geen net-werk-bijeenkomsten maar: helemaal-zijn-bijeenkomsten

Twee hele dagen offline.

Van alles doen zonder woorden. Gewoon genieten.

Van de workshop bodypercussion en het optreden.

Met elkaar communiceren in een heel andere taal:

 

 

 

Şiki Şiki Şiki Şiki

Şak Şak Şak Şak

Taka taka taka taka

Bum Bum

Een ritme dat je voelt, zodat je niet meer hoeft te tellen, je lijf neemt het over.

Een ritme dat je deelt.

Lekker simpel, puur plezier.

Ik ben super verlegen. En hier sta ik. Mee te doen met wildvreemden, voor een groot publiek.

Contact.

Twee dagen lang geen behoefte aan twitter, even geen woorden voor een blog.

Vanavond (einde tweede pinksterdag) was ik weer even online. En ik las dit artikel. Over netwerkbijeenkomsten en elevator pitches. Bijeenkomsten waar ik niks mee kan. Niet alleen omdat ik slecht hoor.

Wat een wereld van verschil met wat ik dit weekend mee maakte.

Dat gevoel van instant verbinding wat ik op de workshop met Kekeça kreeg, kan natuurlijk ook op een netwerkbijeenkomst.

Maar dan wel een netwerkbijeenkomst nieuwe stijl. Die ga ik ontwerpen.

Niet een bijeenkomst waar het net is alsof je aan het werk moet, maar een bijeenkomst waar je helemaal kunt zijn. Zoals je bent, mét al je twijfels, maar ook met al je plezier (want dat heb ik te vaak verstopt, jij ook?)

veel zeggen met een klap

Waarom communiceren wij?

Om informatie over te dragen.

hm. ja.  okee.

Maar meer nog om contact te maken.

En dat kan zonder woorden. En zelfs veel effectiever, ontdekte ik vandaag.

Ik doe deze Pinksteren mee aan een workshop body percussion gegeven door Kekeça

 

Zonder woorden. maar wel met een taal.

 

Vandaag heb ik die taal geleerd.

 

Met een paar simpele basis ritmes zijn we gaan spelen.

En dat spel is pure communicatie.

Contact.  Reageren op de aanwezigheid van de ander.

Eenheid in verscheidenheid, ritmes die uit elkaar lopen en weer bij elkaar komen met één klap.

Plezier. Genieten van wat je samen maakt.

Hier en nu.

Vandaag leerde ik de taal, morgen ga ik daar mee aan de slag.

En, niet onbelangrijk bij het communiceren: fouten mogen.

Als je wil mag je komen kijken. We treden om 18.30 op in park Brakkestein, Nijmegen.

ambassadeurs gezocht

Als je slechter hoort communiceer je anders.

Je hebt meer tijd nodig.

Als het je lukt om anderen te vertragen in de communicatie levert dat een heleboel mooie dingen op.

Tijd is ruimte.

Meer ruimte voor jezelf.

Meer ruimte voor de ander.

En dat is heel hard nodig.

Want je zelf mogen zijn is het allergrootste cadeau dat ik me voor kan stellen.

Slechthorenden hebben dus het vermogen om dat allergrootste cadeau te schenken.

Elk moment. Omdat ze altijd slecht horen. Zij dragen de noodzaak om anders te communiceren altijd bij zich.

Slechthorenden zijn dus ambassadeurs voor zorgvuldig communiceren.

Oproep aan slechthorenden: Wordt ambassadeur.

Pas je niet aan aan die snelle wereld, maar vertraag je gesprekspartners.

Ze zullen de winst gaan ervaren, als je maar durft!

Anders blijft het bij loos gelul

wat heb je aan dit artikel?

Ik blog iedere dag.

Voor mij en prachtige manier om mijn eigen gedachten te lezen. Er vormen zich prachtige gedachten op die manier. Over het leven, over mezelf.

Maar wat heb jij als lezer daar nou aan?

Dat ga ik vertellen.

Want  het blijft niet bij abstracte gedachten. Die gedachten veranderen mijn gedrag. Ik wil laten zien hoe. Misschien herken je iets.

Waarom blog ik eigenlijk?

Want dat is waarom ik blog. Ik wil dat mensen meer zichzelf kunnen zijn (heel egoïstisch: dan is het voor mij makkelijker om ook mezelf te kunnen zijn). Daarom blog ik over de dingen die we niet graag benoemen. Onze onzekerheden, en hoe we daar mee om gaan.

Dus ik hoop dat je iets herkent. En dat het je helpt minder te oordelen over jezelf. Want ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat dat oordeel dat we over ons zelf hebben, onze contacten een beetje in de weg zitten. Bij mij is dat zo. En bloggen helpt mij die drempels te slechten, en ik zou willen dat het niet alleen mijn drempels weg neemt.

Wat gebeurde er?

Gisteren las ik een commentaar dat mij in de verdediging deed schieten. En het was niet eens commentaar op mijn eigen blog.

Kitty schreef als reactie op een blog van Elja. Over iedere dag bloggen. “Liever 1 goede dan 7 matige.”

“Oh, dus al die blogs van mij zijn dus matig!”, dacht ik direct. Gelukkig dacht ik ook: “Stel je niet aan Jacob Jan”

Na een nachtje slapen is zo’n opmerking helemaal gerelativeerd.

Lezen van Elja’s artikel over de relativiteit van kwaliteit helpt ook.

Mezelf lucht geven . . .

Goh, makkelijk. Lekker weg relativeren. Er bestaat geen absolute waarheid. Het gaat niet over mij.

Dat geeft lucht. Afstand. Zonder afgewezen te voelen kan ik alles ook beter bekijken.

. . . en van daaruit weer het contact zoeken.

En dan ontdek ik iets.

Als ik relativeer, zoom ik als het ware uit. Maar als ik dat te ver uit zoom, verlies ik ook het contact.

Ik wil dus weer terug. Inzoomen.

Want Kitty zei iets over kwaliteit. Vanuit haar visie. Haar vakgebied zelfs. Dan kan ik wel zeggen dat ik andere maatstaven hanteer, maar dan praten we langs elkaar heen.

Ik kan ook vragen naar haar maatstaven. Daar kan ik namelijk van leren.

Nu wordt ik positief geprikkeld door haar opmerking. Afstand nemen nam de angel weg. Nu ik op deze manier terug kom  blijft de angel weg.

Ik ben benieuwd wat ik van haar kan leren. Hoe kan de kwaliteit van mij blogs beter? En waar bestaat die kwaliteit uit? Daar eerst maar eens naar vragen.

Dan kan ik altijd nog kijken wat ik daar mee doe. In het licht van mijn doel:

Mensen dichter bij elkaar brengen. Dingen benoemen die ongezegd blijven, die voor afstand zorgen. Waardoor mensen niet zichzelf zijn. en ik dus ook niet mezelf kan zijn. (Ik zei het al, mijn doel is egoïstisch.)

Ik heb er alleen maar wat aan, als jij er ook wat aan hebt. Dat is de reden dat ik dit blog beter wil maken, en meer lezers wil trekken.

Want dit blog is alleen voor mezelf als het ook voor jou is.

Wat vandaag gebeurde was een concrete toepassing van dat waar ik eerder over schreef. Voor mij werkt het. Ik hoop ook voor jou.

Die abstracte gedachten over inzoomen en uitzoomen staan hier.

De laatste deur

Stel je eens voor.

Eindeloos ver in de toekomst,  de mensheid heeft het eindelijk voor elkaar.

Oorlog en hongersnood, woorden uit een ver verleden, abstracte begrippen, met hele oude en vooral onvoorstelbare beelden (de beelden zijn nog zonder reuk en tast, sommige zelfs tweedimensionaal).

Wat een ontwikkeling heeft de mensheid doorgemaakt, op humanitair gebied alles in orde, de wetenschap heeft op alles een antwoord.

Geen geheimen meer. Alles ontdekt wat er te ontdekken viel.

Alleen de gezamenlijke godsdiensten (die al jarenlang gebroederlijk optrekken) weten het:

Er is nog één onbekende factor.

Wat was er voor de oerknal?

Dat is de laatste vraag die de mensheid nog bezig houdt.

Op al het andere is een antwoord. Iedereen is gelukkig.  Mensen zijn zo zeer naar elkaar toe gegroeid dat ze ervaringen via hun gedachten met elkaar kunnen delen.  Daarmee zijn de laatste conflicten de wereld uit.

En dan komt het moment dat de mensheid een manier heeft gevonden om een antwoord op te krijgen op die laatste vraag.

De laatste deur zal open gaan, en de mensheid zal in contact komen met zijn schepper.

Als de deur eindelijk gevonden is, zijn er nog even wat problemen. Hij is beveiligd met een code. Hackers bestaan niet, want er zijn al jaren geen geheimen meer. Maar als de wetenschappers zich de juiste “mindset” heeft eigen gemaakt, is ook dat verhlopen.

Er wordt een vertegenwoordiger gekozen. De hele mensheid is telepatisch met hem verbonden voor deze gelegenheid.

Hij opent de deur.

Wat hij ziet is voor iedereen net even anders, want de enige manier waarop wij de schepper  kunnen zien is via onze eigen beelden.

Zo maar één van die beelden:

Morgan Freeman zit in zijn mooie witte pak in een spierwit kantoor achter een groot spierwit bureau.

Verschrikt kijkt hij op.

“Hoe… hoe.. heb je deze deur geopend?”

De mensheid, bij monde van zijn vertegenwoordiger legt alles uit. Trots vertelt hij wat er bereikt is. Hoe perfect alles draait. Of de schepper niet trots is op zijn mensen, vraagt hij.

De schepper heeft dit alles aangehoord en brengt zijn handen naar zijn haar. Dan zakt hij voorover. Zijn ellebogen op het bureau. Zijn hoofd verborgen in zin handen. Een zacht “neee” klinkt.

Dan lijkt hij zicht te vermannen. Hij komt langzaam overeind en haalt diep adem.

“Het is mijn eigen schuld”, zegt hij tegen zichzelf.

Alsof hij zich dan pas weer bewust is van het feit dat de mensheid voor zijn bureau staat, kijkt hij op.

“Ik heb het verlangen ernaar in jullie gezaaid. Maar het was nooit de bedoeling dat jullie dit echt zouden bereiken.”

Hij ziet de verwarde blik van de mensheid (en een beetje gekwetste trots misschien?), en hij beseft dat hij iets uit te leggen heeft.

“Jullie hebben alles perfect voor elkaar”

De mensheid knikt heftig ja.

“Het lijkt wel hemel op aarde.”

De mensheid knikt nog iets heftiger.

De schepper laat even een stilte vallen en schreeuwt dan:

“Maar ik had al een hemel! Ik wilde een aarde! Snap dat dan! Nu zit ik met twee hemels! Wat is daar het nut van? Wat valt er nog te ontdekken? Hè? Vertel me dat eens!”

De mensheid is nu helemaal van haar stuk, en kan geen woord meer uitbrengen.

“Snap je dan niet dat ik nu weer helemaal overnieuw kan beginnen?”, zegt de schepper iets rustiger.

De schepper staat op, loopt om zijn bureau heen, pakt de mensheid bij zijn kraag en duwt hem richting deur.

“Jij gaat terug. Ontdekken, voelen, proeven, spelen, fouten maken. En waag het niet meer om door deze deur te komen. Er zijn andere deuren genoeg.”

Hij duwt de mensheid terug door de deur.

Hij staat nog even met de deur in zijn hand. Hoofdschuddend kijkt hij naar de wereld.

Dan slaat hij de deur met een oerknal dicht.

hulp bij onbeholpenheid

Die daar!

Zie je hem staan?

Dat ben ik, die zo boos kijkt. Die boze blik heb ik als ik nadenk. Maar ook als ik onzeker ben.

Deze foto is gemaakt in november.

Dit is mijn beginpunt. Die onbeholpen man.

De vraag die ik wil beantwoorden is:

Wat heeft die man nodig om los te komen?

Het heeft namelijk niet alleen met slechter horen te maken. Met een stel goede oren had ik daar misschien net zo gestaan.

1. Meer zelfvertrouwen. Prima doe ik, ben ik mee bezig, groeit

maar ook:

2. Omstandigheden, ik kan natuurlijk ook op weg geholpen worden . . .

Ik ben op zoek naar 2.

want ik ben niet de enige die hier moeite mee heeft.

Ik ben op zoek naar speelse werkvormen die de contacten versoepelen.

Ik heb het argument: “daar zitten de mensen niet op te wachten” als gehoord. Dat argument is voor tenminste één persoon niet waar.

En voor de anderen: dan krijgen ze iets onverwachts, mooi toch?

Vanmorgen in mijn mailbox. Iemand die tegen hetzelfde probleem aan loopt.

(Nou ja, iets anders, ze is niet verlegen, maar intussen wel veel te slechthorend om nog iets te kunnen op een borrel)

We gaan samen puzzelen. Je hoort nog wat daar uit komt.

Want weet je, heel veel van die onbeholpen mensen zijn eigenlijk heel leuk en creatief als ze de kans krijgen.

Daar gaat het om, mensen die kans geven!

een echte levensles heeft meerdere lagen

Echte levenlessen, thema’s komen terug. Op een dieper niveau.

(daar schreef ik hier ook al over, blogthema’s komen kennelijk ook terug)

Vandaag kwam deze weer langs:

Doe wat je denkt wat je kunt doen, niet wat je denkt wat je moet doen.

Dat was aan het begin van mijn carrière als trainer (begin 90’er jaren). Een opmerking van een ervaren co-trainer, mijn mentor in die tijd. Het maakte me los. Een wereld ging open.

En nu hoor ik die stem weer in mijn hoofd.

Hoe kwam dat, waarom was die nodig?

Nou, gewoon. Ik schreef gisteren wat ik allemaal van plan was. Vanmorgen las ik dat nog even na.

Goh.

Dat was nog al wat, zeg.

“dat moet je nu wel waar maken makker!”  fluisterde een stemmetje.

En meteen kon ik aan de slag. Iemand vroeg advies.

“nu wel allemaal zinnige dingen gaan roepen”.

Gelukkig ontdekte ik dat dat de “doen-wat-je-denkt-dag-je-moet-doen” gedachte was.

En gelukkig dat ik in mijn stuk van gisteren het woord spelen heb gebruikt.

Ik hoef niks te bewijzen. Ik moet gewoon doen wat ik kan. Ik heb dus opgeschreven wat ik weet, wat ik denk en wat ik vermoed, en ook een beetje wat ik voel.

Heel erg benieuwd of de vraagsteller er wat aan heeft, dat wel.

Maar ook als dat niet zo is: Ik ben stappen aan het zetten. Dingen aan het ontdekken. Aan het spelen.

Dat is wat ik kan: niets meer, maar zeker ook niet minder.

En een nieuwe les:

Dit heeft het in ieder geval opgeleverd:

De angst en de doe-maar-normaal-dan-doe-je-gek-genoeg ligt vlak om de hoek.

De wens om alles weer volgens oude patronen te laten verlopen ligt vlak om de hoek.

Blijvende waakzaamheid is nodig.

Nog een keer: wat ben ik blij met dat woord spelen.

Zolang ik speel, blijf ik ontdekken.

Zolang ik speel heb ik vertrouwen.

Ik vertaal dus het waakzaam zijn in spelen.

Als ik speel blijf ik weg uit de angst. Als ik speel trek ik mensen weg uit de angst. Als ik speel schep ik omstandigheden waarin mensen écht gehoord en gezien worden.

Wow een heerlijke ontdekking.

de toon zetten

Het is mijn missie om omstandigheden te scheppen waarin mensen écht gehoord en gezien worden.

Uitgeschreven precies een week geleden. En eigenlijk gaan al mijn berichten van de afgelopen week daar over . . . .
en misschien ook wel alle berichten daarvoor.

Het wordt helderder.

Wat ik NIET doe:

Ik ben niet degene die mensen helpt om zichzelf te zijn. Ik ben geen coach. Ik wil geen coach zijn. Er zijn genoeg anderen die dat heel goed doen.

Ik wil wel slechthorenden de weg wijzen. De eerste stap laten zien. Dat past ook mooi met het beroep dat ik nu uitoefen: loopbaanbegeleider voor doven en slechthorenden.

Ik heb inmiddels contact met andere slechthorende professionals om samen te werken. Daar zitten goede coaches tussen, voor de vervolgstappen. Dat wordt iets moois. Let maar op.

. . . ik wil geen coach zijn, ik wil spelen. . . .

Wat doe ik dan wel, behalve wijzen op die eerste stap?

Wat ik WEL doe:

Ik ga iets aan de omstandigheden doen. Ik ga de setting veranderen. In zeer brede zin.

Andere manieren van communiceren zoeken.

Overal waar mensen bij elkaar komen wil ik alternatieven aanreiken voor de communicatie.

Alternatieven die er voor zorgen dat:

  • het schild dat mensen meenemen, bij de deur kan worden afgegeven;
  • de interne criticus, je weet wel: die op je schouder zit en je akelige woordjes influistert, uitgedrukt wordt tussen de peuken in het zand in de asbak bij de deur;
  • de vraag: “mag ik er wel zijn zoals ik ben?”, bij de eerste stap over de drempel, met een groot “JA!” beantwoord is;
  • er zoveel wederzijds respect is dat de nietszeggende praatjes niet meer nodig zijn om de boel aan de gang te houden.

Weet ik hoe dat moet?

Ik heb een paar ideeën. Ik ga spelen, uitproberen verfijnen. Liefst met anderen samen. Dus als je zin hebt hoor ik dat graag.

Wat ik NOG MEER doe:

Waar het om gaat is een klimaat van respect. Respect is het respectabele woord voor liefde. (Omdat liefde voor sommige mensen te zweverig klinkt).

Wat ik nog meer doe is werken aan klimaatverandering:

Meer respect, meer liefde, meer openheid.

HOE?

Door een voorbeeld te geven. Door blijvend mezelf te zijn. Hier op dit blog.

Dingen zeggen die te vaak ongezegd blijven. Niet uit protest, maar uit mededogen.

Daar waar ik de neiging heb om dingen van mezelf te verstoppen, ze juist te laten zien. Ook met mededogen.

In de hoop dat er bij jou als lezer iets gaat resoneren.

Ik hoop dus op veel lezers.

Ik zou het fantastisch vinden als die sfeer van mededogen zich zou uitspreiden.

Dus lees mij, deel mij.

Dat is mijn call to action:

Lees mijn blog. Deel mijn blog met anderen. Zorg dat ik de toon kan zetten.

Want zonder valse bescheidenheid: Ik geloof dat mijn toon een mooie toon is.

Een juiste toon.

Naschrift:

Dit is nieuw voor me.

Zo stellig.

Toch klopt het.

Dit is wat ik kan.

Dit is wat ik wil.

En ik laat me er niet meer van af brengen.