“Wie het eerst beneden is!”,
roept een jonkie onverschrokken.
Tot ergernis van de oude vlokken,
die zich altijd storen
aan dingen die niet horen.
“Dat gejaag en dat gegil,
een sneeuwvlok wervelt, en is stil !
“Wie het eerst beneden is!”,
roept een jonkie onverschrokken.
Tot ergernis van de oude vlokken,
die zich altijd storen
aan dingen die niet horen.
“Dat gejaag en dat gegil,
een sneeuwvlok wervelt, en is stil !
Als alles goed gaat, ga ik hier 17 juni aan de slag.
Dit is de repetitiezaal van Kwatta. Nu nog wel. Doordat ze gekort zijn op subsidie, moeten ze deze ruimte misschien afstoten.
Ik kan er waarschijnlijk nog net in. (maar dan wordt misschien wel de boel rond me heen afgebroken.)
Optie voor try out is de theaterzaal van Kwatta, in het badhuis. Een mooie ruimte met eigen foyer. Er kunnen 120 mensen in die zaal. Mooi intiem begin, zou dat zijn.
Wat we doen
We?
Ja we.
Ik doe het, en jij vast ook.
(zij die denken “ik weet niet of ik dat doe” zijn degenen die het niet doen)
Wat we doen
is het plaatje van ons zelf passend maken.
Wat voor naam we er ook aan geven
image, imago, reputatie, personal branding, positief zelfbeeld,
we doen er aan.
Hoe hard we ook beweren dat we er niet aan doen.
(want waarom zou je hard beweren dat je er niet aan doet?)
Is het niet voor anderen, dan vooral voor ons zelf.
Loslaten,
ja dat kunnen we.
Niet meer de oude ik die altijd
Niet meer de oude ik die nooit
Dat is het nu juist,
want dan komt de nieuwe ik
die alles beter doet.
(ook het juist níet beter hoeven doen, is . . . het beter doen . . . toch?)
We schuiven er gewoon een ander plaatje voor.
CATCH 22, paradox, oneindige lus,
Of . . .?
Of de momenten koesteren
de momenten koesteren dat je het allemaal niet meer weet.
de momenten koesteren dat je “terug valt”
(wat nou, terug valt! waarvan dan?)
de momenten koesteren
ik bedoel de momenten zelf.
Momenten die zo vol zijn
dat dat gezeur over jezelf er niet meer in past,
die momenten.
Bewuster leven is ook maar een verzinsel.
Een reisje Friesland, het land van mijn jeugd.
Twee dagen op bezoek bij Ineke Brouwer, mijn buurmeisje toen, in Beetsterzwaag. Ik ben ook op bezoek geweest bij haar ouders. Haar vader was leraar van de 6e klas, en hoofd van de school.
Voor hij kwam (1970) was de school erg ingeslapen en streng. Ik heb in de eerste en tweede klas (groep 3 en 4) nog leren lezen met het leesplankje: aap noot mies. We schreven met kroontjespen (3 x zonder fouten en je mocht me gekleurde ecoline schrijven.)
Meester Brouwer heeft veel onderwijsvernieuwingen ingevoerd. Dat kon hij, want hij hoefde nog niet zo idioot veel te verantwoorden. (Hij vertelde me dat de laatste jaren de lol er flink van af ging.)
Praten met Ineke was fijn. Ze weet veel meer dan ik van vroeger. En ze kent me nog als 8 jarige. Wat ze beschrijft is een onaangepast maar aardig joch. Een dromer die in alles iets bijzonders ziet.
Ineke en ik hebben nooit iets voor elkaar ‘hoog’ hoeven houden. We hebben elkaar altijd geaccepteerd zoals we waren. Ik was toen behoorlijk onbevangen, als ik de verhalen terug hoor.
Ik ben zo blij dat ik dat nu weer ben.
Of ik spijt heb van die tussenliggende jaren, waarin ik me flink heb lopen aanpassen?
Nee natuurlijk niet. Dat was ik ook.
Jezelf niet zijn, of jezelf voor de gek houden, bestaat eigenlijk niet. Je bent wie je bent, ook als je dat niet bent. Als je begrijpt wat ik bedoel.
Maar thuis komen bij die verwondering is prettig. Meer dan prettig.
En . . . je kunt alleen maar thuis komen als je eerst vertrekt.
De lijst #verlorenvaardigheden wordt langer.
Ik ga ze vanavond allemaal erbij zetten. (nu eerst naar studievoorlichting met dochter)
laat ze maar komen op twitter met de hastag #verlorenvaardigheden. Dan maken we er een twitternostalgiamuseum van.
En om te voorkomen dat “Stenen bijl maken”er tussen zit , spreken we af dat we zo rond 1970 beginnen.
-Schrijven met een kroontjespen
-Kettingpapier in een printer doen
-Correctielint verwisselen
-Videorecorder programmeren
En dan de aanvullingen: (via de reacties hieronder en via twitter)
– Verlengsnoer aan de telefoon (zo’n oprolding) als je je vriendin op de bank wilde bellen, wat een paar meter verder was dan de telefoonaansluiting in de muur.
– Alle afspraken opschrijven in mijn papieren agenda en dan doorstrepen als ze moesten worden verplaatst
– Een brief schrijven of een kaart sturen als ik een vriendje had en dan dagenlang wachten op een reactie.
– Zelf je groente snijden (wat ik overigens nog steeds meestal zelf doe ipv kant-en-klaar gesneden kopen).
– Schoenen poetsen en kleding strijken (vouw in m’n broek).
– ‘Zondagse kleren’ hebben
-Een bandje maken van de liedjes op de radio. Zonder dat de dj er doorheen praat, natuurlijk (bonuspunten).
De taperecorder of walkman terugspoelen tot het juiste liedje.
-MS DOS
-Het potje Typpex correctielak zo lang mogelijk proberen te gebruiken
-Op de juiste manier tegen een flipperkast schudden zodat hij niet op TILT springt.
-kanalen zoeken op de radio en televisie!
– telefoonnummer opzoeken in telefoonboek
-spoorboekje uitpluizen
-telefoongesprek aanvragen bij de centrale
-telefoonnummer draaien ipv toetsen
-kont schoonvegen met een steen (uit Spanje)
-Opname maken met een bandrecorder van de Top 1000 op de radio
-carbonpapier tussen de A4 tjes leggen en typex gebruiken
-cassestebandje plakken en met potlood weer terugdraaien in de cassette
-faxen natuurlijk en de telex
-de vriezer ontdooien
-sokken stoppen
-naar de buren lopen ipv WhatsAppen
-Bij de bank geld halen aan het loket ipv uit de pinautomaat.
-Zo’n grote zwarte 5 inch floppie heel zien te houden.
-werkstukken op school met de hand schrijven
-Borland Turbo Pascal
-008 bellen
-met een krijtje op je schoolbord schrijven
-telefoonnummers draaien
-volgens rooster televisie kijken met je groep
-halverwege de fietstocht naar school stoppen om het bandje in je walkman om te draaien
-rammen op je radio om de levensduur van je batterij net even te verlengen
-Overheads maken met transparante velletjes en stiften
-de tijd (002) bellen, zó rustgevend…
– ponskaarten gebruiken
– kaartjes knippen (die dikke kartonnen, in de trein)
– girobetaalkaart schrijven
– Naar de televisie lopen om over te schakelen naar het andere Ned.
-De platenspeler omzetten naar 33 of 45 toeren.
– De plaat omdraaien om de andere kant af te spelen.
–Zo’n ringetje in je singeltje leggen om hem op de juiste plaats op de platenspeler te houden.
-Zoeken naar een Kermit punt om ‘mobiel’ te kunnen bellen.
-Teletekst gebruiken om het laatste nieuws te lezen en om de televisiegids te bekijken.
-De choke eerst helemaal uittrekken om de auto te starten en dan langzaam weer terugduwen om de auto niet te verzuipen.
-Wachten tot je verzopen moter weer wilde starten.
-Raampje opendraaien in de auto als het te warm werd. En als het echt niet te harden was, een handdoek tussen het raam klemmen.als gordijn.
-De diesel-auto eerst laten ‘voorgloeien’ totdat het lampje uitging, en hem dan te starten.
-Liften.
-Bibliotheekboeken laten afstempelen op zo’n archiefkaartje, met de datum waarop hij terug moest zijn.
-Balen omdat je je favoriete televisieprogramma gemist had.
-Op de weg rolschaatsen omdat het autoloze zondag is.
-Lachen om de Mounties
– Het begrip Biogas opzoeken in de encyclopedie, in het deel Bin tot Can.
-Van de radio een hele hoop piepjes en geruis opnemen op je cassettebandje en dat dan laden op de computer en dan in zwart/groen Snake spelen.
-het kwik ’terugslaan’ in de thermometer, zie het m’n moeder zó weer doen.
-in auto met stratenboek op schoot de weg zien te vinden.
-ponsband lezenin
-een hele vakantie maar 36 foto’s maken
-de pootjes van de typemachine ontwarren als je te snel hebt getypt.
Met dank aan:
@zsonja @elja1op1 @kittyklian @petepel @helensoler @marloesjufferma @ivonneloes @mique_1 @hester099 @hilvarenbeek09 @drspee @stevengort @barthissink @dieuwketf @nelgoed @marcelvandriel @ellymeer Shirley @jijkenter @tomrusting
En natuurlijk zonder vingerafdrukken maken, een elpee op je pickup leggen
Als jullie meer voorbeelden hebben graag, want de lijst is natuurlijk eindeloos
Jij bent de inslag
in de schering van de tijd.
Al je ontmoetingen
een duizendkleurig mozaïek.
Terwijl jij wikt en weegt en plannen maakt,
trilt zachtjes in vertrouwen
het weefgetouw, en wacht.
Want het weet: elke draad is even waardevol.
Je kunt geen verkeerde kleur kiezen.
Jouw tapijt vertelt een prachtig verhaal.
Kon je het zelf maar zien.
.
Helaas
Hier had een blogpost moeten staan,
maar iemand anders is u voor geweest.
Nee hoor, ik ben gewoon een dagje weg. Ik logeer bij mijn vroegere buurmeisje. Goede oude tijden ophalen.
Haar vader was trouwens een van de eerste de me de liefde voor toneel bij bracht. Hij was leerkracht van de 6e klas. Elke winter speelden de leraren van Friese scholen een toneelstuk voor de bovenbouw. Ademloos heb ik zitten kijken. Dat wilde ik ook.
Vandaag dus even terug bij mijn roots.
Prachtige momenten
vind je niet alleen
door je hoofd weg te draaien van het duister,
en te keren naar het licht.
Niet ,
(ik noem maar even een voorbeeld)
het afschudden van het afgewezen voelen.
Maar durven kijken naar je
wentelen in wrok.
Onderzoeken, proeven, voelen,
grijpen in je pijn.
Met je hand erin, tot aan je ellebogen
je schouders desnoods.
Om het moment ter wereld te brengen
waarop je
in de kelders van het theater
waar anderen jouw voorstelling speelden,
de “schuldigen” ontkleed,
alle lagen schmink af pelt.
Daar
tussen alle spiegels
waar je de ander eindelijk in de ogen kijkt,
is waar de schepping plaats vindt.
Deze blogpost schrijf ik om wat duidelijkheid te verschaffen en te krijgen.
Ik krijg inmiddels een hele berg mooie tips.
@merianne83 @jjvoerman denk bv aan dove bijna blinden die 1op1 gebruik maken van tolk via tactiele NGT. Tolk heeft veel voorbereiding nodig.
— Hedda de Roo (@HeddadeRoo) March 11, 2013
Om te zorgen dat mijn theater voor zo veel mogelijk mensen toegankelijk is.
De vraag is.. waar ligt de grens.
Spannend.
Duidelijkheid van mijn kant:
Ik ben zelf slechthorend. Daarom wil ik aanpassingen maken. Zodat zoveel mogelijk mensen het kunnen beleven. Gebarentolk, schrijftolk.
Er is wel een grens.
Die grens is dat dit NIET een voorstelling is die ik speciaal maak voor slechthorenden, of voor doven of voor doofblinden.
Het gaat ook niet over slechthorendheid, doofheid of doofblindheid.
Voor doven is er bijvoorbeeld al een handtheater. Zoiets dat doe ik dus niet.
Ik denk mee aan manieren om de toegankelijkheid te vergoten. Dat meedenken gaat zo ver dat het de manier waarop ik mijn verhaal vertel zal beïnvloeden. Op die manier voegt het ook iets toe. Zover dat ik naast geluid, tekst en beeld wil gaan kijken of ik de energie van het verhaal kan overbrengen. (ja dat klinkt wat new-age achtig, dat ben ik me bewust)
De tolken betrekken bij de voorbereiding is ook iets wat me leuk lijkt.
Maar het wordt daarmee niet een speciaal aangepast programma.
En ook al wil ik graag rekening houden, en neem ik alle praktische tips mee (waterbakken voor hulphonden, bijvoorbeeld, was ik zelf nooit op gekomen)
Er zullen altijd drempels blijven.
Ik wil geen valse beloftes doen.