Donker en licht

 

 

Dus iets met donker en licht. Want dat is wel passend, deze week.

Geen licht zonder donker en geen donker zonder licht. In foto’s zoek ik het op: 

 

trap3

 

tegenlicht straat
 

Ik heb geprobeerd het te tekenen:

waterplas

 

In schilderijen zoek ik het op:

 

4.1.1

 

Ik houd van dat contrast. Dus laat ik ze welkom heten in mijn leven.

Ik wil je nog iets laten zien en lezen.

Twee jaar gelden begon ik een blog dat mooisdelen heette. De bedoeling was dat mensen een schilderij instuurden (via foto of link). Bij die foto een korte tekst met daarin waardoor ze zo gegrepen werden door dat schilderij. Ik drukte de foto af, plakte via een sticker de tekst op de achterkant en had zo een ansicht. Deze stuurde ik naar iemand die ik via twitter kende, met het verzoek mee te doen. Het begon prachtig. Hier zie je de eerste afleveringen. Maar het bloedde dood. Ik wachtte op een gegeven moment op meerdere schilderijen die maar niet kwamen. Ik heb het te weinig kans gegeven, was ook druk met mijn baan. 

Op die site staat een hele mooie tekst bij een bijzonder beeld. Over het donker. Die wil ik hier graag delen.

De tekst is van Ytje Popinga. Een dierbaar iemand uit mijn jeugd in Beetsterzwaag.

Kijk en lees zelf maar even.

rothko chapel 3

 

Spel met licht en donker, heel intens te beleven in de grote doeken van Mark Rothko in de Rothko Chapel in Houston, Texas.
Zuigende donkere vlakken, die aan mij  blijven trekken, bijna fysiek. De diepte van het donker wordt voelbaar.
Ik wil ervoor weglopen en tegelijkertijd speur ik naar die zweem van licht die in het donkere vlak verborgen ligt.
Wat is dat voor duisternis, die alleen door een diepe doorgronding ervan licht toelaat, alsof het uit een kier wil ontspringen, ster aan de de hemel.
De donkere nacht van de ziel, de diepe innerlijke afgrond, waar de mysticus voorbij God, God ontmoet…
licht van licht. het donker waar een heel eigen moed voor nodig is, om deze in te gaan en het ermee uit te houden.
 
 
Ytje Poppinga                                                                                                                                        
 www.remonstranten.org/alkmaar                                                                                   
@ytjepopinga (twitter)
 

 

 

 

 

 

 

niet meteen ontvolgen, die hap.

Ik kreeg een auto DM. 

Zo’n ‘dank dat je me volgt’ ding. Nee, wacht, deze was zelfs, “ik volg je automatisch dankzij...”. Mijn eerste gedachte is dan: ontvolgen, houd ik niet van. Maar toch kijk ik dan even naar de bio. En die klopte niet bij dat automatisch volgen.  Dus deeëmde ik terug dat ik die autodingesens niet zo leuk vond. Meteen kreeg ik een reactie terug. Dat zo’n ding nog steeds per ongeluk aan staat, terwijl ze dat al lang niet meer wil. Dat ze dat zelf niet eens door had. 

Kijk, en zo blijkt een auto-dm’er gewoon een leuk mens te zijn. Fijn dat ik niet zo rigoureus ben, vind ik van mezelf.

Ik was vandaag trouwens wat minder blij met mezelf. Mezelf had dat al eerder door dan ik (zie blogpost gisteren). Ik zat even in een dip. Alle spanning kwam tegelijk naar boven. Mijn laatste trots over mijn oude baan vloog als een wolkje weg in het oneindige. Ik had de touwtjes doorgeknipt en in plaats van vrij voelde ik me hevig verloren.

Lastig, als je je goed moet voelen van jezelf, en het lukt maar niet.

Gelukkig ben ik niet zo rigoureus. Zelfs niet voor mezelf. Ik heb gewandeld. Heb op een bankje gezeten. Heb me nóg een keer laten troosten door mezelf. Ik ben pas opgestaan toen ik me kalmer voelde. Niet blij, maar wel met het gevoel dat het zo goed was. Toen ik verder wandelde brak opeens de zon door de grijze wolken.

De ene dag beresterk voelen. De andere dag de wanhoop nabij. Het kan. Ik laat het gebeuren. Niet dat ik daar goed in ben. Maar het is me dan toch weer gelukt om niet zo streng te zijn voor mezelf. Ook mezelf ontvolg ik gelukkig niet meteen.

 

 

 

van je zelf houden op valentijn, mag dat ?

Trouwe lezers weten dat ik af en toe gesprekken voer met mezelf.

Ook hier. Soms zelfs live. Net als schaken met jezelf. Alleen hoef ik de laptop niet steeds om te draaien.

De laatste staat hier.  Het was het eind van die gesprekken. Ik had die ‘splitsing’ niet meer nodig, vond ik. Die innerlijke stem wilde naar buiten. Dat is gelukt, denk ik.

Vandaag wilde ik toch even een keer weer zo praten met mezelf. Ik deed mijn CI’s even uit (stilte) en sloot mijn ogen. Direct voelde het alsof twee stevige warme armen mij omhelsden Een streling, liefkozing, knuffel. Zacht, stevig, teder.  

“Ik wilde even praten”, dacht ik nog heel even.

“Weet ik, maar dit had je harder nodig”, was het antwoord.

Stilte.

Zonder woorden, zonder zelfs mijn onuitgesproken woorden, sprak ik met mezelf. 

Buiten viel de sneeuw. Ik was warm, van binnen.

 

rechtsdraaiend. yoghurt? Nee, hersenen.

Beetje zitten struinen vandaag.

Op sites over ADD.

Herkenning. 

Naast herkenning ook wrevel. Als gesproken wordt over behandelen. Hoezo behandelen? Niks mis mee met de manier waarop mijn hersenen werken.

Van alles mis met de schotten, de hekken, de systemen, die maar een weg mogelijk maken. Een weg die ik niet meer wil gaan.  Systemen die ik niet meer wil volgen. Ik trek vanaf nu mijn pad, en elk hek dat ik tegen kom heeft pech gehad.

Mijn dochter deed vandaag ook een online test.
“Dat wordt zoeken naar een naald in een hooiberg straks, als ik met deze hersens geld wil verdienen”, zei ze.
Ze heeft voor een deel gelijk. Maar de tijden veranderen. Ik hoop dat ze een beetje opschieten, die tijden.

Gelukkig zie ik steeds vaker tweets van mensen die het door hebben. Dit is er zo een.

Ik hoop dat het niet bij een paar blijft. Ik hoop dat het voor mijn dochter straks iets makkelijker is om haar talenten in te zetten.

En niet alleen voor mijn dochter. We gooien nu zo veel talent weg.

(Nee, dit is niet echt een valantijnsblog. Valentijn zit niet in mijn systeem. )

onhandige gedachten over geld

Geld.

Daar ben ik een kluns in. Ik draai driemaal in de rondte en bijt in mijn eigen staart. 

Wat ik duidelijk heb is wat dat ik een paar onhandige gedachten over geld heb:

Er wordt voor mij gezorgd.

Rijke ouders, die me niet bewust verwenden, erg weinig poeha bij ons thuis, maar toch: wel verwend natuurlijk. Deze gedachte heb ik ooit een keer bewust weg gegooid.

Ik ben het niet waard.

Dat komt van een leven lang stuntelen in beroepen die het nét niet waren. Altijd het gevoel gehad dat het beter kon. Deze kleeft nog aan me.

Ik heb niet genoeg.

Deze heb ik meegetrokken het fysieke leven in. Regelmatig weigeringen bij pinnen, en dan weer zoeken hoe we de rest van de maand door komen. Ook deze leeft nog.

Er zijn er vast  meer, maar dit pakt de essentie wel.

Spannend, want ik ga volgende week met mijn werkgever overleggen over (deels) beëindigen van mijn werk.

Daardoor vertalen deze gedachten zich in:

Het is slecht om een afkoopsom te vragen van je werkgever.

Het is slecht om je WW te gebruiken als gedeeltelijke financiering voor je theaterplan. (Naast slecht, misschien zelfs niet eens mogelijk)

Je kunt mensen niet om geld vragen als je nog niks hebt laten zien. (En als je die WW én die afkoopsom niet gaat gebruiken, moet je wel aan heel veel mensen geld vragen.)

Rond alles maar flink af naar beneden, gewoon een jaartje heeeel zuinig doen, want die grote bedragen zijn zo schrikken.

Je kunt niet zomaar in het diepe springen en er op vertrouwen dat het wel komt.

Ze roepen zo hard dat ik die andere gedachten bijna niet kan horen:

Heb vertrouwen.

Wat je nu gaat doen is het wel waard.

Daarnaast is er nog een praktische: Ik heb geen enkele buffer. Een misser betekent direct huis verkopen.

Die twee moedgevende gedachten gaan er voor zorgen dat ik de stap hoe dan ook ga zetten. Maar ik heb nog geen idee hoe ik de onderhandelingen in ga. En ook mijn ideeën over crowdfunding slingeren heen en weer. En hoewel ik terug kan vallen op mensen die me willen en kunnen adviseren, is het mijn beslissing.

Eng.

Doodeng.

Maar niet eng genoeg om me tegen te houden.

 

 

Boneland van Alan Garner

Deze blogpost is een antwoord op de 5e vraag van 50Books van @petepel

Ik heb net dit boek uit: boneland

 

Dit boek is op een bijzondere manier naar me toe gekomen.

Het begon met  . . .

Een boek waarvan ik noch schrijver, noch titel wist.

Wat ik nog wel wist was de bijzondere sfeer. Oude en nieuwe magie. Zo geschreven dat het leek of ze daadwerkelijk deel uit maakten van onze wereld. En een monster, dat me destijds als kind de stuipen op het lijf joeg. Dat was mijn enige houvast in mijn zoektocht op internet, de naam van dat monster: de Brollachan.

Het boek bleek “The Moon of Gomrath” te heten, het vervolg van “The Weirdstone of Brisingamen”. Ik heb beide boeken besteld en opnieuw gelezen.

In las als kind deze versie

download

Ze lazen niet lekker weg. De tweeling, Suzan en Colin, komen als karakters bijvoorbeeld niet echt uit de verf, en het eerste boek is niet veel meer dan een lange achtervolging.

Toch hebben beide boeken iets bijzonders.

De verbondenheid met het land, en oude mythes, bijvoorbeeld. Alles speelt zich af in de buurt van Alderley, Cheshire, waar de schrijver woont (en zijn familie al eeuwen). Je kunt op Google maps alle plaatsen van het verhaal terug vinden. (daar moet ik dus nog een keer naar toe).

En dan is daar de manier waarop de magie beschreven wordt. Nieuwe magie, de strijd tussen goed en kwaad, en de oude magie die  helemaal buiten goed of kwaad staat. De magie voelt echt. In veel kinderboeken is magie vaak iets wat alleen de kinderen zien en aanvoelen. Hier voelt het aan als onlosmakelijk onderdeel van het land. En ook de volwassenen krijgen hun portie. Niets is veilig.

Al schrijvend voor de eerste vraag van 50 books, keek ik weer eens op internet en kwam er achter dat in 2012 een derde deel is verschenen. Zo’n 50 jaar na het verschijnen van deel 2.

Die bestelde ik voor mijn verjaardagskorting van Bol.com

In Boneland is de Colin uit de vorige boeken volwassen. Hij is aan de rand van een zenuwinzinking, en op zoek naar zijn tweelingzus. Hij weet niet eens of ze echt bestaat, want hij is alles dat voor zijn 12e gebeurde vergeten.

Boneland is een moeilijk toegankelijk boek. De magie is versluierd, misschien alleen maar aanwezig in Colin’s hoofd. Toch zijn er genoeg aanwijzingen om de makkelijke ‘het was maar een droom’ oplossing uit te sluiten.

Naast het verhaal van Colin wordt het verhaal van een Sjamaan uit de oertijd verteld. Deze hoofdstukken zijn meer poëzie dan proza.

The Grey Wolf struck the damp earth and ran, higher than the trees, lower than the clouds, and each leap measured a mile; from his feet flint flew, spring sprouted, lake surged and mixed with gravel dirt, and birch bent to the ground. Hare crouched, boar bristled, crow called, owl woke, and stag began to bell. And the Grey Wolf stopped.

Het is een boek dat binnen komt op een manier die mijn verstand te boven gaat, en onder mijn huid is gaan zitten. Niet toevallig dat ik in mijn andere blogpost van vandaag schrijf over niet toegankelijk willen schrijven.

Dit boek raakt aan wat ik wil raken. De grens van werkelijkheid en magie. Dat wat zich immer buiten het rijk van verklaring bevindt, en toch zo ontzettend echt aanvoelt.

Nu wil ik ook alle andere boeken van Alan Garner lezen, want in alle boekbesprekingen lees ik dat hij dit in al zijn boeken teweeg brengt. En daarmee geef ik alsnog een antwoord op vraag 4.

 

 

de perfecte blogpost, en waarom ik die niet schrijf

Ik kan het wel.

Een perfecte blogpost schrijven.

Maar ik doe het niet.

@KittyKilian (wel 2 t’s en geen 2 l’s)  van de Blogacademie leerde mij dat, een perfecte blogpost schrijven.

Mijn eindexamenstuk was DIT .

en dat leverde dit op:

statistieken

Ja, die balk daar, bij 21 januari.

Dus het werkt, die blogcursus van Kitty. Laat ik dat gezegd hebben. En verder deugt Kitty tot in haar tenen, ook daar ligt het niet aan.

En toch doe ik het niet meer, een perfecte blogpost schrijven. Kijk maar naar de balkjes daarna.

Kitty zei al tegen me dat ik te eigenwijs was.

Mijn motor draait op een ander soort perfectie. (En die eigenwijsheid is daar een onderdeel van, denk ik.)

Mijn hele leven zie (maar vooral voel!) ik een wereld die parallel loopt met de onze. Nee, niks geen fantasy of SF gedoe. Het is meer een soort van tussen de regels door leven. Het voelt wel magisch. Dat dan weer wel.

Die magie een stem geven, een gestalte geven. Het onnoembare een naam geven, het ongrijpbare als een vogeltje even op mijn hand houden. Daar zit mijn perfectionisme.

Ik wil mij dus niet aanpassen aan jouw manier van denken, zodat mijn blogposts lekker weg lezen. Ik wil niet de logica van een goed opgebouwd argument.

Ik wil die licht verontrustende verschuiving bij jou. Ik wil dat je iets begrijpt waarvan je nog niet wist dat je het niet begreep, en dan zonder dat je het ook echt begrijpt.

Die doen we nog een keer:

Ik wil dat je iets begrijpt waarvan je nog niet wist dat je het niet begreep, en dan zonder dat je het ook echt begrijpt.

Met dat laatste bedoel ik dat ergens iets, buiten jouw alles analyserende gedachten om, op zijn plek valt. Zodat je het ook ziet, voelt. Misschien is het iets anders dan ik zie, maar het is onmiskenbaar ‘het’.

Dat bereiken, is voor mij perfectie.

“Maar dan moet je wel gelezen worden”, hoor ik Kitty al zeggen.

Dat klopt.

Maar ik blijf eigenwijs nog wat ‘fouten’ maken. Totdat de boel vanzelf op zijn plek valt.

Ik schrijf elke dag een blogpost. Daardoor beperk ik mijn mogelijkheden tot redigeren, de mogelijkheid om helderder te verwoorden wat ik nou precies bedoel. Maar die flow van elke dag schrijven levert me iets anders op: elke dag mezelf dwingen om woorden te geven aan wat ik voel/denk/zie levert verrassingen op, voor mezelf. Schrijven en laten liggen om het te verbeteren werkt voor mij niet. Dan blijft dat liggen en gaat het roesten.

Ik schrijf daardoor niet zo helder dat er geen speld tussen te krijgen is. Ik gooi mijn gedachten soms ‘onaf’ mijn blog op. (zeg sorry: vaak ook nog met nasmeulende typ-, schrijf-  en stijlfouten) Dat is een noodzaak voor mij. Het moet er uit. Publiceren is voor mij afstand nemen. Pas als ik gepubliceerd heb, kan ik als lezer naar mijn eigen gedachten kijken. Pas dan weet ik wat ik precies bedoel.

Dat ietsje meer schaven meer lezers oplevert is waar.

Ik zoek nog naar balans, want ik wil natuurlijk wel veel lezers maar het ‘rauwe’ bloggen, wil ik niet verlaten.

Kies ik nu voor waarheid boven lezersaantal?

Iets zegt me dat dat geen of/of is. Dat iets ga ik vinden.

 

 

 

niet in de weg lopen, dat is alles

afscheid

Vanmorgen (je leest dit later, dus ik zeg er even bij dat dit 8 februari 2013 was) vanmorgen dus, was ik getuige van zo’n 40 huilende pubers van ongeveer 14, op station Nijmegen.

De dramajuf van mijn dochter organiseert elke jaar een uitwisseling met een school in Rouen. Een week toneelspelen met elkaar, en dan al elkaar zo missen. Het roerde mij.

Er gebeurt zo veel moois op deze wereld, en er is zo weinig voor nodig. (Wel een diepe buiging voor mevrouw Bosma, rechts op de foto, staand in lange zwarte jas, maar ik denk dat je haar nu kunt opvegen).

Misschien hoeven we de wereld niet op grote schaal te verbeteren. 

Misschien moeten we alleen beter kijken.

En niet in de weg lopen, als iemand een mooi plan heeft.

(in dit geval: niet moeilijk doe over de lessen die de kids een week missen, de school in de avond beschikbaar stellen. )

En helpen, als je wil .. ja natuurlijk

(in dit geval: kijken of er ergens nog een beetje budget is, lessen overnemen van docent die het regelt)