Betoverende blogs


Woorden. Magie is het.

Een klank waarvan we afspreken dat het een betekenis heeft. En voor dat afspreken gebruiken we dan weer klanken waaraan we al eerder betekenis hebben gegeven.

Bijzonder vind ik dat.

Nog bijzonderder is dat wij die klanken kunnen vatten in tekens.

Dat zo iets simpels, het patroon van wit en zwart, op papier of in pixels, zo veel teweeg kan brengen.

Dat ik ontroerd raak door een blog van Linda.

Dat ik het plaatsvervangend erg vind als Elja zich gekwetst voelt.

Dat de pijn van Ruud bijna voelbaar wordt.

Dat elk blog dat ik lees mij beroert. (ik lees geen blogs voor informatie)

We betoveren elkaar. We maken gebruik van de magie van taal. Het werkt alleen als je er in gelooft. Dus eigenlijk laten we ons betoveren.

Dat is mooi om te onthouden als ik weer eens GEENSTIJL-achtige dingen tegen kom. Als ik mensen tegen kom die de boel willen opjutten en opruien. Daarvan wil ik beslissen dat de magie niet werkt. (Lukt niet altijd).

Voor het overige, laat ik me graag betoveren.

Een goed blog is magisch. Een goed blog werpt toverspreuken die hun uitwerking, zelfs op grote afstand, niet missen. De enige regel daarbij is de regel van begrijpelijkheid, en zelfs daar mag je mee spelen. Hier vind ik bijvoorbeeld gedichten die mijn begrip te buiten gaan, en die me toch weten te raken.

Zou in een goed blog, geheel buiten die taal om, iets van de oorspronkelijke intentie meezinderen?

Je weet maar nooit met magie.

 

Oh en dat ‘vrijwillig’ afdrijven? Vrijwillig mee laten voeren naar een kant die je niet op wiel? Dat bestaat. Wie kent niet dat verscheurde, dat je verstand de ene kant op wil en je gevoel de andere?

50 books, vraag 7 Lees je in andere talen?

Nederlands en Engels.

Jammer genoeg beheers ik de andere talen niet genoeg.

Maar een Engels boek lees ik bij voorkeur niet in de vertaling.

Ik beken dat ik het stoer vind om in het Engels te lezen. Ik verbeeld me dat ik die typische uitdrukkingen allemaal snap en aanvoel. Dat is natuurlijk niet zo. Het blijft een vreemde taal voor mij. Maar als ik veel Engels lees, dan herken ik op een gegeven moment de uitdrukkingen. Dat geeft me dan het gevoel dat ik een vreemde taal goed ken. Dus Engels lezen is een beetje mezelf op de borst slaan.

Maar niet alleen. Ik ben inmiddels zo gewend aan Engels lezen dat ik in een vertaling het Engels er vaak doorheen kan lezen. Dan weet ik bijna wat er zonder vertaling gestaan heeft. Alleen al het feit dat me dat op valt verknoeit het leesplezier een beetje. Vooral het Amerikaans van Stephen King is erg lelijk in het Nederlands. Ik heb een boek uit de bieb terug gebracht omdat ik me er aan stoorde. Nu heb ik “The Stand” eindelijk als Engelse Pocket, en kan ik het lezen zoals het bedoeld is.

Jammer dat ik de broers Karamazov niet in het Russisch heb gelezen. En eigenlijk vind ik dat ik Madame Bovary in het Frans zou moeten lezen. En Das Parfum in het Duits. En als ik toch bezig ben zou ik Carlos Ruiz Zafon in het Spaans moeten lezen. Dat gaat allemaal niet gebeuren, vrees ik.

 

Dit is een antwoord op Petepels 7e vraag in de 50 books serie.

een kleine vlam

Ik lag in bed en had de wekker gezet voor 02.30. Om Teske te feliciteren die in Srilanka haar verjaardag vierde. Ik wilde haar bij haar ontbijt verrassen. Dat lukte. Ik was even in gedachten bij mijn dierbare dochter die geniet van een andere omgeving. (psst Teske: ik geniet als jij geniet)

En toen lag ik nog even te draaien voor ik weer in slaap viel.

Op dat moment voelde ik iets bijzonders.

Nu is er met bijzondere dingen midden in de nacht iets bijzonders aan de hand. Ze zijn een mooi klein licht in het diepe donker. Het straalt fantastisch, maar ’s morgens vroeg is het lastig om dat stralende nog goed te zien.

Ik ga het proberen uit te leggen, dat gevoel. Dat is lastig. Het lichtje is al moeilijk te zien, en nu ga ik het ook nog dichtplakken met woorden.

Ik voelde me vrij. Los.

Los van alle verwachtingspatronen.

Niet alleen die van mijn baan, waar ik in verstrengeld geraakt was, en waar ik de knoop van had doorgehakt. Maar ook van al het andere dat is, en nog gaat komen.

Ik voelde me zo los dat het niet meer mogelijk leek dat ik ooit weer in een nieuw patroon zou stappen.

Ik voelde dat  de enige verwachtingen waar ik ooit nog aan hoef te voldoen, die van mezelf zijn.

Ik bedacht dat niet zo. Dat voelde zo.

Dat gevoel haalde de angst uit al mijn handelingen.

De lat wordt er niet lager door, maar de aanloop wel makkelijker, natuurlijker.

Dat gevoel is het kleine vlammetje dat ik in mij draag. Bijna niet te zien. Maar mocht alles een keer heel donker worden, dan is daar dat vlammetje dat mij de weg wijst.

Niet deze woorden. Maar dat gevoel dus. Daar gaat het om.

kritiek op kritiek

Als iets met stelligheid wordt beweerd, krijg ik vaak de neiging om de andere kant te onderzoeken.

Ik word pissig als iemand denkt de waarheid in pacht te hebben. 

Niet zo hebberig, denk ik dan. De waarheid is van ons allemaal.

Dus als mensen zeggen dat het kritischer moet, dan roep ik dat dat onzin is.

Naar andere mensen toe ben ik weinig kritisch. Eigenlijk alleen als ze een directe bedreiging voor me vormen. En dat gebeurt gelukkig niet vaak.

Onwaarachtig? (omdat ik stiekem van alles vind, en toch niks zeg)

Nee.

Zijn er dan geen mensen waar ik me aan erger?

Ja hoor.

Soms kom ik ze tegen, en kan of wil ik ze niet uit de weg gaan. Dat is spannend. Maar die spanning levert altijd iets moois op. Altijd leer ik daarvan, en altijd blijkt dat lastige mensen ook mooie mensen zijn. (zie ook deze post over lastige mensen)
En terwijl ik daar achter kom, ontdek ik gelijk mooie verborgen eigenschappen van mezelf.
En terwijl ik daar achter kom, lukt het me om mijn innerlijke saboteur te ontmaskeren:  (“psst. zie je wat ze doen?” fluistert die: “zei je? zie je? jij mag dat niet van jezelf, en zij doen het! openlijk! zonder zich te schamen! tss! dat vind jij toch niet zo maar goed?)

Maar dat doe ik lang niet altijd, dat lastige mensen ontmoeten. Het kost nog al wat. Lef en zo, en energie. Dus minstens zo vaak loop ik gewoon een blogje om. Zo volg ik op twitter alleen maar leuke mensen.

Mensen zijn toch nooit alleen maar leuk?

Luister, leuke mensen vertrouw ik. Dat hoeven ze niet te verdienen, dat geef ik. Tamelijk snel. En mensen die ik vertrouw mogen lekker zichzelf zijn. Dingen zeggen die ik nooit zo zou zeggen, bijvoorbeeld. Zelfs dingen doen en zeggen waarvan mijn wenkbrouwen in eerste instantie omhoog gaan. Omdat ik uit ervaring weet dat iets wat ik vreemd vind, altijd ligt aan mijn context, die anders is dan die van de ander. Of omdat dat mijn smaak anders is. Of nou ja, vul maar in. En omdat ik het zelf ongelofelijk vervelend vind als ik niet mag zijn zoals ik ben.

(oeh! daar moet ik nog een keer een heel blog over schrijven, over jezelf zijn en toch andermans grenzen respecteren. O wacht dat heb ik al gedaan. dat staat hier)

Ga ik iemand uitleggen dat het vanuit mijn context vreemd, ongepast, enzovoort is? Nee.  Niet ongevraagd in ieder geval.

Wat heeft iemand er aan als ik  zeg dat ik een kledingstuk lelijk vind, bijvoorbeeld? Helemaal niets. Eerlijkheid omwille van de eerlijkheid is geen eerlijkheid. En wat ik vind heeft niets met mijn respect en waardering voor mensen te maken.

Dus ik houd mijn mond, reageer niet. Heel soms vergeet ik dat, en altijd als ik dat doe heb ik spijt. Niet mee bemoeien. Ik ben geen normdrager.

Geen kritiek dus.

Alleen als iemand het heel graag wil weten. Nieuwsgierig is naar hoe dat er van uit mijn context uit ziet. Maar dat is geen kritiek, dat is wederzijdse ontdekking.

Geen kritiek dus.

En daar is niks slaps of onwaarachtigs aan.

 

Deze blog onstond n.a.v. reageren op #blogpraat. Of dat kritisch moest zijn of niet. Elja schreef daar ook al over.

“Omdat het werkt” is quatsch !

Slavernij werkte.

De atoombom op Hiroshima werkte.

Plofkippen verkopen werkt.

Aanhaken bij de actualiteit werkt (dus had ik eigenlijk moeten zeggen: paardenvlees in lasagna’s werkt.)

Omdat het werkt.

Ik kom dat steeds vaker tegen als argument. Maar het is op zijn best het halve verhaal. (Nee ik ben te aardig, een achtste. Hooguit)

Als je het gebruikt, vertel dan ook waarom het werkt. Zeg erbij welke aannames er bij horen. Welke keuzes je maakt.   

Alleen maar omdat het werkt is zo 2013.

Kuch. Dat argument is zo mogelijk nog suffer.

Goed, een beetje uitleg.

Omdat het werkt is de functionele fase in onze cultuur. (Die fases staan hier uitgelegd).  In de functionele fase zitten we al zo’n beetje vanaf de industriële revolutie.

En wij maar denken dat internet een nieuwe revolutie is.

Nee hoor. We doen met het internet nog steeds hetzelfde: kijken hoe de dingen nog beter en slimmer kunnen. Maar ons afvragen wat voor dingen we dan doen? Ho maar. We blijven met zijn allen veel te veel hangen bij het HOE, en maken maar zeer langzaam de stap naar het Waarom. ( yep! daar heb ik ook al eens over gevlogd en nog een keer zelfs )

Stom dat we dat afgeleerd hebben. Als kleuters waren we daar verdomd goed in, in dat waarom. We lieten ons ook niet zomaar afschepen met een half antwoord.

Waarom doen we dat nu wel?

Omdat het werkt?

 

 

 

 

 

 

 

Ode aan Elja

Het is ongeveer twee jaar geleden dat ik kennis maakte met #blogpraat.

Eerste keer alleen kijken en lezen.

En toen  de tweede keer heel voorzichtig als beginnertje een opmerking plaatsen. En dan meteen gehoord worden. Als volwaardige gesprekspartner. Je direct thuis voelen.

Dat vind ik nog steeds de grootste kracht van Elja.

Dat warme welkom voor iedereen.

Die sfeer die ook meteen door iedereen wordt overgenomen. Waardoor er nu nog steeds een warm welkom is voor iedereen die nieuw binnenkomt.

En dan zegt Elja wel dat zij niet #blogpraat is, dat wij dat met zijn allen zijn. (en daar heeft ze ook gelijk in) Maar wij waren geen alleen geweest zonde Elja.  En met een andere Elja waren het andere anderen geweest.

Dus wil ik jullie allemaal bedanken.

Maar vooral Elja.

Want #blogpraat heeft het bloggen pas echt leuk gemaakt.

Dankzij #blogpraat is er die bijzondere combinatie van helemaal alleen zijn met je eigen blog, en toch weer niet. Niet alleen omdat jullie reageren, maar ook omdat ik jullie ken, van jullie blogs.

Jullie zijn er altijd een beetje bij, als ik schrijf.

En wat heerlijk dat jullie er wel zijn, en toch niet over mijn schouder mee kijken. Wat fijn dat jullie me laten typen wat ik wil typen. Ik zie jullie staan. Niet hoofdschuddend. Maar welwillend. Lekker met jullie eigen dingen bezig. Tot wel elkaar weer ontmoeten. Op onze blogs. Een keer in de week op #blogpraat. (ook als je een keer twee keer drie keer overslaat, nog steeds even welkom.) Soms zelfs in het echt. Ik heb afgelopen jaar een aantal #blogpraat vrienden in het echt gezien. Alsof ik oude bekenden tegen kwam.

Dat heeft Elja drie jaar geleden in gang gezet, toen ze in haar eentje tegen zichzelf zat te praten.

Bedankt Elja.