hink stap sprong 7

aanloop

Ik verstond hem niet, maar begreep hem heel goed, de Franse groenteboer die kwaad naar buiten kwam omdat ik aan de perziken voelde.

Als kind móest ik voelen. Het “kijken doe je met je ogen” vond ik op zijn hoogst een halve waarheid. Perziken vragen er om, zeg nou zelf.

En wilde kastanjes. Of waren het tamme? ik weet het nooit zeker, want het voelt verkeerd om: tamme kastanjes bijten, de wilde niet. Zo glimmend en glad. Neem er twee en laat ze door je handen glijden. Geen Chinese massagekogels nodig.

Van de tamme kastanjes moet je de binnenkant van de schil hebben. Als je durft. Zo vijandig als de buitenkant is, zo zacht als fluweel, die binnenkant.

 

Hink

En nu kan ik het. Voelen met mijn ogen. Textuur zien. 

Nu de zon zakt wordt veel van wat voelbaar is, ook zichtbaar. Het lage licht strijkt er overheen. Een weiland, een veld, een stenen muur, een beeld.

 

 

 

 

 

 

 

stap

Muziek kan ook textuur hebben. Rafelige randjes, ruw.

De stem van Peter Hammil.

 

De gitaar van Neil Young

 

 

sprong

Muziek.

Dit weekend voor het sinds lange tijd weer live muziek gehoord.

En het was mooi.

Diepte, textuur. Hoorbaar.

Ik heb de lucht geaaid.

Ik heb de muziek geraakt, en de muziek heeft mij geraakt.

Hink stap sprong 6

aanloop

Mierzoet.

Maar mooi. Ik ben meer McCartney dan Lennon. Hoewel ik altijd liever meer Lennon wilde zijn. Dat is stoerder. 

Nou, dan maar niet stoer.

Dit is lang niet McCartney’s mooiste. 

Maar wel geschikt als voorbeeld van de zoetigheid die ik bij tijd en wijle heerlijk vindt.

Paul legt een tapijt van muziek neer, waarop ik me zacht kan neervlijen. Ik zak er zelfs in weg.

Muziek waar je tegen aan kunt leunen. Een melodielijn die je als een veilig paadje met voorspelbare kronkeltjes, brengt waar je wil zijn.

 

hink

Zo zacht als de onderkant van de blaadjes van vrouwenmantel.

 

 

Als je heel goed kijkt zie je de haartjes.

Jammer dat er geen douw op zit. Dan is het een plaatje, vrouwenmantel.

 

stap

Plaatje, Verkadeplaatjes. Mijn opa: Jan Voerman jr. De zoon van de wolkenschilder.

In plaats van grootse wolken zocht hij het in het kleine.

 

 

Voorkant van Verkadealbum Herfst.

 

En dit schilderij heb ik zelf:

 

 

Deze kreeg ik op een familiefeest. We mochten allemaal een schilderij kiezen. Ik koos nu juist niet voor het zoete, (bloemen) maar voor het kwetsbare. De onrijpe hazelnoten, en de herfstbladeren.

De tekst achterop zegt:

Onrijpe hazelnoten. Nog juist gered voor de eekhoorns die ze in dit stadium al schoonafzoeken en ze niet rijp laten worden.

 

 

 

sprong

Ik heb mijn grootvader niet heel goed gekend.

Ik kan me wel heel goed zijn atelier herinneren. Een prachtige, heilige plek. Met mooi licht, bijzondere geuren. 

 

 

 

 

Een plek waar de tijd stil staat. Alle wervel van de wereld verstomt. Waar alleen schoonheid en weten is. Jammer dat ik altijd maar heel even mocht kijken, en niks aan mocht raken.

Ik had daar eindeloze zondagen in door kunnen brengen.

Wegdromen in verstilde schoonheid, zoals wegzakken in een tapijt van muziek.

 

 


Hink stap sprong 5

aanloop . . .

Het lijkt nog volop zomer, als ik deze aflevering schrijf. Zelfs de buien doen zomers aan.

En toch.

Ik heb de eerste mist al geproefd, de frisheid in de lucht al een keer gevoeld.

Ik loop altijd op de seizoenen vooruit, de herfst heeft al bezit van me genomen.

Herfst is vreemd. Er staat van alles in de startblokken. Shoolseizoen, nieuwe boeken, potloden en agenda’s, nieuw TV seizoen, nieuwe mode. En tegelijkertijd is herfst het begin van het einde. De laatste scene voor de winter valt.

Herfst is bos voor mij.

Aarde.

Oergeuren.

Eikelmannetjes maken. Ik zie de prachtige kleurenprenten van Paulus weer voor me:

 

 

En herfst is Tonke Dragt.  Naast Paul Biegel is zij mijn favoriete kinderboekenschrijver. Veel van haar verhalen spelen zich af in bossen. Maar de herfst zelf behoort aan de zevensprong.

(illustratie is een tekening van Tonke zelf.  van zevensprong.net een site helemaal gewijd aan boek en TV-serie)

Door mijn moeder voorgelezen. Aan mijn kinderen voorgelezen. En als student, vanuit nostalgische redenen gevolgd op de TV. Met Erik Engerd als koetsier.

Dit boek zit in mijn poriën, als ik door herfst-bossen loop. Alle wegen die ik bewandel zijn wegen die ooit op de zevensprong zullen uitkomen.

Herfst en bos, en het kind in mij.

 

hink ….

Wie er ook in dat bos wonen zijn Pooh, Piglet en Eyoor.

Ook al vrienden uit een ver verleden.

En oh wat had ik de pest in, toen eerst Disney er mee vandoor ging, en vervolgens een of andere idioot die er TAO mee ging uitleggen. Míjn Pooh. Mijn soort humor. Mijn jeugd. Pooh-stokjes spelen: stok in het water gooien, en kijken welke als eerste onder de brug door komt.

 

Mijn manier van tegen de wereld aan kijken, te grabbel gegooid in een managementboek.

Ik zal niet zo bezitterig doen. Ik mag nog blij zijn dat Tim Burton er met zijn poten afgebleven is.

“Winnie the Pooh” en “The House at Pooh corner”  zijn even bijzonder als “Alice in Wonderland”, maar veel prettiger van sfeer.

Karaktervaste personages om van te houden.

Impulsieve Tigger klimt in een boom en durft er niet meer uit. Vanaf de grond is hij niet goed te herkennen, en Pooh bedenkt dat het wel eens een Jagular kan zijn. Piglet heeft als kleine bangerd niet veel meer nodig om direct bezorgd te raken.

 

“What do Jagulars do?”, asked Piglet, hoping that they wouldn’t.

 

Wie daar dicht bij in de buurt komt , bij die sfeer, bij die humor, is Hannah Kraan met haar verhalen van de boze Heks.

boze heks

Ik lees het terug en denk nu: “Ach wat! Dicht in de buurt? Ze zijn er al!”

Hannah Kraan en Annemarie van Haeringen. Net zo’n sterk koppel als Milne en Sheppard.

 

Ook hier die plezierige sfeer van een nooit eindigende herfstmiddag.

Ook hier mooi geschreven, prachtige tekeningen, en personages om van te houden.

Boeken om in te wonen, zoals je ook in een mooie herfstdag veilig weg kunt kruipen.

 

 stap . . .

 

Die tekeningen van Annemarie van Haeringen zijn prachtig.

Nog eentje, kinderboekenweekgeschenk:

Ik hou van de kleuren. Annemarie van Haeringen durft, zeggen ze. Dat kan ik niet helemaal controleren, want ik ben een klein beetje kleurenblind. Dat gedurfde is voor mij dus gewoon lekker duidelijk.

Ik houd ook van het ‘slordige’.  Dat niet precies binnen de lijntjes kleuren. Die combinatie van tekenen en schilderen.

En bij Annemarie komt daar nog iets bij.

Kijk eens naar de tekening hierboven. Die is al bijna het hele verhaal. Die twee lijven zeggen alles.

 

 

 

sprong . . .

 

Sprekende lijven.

Daar zijn er meer van . In films en TV series.

Eerst de meest voor de hand liggende.   Uit de tijd van de ‘stomme film’ natuurlijk.

 

En nu even graven in mijn geheugen, naar karakters die met hun lijf uit konden drukken wie ze waren.

 

Archie en Edith Bunker in “All in the family”

 

En nog een acteur in een macho rol.  Niet overdreven geacteerd, maar toch voor mij onmiskenbaar qua lichaamshouding.

Officer Renko uit Hill Street Blues

 

Nog een met een zeer karakteristieke houding.

      

Columbo

 

Het zijn wel oude klassiekers die ik hier laat zien.

Zou ik in mijn eigen herfst zijn aangeland?

 

 

 

 

 

 

 

Hink stap sprong 4, a perfect world

Neem mijn hand.

Ik neem je mee deze aflevering  in, zodat je niet verdwaalt.

Want al heeft deze hink stap sprong een thema, er wordt op twee benen gehinkt, en een zijsprong gemaakt.

Laten we voorzichtig beginnen met de aanloop.

 

AANLOOP

 

 

The Nits, de elpee WORK, het nummer Hobbyland.

 

My world
There’s no love lost between
Me and this old great big world
That will never change
So I made my own one
In my own time true to scale
In my own house
My world
Little shops and little houses
Tiny trains that always run on time
Little men and little ladies
Everyone there is a friend of mine
My world
In my own time
In my own house

 

Dit is het thema. De miniatuurwereld waar alles klopt. Zo veilig als je eigen huis. Houd dat vast.

HINK

Hobbyland is een Droste liedje. Misschien niet expres, maar het is het wel.

afbeelding van wikipedia

De muziek zelf geeft mij het veilige gevoel waar de ‘ik’ in de tekst naar op zoek is. Nits muziek is ‘cleane’ muziek. Een beetje bedacht. Elk klankje zit op de goede plek.

Kortom een verwijzing naar zichzelf.

Escher doet dat ook:

Uit een site van de Universiteit van Leiden

Dit boek laat zien wat Escher deelt met de wiskundige Gödel en de componist Bach. Dat droste effect pas daar in.

Sterker nog. Een van de hoofdstukken van dat boek IS een Droste effect.

Hofstadter beschrijft dat Bach midden in een muziekstuk van toonsoort verandert. Dat roept een spanning op, die weer wordt ingelost als het stuk afsluit in de oorspronkelijke toonsoort. Dat voelt dan als thuiskomen. (let op! ik raak hier aan het thema).

Bach doet nóg iets bijzonders. Er is een muziekstuk waarin hij meerdere keren van toonsoort veranderd, en dan een gemene grap uit haalt: De laatste stap terug zet hij niet.  Dat heb je als toehoorder niet door, omdat je de tel kwijt bent, maar je blijft zitten met het gevoel ‘nog niet thuis te zijn’.

Hofstadter illustreert dit in het hoofstuk zelf door de twee hoofdpersonen van zijn dialoog steeds een niveau dieper het verhaal in te brengen. Naar een schilderij –  in een verhaal – in een verhaal. En ook Hofstadter vergeet expres een stap terug te doen.

Gödel, Escher Bach, geeft mij ook een gevoel van veiligheid. Hier is iemand die de materie beheerst. Ik kan mee aan zijn hand deze wonderlijke wereld betreden.

Ik heb dit idee trouwens zelf schaamteloos gejat voor dit verhaal. Schaamteloos, omdat de kracht van mijn verhaal niet allen maar in die ‘truuk’ zit. (lees het straks, het is de moeite waard, beloofd).

 

En dat allemaal al heel lang voordat Inception gemaakt werd.

 

STAP

Opnieuw. Ons uitgangspunt was hobbyland van de Nits.

Ik hield vroeger enorm van mijn Faller huisjes:

   

Ze bestaan nog. De plaatjes komen van een website die ze online verkoopt. (geen affiliate link!)

Daar had ik exact hetzelfde gevoel bij als de tekst van hobbyland beschrijft. Weten dat het niet echt is, en toch me veilig weten in de nep. Wat die nep weer heel echt maakt. Want liever echt nep, dan gemaakt authentiek.

SPRONG

Wat me bij blijft is de kleur groen van het nep-gras dat daar bij hoorde. (nee ik had geen spoorbaan). Die kleur kom ik weer tegen als ik door Nederland rijd in de auto. Vooral in de lente en herfst, als de zon lager staat, zijn de weilanden de weilanden van mijn huisjes.

Nóg een plaats waar ik het tegen kom. De bergen. Hoog boven op een top staan, en de flanken van de bergen in de diepte zien. Datzelfde gevoel van overzichtelijkheid. Dat pad daar ga ik wandelen. Ik kan het helemaal overzien. Het past tussen mijn duim en wijsvinger.

2012-07-07 16.06.52

 

 

Faller huisjes in de diepte.

 

Ben je er nog? Fijn. Laatste sprong, en dan landen we:

 

Ook mijn sprong dreigt twee kanten op te gaan.

Die landschappen die bij mij zo binnen komen ga ik vangen in musea.

Voor een schilderij staan en mij één voelen met de schilder die gezien heeft wat ik zie is ook thuiskomen.

En vooral dat licht.

 

Die impressionisten vind ik het mooist.  En die schilderen juist níet precies. Vreemd.

Toch blijf ik een zwak houden voor dat neppe, dat perfecte, dat precieze.

Ik kwam dit tegen op internet. En dat is op een heel andere manier mooi.

Dit is van een schilder die achtergronden maakte voor Disney films.

van deze site, lees hier meer

 

Deze twee schilderstijlen staan voor mij voor de spanning tussen echt en nep. Tussen wat er is en wat ik er van maak.

Die spanning moet er blijven.

Die spanning is wat mij drijft, vermoed ik.

Dat is waar ik nu land. Terwijl ik dit schrijf. Jij bent life getuige van een ontdekking.

Echt en nep zijn geen vijanden van elkaar.

“Er iets moois van maken”  kan een vorm zijn van: “laten zijn wat er is”.

Iets gemaakts, als een ode aan het echte.

Aan die ode ontleent al het gemaakte zijn echtheid.

 

 

Hier staan de andere hink-stap-sprongen

hink stap sprong 3. quotes and more

aanloop

“What a pity that Bilbo didn’t kill that creature.”

“Pity, it was indeed”

Lord of the Rings. Gandalf en Frodo hebben het over Gollum. Deze tekst uit het boek zit letterlijk in de film. en meer teksten, zoals deze:

Fool of a Took, throw yourself in next Time!

Ik genoot daar van toen ik de film zag. Kennelijk zaten er veel fragmenten van het boek letterlijk in mijn hoofd.

Dat hoofd heb ik van mijn vader, die te pas en te onpas teksten kon citeren.

Ik heb een vreemd geheugen dat vol zit met schijnbaar nutteloze zaken. Schijnbaar, want ik geniet er van, en hoe nuttig is dat?  (retorische vraag, dat)

And like the baseless fabric of this vision,

the cloud capped towers, the gorgeous palaces

The solemn temples, the great globe itself—

Yea, all which it inherit—shall dissolve,

And like this insubstantial pageant faded,

Leave not a rack behind. We are such stuff

As dreams are made on, and our little life

Is rounded with a sleep

 

– uit: The Tempest, Sheakespeare

 

Ik heb het opgezocht. Op een paar foutjes na, wist ik het nog. Dit soort dingen zitten in mijn hoofd. Omdat ik ze schitterend vind. Soms vanwege de betekenis. Altijd vanwege de vorm.

Echo’s, die me bijblijven.

 

Niet alles is even hoogdravend

 

Te Noordwijk zwom een nat konijn 

temidden van een school tonijn

“Tja”, sprak het beest,

“Dat tomt ervan,

als je de ta niet zeggen tan.” 

 

– Trijntje Fop (Kees Stip)

 

Druk niet op de verkeerde knop,

ik zeg zo het oeuvre van Jaap Fischer op. 

Waar las ik nu ook weer dat iemand vond dat we meer gedichten uit ons hoofd moesten leren?

Ben ik voor. (alleen als je er lol in hebt , hoor)

De leraar Grieks van mijn dochter geeft een punt kado voor elke leerling die het gedicht “PI”, van Drs. P uit zijn hoofd kan opzeggen. Er is op die school inmiddels een select gezelschap (het PI-genootschap) van leerlingen die dit kunnen. Geen sinceure, want het is lang!

 

 

Hink

 

Naast mijn privé quotes zijn er natuurlijk ook veel beroemde quotes. Vooral in films. Zo beroemd dat ze weer in andere films gebruikt worden.

 


Casablanca zit er vol mee

Here’s looking at you kid

Play it again Sam

 

BEEP!  die laatste is fout. Het is een titel van de een film van Woordy Allan, en natuurlijk een verwijzing naar Casablanca, maar Ingrid Bergman zegt dit niet letterlijk.

 

 We’ll always have Paris

Round up the usual suspects

Die laatste is ook al goed voor een filmtitel.

Een film die zelf weer flink geciteerd is:

“The greatest trick of the devil is to make people believe he doesn’t exist.” 

– Keyzer Zose 

 

Leuk als films elkaar citeren. Vooral als je het herkent. Daar zit natuurlijk ook een stukje culturele op-de-borst-klopperij tussen: “Ik ken mijn klassieken.”

Op het blog van Marcel van Driel, waarin hij zijn geworstel met het vragen om geld voor zijn nieuwe project beschrijft, schoot mij direct een quote binnen.

You had me at hello

En pas toen ik die tweette, realiseerde ik me dat die andere beroemde quote uit de film ook heel toepasselijk was:

Show me the money!

 

Pleziertjes in mijn hoofd, die ik sinds twitter met anderen kan delen.

 

 

Stap

Gedichten en boeken hebben ook beroemde zinnen.

Ik kan de A2 van den Bosch naar Utrecht niet rijden zonder: 

 Ik ging naar Bommel om de brug te zien

En toen ik in Amsterdam zo maar opeens door de Sarphatistraat liep, dacht ik aan de Nits. 

(Ik verklap de associatie niet. Google maar, als je zin hebt.)

Die Nits doen dat heel veel: verwijzing naar kunst, literatuur, architectuur. (zie hier voor meer voorbeelden) 



 

Domweg gelukkig in de dapperstraat is ook de titel van een gedichtenbundel die het snapt. 

Gedichten zijn daarin niet alleen terug te vinden op de titel, maar ook op de eerste zin. En zelfs op een zin midden in het gedicht, als dat de bekendste is.

Zo kun je “Het Huwelijk” van Willem Elschot terugvinden door te zoeken op:

maar tussen droom en daad

staan wetten in de weg, en praktische bezwaren

 

Mijn prive mooiste openingszin van een boek, is die van Koolhaas’ “Vanwege een tere huid”:

Alle ramen van het huis van de eerste geliefde hebben de eigenschap, dat zij zelf er onverhoeds voor kan verschijnen.

 

Sprong

Maar niet alleen beginzinnen van boeken blijven hangen.

Ik wil jullie laten genieten van een schrijver die van kinds af aan al bij me is.

Paul Biegel.

Als kind genoot ik van zijn boeken waarin verschillende verhaallijnen op een bijzondere manier samen komen. Als grootste voorbeelden hiervan, De tuinen van Dorr, en de Twaalf rovers.

Als vader genoot ik van de taal. Geen enkele schrijver leest zo lekker voor als Biegel. Zijn taal zingt.

Voorbeeld uit Nachtverhaal.

Een huiskabouter die erg op orde en regelmaat gesteld is raakt van slag als een Fee op bezoek komt. De huiskabouter vergeet zelfs zijn rondes te doen door het huis waar hij voor zorgt. Hij probeert niet aan de Fee te denken.

Maar dat hielp niet. Want niet aan de fee is evenveel fee als wel aan de fee.

De fee is op zoek naar de dood, iets dat zij als sprookjesfiguur niet kent. Ingegeven door een ontmoeting met een stervende Hommel. Die haar vertelt dat ondanks de dood alles doorgaat, vanwege de nakomelingen.

Ik ben de hele tijd bij de hommel blijven zitten wachten.  Op de nakomelingen. Maar er kwamen er geen.

Nee, zei de kabouter, wiedes niet. Zo werkt dat niet.

“en ik vroeg het de anderen in mijn Rijk wat het was: de dood en de nakomelingen, maar ze lachten en sprongen en dansten en jansten en niemand kon het wat schelen. Maar ik dacht: het heeft natuurlijk te maken met wat we niet hebben, en ik wou ook dood.”

“Psa!”, zei de kabouter.

“En ik wou nakomelingen.”

“Welja”, riep de kabouter. “In de verkeerde volgorde ook nog.”

 

Wat een geluk dat ik vier kinderen heb. Wat heb ik veel kunnen voorlezen.

Vooral van Biegel.

Want bijna niemand schrijft zo mooi.

Neem nou Rowling.

Eén keer geprobeerd, Potter. Ik kwam er niet doorheen, voorlezend dan. Dus die hebben ze lekker zelf gelezen. Want spannend waren ze wel.

Nog een keer zingende zinnen. Omdat het zo mooi is.

De rode prinses. Gevangen gehouden door rovers, die nog al wat moeite hebben om haar naar bed te krijgen.

 

“Nee”, antwoorde de Rode Prinses. “Wij wensen nog niet te slapen. Wij wensen een lied.” Ze klonk als de Koningin, en de rovers zongen . .

en nog is het niet goed want..

“Nee”, antwoordde ze, “nu wensen wij een verhaal”. Het klonk als de koning zelf en de rovers vertelden

en nog wil ze niet naar bed

” Nee”, zei de Rode Prinses. “Wij wensen nog een stuk Weense taart met slagroom.” Het klonk als een verwend kind en de rovers zeiden dat er geen sprake was van een Weense taart, en ook niet van Parijse, en helemaal niet van slagroom, en dat als ze nu niet onMIDdellijk naar bed ging – Het klonk als drie koningen en de Rode Prinses stoof de trap op.

 

Hier staan de andere Hink-stap-sprongen 

Hink, stap, sprong 2

een associatief blog over kunst

aanloop

         

 

Strips. 

Ik verslond ze. 

Via de PEP. Maar ook de albums zelf.

Helemaal van de wereld, was ik, als ik een strip las.

Trouwer aan mijn strips dan n’importe quelle soapfan.

De Franse dan. Met de superhelden uit de Amerikaanse comics had ik niks.

De lijst is te groot om op te noemen.

Een paar dan, strips die ik nu nog steeds mooi vind:

Blueberry  Stoere western, met sympathie voor de indianen, dances with wolves avant la lettre

Bernard Prince    Die Hard achtige actie, ook al avant la lettre (Waarom ze hem in de PeP Rob Palland noemden, is mij nog steeds een raadsel, bang dat het te veel op Prins Bernhard leek?)

Ravian  heel bijzonder voor die tijd: een vrouwelijke side-kick die uit groeit tot heldin, en meer actie-scenes krijgt dan  de mannelijke titelheld. Sociale thema’s verpakt in SF.

Jonathan    Sfeervol, boedhistische thema’s met een romantische held in de Hymalaya

Jermiah      Een na-de-3e-wereldoorlog strip (ja: ook al eerder dan Mad Max)

 

 

Die laatse twee krijgen een eervolle vermelding. Want vernieuwend. Weinig tekstballonnen, en filmisch getekend.

vergelijk maar eens: Dit is  show, don’t tell:

 

(de hele tekst had hier eigenlijk weg gekund)

Hoe anders dan al dat uitleggen in Blake and Mortimer: 

Blake-and-Mortimer-Gondwana1-540x485

 

De serieuze strip is mijn strip, of het moeten gag-strips zijn, zoals Guus Flater, Olivier Blunder, of een geniale mix zoals Agent 327 . Maar Suske en Wiskes kunnen me gestolen worden.

Hink

Als we naar Frankrijk/stripland op vakantie gingen kregen mijn broers en ik de nieuwste Asterix, of Lucky Luke.  De scenario’s waren vaak (heel losjes) gebaseerd op gebeurtenissen uit de geschiedenis. Mijn moeder, anti-strip maar tevens geschiedenislerares, was verkocht. 

Maar er werd niet alleen geflirt met geschiedenis. In de “Premiejager”, van Lucky Luke treed Lee van Cleef op. Uit de films van Sergio Leone.

 

     

 

De spaghetti westerns. Jongenshart klopt sneller.  Ik heb er veel in de bioscoop gezien. En dat is waar je ze moet zien.  Close-ups van verweerde koppen, groeven in het gezicht zo groot als canyons. 

 

wilde woeste landschappen:

 

Film zoals film moet zijn. Groots en meeslepend. Toen mannen nog helden mochten zijn, met stoere one-liners.

When you’re gonna shoot, shoot! Don’t talk.

Cheyennne:  Judas was satisfied with only 30 dollars. 
Harmonica:  They didn’t have dollars in those days.
Cheyenne:  But sons of biches, yeah. 

How can you trust a  man that wears both a belt and suspenders?

Ik ga niet ingewikkeld doen over beeld taal, maar de volgende scene blijft me bij:

Claudia Cardinale wacht tevergeefs op haar man die haar van de trein zou halen. De camera volgt haar als ze het perronwachtershuis binnen loopt, maar blijft vanaf de buitenkant door de ramen kijken. We horen niks van het gesprek, maar zien genoeg om te raden wat er gezegd wordt. Claudia loopt door de andere (over)kant van het gebouwtje naar buiten. De camera wordt over het gebouw getild, en we zien Claudia het stadje in lopen. Eenzaam temidden van alle bedrijvigheid om haar heen. Muziek zwelt aan.

Stap

Een hele kleine stap. Want de muziek van Ennio Morricone is onlosmakelijk verbonden met de film. Wie had de elpee niet in huis?

 

Mijn ouders hadden de elpee al voordat we de film hadden gezien.  De film zelf gaf dus pas de geheimen van de muziek prijs. Elke hoofdrolspeler had zijn eigen thema. Het thema (fluitje) van Cheyenne wordt onderbroken als hij sterft. En ook de harmonica heeft een belangrijke rol. Wow!

 

Sprong

En nu een grote sprong. Muziek en film. En grote stoere helden. 

Ik zag in die tijd ook Jesus Christ superstar op het grote doek. En die Jesus en ook Judas waren voor mij even grote helden.

Ik kende de bijbel amper, was niet gelovig opgevoed, maar hier stond een hoop op het spel. Dat voelde ik, zonder ook maar iets van het verhaal te snappen.

Mooiste scene? Die waarin Jesus tegen Judas zegt: You’ll be lost and sorry when I’m gone. Beiden houden van elkaar, en beseffen dan al dat ze op een bijzondere manier met elkaar verbonden zijn.  De handen laten elkaar langzaam los. 

Hier wordt iets geshowed wat niet te vertellen valt:

hier staan alle hink-stap-sprongen

hink-stap-sprong

Tweede-hands schoonheid.

Zo noem ik het . . .

. . . als iemand mij warm kan maken voor muziek, een film, een boek, of wat dan ook.

Ik geniet bijna nog meer van het genieten van die ander, dan van het aangeprezene zelf.

Dat aangeprezene wordt er wel mooier door, krijgt een extra lading. Alsof ik door een persoonlijke gids wordt rondgeleid door een heel bijzonder museum.

En nu matig ik mij zelf die rol van gids aan.

Welkom in mijn associatieve museum. 100% gestolen content hier, in de vorm van links, dus dat valt dan weer mee.  (links openen in een ander tablad, [aan de rechterkant, vreemd genoeg], dus je kunt de draad blijven volgen, als je tenminste de draad kunt blijven volgen.)

Wees voorbereid op rare hink-stap-sprongen.

Goede reis.

Het begint bij deze clip:

 

 

Het Droste effect. Want het gevoel van de hoofdpersoon uit dit verhaal is precies het gevoel dat ik krijg bij het zien van de clip.

You’re like my yo-yo, that glowed in the dark. Made it special, made it dangerous. So I burried it. And forgot.

Nieuwsgierig, was ik naar dit verhaal. Speciaal, bijzonder. Vergeten.

Pas jaren later besef ik dat ik het allemaal via internet kan nazoeken, en ontdek ik dat het waar gebeurd is.

Gebaseerd op “Book of Dreams” dat Peter Reich schreef over zijn vader Wilhelm, de bijzondere uitvinder.

 

aanloop . .

Dat brengt mij op het spoor van het mystieke, waar ik stiekum erg geïnteresseerd in ben. Met reserves. Want er zijn grenzen die ik niet over wil. Grenzen die Wilhelm naar mijn idee wel over ging.

Maar als de mannen in pakken aan komen zetten, weet ik wel aan welke kant ik sta.

Want ergens geloof ik in de dingen waar ik niet in geloof, en dat wordt alleen maar sterker als het niet mag.

 

hink

Terug naar de clip. Want er is nog een reden waarom ik die geweldig vind.

Donald Sutherland.

Ik zag hem ooit in Novecento, en ik haatte hem. Hij speelde een man die Atilla werd genoemd, facist van de ergste soort.

(klik hier als je een scene wil zien)

Daarna zag ik hem in Don’t look now , en ik had met hem te doen. Een schat van een man die zijn dochter verliest.

(klik hier als je het begin van die film wil zien)

Een acteur die dit beide kan. Knap!

Ik vind hem goed in elke film.  Sterker nog, ik vind elke film goed, als hij er maar in speelt.

 

stap

Wat het is?

Die lach van hem, die zowel gemeen, als heel kwetsbaar kan zijn. Die zachte stem van hem, die dreigend of ontwapenend kan zijn.

Ik houd van die man.

Vooral als hij een vader of mentor speelt.

Ja je mag even psychologiseren. Ik had zo’n vader die alles wist en alles kon. Heerlijk, om als kind op terug te kunnen vallen. Gelukkig was mijn vader ook meer (en minder) dan dat beeld dat ik toen van hem had.

Is het dat hij Engels is? 

Of is het de rol die hij speelt?

Of beide?

Want ik ben ook dol op deze twee mannen, in dat soort rollen:

Sean Connery in Highlander

Anthony Hopkins in Zorro

 

sprong

Die laatste kan dat trouwens ook: twee uitersten spelen. Hannibal en Hearts of Atlantis.

Hearts of Atlantis is van Stephen King. Een schrijver waar ik van houd.

Nee het zijn geen griezelboeken die hij schrijft. (nou ja, een beetje dan). Stephen King is op zijn best als hij over vriendschappen schrijft.

Naast Hearts of Atlantis zijn dat o.a.: The Body (verflimd als “Stand by me“), It, en Dreamcatcher.

Ze hebben allemaal die zelfde sfeer: Jaren 50. Kinderen in de leeftijd tussen knikkeren en de eerste sigaret.

Vriendschap door dik en dun, een bijzondere band.

Buiten spelen, in een wereld met eigen regels.

Bullies trotseren.

De eerste verliefdheid, de eerste kus.

De grens: meisje als kameraad, of als vriendinnetje. 

Die griezelen zijn slechts een decor voor wat Stephen King te zeggen heeft over die bijzondere periode in je jeugd.

Natuurlijk valt er van alles op af te dingen. Maar het zijn boeken én films waar ik vanwege bovenstaand lijstje van houd.

 

We zijn geland. Kom maar uit de zandbak.

Ik hoop dat het gelukt is. Dat er in ieder geval iets tussen zit dat je nu met andere ogen bekijkt.

Daar was het mij om te doen.

Bedankt, als je me helemaal tot hier gevolgd bent. 

 

en nu jij!

Zelfs het concept is gejat.

Ik heb gewoon zomergastje zitten spelen.

Jij mag mijn jatwerk dus weer jatten.

Wanneer zie ik jouw assosicaties tegemoet?

Zet even een link in de reacties, dan kom ik in jouw museum kijken. 

stralend ongenaakbaar en somber zacht

Twee keer Frankrijk:

 

zuid

 

 


Grotere kaart weergeven

Zon die prikt op je huid.

Diepdonkere schaduwen.

Droog.

Rots.

Planten die worstelen om te overleven.

Hier ben ik gast.

Voorbijganger.

Een bad in de warmte, maar dan er weer uit.

Een omgeving  die mij zegt: “zie maar dat je het met me uit houdt”.

Hier zou ik niet kunnen aarden.

Te stralend ongenaakbaar.

 

midden

 


Grotere kaart weergeven

Deze flanken kan ik aaien.

Wolken de die de ronde toppen kussen.

Blik op oneindige verten.

Licht en schaduw spelen tikkertje op de bergen.

Minder stralend, somber soms.

Maar een omgeving die mij zegt :”Welkom, bewandel mijn paden en de wereld is met jou”.

Hier zou ik eindeloos kunnen wandelen.

 

vertrouwd en toch zo nieuw, vakantiegevoel nieuwe stijl

Lang geleden dat ik dat deed: een Vakantie in Frankrijk.

De platanen staan nog op hun plek en werpen hun schaduwen nog steeds over petanque spelende Franse oudjes.

De flesjes Orangina zijn weer rond.

De menukaarten nog steeds een raadsel

en oja, zo knapperig moet een stokbrood zijn.

 

Nieuw is dat:

je nu ook buiten Bretagne overal crêpes ziet,

de groen-verlichte kruizen van de apothekers met elkaar wedijveren om de origineelste lichtshow,

alles een stuk schoner en opgeruimder lijkt.

 

Nieuw is ook dat mijn vakantiegevoel niet meer zo overrompelend is.

Dat is een goed teken. Vroeger kwam ik terug met het “dit is pas leven” idee. En dat ik dat in Nederland koste wat het kost, vol moest houden.

Nu is het gewoon een heerlijke beleving die over gaat in andere heerlijke belevingen.

Lekker voelt dat.

 

en dan toch even ouderwets plakboekje spelen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

leven in een schilderij

Via twitter had ik een gesprek met een lotgenote. Ook laat doof.

Beiden ervaren we dat we meer genieten van wat we allemaal zien. We zoeken de kunst op en worden net zo geraakt als we vroeger door muziek geraakt konden worden.

Ik ontdek dat schoonheid overal is. Hoe meer ik om me heen kijk hoe meer ik zie.

Overweldigend soms. Ik zou het vast willen leggen: fotograferen, schilderen, beschrijven. Maar dat wat echt mooi is laat zich niet vangen. Ik zuig het in en verbeeld me dat die schoonheid nu onderdeel van mij is. Dat het voor altijd bij me blijft. Ik verbeeld mij dat en dus is het zo.

Toch even wat foto’s om te late zien hoe mooi Nederland is. Zomaar gemaakt op 5 minuten van mijn voordeur. Ik ben een gelukkig mens.