Leve Oranje

Nou vooruit.

Ik doe het.

Een mening bloggen. Terwijl ik nog amper kan verwoorden wat ik meen en vooral waarom ik dat dan meen.

Gewoon gaan schrijven helpt dan bij mij. Straks, aan de andere kant, als lezer, begrijp ik mezelf dan beter.

Ik ben tegen het geroep om afschaffing van het koningshuis.

Da’s ook lekker vaag. Ben ik nou voor het koningshuis of niet? Daar ga ik achter komen. En voor ik er achter ben, niet wegdoen dus. Want dan is het te laat.

Verrek!

Dat is precies wat ik wilde zeggen. Niet te haastig. Wil ik zeggen.

Weet je wel wat je weg doet?

Dat wil ik eerst eens duidelijker hebben voordat we iets weg doen. Kind en badwater en zo, en zelfs dat badwater kan nog wel ergens voor gebruikt worden.

 

Ik heb het gevoel . . .

Daar gaan we. Dat is waarom ik aarzelde om te bloggen. Dit is waar je me meteen van tafel kunt vegen met mooie tegenargumenten. Want ik heb een vermoeden. That’s it. Niet eens donkerbruin. Meer iets dat zachtjes langs mijn bewustzijn fietst en af en toe vrolijk belt.

Ik heb het gevoel dat het koningshuis een waarde vertegenwoordigd die niet te meten is.

Nu kan ik kan natuurlijk wel iets roepen over verbinding, en cultuur, maar die fietsbel roept dat ik daarmee onrecht doe aan mijn gevoel. Het gaat me juist niet om een zakelijke voor-of-tegen discussie. Niet om meetbaar nut.

Het gaat om die zweem van …

Ik heb de woorden die op de plek van de puntjes stonden weer weggehaald. Sprookje was er één van. Traditie een andere. Maar die woorden hebben zo veel lading dat jij daar als kritische lezer natuurlijk meteen korte metten mee kunt maken.

Als ik al naar een verklaring zou zoeken, zou ik vermoedelijk uit komen bij iets Jungiaans. Iets over archetypen en collectief onderbewustzijn. Over de waarde van symboliek.

Laat ik maar ophouden met het zoeken naar een verklaring.

Laat ik maar gewoon zeggen dat ik sterk het gevoel heb dat we achteraf spijt zouden krijgen als we het koningshuis weg zouden doen. Dat we dan pas door gaan krijgen wat we hebben.

Wat mij  betreft mag er gerust gediscussieerd worden over de invulling, en over geld. (Want het is wel een beetje duur, daar hebben de tegenstanders gelijk in)

 

Discussies op internet. Een wereld van verschil.

Twee discussies, deze week.

Een vervelende (die staat hier)

Ik reageerde omdat iemand op een gewoon zakelijk blog een geen-stijl toon gebruikte. Ik vond dat ik daar iets van moest zeggen. (En was heel even zo naïef dat ik dacht dat de schrijver zich aangesproken voelde, en daar iets aan zou doen.)

De andere discussie begon ik zelf.

Ik reageerde op deze tweet.

Waarom reageerde ik? 

Ik stoorde me een beetje aan die tweet. Een beetje. Lang niet zo veel als aan dat zure blog. Eigenlijk niet eens genoeg om te reageren.

Ik  reageerde toch, omdat die tweet van Ruud Ketelaar is. En Ruud vertrouw ik. Zelfs als we het niet eens zijn, of als we via twitter net even langs elkaar heen praten, vertrouwen we elkaar. Daarom durfde ik een opmerking te maken, waar ik dat anders gewoon gelaten zou hebben.

Waarom stoorde ik me?

Dat ligt meer aan mij, dan aan Ruud.

Ik ben erg gevoelig voor mensen die bepalen wat hoort en wat niet hoort. Ik maakte daar vroeger veel fouten in, en kreeg zo vaak op mijn kop dat ik antennes kreeg. Dit kun je hier wel maken, dat kun je daar niet maken. Vreselijk vermoeiend, vooral voor mezelf.

Ik doe dat niet meer. Maar het mechanisme is niet zo maar weg.

Dus als ik het gevoel krijg dat mensen gaan bepalen, of voorschrijven wat wel en niet goed is, gaan mijn nekharen overeind. Dat gebeurt ook als mensen heel stellig iets beweren.

Even voor de goede orde: Ruud schrijft niets voor.

Dat legt hij hier uit.

En toch voelde het zo.

Dat is vanwege mijn gevoeligheid. En omdat ik die uitleg er niet bij kreeg. Voor mij was het dus fijner geweest als Ruud dit gewoon zonder aankondiging gedaan had. Met een reactie naar betreffende persoon over het hoe en waarom.

Ruud twitterde een sorry naar mij. Dat hoede niet, maar ik vond het fijn. Dat betekent dat hij respect heeft voor het feit dat ik me aan iets stoorde. Ook al snapt hij niet helemaal waarom.

Heb ik iets geleerd?

Ja, dat ik gevoeligheden heb.

Moet ik minder gevoelig zijn?

Nee.

Naar vrienden toe kan ik die gevoeligheden uitleggen. Naar lomperikken niet. Ik reageer dus niet meer op de eerstgenoemde discussie. Dat is echt verloren moeite.

De discussie met Ruud vind ik nooit verloren moeite.  Omdat we elkaar vertrouwen. En omdat ik er van kan leren.

 

bellen, slecht horen en instanties *zucht*

 

Ja dat ken ik.

We kregen een nieuwe decoder van Tele2. En die deed het niet.

Dus ik stuur een mail, dat ik niet kan bellen ivm mijn slechthorendeheid. Ik krijg een mail terug dat ik toch beter kan bellen.  En anders belt mijn vrouw toch gewoon even?

Ik mail terug dat ik graag mijn eigen zaakjes wil kunnen regelen.

Dat lieg ik trouwens. Ik vind het erg fijn als mijn vrouw onze zaakjes regelt. Ik heb een hekel aan zaakjes regelen. Maar dit is iets dat ze weigert.

Dus moet ik iets. Ik probeer toch te bellen, want ik krijg te lezen dat het echt niet kan via mail. Ik bel met mijn mobiel, die heeft de beste luidspreker. Met heel erg veel “wat zegt u?” kom ik er uit. Als ik in dan weer de telefoon neer leg, voel ik me alsof ik net examen heb gedaan.

Het UWV is ook zo’n club die moeilijk bereikbaar is. In mijn vorige baan moest ik vaak voor mijn klanten bellen. Ik heb dan een specifieke arbeidsdeskundige nodig, en die krijg ik nooit (nee, echt nooit) direct aan de lijn. Er wordt dan een “terugbelactie” in het systeem gezet.

En dat kan dus niet bij mij, terugbellen. Want áls ik al met veel moeite kan bellen, is het wel in een geluiddichte ruimte. Als ik gebeld wordt, heb ik daar geen invloed op.

Ik vraag dus of ik terug gemaild kan worden. Dat mag, ik geef mijn mailadres. En dan vraagt ze mijn telefoonnummer. Ik zeg dat ik dat niet geef, omdat er dan toch gebeld gaat worden. Ik ken mijn pappenheimers wel, want ik heb dat eerder meegemaakt.

De UWV mevrouw zegt dat ze geen “terugbelactie” aan kan maken in het syteem, zonder telefoonnummer.

Zucht.

Ik geef mijn telefoonnummer, en laat drie keer beloven dat er gemaild wordt, en niet gebeld. Ze gaat het er bij zetten. Met uitroeptekens.

De dag daarop wordt ik gewoon door de arbeidsdeksundige gebeld.

 

 

Mehmet

Ik had ooit Mehmet in de klas.

Mehmet heeft ESM. Dat staat voor Ernstige Spraaktaal Moeilijkheden.

Hij is niet doof, heeft geen moeite met praten, maar de informatieverwerking is trager. Hij kan informatie minder goed opnemen. Hij kan zich moeilijker uitdrukken.

Daardoor zit hij op het speciaal onderwijs. En dat is een probleem. Want dat levert hem geen respect op. Sterker nog, dat plaatst hem onderaan de ladder.

En respect is wat hij, net al wij allemaal, heel hard nodig heeft.

Mehmet is sterk, en niet snel bang. Jammer genoeg voor hem, zijn dat in Nederland niet de zaken waar je respect mee verdient. Bij zijn vrienden wel, daarom komt hij af en toe in de problemen.

Op school is hij soms onhandelbaar, omdat hij (behalve fysiek) geen manier heeft om zijn frustratie te uiten. En frustratie is er genoeg, want hij wordt steeds geconfronteerd met wat hij niet kan. Zelfs in het speciaal onderwijs krijgt hij opdrachten voor zijn neus waarmee hij niet uit de voeten kan.

Wat hem rest is respect af te dwingen door zijn medeleerlingen te domineren. En dat levert weer strijd op met het gezag.

Mehmet zit in een vicieuze cirkel. Hij zit in onze samenleving in een cultuur die hem alleen respect gunt, als hij zich onderwerpt. En dat is, voor zijn eigen respect, het laatste wat hij kan doen.

Ik begreep Mehmet pas goed toen ik met de klas naar een film keek. Blood in Blood out, een film over de levens van drie leden van een gang, genaamd “Vatos Locos”.

Hij kon de ondertiteling niet snel genoeg lezen, maar het verhaal kon hij helemaal volgen. Dit was zijn soort verhaal. Deze mannen dwongen respect af, op een manier die bij hem paste. Dit waren echte helden. Broederschap tot in de dood.

Toen pas snapte ik wat respect voor hem betekende. Toen pas snapte ik wat eer voor hem betekende

Wat het betekent als je ergens voor kunt staan. Wat het betekent als je ergens bij hoort. Wat het betekent als iemand anders voor je door het vuur wil gaan.

Waarom jij voor iemand anders door het vuur zou willen gaan.

Nederland kotst jongens als Mehmet uit.

Als wij Nederlanders, jongens als Mehmet konden respecteren om wie ze zijn. De moeite nemen om verder te kijken. In plaats van wegzetten, als tweederangs burger. Wat zou dat opleveren?

(Mehmet is een verzonnen naam. )

Bloggen is : Elkaars museum zijn

Ik was vandaag (dat is 3 april) in het Valkhof museum.

Een tentoonstelling over de vergeten 18e eeuw. “Uit de plooi”.

DSCN0205 

 

Waar ik meteen al blij van word is dat ik direct een heel bijzondere sfeer in stap.

Kijk nou eens hoe mooi.

Mooie belichting,.

Duidelijke panelen die een verhaal vertellen.

En zo stap ik levens van meer dan 200 jaar geleden in. 

Ik word er blij van als ik in een verhaal wordt meegenomen. Ik word ook heel hebberig van alle boeken in de museumwinkel. Want daar is meer te lezen. Over het ontstaan van ons huidig politieke systeem bijvoorbeeld.

Geschiedenis is voor mij levende verhalen.

Daarom houd ik ook zo van blogs.

Dat is geschiedenis van straks.

Schrijf.

Deel.

 

P.S.

Het zette mij aan het denken. Waardoor was deze tentoonstelling een mooie beleving? Zeker door de aankleding. Elke zaal zijn eigen sfeer. Elke zaal een eigen thema, ingeleid door een duidelijk informatiepaneel.

Dus toch lay out belangrijk? Toch een rode draad in mijn blog?

Bedankt

Iets dat ik zonder twitter, bloggen noot voor elkaar had gekregen, is gisteren echt van start gegaan.

Mijn kaartjes verkoop/reserveer pagina is online.

Er zijn al 17 plaatsen gereserveerd voor mijn theatervoorstelling.

Er is zelfs interesse uit Spanje en Istanbul 🙂

Wat geeft dat een vreselijk goed gevoel.

Dus dank je,  lieve mensen die dit mogelijk maakten.

En waardoor?

Door er in te geloven nog voor ik er zelf in geloofde.

Ik denk dat iedereen af en toe zo’n duwtje nodig heeft.

Als we de social media nou eens vooral daarvoor gebruiken. Dan is het zijn naam meer dan waard.

Als iedereen een blog heeft, leren we elkaar kennen.

Als we elkaar kennen, valt er niks meer te schelden.

Dan kunnen we elkaar inspireren, ontroeren, verrassen, onthutsen (mag ook), aanmoedigen.

Bloggen voor een betere wereld, begint met bloggen over jezelf.

Niet over je diensten,

niet over je mening

niet (alleen) over je kennis

niet over wat anderen fout doen

maar over jezelf.

Okee, en over hoe mooi die anderen zijn, dat ook.

Doen?

Juist als het níet uit komt. Dát is het moment.

Onze grootste zegen is tegelijk onze grootste vloek.

Onze gedachten.

We zij niet meer in staat om gewoon te genieten van het moment.

Nou, misschien lukt dat nog net een beetje. Als we niet te druk zijn om er over te tweeten, of er een foto van te nemen. (Waarvan we dan weer moeten beslissen of we dat op Instagram of toch op Flickr zetten).

Maar wat dacht je van gewoon even balen van het moment?

Dat wordt moeilijker he?

En alles daartussen in dan? Gewoon het moment zelf?  Zonder genieten, zonder balen. Gewoon zijn.

Dat is helemaal moeilijk.

Daar hebben we cursussen of boeken voor nodig. Daar maken we tijd voor in onze agenda. Dan geven we het een naam. “Het Moment”, of  “Nu”. Of we doen met Mindfulness. (zijn we toch weer lekker aan het doen)

Maar gewoon op een willekeurig moment?

Zonder hoofdletter.

Als het even niet uit komt.

Dat doen we niet. We kunnen het niet.

En toch is dat het enige echte moment.

JUIST als het niet uit komt.

Dat is denk ik de enige manier om echt de boel eens om te gooien. Uit de gevangenis te ontsnappen.

Want als je wacht tot de deur wordt open gezet (door een cursus of door een boek), dan kun je er donder op zeggen dat je naar een andere gevangenis wordt gebracht.

Ik heb het zelf net weer verpest.

Ik zat net zo lekker te balen omdat ik geen idee had voor een blogpost. Heb ik dat moment weer laten schieten.

 

waarom je wat vaker de tools overboord moet gooien

Niemand houdt van een auto DM op twitter.

En toch is inmiddels bijna alles geautomatiseerd.

Ik zit nu te zoeken naar online systemen om kaartjes te verkopen.

man, man.

Wat een hoop. En wat kunnen ze veel.

En alles is te fine-tunen. “Zodat ik mijn gasten een unieke belevenis kan geven.”

Jaja,

Nekharen.

Waarom?

Nou, omdat al die programma’s allerlei extra’s hebben. Ze kunnen allemaal gegevens van klanten gebruiken, op zo’n manier dat die klanten zich allemaal heel persoonlijk aangesproken voelen.

Het begon ooit met mailmerge. Weet je nog? Dat je vroeger allemaal van die nep-persoonlijk geadresseerde reclame kreeg? Met een nep-handtekening van de directeur eronder? (WoW! In elke brief kunnen we de naam van de klant zetten. En we kunnen in kleur printen, dus als we een plaatje van een handtekening in blauw printen, lijkt het net echt.)

Nou, inmiddels kan er dus heel veel meer.

Vandaar natuurlijk al die coockies.

“Om uw belevenis te optimaliseren.”

Mooi hoor.

Maar toch: Nekharen.

Ik ben een beetje dwars. Misschien wel om het dwars zijn zelf. Maar ik neem mijn nekharen altijd serieus. Ook al weet ik niet waarom ze overeind staan. Ook al kan ik het niet uitleggen, zelfs als ik het weet.

En ik ben niet alleen. In “Bloggen als een pro”, schreef @Elja1op1 er ook al over. Dat je moet oppassen met automatiseren, want ergens is een grens.

Ik probeer toch uit te leggen waar het mij om gaat.

Punt is dat al dat geautomatiseer er voor zorgt dat ik . . .

(laat ik het maar weer even bij mezelf houden)

. . . dat ik er zelf niet meer bij ben. Het gaat niet meer door mijn handen. En dan mis ik iets. Een beetje zoals het verleren om kaart te lezen, bij veelvuldig gebruik van een Tom Tom.

Dus gooi ik die mooie kaartjesverkoop plugin er maar weer uit.

Ik ben nu een lekker ouderwets formulier aan het maken om in tekenen. En dan ga ik al die mensen die een kaartje willen kopen in een spreadsheet zetten. En dan krijgt iedereen een handgeschreven kaartje. (Dat kost een euro aan postzegels. Maar die systemen zijn ook niet gratis)

Vreselijk ouderwets. Maar zo gaat wel iedereen “door mijn handen”. En ik denk dat dat uit maakt. Al kan ik niet benoemen wat dat uitmaken nu is.

Gaat dat lukken?

Ik heb straks op jaarbassis 5000 man/vrouw publiek nodig. Dat moet kunnen, 100 kaartjes per week schrijven. Ik ga er in ieder geval net zo lang mee door tot het echt niet meer kan.

Nu nog die 5000 publiek 🙂

#50 books vraag 12

@petepel vraagt welk dierenboek me bij is gebleven.

Vraag 12 van #50books

Dat is natuurlijk Watership Down. Of Waterschapsheuvel, zoals ik het in mijn jeugd las. Ik was 12 en las nog geen Engels.

Niet origineel, kijk maar bij Ruud. Kan ook niet anders, want dit was een must-read, destijds. Hoewel dit boek geheel zijn eigen plek geheel verdient, hoort het toch bij de vele boeken over queestes, die in navolging van Tolkien’s Lord of the Rings verschenen.

Ik heb het boek van mijn moeder. Zij kreeg het van haar klas, de opdracht en de namen staan nog voor in het boek.

DSCN0136

Toch heb ik iets zeer orgineels.

In Wageningen, waar ik studeerde opende een kleine boekwinkel voor tweede-hands boeken. Die heette “De Beschte“. (Het bestaat nog, zag ik).

En daar vond ik iets bijzonders. Een van de allereerste audioboeken.  Een box met 5 elpee’s.

DSCN0133

DSCN0134

Ingekort. maar toch nog steeds zo’n 200 minuten luisteren. 

Een mooie Engelse stem van Roy Dotrice, die zonder te overdrijven prachtige stemmen weet te geven aan de konijnen, en aan Kehaar, de meeuw.

Mijn geheugen werkt vreemd. De volgende zinnen kan ik nog zo horen:

The primroses were over. Towards the edge of the wood, where the ground became open, and sloped down to an old fence, only a few patches of pale yellow still showed. On the other side of the hedge, the upper part of the fields was full of rabbitholes. In places the grass was gone altogether, and everywhere were clusters of dry droppings. At the end of the slope ran a brook. The cart track crossed it by a brick culvert.

The field was dotted with rabbits. Here and there one sat upright on an antheap, ears erect, nose in the wind. But a blackbird singing in the outskirts of the wood, showed that there was nothing alarming. The warren was at peace.

(give or take a few mistakes)

Dit zit dus nog gewoon in mijn hoofd. Naar believen af te spelen. 

Is dat “bijgebleven” genoeg, Peter?