Ik kies voor bijzonder

Baan gestopt.

In vrije val.

Vrij vooral.

Als ik de meters ga tellen die ik nog heb om in glijvlucht te geraken.

Spreek ik opeens Vlaams.

Nee, dat wilde ik niet zeggen. Niet tellen wanneer het geld op is, wilde ik zeggen. Dat is opnieuw toegeven aan de angst. Net zoals het “wat nou als ik volledig misluk?’

Gewoon vertrouwen.

Zette ik nou net die twee woorden in één zin? Als vertrouwen gewoon was, was het niet zo bijzonder.

Ik heb gekozen voor bijzonder.

Aan gewoon ging ik ten onder.

Het doolhof van minderwaardigheid

Het doolhof van minderwaardigheid is vermomd als topattractie.

Overal fluistert de heg bekende deuntjes.

De bedriegertjes zijn volwassen nu,

en spuiten vuur in plaats van water.

“Hier ben ik eerder geweest”, dringt vaag tot me door.

“Maar welk pad koos ik toen alweer?”

Er moet een uitgang zijn,

denk ik.

En zo bevestig ik mijn eigen heg.

waarom wij zijn, wat wij zijn

Ik ben het riet dat trilt op jouw adem.

Jij bent de klankkast voor mijn snaren.

Ik ben het stofdeeltje dat glinstert in jouw zonnestraal.

Jij bent het lakmoes van mijn hart.

Jij bent mijn spiegel, ik jouw schaduw, echo voor elkaar.

Ik dicht jouw tederheid.

Jij danst mijn verlangen.

Ik schilder jouw moed met felle streken.

Jij zingt zacht mijn ongesproken woord.

Wij zijn allen podium en tempel.

Ons wezen is

toeschouwer en artiest,

in beide zijn wij schepper.

 

 

 

Betoverende blogs


Woorden. Magie is het.

Een klank waarvan we afspreken dat het een betekenis heeft. En voor dat afspreken gebruiken we dan weer klanken waaraan we al eerder betekenis hebben gegeven.

Bijzonder vind ik dat.

Nog bijzonderder is dat wij die klanken kunnen vatten in tekens.

Dat zo iets simpels, het patroon van wit en zwart, op papier of in pixels, zo veel teweeg kan brengen.

Dat ik ontroerd raak door een blog van Linda.

Dat ik het plaatsvervangend erg vind als Elja zich gekwetst voelt.

Dat de pijn van Ruud bijna voelbaar wordt.

Dat elk blog dat ik lees mij beroert. (ik lees geen blogs voor informatie)

We betoveren elkaar. We maken gebruik van de magie van taal. Het werkt alleen als je er in gelooft. Dus eigenlijk laten we ons betoveren.

Dat is mooi om te onthouden als ik weer eens GEENSTIJL-achtige dingen tegen kom. Als ik mensen tegen kom die de boel willen opjutten en opruien. Daarvan wil ik beslissen dat de magie niet werkt. (Lukt niet altijd).

Voor het overige, laat ik me graag betoveren.

Een goed blog is magisch. Een goed blog werpt toverspreuken die hun uitwerking, zelfs op grote afstand, niet missen. De enige regel daarbij is de regel van begrijpelijkheid, en zelfs daar mag je mee spelen. Hier vind ik bijvoorbeeld gedichten die mijn begrip te buiten gaan, en die me toch weten te raken.

Zou in een goed blog, geheel buiten die taal om, iets van de oorspronkelijke intentie meezinderen?

Je weet maar nooit met magie.

 

Oh en dat ‘vrijwillig’ afdrijven? Vrijwillig mee laten voeren naar een kant die je niet op wiel? Dat bestaat. Wie kent niet dat verscheurde, dat je verstand de ene kant op wil en je gevoel de andere?

50 books, vraag 7 Lees je in andere talen?

Nederlands en Engels.

Jammer genoeg beheers ik de andere talen niet genoeg.

Maar een Engels boek lees ik bij voorkeur niet in de vertaling.

Ik beken dat ik het stoer vind om in het Engels te lezen. Ik verbeeld me dat ik die typische uitdrukkingen allemaal snap en aanvoel. Dat is natuurlijk niet zo. Het blijft een vreemde taal voor mij. Maar als ik veel Engels lees, dan herken ik op een gegeven moment de uitdrukkingen. Dat geeft me dan het gevoel dat ik een vreemde taal goed ken. Dus Engels lezen is een beetje mezelf op de borst slaan.

Maar niet alleen. Ik ben inmiddels zo gewend aan Engels lezen dat ik in een vertaling het Engels er vaak doorheen kan lezen. Dan weet ik bijna wat er zonder vertaling gestaan heeft. Alleen al het feit dat me dat op valt verknoeit het leesplezier een beetje. Vooral het Amerikaans van Stephen King is erg lelijk in het Nederlands. Ik heb een boek uit de bieb terug gebracht omdat ik me er aan stoorde. Nu heb ik “The Stand” eindelijk als Engelse Pocket, en kan ik het lezen zoals het bedoeld is.

Jammer dat ik de broers Karamazov niet in het Russisch heb gelezen. En eigenlijk vind ik dat ik Madame Bovary in het Frans zou moeten lezen. En Das Parfum in het Duits. En als ik toch bezig ben zou ik Carlos Ruiz Zafon in het Spaans moeten lezen. Dat gaat allemaal niet gebeuren, vrees ik.

 

Dit is een antwoord op Petepels 7e vraag in de 50 books serie.

ode aan mijn kinderen

Ik werd getroffen door deze blogpost van Linda.

Wat is het als ouder soms vreselijk moeilijk om aan de zijlijn te staan, en toe te zien hoe je kind op zijn/haar eigen manier met het leven vecht.

Al mijn kinderen waren stille kat-uit-de-boom-kijkers. En wat heb ik mezelf vaak vervloekt dat ik geen steviger voorbeeld voor ze was. Want ik zag andere kinderen blaken van zelfvertrouwen, terwijl die van mij in een weerbaarheidsklasje tegen de klippen op hun best deden. 

Gelukkig heb ik ook altijd gezien hoe geweldig ze waren, en nog steeds zijn.

Ze hebben allemaal hun plek gevonden. Ze hebben allemaal hun leraar of lerares gehad die ze begreep, die ze hielp. Ze hebben uiteindelijk allemaal een vriendenkring gevonden waarin ze zichzelf kunnen zijn.

En wat ben ik trots op ze, want hoe verlegen ook, ze zijn allemaal erg dicht bij zichzelf gebleven.

Wat is het als ouder heelrijk om aan de kant te staan, en te zien hoe fantastisch je kinderen in het leven staan.

(typfout hierboven, ik wilde heerlijk schrijven. maar ik laat het staan, want heel rijk, klopt nog beter)

een kleine vlam

Ik lag in bed en had de wekker gezet voor 02.30. Om Teske te feliciteren die in Srilanka haar verjaardag vierde. Ik wilde haar bij haar ontbijt verrassen. Dat lukte. Ik was even in gedachten bij mijn dierbare dochter die geniet van een andere omgeving. (psst Teske: ik geniet als jij geniet)

En toen lag ik nog even te draaien voor ik weer in slaap viel.

Op dat moment voelde ik iets bijzonders.

Nu is er met bijzondere dingen midden in de nacht iets bijzonders aan de hand. Ze zijn een mooi klein licht in het diepe donker. Het straalt fantastisch, maar ’s morgens vroeg is het lastig om dat stralende nog goed te zien.

Ik ga het proberen uit te leggen, dat gevoel. Dat is lastig. Het lichtje is al moeilijk te zien, en nu ga ik het ook nog dichtplakken met woorden.

Ik voelde me vrij. Los.

Los van alle verwachtingspatronen.

Niet alleen die van mijn baan, waar ik in verstrengeld geraakt was, en waar ik de knoop van had doorgehakt. Maar ook van al het andere dat is, en nog gaat komen.

Ik voelde me zo los dat het niet meer mogelijk leek dat ik ooit weer in een nieuw patroon zou stappen.

Ik voelde dat  de enige verwachtingen waar ik ooit nog aan hoef te voldoen, die van mezelf zijn.

Ik bedacht dat niet zo. Dat voelde zo.

Dat gevoel haalde de angst uit al mijn handelingen.

De lat wordt er niet lager door, maar de aanloop wel makkelijker, natuurlijker.

Dat gevoel is het kleine vlammetje dat ik in mij draag. Bijna niet te zien. Maar mocht alles een keer heel donker worden, dan is daar dat vlammetje dat mij de weg wijst.

Niet deze woorden. Maar dat gevoel dus. Daar gaat het om.

kritiek op kritiek

Als iets met stelligheid wordt beweerd, krijg ik vaak de neiging om de andere kant te onderzoeken.

Ik word pissig als iemand denkt de waarheid in pacht te hebben. 

Niet zo hebberig, denk ik dan. De waarheid is van ons allemaal.

Dus als mensen zeggen dat het kritischer moet, dan roep ik dat dat onzin is.

Naar andere mensen toe ben ik weinig kritisch. Eigenlijk alleen als ze een directe bedreiging voor me vormen. En dat gebeurt gelukkig niet vaak.

Onwaarachtig? (omdat ik stiekem van alles vind, en toch niks zeg)

Nee.

Zijn er dan geen mensen waar ik me aan erger?

Ja hoor.

Soms kom ik ze tegen, en kan of wil ik ze niet uit de weg gaan. Dat is spannend. Maar die spanning levert altijd iets moois op. Altijd leer ik daarvan, en altijd blijkt dat lastige mensen ook mooie mensen zijn. (zie ook deze post over lastige mensen)
En terwijl ik daar achter kom, ontdek ik gelijk mooie verborgen eigenschappen van mezelf.
En terwijl ik daar achter kom, lukt het me om mijn innerlijke saboteur te ontmaskeren:  (“psst. zie je wat ze doen?” fluistert die: “zei je? zie je? jij mag dat niet van jezelf, en zij doen het! openlijk! zonder zich te schamen! tss! dat vind jij toch niet zo maar goed?)

Maar dat doe ik lang niet altijd, dat lastige mensen ontmoeten. Het kost nog al wat. Lef en zo, en energie. Dus minstens zo vaak loop ik gewoon een blogje om. Zo volg ik op twitter alleen maar leuke mensen.

Mensen zijn toch nooit alleen maar leuk?

Luister, leuke mensen vertrouw ik. Dat hoeven ze niet te verdienen, dat geef ik. Tamelijk snel. En mensen die ik vertrouw mogen lekker zichzelf zijn. Dingen zeggen die ik nooit zo zou zeggen, bijvoorbeeld. Zelfs dingen doen en zeggen waarvan mijn wenkbrouwen in eerste instantie omhoog gaan. Omdat ik uit ervaring weet dat iets wat ik vreemd vind, altijd ligt aan mijn context, die anders is dan die van de ander. Of omdat dat mijn smaak anders is. Of nou ja, vul maar in. En omdat ik het zelf ongelofelijk vervelend vind als ik niet mag zijn zoals ik ben.

(oeh! daar moet ik nog een keer een heel blog over schrijven, over jezelf zijn en toch andermans grenzen respecteren. O wacht dat heb ik al gedaan. dat staat hier)

Ga ik iemand uitleggen dat het vanuit mijn context vreemd, ongepast, enzovoort is? Nee.  Niet ongevraagd in ieder geval.

Wat heeft iemand er aan als ik  zeg dat ik een kledingstuk lelijk vind, bijvoorbeeld? Helemaal niets. Eerlijkheid omwille van de eerlijkheid is geen eerlijkheid. En wat ik vind heeft niets met mijn respect en waardering voor mensen te maken.

Dus ik houd mijn mond, reageer niet. Heel soms vergeet ik dat, en altijd als ik dat doe heb ik spijt. Niet mee bemoeien. Ik ben geen normdrager.

Geen kritiek dus.

Alleen als iemand het heel graag wil weten. Nieuwsgierig is naar hoe dat er van uit mijn context uit ziet. Maar dat is geen kritiek, dat is wederzijdse ontdekking.

Geen kritiek dus.

En daar is niks slaps of onwaarachtigs aan.

 

Deze blog onstond n.a.v. reageren op #blogpraat. Of dat kritisch moest zijn of niet. Elja schreef daar ook al over.