ojee, een idee

Ik had het me zo voorgenomen. Geen maffe ideeën meer.

Ik had namelijk net een heleboel ideeën over de schutting gegooid. Ze bleven me aankijken: “doe iets met mij”. Het enige dat het me opleverde was schuldgevoel, en machteloosheid.

Ik zou er maar 2 over houden. Dansweekend en boek schrijven. Dansweekend gaat waarschijnlijk door. Boek ben ik aan het herschrijven, planning: oktober alles herschreven. Netjes, Jacob Jan! Daarom mag ik intussen van mezelf lekker aan mijn blog werken, en daar dingetjes uitproberen.

Maar de nieuwe ideeën blijven komen. Ik roep heel dapper: “Kom volgend jaar maar terug”.  Maar soms hebben ze al een voet tussen de deur. Zo onverwacht komen ze.

Neem nou deze:

Voortgekomen uit nadenken over iets dat een dove klant aan me vertelde:

Verhalen vertellen door en voor dove ouderen.

Zoals al mijn ideeën is dit een samenraapsel van dingen die ik tegenkom. Ik ben ooit ouderenbezoeker geweest bij stichting ouderen en levensvragen. De bedoeling was dat ouderen hun verhaal kwijt konden. Individueel, maar ook in groepen. Ik vond dat geweldig.      Het mes snijdt aan twee kanten. Er komen prachtige verhalen uit voor de jongere generatie, en ouderen bloeien op als ze hun verhaal kwijt kunnen. (Kan ik me wat bij voorstellen, wat doe ik anders met mijn blog?)

Zou het niet fantastisch zijn om dove ouderen hun levensverhaal te laten vertellen? In gebarentaal!  Lijkt me mooi zo’n verhaal in gebarentaal te zien. Misschien opnemen en dan ondertitelen, zodat een grotere groep er wat aan heeft. Of live in groepen.

Hoe zet ik dit zo op dat ik hier ook nog een aantal doven klanten een baan mee kan bezorgen? Want dat is dat is het 3-zijdig snijdend mes in dit plan.

Geen idee, hoe ik dit aan pak. Neerleggen bij mijn werkgever heeft geen zin als ik er niet een verdienmodel bij weet te verzinnen.

Als iemand ideeën heeft hoor ik het graag.

De toren 1

Dit verhaal heb ik lang geleden bedacht voor een vertelfestival. Ik volgde toen een vertelcursus.  Ik heb dit verhaal destijds een aantal keren voor verschillend publiek verteld. Ik heb nooit meer dan een paar steekwoorden op papier gezet, het verhaal zit in mijn hoofd. Tijd om het op ‘papier’ te zetten.

“Nu ben ik zelf geschiedenis”, dacht de geschiedenisleraar bij zijn pensionering, “al zal niemand het waard vinden ook maar een letter aan me te wijden”.

Hij zat thuis in zijn werkkamer met een doos voor zich. In die doos zat de inhoud van zijn kast. Hij was één van de laatste leraren geweest met nog een eigen lokaal, en bijbehorende kast. Hij had bij het opruimen alles ongezien in de doos geschoven, en nu pas had hij tijd om te kijken naar de wat hij al die jaren had verzameld. Als een archeoloog groef hij in zijn verleden.

Een envelop met een bobbel trok zijn aandacht. Hij had dat briefpapier lang niet gezien. Helemaal in het begin van zijn loopbaan had hij dat trots laten drukken: drs. Bouwma, historicus. Een opwelling. Hij had het papier en de enveloppen niet eens durven gebruiken. Voor de leerlingen was hij gewoon Bouwma geweest. Geen meneer, laat staan drs.

In de enveloppe vond hij een oude sleutel. Het duurde even voor hij die herkende. En toen kon hij zich niet meer voorstellen dat hij hem vergeten was. Al die jaren, achterin zijn kast, onaangeraakt.

Bouwma bleef heel lang zitten met die sleutel in zijn hand. Toen liep hij naar beneden, trok zijn jas aan en ging de deur uit. Hij had zijn fiets al van het slot toen hij bedacht dat hij makkelijk kon lopen, zo ver was het niet.

Een half uur later stond hij voor de toren. Hij was de heuvel al opgelopen en stond op de versleten stoep. Vlak voor de deuren die nog nooit open waren geweest. Dat wist hij, het was een van de raadselen van de toren. Hij wist alles wat er te weten viel over deze toren. En dat was niet veel. De toren was ouder dan de stad zelf, en niemand wist waartoe hij ooit gediend had. Verdedigingswerk? Uitkijktoren? Ten behoeve van wat, of wie? Zijn afstudeerscriptie had vol theorieën gestaan, die allen als onwaarschijnlijk waren bestempeld.

En nu stond hij hier. Klaar om de enige theorie uit te proberen die hij niet had opgenomen in zijn scriptie. Zelfs met niemand ooit gedeeld. Een theorie die langzaam uit zijn hoofd verdwenen was. Nee, niet verdwenen, besefte hij. Een onzichtbare, onnoembare aanwezigheid in zijn hoofd was het geweest. Dat gevoel dat je iets vergeten bent, maar niet meer weet wat.

Hij keek naar de sleutel in zijn hand. Hij keek naar de deuren die nog het originele beslag hadden. Het sleutelgat was de goede maat. Had hij dat niet al ooit eerder geconstateerd?

Hij keek nog één keer omhoog. Naar de zeven ramen van de toren. Hij schrok. Zag hij achter dat onderste raam iets bewegen? Nee, hij had het zich vast verbeeld. Hij stapte naar voren, stak de sleutel in het sleutelgat, en draaide hem om.


Hier staat het vervolg

doe het wel, én niet alleen

Ontdekking:

Als ik van alles op een rij aan het zetten ben voor mezelf. Met mijn hoofd, met mijn hart. Dan wil ik daar even niemand bij hebben. Geen advies van buitenaf. Het is al moeilijk genoeg om mijn eigen stem te horen. Mijn stem die me zegt wat bij me hoort. Kiezen voor mezelf. Geen inmenging op zo’n moment. Geen goedbedoelde adviezen.

Dus deel ik niet. Ik houd het bij mezelf. En dat is goed, want zo kom ik mezelf op het spoor.

Maar dan. Dan ga ik conlusies verbinden aan wat ik ontdekt heb. Knopen doorhakken. Want ik moet durven, stappen zettten.     Verder lezen doe het wel, én niet alleen

.. en ze is nog steeds enthousiast en impulsief :-)

DSCN3039

En een oud gedicht over oudste dochter. Gemaakt toen ze 5 was (1998). De foto hierboven is van 23-12-2013)

 

Als Teske klimt
en Teske valt
staat ze snel weer op
ze klimt opnieuw
en valt opnieuw
ze heeft een harde kop

zij gelooft niet dat elk gevolg
meestal een oorzaak heeft
alsof Teske de wereld steeds opnieuw beleefd

ze moet nog zo veel leren
de wereld is nog nieuw voor haar
ze is zich niet bewust van een gevaar

en als ik zeg dat mag je niet
ik waarschuw voor het laatst
ze doet het toch
en word ik boos
dan is ze heel verbaasd
zij gelooft niet in regels
dus ook niet in regelmaat
gisteren is morgen
’s morgenvroeg is ’s avonds laat

ze moet nog zo veel leren
de wereld is nog nieuw voor haar
ze is zich niet bewust van een gevaar

en daarom doet ze dingen
die ze anders niet zou doen
zij laat zich niet dwingen
niet door regels of fatsoen

verwachting en verwondering
staan op haar gezicht
ik gun het haar zo dat zij voor elk wonder zwicht

zij stoot nog heus
heel vaak haar neus
dat nemen wij voor lief

want bij alle lessen die ze krijgt
hoop ik dat zij zichzelf blijft

zo enthousiast
en misschien wat impulsief.

dit is geschreven als lied. op deze melodie:

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=CRZdMq2ZF88&w=420&h=315]

#Wot 16. Troost

Soms vind ik troost helemaal vanzelf, in kleine dingen.

Vandaag is mijn troost dat het me gelukt is een noodoplossing te bedenken voor onze douche. Als het lukt (straks nog even verder klussen, ik laat het weten), kunnen we weer douchen. En dat is een hele troost.

Teruggereden uit Gouda van een vergadering, en prachtige wolken zien onderweg is ook troost.

Morgen heb ik ook mijn auto weer terug. Ook fijn.

Dat het allemaal duur is. En dat we nu een hele nieuwe badkamer moeten (stond al op het lijstje maar geen geld voor), is minder. Maar gek genoeg heb ik daar geen last van. Misschien ben ik wel een beetje bipolair maar ik voel me goed.

Ik raak nu een aantal lezers kwijt want dit wordt erg zweverig, maar ik laat die geldzorgen over aan het universum. Ze gaan opgelost worden. Ik laat mijn verantwoordelijkheid daarvoor niet los, maar de zorgen wel. Het gaat goed komen. Er gaat komen wat er gaat komen. Ik zie wel. En ik kan het aan. Want ik voel troost. Zomaar. Alsof dat universum zelf me even een hand op de schouder heeft gelegd. Universum = God, trouwens (voor mij dan), en heel reëel.

Dat ik het straks anders kan voelen maakt voor nu lekker niks uit.

Straks zal ik hieronder nog een foto plaatsen van de tijdelijk oplossing. Erg knullig en houtje-touwtje, maar als het werkt kunnen we douchen, en daar ben ik trots op. Yes !

Zo ordinair issie:

Wat je ziet is een verhoogd tegelvloertje met een doucheputje. Rechts daarnaast de wand van het bad (met gat). De nieuwe afvoer past niet op het buisje dat onder de verhoogde tegelvloer doorloopt (en daar uit komt op het putje, uitvinding van vorige bewoners die een bad plaatsten in een badkamer die daar eigenlijk te klein voor is). Dat putje hadden wij afgesloten. Daar stond een kast op. Oplossing: kast weg. Putje weer open. De buis die bedoeld is voor de overloop van het bad aansluiten op de reguliere afvoer, en zomaar uit het gat laten steken . Water loopt weg in putje. Overloop van bad dichtplakken. Ha! En daar dan trots op zijn. Dat is pas knap! Wat zal ik lekker douchen morgen.

Ik ga deze pagina bewaren onder favorieten. Als ik dan een keer een baalmoment heb, ga ik hem weer lezen. En me herinneren hoe simpel het kan zijn om troost te vinden.