Waar is niet hetzelfde als echt gebeurd

Gisteren schreef ik al dat verhalen gemaakt worden om de waarheid te ontdekken. Over de wereld, en over ons zelf.

Dan gaat het om grote waarheden. Niet of iemand dat laatste koekje nu wel of niet gegeten heeft.

Grote waarheden vind je alleen tussen de regels door. Zodra je ze wil bewijzen, aantonen of zelfs maar wil benoemen verdwijnen ze als zand tussen je vingers.

Volgens mij hadden ze dat vroeger door. Toen goden nog gewoon ingrepen in het dagelijks leven. Toen verhalen nog hielpen om al het onbegrijpelijke een plek te geven.

Nu vinden we dat dom en achterlijk. Omdat we denken te weten hoe het wel zit. En vanuit die arrogantie menen we onderscheid te moeten maken tussen wat waar is en wat niet. Daarmee reduceren we de grote waarheden tot wel of niet echt gebeurd, en belanden we op het niveau van het laatste koekje.

Ik vermoed dat vroeger mensen helemaal niet zo bezig waren met de vraag of iets waar is. Tenminste niet in de zin van bewijsbaarheid, waar we tegenwoordig zo op kikken.

Het is straks weer Pasen. Het feest waarmee christenen vieren dat Jezus is opgestaan. Wat voegt het toe om te bepalen of dat echt gebeurd is?  Waarom willen we dat?

Als je er voor kiest, is het een waarheid waar je wat mee kunt in je leven. Het heeft mensen overal ter wereld kracht gegeven. 

Als je er voor kiest. 

Want je mag ook voor een ander verhaal kiezen. Jammer dat veel christenen dat niet door hebben.

Het verhaal van Jezus is een van de vele verhalen.

De Dreamtime van de Aboriginees, is een ander.

Een bijzonder mooie manier waarop droom en werkelijkheid worden verweven. Geen afzonderlijke begrippen. Geen wel of niet echt gebeurd. Alleen waarheid.

We kunnen daar van leren. Als we het lef hebben om het echt gebeurd wat vaker los te laten. 

 

 

 

 

Nog een keer over verhalen, en waarom bedrijven daar niet zomaar mee aan de haal moeten gaan

Eigenlijk baal ik een beetje van het feit dat storytelling zo hot is.

Voor een deel is dat gewoon kinderachtig “ik-had-het-eerder-ontdekt” gedrag. Maar voor het grootste deel is dat omdat ik vind dat storytelling grandioos misbruikt wordt.

Wij vertellen elkaar verhalen om grote waarheden te ontdekken. Over de wereld. Over ons zelf.

Een goed verhaal legt een grotere waarheid bloot dan wat de bedenker er bewust in stopt.

Verhalen vertellen om een gewenste werkelijkheid (brand, reputatie) de wereld in te brengen, is de boel omdraaien. Op die manier behang je de wereld.

Verhalen zijn juist bedoeld om achter dat behang te kunnen kijken.

Of er doorheen. Zoals een vel papier op een munt leggen, en dan met potlood eroverheen krassen. Daarmee krijg je een hint van wat verborgen is. Dat is wat verhalen doen.

Als een bedrijf op die manier herontdekt waar het voor staat. Als een bedrijf op die manier zijn ziel blootlegt. Dan is storytelling een mooi instrument.

Probeer op die manier eens naar al die stories van bedrijven te kijken. En zie dan nog eens wat er van over blijft.

 

het alles en het niets, nou ja het geheel in ieder geval

Ik heb het.

Het overkoepelende idee van mijn theatervoorstelling

Dénk ik dan, hè . . . denk ik dan. (die moet je goed lezen: met de klemtoon op de eerste denk, en zonder klemtoon op de tweede)

Want alles kan nog anders worden.

Ik weet wat de verbindende factor is van mijn theater.

Dat zijn de personages uit mijn verhalen. En daarmee natuurlijk allemaal stukken van mezelf, zelfs de stukken van mezelf die ik nog nooit geweest ben. Ik ga de verhalen van de personages vertellen. En ik ga de personages zijn.

Ik ga de komende maanden aan de slag met ze. Ik ga ze voelen, bevragen, tekenen, mee vechten, mee dansen.

Misschien dat ik hier in het blog daar wat van hen plaats.

Maar dat is niet alles.

Tegenstellingen is een sleutelwoord. En het droste effect (of Babushka poppen)

Ik ga proberen dicht bij het ‘alles’ te komen. En ik ga kijken hoe ik over ‘niets’ kan vertellen.

 

Theater: woorden, lijf en tolken

Schrijftolk (foto van de site van Linda)

 

Ik vertelde mijn theaterplan aan Linda Gomes, die vaak voor mij schrijftolkt.

Ze was ontroerd en enthousiast tegelijk.

Het is geweldig om in mezelf te geloven, maar anderen ontmoeten die in mij geloven is steeds weer bijzonder. Ik krijg er elke keer een kick van.  (al die anderen ook bedankt! jullie weten wie jullie zijn)

Linda wilde meteen meedoen. Dat is mooi, want ik ga met een tolk gebarentaal en een schrijftolk werken.

Ik kan veel cabaretiers amper volgen, en naar toneel gaan heb ik, sinds mijn drastisch slechter horen, nog niet durven proberen. Dus, als ik zelf iets op toneel ga doen, wordt dat toegankelijk voor doven en slechthorenden. Punt.

Naast woord wil ik beeld gebruiken. Drie cursussen gebarentaal zullen hun invloed laten zien. Ik ga niet gebaren, maar ga wel mijn lijf meer gebruiken bij het vertellen.

Wat ik mooi vind is dat de regisseur waar ik mee ga werken veel ervaring heeft met dans. Ik heb jarenlang ruzie gehad met mijn lijf, en ben het tegendeel van gracieus. En toch ga ik mijn lijf gebruiken om mijn verhaal te vertellen. Daar ga ik nog mooie dingen in ontdekken. dat weet ik zeker. Voor de zekerheid ga ik ook nog een keer opwarmen in een dansweekend. (dat heeft me vorig jaar ook veel opgeleverd)

Het is niet alleen om het toegankelijk te maken voor doven en slechthorenden, het is om dat ik alle expressiviteit ten volle wil benutten.

Ik krijg er steeds meer zin in.

Het gaat mooi worden!

dit blog is niet echt geplaatst

Om te vergeten dat ons leven leger wordt maken we ons drukker dan ooit te voren.

We halen ons leven door de frietsnijder

die agenda heet.

Lifestyle is de nieuwe schil.

Bang voor het onvermijdelijke

temmen we de leegte met een slimme hack.

Vastgeprikt als mooie vlinder,

met een labeltje erbij:

me-time, yoga of cupcake.

Ongebondenheid is prachtig

om op verre reizen naar te kijken,

of om even mee te spelen op vakantie.

Vrijheid

hangt ingelijst

boven de bank,

kleurig IKEA dingetje of reproductie van een grote naam.

Maakt niet uit,

we zitten er toch met onze rug naar toe.

 

 

Dit wilde ik plaatsen, maar zoiets kennen jullie al van me. Het is ook een beetje makkelijk om met dedain over trends te praten.  Dus ik plaats ik het alleen maar om te laten zien wát het is dat ik niet plaats.

Hm. Daar trappen jullie niet in.

Je kunt alleen non-verbaal iets hardop niet zeggen. Nee, das niewaar. Op social media kan alles. We maken er gewoon een ik-zeg-niks hastag van: #izn.  

Eh.. bij nader inzien toch maar niet. Ik zie nu al hoe die misbruikt kan worden als een nieuwe #fail.

Ik heb niks gezegd he? over die #izn. 

Hm. dit gaat fout. Hoe minder ik wil zeggen, hoe meer ik zeg.

Waar komt die behoefte bij mij toch vandaan om me steeds weer af te zetten bij dingen die ik zie gebeuren? Ik ga proberen daar eens mee te stoppen. Misschien moet ik maar even niks meer zeggen en gewoon cake lollies gaan maken.

 

Een echte Voerman?

huisje

 

 

Schilderij van Voerman jr. , mijn grootvader. Deze is voor Dion, mijn zoon. De spoeling wordt per generatie dunner, natuurlijk. De echte ‘affe’ schilderijen zijn slecht vertegenwoordigd in de familie. En dat vind ik niet erg. Dat onaffe, de studies hebben hun charme.

Dion’s slaapkamer is ook mijn werkkamer nu. Dus heb ik dit uitzicht. Ik zet hem in mijn header. Want dit is mijn  kantoor nu.

Kunstenaars, zijn het, de Voermannen. Mijn vader was revalidatiearts, en zelfs directeur van een kinderrevalidatiecentrum. Maar volgens mij was hij ook een kunstenaar. Iemand die de kunst verstond om door de handicap heen het kind te zien. Dat hij voor collega’s niet altijd makkelijk was, past ook in dat plaatje. Wel altijd diep verbonden met de ander. Maar misschien is dat mijn romantische beeld.

Mijn moeder zou zich veel zorgen hebben gemaakt om mijn stap. Mijn vader zou zacht gezegd hebben :”ik vind je dapper, lieve  jongen.”

 

 

Ik kies voor bijzonder

Baan gestopt.

In vrije val.

Vrij vooral.

Als ik de meters ga tellen die ik nog heb om in glijvlucht te geraken.

Spreek ik opeens Vlaams.

Nee, dat wilde ik niet zeggen. Niet tellen wanneer het geld op is, wilde ik zeggen. Dat is opnieuw toegeven aan de angst. Net zoals het “wat nou als ik volledig misluk?’

Gewoon vertrouwen.

Zette ik nou net die twee woorden in één zin? Als vertrouwen gewoon was, was het niet zo bijzonder.

Ik heb gekozen voor bijzonder.

Aan gewoon ging ik ten onder.

waarom wij zijn, wat wij zijn

Ik ben het riet dat trilt op jouw adem.

Jij bent de klankkast voor mijn snaren.

Ik ben het stofdeeltje dat glinstert in jouw zonnestraal.

Jij bent het lakmoes van mijn hart.

Jij bent mijn spiegel, ik jouw schaduw, echo voor elkaar.

Ik dicht jouw tederheid.

Jij danst mijn verlangen.

Ik schilder jouw moed met felle streken.

Jij zingt zacht mijn ongesproken woord.

Wij zijn allen podium en tempel.

Ons wezen is

toeschouwer en artiest,

in beide zijn wij schepper.