.

Want nu ga ik het toch doen. (sorry)

Zeggen dat ik het me zo goed kan voorstellen.

Nee fout. Ik kan dat niet voorstellen. Niet in die mate. 

Wat ik moet zeggen is dat hij, door zo dapper zichzelf te zijn, in mij, mijn eigen kleinere gektes ruimte geeft. Waarbij ik me er van bewust ben dat dit van een andere orde is.

Maar ik leer ze door dit verhaal beter waarderen, die eigen gektes.

Eigen ordening aanbrengen, bijvoorbeeld (Nee ik ben niet netjes. Mijn ordening slaat nergens op, voor de buitenwereld.)

Het geeft mij weer ruimte om wat liever voor mezelf te zijn.

Want ik heb ook wel wat ’tics’

De avond ging niet alleen over autisme, maar ook over ADHD en ADD.

Nog meer herkenning.

Zo is daar het tiebelen.

Zo werd ik tijdens het praatje vreselijk afgeleid door het patroon van de vloerbedekking. (Tapijttegels die rechthoekig zijn, niet vierkant dus,  en die om en om staand en liggend waren gelegd. Maar het verschil tussen hoogte en breedte was zo minimaal, dat het even duurde voordat ik zag waar het in zat, dat vreemde patroon. Ik ging me voorstellen hoe dat gelegd werd, kon maar net de neiging bedwingen om op te staan, om te zien hoe dat aan de rand dan opgelost werd.)

Ik kreeg het bijna niet voor elkaar om stil te blijven zitten op mijn stoel.

Ik begon me te ergeren aan iemand die alleen maar vragen stelde om te laten zien dat hij er ook veel over wist. (ja dat heb je ook, zeg je, maar ik kreeg daar nu onrust van in mijn lijf, en dat was nieuw voor mij.)

En na twee uur informatie zat ik zo vol dat ik naar buiten moest.

Dus zonder af te doen aan echte ADD, ADHD, en autisme . . .

..want, nogmaals, dat is echt wat anders …

Ik heb daar wel wat kernmerken van meegekregen. ADD bestond nog niet. Maar als ik alle lijstjes zie, scoor ik hoog. Ik hoef de diagnose niet. Dat is een heel persoonlijke keuze.

Maar ik heb dus wel een heel leven lopen compenseren. Niet zo zwaar, maar toch.

Ik mag dus wel wat minder veeleisend zijn voor mezelf.

Net zoals iedereen wat meer zichzelf zou mogen zijn.

Ja, jij ook.

Met je eigenaardigheden.

Het mag.

En hoe meer jij mag, hoe meer ik mag, hoe meer we allemaal mogen.

Ik wens ons die ruimte van harte toe.

 

En nu weer even terug.

Want uit de reacties merk ik dat ik toch een beetje het verhaal van de man met asperger af heb afgenomen.

Duss  . .

Als je écht ADD, ADHD, Asperger hebt. Dan is dat meer dan een beetje last van dingen.

Dan is dat levenwijzigende invloed.

Dan ben je er niet met wat kleine aanpassingen.

Dat kun je nooit af doen met: “dat heb ik ook wel eens” .

Het feit dat ik van hem geleerd heb, wil niet zeggen dat  ik op hem lijk.