Jij hebt het gedaan

Er is iets vreemds aan de hand.

Ik weet nog niet wat het is, dus ik begin maar gewoon te schrijven. Dat heeft al eerder geholpen. (Heb ik afgekeken van Peter Pellenaar)

Ik merk nu voor het eerst dat ik loop te zoeken naar iets om over te bloggen. Dat las ik eerder op andere blogs, maar ik had daar zelf nooit zo’n last van. Toen ging ik me af vragen wat de oorzaak van was van die writersblock, en ik ben tot de conclusie gekomen dat jij de schuldige bent.     Verder lezen Jij hebt het gedaan

Blij

Eerst maar eens de voordelen van arm zijn:

Met stip op één:  Ik krijg niet de kans om mijn kinderen te verwennen. Ze zijn blij met wat er wel is: zelfgebakken haantjes met palmpasen bijvoorbeeld. Trots op zelfverdiende en zelf gespaarde laptops. Ze weten wat ze zelf kunnen. Kanjers, zijn het!

Genieten van alle mooie dingen in het leven. Zon is gratis, prachtige wolken zijn gratis. Wandelen kost niks. En een kopje koffie thuis in eigen tuin is net zo lekker als die op een terrasje.

We hebben nu 3 weken de NRC voor een tientje (of zo, af en toe iets geks doen kunnen we nog). Als ik die krant lees ben ik blij.

En als ik alle discussies lees, alle relativerende commentaren, voel ik me een blij mens. Blij dat ik met mijn 50e me nog ergens druk om kan maken. Blij dat ik denk dat ik de wereld iets beter kan maken, hoe lang het ook duurt, hoe klein het ook is.

Blij dat ik niet ingezakt ben, dat mijn leven nu nog steeds elke dag spannend is. En hoewel niet alle spanning leuk is, voel ik dat ik leef.

Blij dat ik een manier heb gevonden om mijn gedachten te lezen.

Blij dat ik mooie mensen vind waarvan ik de gedachten kan lezen.

Blij dat ik me nog steeds kan verbazen en verwonderen.

Blij dat ik er niet al ben, maar bezig ben er te komen. Als ik er ooit ben zal ik zeggen dat de reis leuker was.

Blij dat ik dingen achter me kan laten, op zoek naar nieuwe dingen.

Een leven zoals een leven moet zijn, eigenlijk.

 

En nog een laatste:

ga bloggen: dan wordt je rijk!  Weinig dingen die ik doe, geven mij meer voldoening dan bloggen.

schrik en verdriet

Het begint leuk, een hoortest voor mijn CI’s in het ziekenhuis Utrecht.

losse woordjes: 98%

zinnen: 100%

Maar dat is wel heel relatief. Een mevrouw op CD die heel rustige en goed articulerend woorden en zinnen zegt. Zonder enige ruis op de achtergrond. Dat zegt dus heel erg weinig voor horen in dagelijkse situaties. Toch leuk, zo’n score.

En dan de schrik. Het overkomt me een paar keer per jaar. En het blijft een klap die ik lichamelijk voel.

“Onvoldoende saldo”, zegt de parkeerautomaat. En ik was al bezig met de 2e rekening. Geld op. De 24e komt het salaris pas. Dat is drie weken overbruggen. Geld terugstorten van de spaarrekening, waar net weer een klein beetje op stond. Gelukkig stond er op één van beide pasjes nog iets op de chipknip.

Begin van het jaar teren we altijd nog een beetje op mijn 13e maand. Straks, in mei is er het vakantiegeld, in augustus iets terug van de belastingdienst, in september een verrekening van reiskosten. Dit blijft de moeilijke periode (de autobeurt moet nog betaald, en de oudste twee hebben hun verjaardagscadeau nog niet). Vorig jaar een kar vol met paasboodschappen in de supermarkt achter moeten laten.

Sacha, die ver was in een solliciatieprocedure heeft twee weken geleden gehoord dat ze toch anderen kiezen (opleiding + baan in de thuiszorg). Dus voorlopig geen aanvulling op mijn salaris. (Was écht leuk geweest, als die 1 april grap geen grap was)

Het soort zorgen waar ik buikpijn van krijg, een paar keer per jaar. We redden het. We redden het zo al jaren. Het is zelfs erger geweest. En het wordt ooit beter.

Maar de domper is nu zeer aanwezig. Het lukt dus ook niet om over iets anders te schrijven. Vandaar dit larmoyante stukje.

Kijken of we snel genoeg geld van de spaarrekening krijgen om de paasboodschappen te doen.

Maar nu dus gewoon even een dip. Energie weggezogen.

Wat blijft knagen is dat ik me er een beetje mislukt door voel. Verkeerde keuzes gemaakt ooit. Nooit echt iets met mijn talenten gedaan (en wat zijn die dan wel?). Want als ik het allemaal wel goed deed, zou zich dat toch ergens moeten terugbetalen. Toch?

Vanavond maar een heel hard meelezen met #blogpraat.

 

Geld verdienen met mijn blog

#Blogpraat behandelde dit laatst nog.

En nu ben ik afgelopen week benaderd.

Door Advanced Bionics, de fabrikant van mijn CI’s

Ik ben namelijk de eerste die in het onderzoek zit dat moet bewijzen dat 2 CI’s beter horen dan 1.

Ik zit nu aan het eind van de revalidatieperiode. Of ik wat belevenissen wil schrijven op mijn blog. Ik krijg zelfs een draadloze oplossing om naar podcasts te luisteren. Weg met die lastige draadjes. Of ik dat dan ook wil laten zien.

Ik ga geld verdienen met mijn blog. Niet te geloven! Ik heb het hard nodig.

Maar nu het probleem: Ik moet dan eigenlijk ook weghalen dat mijn muziek bagger klinkt. Dat hebben ze nog niet ontdekt. Ze hadden wel al die muziek gezien, en vonden het juist geweldig dat ik er over schreef, als CI-drager. Misschien moet ik niks zeggen, en het gewoon laten staan. Ik twijfel nog.

In ieder geval ga ik wel ja zeggen. Er hoeft niet eens een link op mijn blog. Alleen maar het merk noemen als ik over mijn CI’s schrijf. Dat is nog wel te doen. En ik heb het geld heel erg hard nodig. (€500,- per maand!)

 

 

 

elitair uit angst?

Iets heel persoonlijks dat ik ontdek in mijn gevecht tegen de windmolens.

Ik ben niet ongevoelig voor het gescheld en de ruwe taal op Geenstijl en aanverwanten. Het voelt onveilig voor mij.

“Gaat ie huilie hulie doen!”

Het brengt me terug. Want dat werd ooit al eerder geroepen.

Terug naar een onveilige kindertijd. Gepest worden. Niet overdreven erg, maar toch.

Mijn kleuterschool had een houten poort, tussen twee stenen pilaren. Op die pilaren zaten oudere kinderen. Die je door lieten, of niet. Mij was onduidelijk wat je moest doen om doorgelaten te worden. Ik heb het niet uitgeprobeerd. Ik wachtte tot er een groep door ging, en slipte dan ongemerkt mee.

Eerste jaren lagere school. Uitgescholden worden voor Voerbak. De minachting droop er van af. En die grotere jongens waren erg trots op hun vondst. Ik vond het nogal armzalig. Maar dat maakte me niet minder kwetsbaar.

Waarom? Vroeg ik me af. Een vraag die ik nog steeds niet beantwoord heb.

Hoe redde ik me?

Gedeist houden.  Mijn best doen. En dat maakte me een lievelingetje van de leraren, hoewel die op één uitzondering na, alleen maar mijn buitenkant zagen.

Ik voelde dat mijn goede cijfers, het braverik zijn, mij tot pispaal maakten. Ik behoorde tot het etablissement. Reden genoeg om mij te wantrouwen.

Eenzelfde soort afstand voel ik nu bij de Geenstijl roepers. Ik ben voor hen een moralfag. De braverik die bij het etablissement hoort. Bij voorbaat te wantrouwen.

Wat doe ik zelf om die afstand te scheppen? Wat is mijn hedendaagse equivalent van goede cijfers halen en braaf zijn?

Ik denk dat ik daar niet eens wat voor hoef te doen. Het is misschien wie ik ben.

Onze cultuur trekt de braverikken voor. Dat begint al op school. En we houden het in stand. Als je niet met die beschaafde cultuur mee wil, tel je niet mee. Zou dat het zijn? Heb ik stiekum toch minachting voor ‘dat klootjesvolk, dat maar wat roept’? En is het mijn oerangst die me dat ingeeft?

Een soort Morlocks tegen de Eloi?

Ben ik een elitaire Eloi?

Is de hele politieke bovenlaag een soort Eloi? En voeden wij daarmee de Morlocks niet zelf?

interview met Geenstijl

Ik: U bent schrijver en moderator van Geenstijl?

GS: Ja, hoezo?

Ik: Mag ik u een paar vragen stellen?

GS: Dat hangt er van af.

Ik: Het gaat over mijn reactie en jullie ban. Ik ben daar heel nieuwsgierig naar.

GS: Oh, ben jij dat. Nee dus. Geen zin in.

Ik: Alsjeblieft?

GS: Nou vooruit dan, maar alleen omdat je mij verzonnen hebt en dit een fictief interview is. Ik heb je niet weggejorist omdat ik zo graag met je wilde praten.

Ik: Bedankt. Ik ben nieuwsgierig naar de reden waarom ik weggejorist ben en opgerot, dat zijn toch jullie termen voor verwijderen en bannen?    Verder lezen interview met Geenstijl

#Wot 13: Opzet

Mooi! Was ik net van plan om over te schrijven.

Mijn titel was: Pretenties.

Het gaat over mijn opzet om wat te doen aan het discussie klimaat in Nederland. Heb ik veel over geschreven. Ik heb er een categorie van gemaakt: dialoog.

Tot nu toe lukt dat nog niet erg.

Dan kan ik kiezen: stoppen of doorgaan. Twee Oud-Nederlandse gezegdes spelen door mijn hoofd, en vechten met elkaar.

De volhouder wint.

Hoogmoed komt voor den val.    Verder lezen #Wot 13: Opzet

niks mag vanzelf spreken

Scherpe woorden.

Tussen twee vrienden. Over scherpe woorden op twitter.

Als je het hoe en wat wil weten.  klik dan hier: HOE  WAT  (of andersom)

Ik riep een tijdje terug dat roepen niet meer mag op internet.

In mijn reactie ben ik mild over die scherpe woorden. Dat roept de vraag op wanneer roepen dan wel mag. Alleen als het mijn mening is? Nee, zo simpel is het niet.

Roepen mag van mij, onder twee voorwaarden:    Verder lezen niks mag vanzelf spreken

Voerman sr.

Ik mocht de opening doen van “Voermans Paradijs”.  Dat was een overzichtstentoonstelling van ter gelegenheid van zijn 150e geboortejaar, in het Voerman museum in Hattem.

Ik heb de volgende toespraak gehouden:

Voermans Paradijs.

Voordat ik mijn verhaal begin wil ik u graag een schilderij laten zien dat bij mij thuis boven de bank hangt. Een schilderij waar ik veel plezier van heb.
Als deze tentoonstelling Voermans paradijs is, dan laat dit schilderij “THE MAKING OF.. “ zien:
bootjesindelucht (1)

Dit schilderij is een studie .
Het is in het veld gemaakt. De studie werd in het atelier gebruikt om het schilderij te maken.
Voerman had de horizon al geschilderd toen hij twee bootjes zag die hij wilde vastleggen. Dat kon best in de luchtpartij omdat hij de wolken in zijn schilderijen toch uit zijn hoofd schilderde.

“Die wolken zijn in werkelijkheid nooit zo, zo ben ik van binnen.”

bloeiendestad (1)

“Bloeiende stad”

Wereldvreemd

Jan Voerman liep waarschijnlijk als jongen al met zijn hoofd in de wolken. Met zijn gedachten ergens anders. In een wereld die mooier is dan de werkelijkheid. Zo opgaand in zijn belevingswereld dat hij, letterlijk in het vuur van zijn spel,  één van de antieke scheepsmodellen van de familie Tholen in de brand had stak. Hij mocht voor staf niet meer bij de Tholens thuiskomen. Hij heeft ook eens per ongeluk een aantal antieke borden van de schoorsteenmantel gestoten. Zijn oom Aalt heeft toen direct nieuwe borden bij een antiquair gehaald en alles in orde gebracht zodat er niets aan de hand leek.

Jan is ook tot drie keer toe de sloot in gegooid door jongens uit zijn klas. Een buitenbeentje, zo één waarvan de leraar gezegd zou kunnen hebben: “Ik weet niet wat ik aan hem heb: De ene keer maakt hij een zeer scherpzinnige opmerking, de andere keer weet hij niet eens waar het over gaat.” Tegenwoordig zou hij misschien getest zijn op ADHD, ADD , hoogbegaafdheid, NLD of PPDNOS of welke categorieën we nu hebben om kinderen te beschrijven die niet helemaal in de pas kunnen lopen.

Als hij geen reddende engelen had, zoals oom Aalt (en natuurlijk de ouders van Jan Voerman, die zo verstandig waren hun zoon het kunstenaarspad te laten bewandelen) zou hij misschien een zonderlinge boer zijn geworden die zo aardig kon tekenen.

Inspirators

Een andere reddende engel is de leraar Belmer geweest, die “leven blies in de muffe boel” (de school van de jongens), zoals vriend Willem Bastiaan Tholen later zou schrijven. Voerman heeft het mede dankzij deze mensen voor elkaar gekregen om het paradijs in zijn hoofd gestalte te geven.

Ik geloof dat Anna Verkade ook een engel is geweest voor Jan Voerman. De schilder die steeds met zijn schilderijen in zijn hoofd liep en niet zo’n gezellige echtgenoot geweest moet zijn. Anna heeft ook in hem geloofd en heeft zijn sociale kant voor haar rekening genomen. Dat het huis van Voerman zo’n fijne plek was waar velen graag over de vloer kwamen is denk ik vooral aan haar te danken.

Over dat geloof, dat vertrouwen wil ik wat dieper ingaan. Want aan dat geloof hebben we dus dit stukje paradijs te danken.

Vertrouwen schenken

Dat vertrouwen, dat geloof, is niet zo voor de hand liggend. Iemand gaat een andere kant op dan wat iedereen tot dan toe gedaan heeft en de eerste neiging is om te zeggen: “Hé, je gaat verkeerd. Deze kant op!”

Het paradijs dat we nu mee kunnen beleven in deze tentoonstelling is mogelijk doordat er mensen waren die in Voerman geloofden, nog voordat Voerman daar zelf in geloofde. Oom Aalt liet met kaartspelen de kleine Voerman in de kaart kijken en vroeg hem om raad. Vervolgens speelde hij ook echt volgens de aanwijzingen van Jan. En uiteindelijk heeft oom Aalt het financieel mogelijk gemaakt dat Jan Voerman naar de kunstacademie kon gaan.

Geloven in iemand is ook: zien wat anderen niet zien, of nóg niet zien.

Volgens mij ligt daar een belangrijke taak van het Voermanmuseum. Naast het bewaren en tonen van de geschiedenis, meewerken aan de toekomst door jonge kunstenaars een kans te geven. Ik ben ook trots dat er een museum bestaat, waar ik in naam aan verbonden ben. Ik wil van deze gelegnheid ook gebruik maken om de medewerkers van dit museum te bedanken. Ik wens ze toe dat zij vaak zullen zien wat anderen nog niet hebben gezien.

Zoals Oom Aalt heeft het gezien heeft. Zoals Belmer, en Anna Verkade hebben het gezien hebben.

Het paradijs is er wel, maar je moet het kunnen zien. Je moet kunnen zien wat anderen niet of nóg niet zien.

Zo kon Voerman laten zien wat niemand anders zag. “Die wolken zijn in werkelijkheid nooit zo, zo ben ik van binnen.” En vervolgens laat Voerman het ons zien. Die schilderijen laten ons meekijken, en zo zien wij het ook. De wereld is veel mooier dan hij is. Laten we zo Voermans paradijs gaan bekijken.

 

P.S.

 

Dit is het verhaal dat ik vertelde