Van wie ik leer: mijn kinderen

Ik ben een ‘help-mijn-man-is-een-puntje-puntje-puntje’ man.

Ik weet niet precies wat er op die puntjes moet, maar het is tamelijk hopeloos.

Ik zit nog steeds veel in mijn hoofd, want daar gebeuren zulke leuke dingen. Dus zie ik de rotzooi niet.

Dat vindt Sacha niet zo leuk. Dus krijg ik gemopper, en dat vind ik dan weer niet leuk omdat dat stoort in mijn hoofd.

Ik ben er steeds vaker uit, dat hoofd. In het nu.

En ik ruim ook erg veel op.

Maar ja. Dat is op de school waar ik werk. Daar heeft Sacha natuurlijk niks aan. Helemaal niet omdat ik behoorlijk moe ben als ik thuis kom.

Jee, dat klinkt ouderwets rolbevestigend hè? Nou ja, zo’n man dus.

En dan hebben we ruzie. Omdat ik vervolgens heel hard probeer om het wel goed te doen. Ik zet wat extra tandjes bij, en ben heel trots op mezelf.

Maar je weet natuurlijk al wat er gebeurt.

Sacha ziet vooral al die dingen die ik niet heb gedaan, vindt mijn trots. Sacha ziet alleen maar de dingen die ik niet heb gedaan zelfs. Reden om eens flink boos te worden. Ze hoeft er ook niet zo over door te drammen, ik weet dat wel. Kijk nou eens naar wat ik wél gedaan heb! Dat soort spul.

En dan zegt Dion, mijn oudste zoon:
“Weet je, het heeft niet zo veel zin om tegen papa te zeggen wat hij niet goed heeft gedaan.”

Nog voor ik “Zie je nou?!” kan zeggen gaat hij door:
“En het heeft ook niet zo veel zin om daar dan boos over te worden.”

Ik ben even stil, en moet dan heel hard lachen.

Lesje geleerd?

Nou . . .

Een week later, na veel boodschappen en koken, kondig ik aan dat ik even staak. Ik haal nog wel de boodschappen, maar dat koken kunnen de kinderen ook wel, vind ik. Ik vind dat ik na dat harde werken recht heb op een potje stevig mokken.

Fenna gaat aan de slag en moppert over de beesten die in de bloemkool zitten. Ik ben bezig met mijn website over Kobe, en kan die stoorzender even niet gebruiken.

Ik loop er naar toe, en zie overal bloemkoolkorreltjes liggen,

“Als het met zoveel gemopper en rotzooi moet, doe ik het zelf wel. Kom maar hier met die bloemkool!”

Nu is het Teske die me de les leest.

“Je doet nu precies hetzelfde als wat je mama verwijt.”

Zo.

Die zit.

En dat wil ik niet, want ik was net zo lekker aan het mokken.

Maar de mok-energie is helemaal weg. Gesmolten, verdampt, weg. Ik snapte al hoe kinderachtig ik deed, maar nu voel ik het ook. Het is weg. De reden ervoor is weg.

Ik maak gezellig samen met Fenna de maaltijd.

En vandaag kook ik weer. Met plezier.

En misschien moet ik even rondlopen om te zien of ik nog iets kan opruimen.

 

 

2 thoughts on “Van wie ik leer: mijn kinderen”

  1. Heel herkenbaar verhaal voor wie thuis kinderen mag meemaken. Ik kreeg ze aangeleverd, zonder voorafgaande training, toen die van Lia pubers waren. Wij werkten met een rooster, waarop iedereen, ook ik, stonden ingeboekt. Dat rooster werd met ieders inbreng samengesteld. Werkte goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.