Sorry, lief meisje!

“Dat raakte me!”

schrijft Roelof Hemmen van RTL4 in een column over bootvluchtelingen.

 

Eén meisje zei: “Dit is niet ons land, dit land is van iedereen.” Recht uit haar jonge hart, vol van goedheid. Dat raakte me.

 

Dat is mooi van hem. Maar waarom schrijft hij dan iets verderop:

 

Ik snap best dat we al die arme sloebers hier niet kunnen hebben. Dit land is echt niet van iedereen. (Sorry, lief meisje.)

 

Is dat wat er gebeurt als we opgroeien en wijzer worden?

Dat we opeens gaan begrijpen dat het oké is dat we de boel ongelijk verdelen?

 

 

 

 

over accepteren en zo

Ik leerde het, in kleine stapjes.

Eerst via zo’n NLP kreet.

“De betekenis van de communicatie is de reactie die je oproept.”

Die ik eerst geweldig vond, omdat ik hem meteen begreep.

Toen ik ontdekte dat begrijpen, niet hetzelfde was als doorleven, vond ik hem stom. Want dat ene zinnetje betekent ook een heleboel shit kunnen accepteren, en dat zeggen ze er mooi niet bij.

En zelfs dat accepteren klinkt weer mooier dan het is.

Doen is echt anders dan denken. Ook als je heel goed en met veel verbeeldingskacht kunt denken. Júist dan.

Maar goed. Ik deed het uiteindelijk, en ik leerde het. Shit accepteren.

Korte zinnetjes. Als je het hele verhaal wil weten, moet je de meer dan 1000 posts lezen die ik de afgelopen 4 jaar schreef.

Het lukte. De ene keer beter dan de andere.

TIP      Zonder bloggen was het me niet gelukt!      TIP

En zo heb ik dus ook geleerd dat ik heel van die shit zelf geregeld heb.

 

Maar nu.

Nu ben ik zo gelukkig!

Alles wat er gebeurt is goud!

Ha!

Als het de ene kant op geldt, geldt het ook de andere kant op.

Heel veel van dat geluk heb ik zelf geregeld.

Zo!

 

thuiszitters en onderwijs op afstand = flexiklas

Ik heb net Zembla gezien, over thuiszitters.

Kinderen die op geen school terecht kunnen omdat ze zichzelf willen zijn. En dat niet mogen.

Op veel scholen kun je alleen terecht als je binnen de standaard past, zo blijkt ¹).

De Vallei is al meer dan een jaar bezig met opzetten van en lobbyen voor de flexiklas. Onderwijs op afstand, juist voor deze groep kinderen. Omdat onderwijs thuis, voor sommige kinderen juist heel passend is.

Wij kunnen de ouders begeleiden en helpen met het onderwijsaanbod.

Mag niet!

Dat kregen we al die tijd te horen.

Terwijl steeds meer ouders ons vragen wanneer we nu beginnen, omdat kinderen echt vast lopen.

Nu dus.

Want dankzij Katinka Slump, weten we nu dat het mag. Zelfs staatssecretaris Dekker, zegt het nu in de uitzending van Zembla.  (link hopelijk binnenkort beschikbaar)

Vrijdag schijven we het eerste flexiklas-kind in.

We gaan ontdekken hoe dat werkt, onderwijs op afstand. Wij en de ouders hebben er alle vertrouwen in.

 

 

 

¹) Ik moest voor ik kon schrijven wel eerst even mijn boosheid kwijt over scholen die zo arrogant zijn om een overduidelijk niet passend aanbod met een uitgestreken gezicht ‘passend’ te noemen. En dan wat minachtend doen over ouders die te dom zijn om dat te in zien.  Hoe haal je het in je hoofd om ouders niet serieus te nemen?

Mooiste sollicitatiegesprek ever

Dat je van te voren al zo voelt dat je ergens thuis hoort.

Dat je voelt dat dat wederzijds is.

En dat het sollicitatiegesprek gebruikt wordt om die gevoelens expliciet te melden.

Dat je je zo gewaardeerd voelt.

Dat je zo blij bent met je nieuwe collega’s.

“Wat heb je nodig?” vroegen ze.

Alles wat ik nodig heb, heb ik al. Nog nooit met zo veel vertrouwen ergens in gestapt.

Dank Vallei, dat je er bent.

Een andere mooie school

De Buizerd.

Mooie school. Goede sfeer.

Mijn kinderen zaten er. En ze hebben er een mooie tijd gehad.

Mijn kinderen zijn ook van die introverte beelddenkers die niet zo goed in een systeem pasten.

En de Buizerd had, ondanks allerlei hele mooie Jena-dingen, nog steeds een schools systeem.  Methodes, leerlingvolgsystemen, druk voelen van de inspectie.

Ik was er vandaag even terug.

En niet alleen het gebouw had een ingrijpende verandering ondergaan. De klassen waren meer huiskamer-achtig.

Maar meer nog dan dat, hoorde ik dat de kind-gerichtheid, die ik altijd al in veel leerkrachten zag, nu ook in het bloed van de hele school komt te zitten.  Het systeem los durven laten. En er achter komen dat je zelf kunt bepalen hoe veel druk de inspectie nou eigenlijk uitoefent.

Een mooie school die mooie stappen heeft gezet, en nog steeds zet.

Weet je . . .

Ik was er ook een beetje om mijn mislukking-als-leraar gevoel kwijt te raken. En dat is ook gelukt.

Morgen sollicitatiegesprek op de Vallei.

Tijd om te zien hoe gelukt ik ben.

 

geweldige kinderen, deel zoveel

Ik mag het, af en toe 🙂

Hier vertellen hoe geweldig ik mijn kinderen vind. Niet alleen van mezelf maar ook van mijn lezers, weet ik intussen. Dankjewel lezers!

Fenna is nu even aan de beurt.

Het klassieke waar-je-het-meest-op-lijkt-daar-bots-je-het-hardst-mee kind.

Net als ik een chaotisch hoofd. En hooggevoelig. Hoger dan ik, vermoed ik.

Dat leverde nog wel eens wat stress op, als er iets voor school af moest. En dan als ouder rustig blijven. Terwijl de plaatsvervangende stress door je lichaam raast.

Moeilijke momenten soms, en het enige waar ik trots op ben in zulke momenten, is dat ik de pijn van Fenna’s gelijk durf te voelen.

Maar dat is allemaal peanuts, vergeleken bij mijn trots op haar. Dat ze zo haar eigen weg gaat. Er zit best wat Fenna in de Natka van mijn voorstelling, en ook wat in Emma.

En de gouden momenten!

Hier bijvoorbeeld, en hier.

Deze week was er weer zo een.

Ik kom thuis en vind Fenna in een zee van boeken. Ze heeft alle boekenkasten geplunderd. Met behulp van een lijst klassieke must-reads is ze aan het kijken wat we er van in huis hebben. En intussen bestelt ze de werken van Kant bij Bol.

Mijn boekentrots (een klein totsje maar hoor) is dat we er niet alleen behoorlijk wat hebben, maar dat ik er intussen ook veel van gelezen heb. En van genoten. Want behalve Moby Dick vond ik ze de worsteling allemaal waard.

Tot diep in de nacht hebben we samen gekeken welke boeken we hebben, en welke we nog missen.

Zo gaaf.

Dit is nu al het derde kind dat een studie gevonden heeft (ACW) waar ze zich in kan verliezen.

Veel van mijn boeken staan nu bij haar in de kast. Small price to pay.

Ik ben een blije eikel ouder.

DSCN6479

 

 

 

Springen

Ik kwam gisteren deze post tegen:

En toen besefte ik wat er allemaal veranderd is de afgelopen twee jaar.

Want dit is nogal een verschil!

Ik  ben in het diepe gesprongen, ruim twee jaar geleden.  Het leverde soms behoorlijk wat stress op: een veilige baan achter me laten.

Maar het was het waard.

Niet alleen omdat ik er nu zo blij mee ben.

Ik zou namelijk helemaal niets van die twee jaar willen missen. Al die benauwde momenten hoorden er gewoon bij.

Laat het leven maar komen, met alles er op en er aan. Ja alles.

Shit will happen, en ik zal lijden. Ik zal kermen. En ook dat hoort er bij.

Leven ik houd van je, in goede en slechte tijden.

Dat voel ik omdat ik gedurfd heb, en omdat ik nu weet dat ik weer zal durven.

 

Groter worden

Ik heb er al vaker over geschreven.

Hier en hier bijvoorbeeld, en ik benoem het in mijn vertelvoorstelling.

Ik heb zelfs het lied van Boudewijn de Groot al een keer genoemd, hier.

Deze week actief bezig geweest met sociale veiligheid op school. (Naast de zorg die er altijd al is) Gisteren overlegd met een clubje over hoe dat nóg beter kan. Komt nog wel een keer een blog over, want ik vind dat het bijzonder is wat we doen.

En toen kwam dit lied weer in mijn hoofd. Ik wist de tekst niet meer helemaal precies, dus ik zocht het op.

En toen huilde ik.

En als ik huil dan weet ik dat er kracht op zit. Dat het wezenlijk is. Dat ik de kern raak.

Dat het goed is dat ik hier mee bezig ben.

Om te zorgen dat er meer is dat overleeft.

(Niet alles. Dat kan niet, en dat hoeft ook niet.)

Voor de overlevenden

 

Wie vertelt me van het leven?
Grote broer, die weet het best.
Als ik groot ben, wil ik even
groot en sterk zijn als de rest.
De poes vindt van niet.
Hij zegt: ik kan hem nu verstaan.
Als ik groot ben, is dat van de baan,
want grote mensen praten niet met poezen.

En nu ben ik groot
en belangrijk en student.
Grote broer, je bent nu dood,
ik heb je nooit als vriend gekend.
Je bent een zware man,
je bent een grote vreemde vader.
Een meneer die het weten kan.
Maar voor mij ben je alleen maar een verrader.

Vlinders zongen in de bomen,
vogels zaten op mijn hand.
Kleine man, je bent aan ’t dromen,
kom gebruik nu je verstand.
En dat heb ik nu gedaan.

Eerst was verstand een heel nieuw spel,
de poes kon ik niet meer verstaan,
de school werd na een week een hel.
Het paradijs is niet voor grote jongens.

Tot dusver heel normaal,
iedereen wordt eenmaal groot,
het overkomt ons allemaal
en een ieder sterft zijn kinderdood.
Je wordt een grote vent,
je wordt een trage lange jongen
die Tacitus en Wolkers kent
en al zijn dromen netjes heeft verdrongen.

Vlinders moeten rupsen worden,
vogels kruipen in hun ei.
Vliegen hoort niet in de orde
van de mensenmaatschappij.
Toch is er soms een weg.

Toch is er iets dat overleeft
en soms dan kan je even weg
omdat wie wil wel vleugels heeft,
al is het dan alleen maar om te dromen,
alleen maar om te dromen.

Lennaert Nijgh / Boudewijn de Groot

Van wie ik leer: mijn kinderen

Ik ben een ‘help-mijn-man-is-een-puntje-puntje-puntje’ man.

Ik weet niet precies wat er op die puntjes moet, maar het is tamelijk hopeloos.

Ik zit nog steeds veel in mijn hoofd, want daar gebeuren zulke leuke dingen. Dus zie ik de rotzooi niet.

Dat vindt Sacha niet zo leuk. Dus krijg ik gemopper, en dat vind ik dan weer niet leuk omdat dat stoort in mijn hoofd.

Ik ben er steeds vaker uit, dat hoofd. In het nu.

En ik ruim ook erg veel op.

Maar ja. Dat is op de school waar ik werk. Daar heeft Sacha natuurlijk niks aan. Helemaal niet omdat ik behoorlijk moe ben als ik thuis kom.

Jee, dat klinkt ouderwets rolbevestigend hè? Nou ja, zo’n man dus.

En dan hebben we ruzie. Omdat ik vervolgens heel hard probeer om het wel goed te doen. Ik zet wat extra tandjes bij, en ben heel trots op mezelf.

Maar je weet natuurlijk al wat er gebeurt.

Sacha ziet vooral al die dingen die ik niet heb gedaan, vindt mijn trots. Sacha ziet alleen maar de dingen die ik niet heb gedaan zelfs. Reden om eens flink boos te worden. Ze hoeft er ook niet zo over door te drammen, ik weet dat wel. Kijk nou eens naar wat ik wél gedaan heb! Dat soort spul.

En dan zegt Dion, mijn oudste zoon:
“Weet je, het heeft niet zo veel zin om tegen papa te zeggen wat hij niet goed heeft gedaan.”

Nog voor ik “Zie je nou?!” kan zeggen gaat hij door:
“En het heeft ook niet zo veel zin om daar dan boos over te worden.”

Ik ben even stil, en moet dan heel hard lachen.

Lesje geleerd?

Nou . . .

Een week later, na veel boodschappen en koken, kondig ik aan dat ik even staak. Ik haal nog wel de boodschappen, maar dat koken kunnen de kinderen ook wel, vind ik. Ik vind dat ik na dat harde werken recht heb op een potje stevig mokken.

Fenna gaat aan de slag en moppert over de beesten die in de bloemkool zitten. Ik ben bezig met mijn website over Kobe, en kan die stoorzender even niet gebruiken.

Ik loop er naar toe, en zie overal bloemkoolkorreltjes liggen,

“Als het met zoveel gemopper en rotzooi moet, doe ik het zelf wel. Kom maar hier met die bloemkool!”

Nu is het Teske die me de les leest.

“Je doet nu precies hetzelfde als wat je mama verwijt.”

Zo.

Die zit.

En dat wil ik niet, want ik was net zo lekker aan het mokken.

Maar de mok-energie is helemaal weg. Gesmolten, verdampt, weg. Ik snapte al hoe kinderachtig ik deed, maar nu voel ik het ook. Het is weg. De reden ervoor is weg.

Ik maak gezellig samen met Fenna de maaltijd.

En vandaag kook ik weer. Met plezier.

En misschien moet ik even rondlopen om te zien of ik nog iets kan opruimen.

 

 

magisch denken

 

Er staat een klein boompje in onze tuin, met van die hele fragiele blaadjes. Prachtig in de lente, schitterend in de herfst.

“Hallo boompje”, zei ik en ik aaide de knoppen. Ze staan op springen.
“Fijn dat je er weer bent.”

En dan kijk ik naar de grote hazelaar boven mijn hoofd.
“Ja, jij ook! . . .  Jullie allemaal!” Ik neem de tijd om de hele tuin rond te kijken. Ja ze hebben het gehoord.

Magisch denken.

Ik had het als kind. Soms was ik eindeloos bezig om alles in mijn kamer welterusten te zeggen. Want waarom zouden dingen niet ook lekker willen slapen?

Ik heb het nog steeds.

Mijn kind in mij is springlevend.

DSCN5374