Dit verhaal heb ik lang geleden bedacht voor een vertelfestival. Ik volgde toen een vertelcursus. Ik heb dit verhaal destijds een aantal keren voor verschillend publiek verteld. Ik heb nooit meer dan een paar steekwoorden op papier gezet, het verhaal zit in mijn hoofd. Tijd om het op ‘papier’ te zetten.
“Nu ben ik zelf geschiedenis”, dacht de geschiedenisleraar bij zijn pensionering, “al zal niemand het waard vinden ook maar een letter aan me te wijden”.
Hij zat thuis in zijn werkkamer met een doos voor zich. In die doos zat de inhoud van zijn kast. Hij was één van de laatste leraren geweest met nog een eigen lokaal, en bijbehorende kast. Hij had bij het opruimen alles ongezien in de doos geschoven, en nu pas had hij tijd om te kijken naar de wat hij al die jaren had verzameld. Als een archeoloog groef hij in zijn verleden.
Een envelop met een bobbel trok zijn aandacht. Hij had dat briefpapier lang niet gezien. Helemaal in het begin van zijn loopbaan had hij dat trots laten drukken: drs. Bouwma, historicus. Een opwelling. Hij had het papier en de enveloppen niet eens durven gebruiken. Voor de leerlingen was hij gewoon Bouwma geweest. Geen meneer, laat staan drs.
In de enveloppe vond hij een oude sleutel. Het duurde even voor hij die herkende. En toen kon hij zich niet meer voorstellen dat hij hem vergeten was. Al die jaren, achterin zijn kast, onaangeraakt.
Bouwma bleef heel lang zitten met die sleutel in zijn hand. Toen liep hij naar beneden, trok zijn jas aan en ging de deur uit. Hij had zijn fiets al van het slot toen hij bedacht dat hij makkelijk kon lopen, zo ver was het niet.
Een half uur later stond hij voor de toren. Hij was de heuvel al opgelopen en stond op de versleten stoep. Vlak voor de deuren die nog nooit open waren geweest. Dat wist hij, het was een van de raadselen van de toren. Hij wist alles wat er te weten viel over deze toren. En dat was niet veel. De toren was ouder dan de stad zelf, en niemand wist waartoe hij ooit gediend had. Verdedigingswerk? Uitkijktoren? Ten behoeve van wat, of wie? Zijn afstudeerscriptie had vol theorieën gestaan, die allen als onwaarschijnlijk waren bestempeld.
En nu stond hij hier. Klaar om de enige theorie uit te proberen die hij niet had opgenomen in zijn scriptie. Zelfs met niemand ooit gedeeld. Een theorie die langzaam uit zijn hoofd verdwenen was. Nee, niet verdwenen, besefte hij. Een onzichtbare, onnoembare aanwezigheid in zijn hoofd was het geweest. Dat gevoel dat je iets vergeten bent, maar niet meer weet wat.
Hij keek naar de sleutel in zijn hand. Hij keek naar de deuren die nog het originele beslag hadden. Het sleutelgat was de goede maat. Had hij dat niet al ooit eerder geconstateerd?
Hij keek nog één keer omhoog. Naar de zeven ramen van de toren. Hij schrok. Zag hij achter dat onderste raam iets bewegen? Nee, hij had het zich vast verbeeld. Hij stapte naar voren, stak de sleutel in het sleutelgat, en draaide hem om.
Hier staat het vervolg