een echte levensles heeft meerdere lagen

Echte levenlessen, thema’s komen terug. Op een dieper niveau.

(daar schreef ik hier ook al over, blogthema’s komen kennelijk ook terug)

Vandaag kwam deze weer langs:

Doe wat je denkt wat je kunt doen, niet wat je denkt wat je moet doen.

Dat was aan het begin van mijn carrière als trainer (begin 90’er jaren). Een opmerking van een ervaren co-trainer, mijn mentor in die tijd. Het maakte me los. Een wereld ging open.

En nu hoor ik die stem weer in mijn hoofd.

Hoe kwam dat, waarom was die nodig?

Nou, gewoon. Ik schreef gisteren wat ik allemaal van plan was. Vanmorgen las ik dat nog even na.

Goh.

Dat was nog al wat, zeg.

“dat moet je nu wel waar maken makker!”  fluisterde een stemmetje.

En meteen kon ik aan de slag. Iemand vroeg advies.

“nu wel allemaal zinnige dingen gaan roepen”.

Gelukkig ontdekte ik dat dat de “doen-wat-je-denkt-dag-je-moet-doen” gedachte was.

En gelukkig dat ik in mijn stuk van gisteren het woord spelen heb gebruikt.

Ik hoef niks te bewijzen. Ik moet gewoon doen wat ik kan. Ik heb dus opgeschreven wat ik weet, wat ik denk en wat ik vermoed, en ook een beetje wat ik voel.

Heel erg benieuwd of de vraagsteller er wat aan heeft, dat wel.

Maar ook als dat niet zo is: Ik ben stappen aan het zetten. Dingen aan het ontdekken. Aan het spelen.

Dat is wat ik kan: niets meer, maar zeker ook niet minder.

En een nieuwe les:

Dit heeft het in ieder geval opgeleverd:

De angst en de doe-maar-normaal-dan-doe-je-gek-genoeg ligt vlak om de hoek.

De wens om alles weer volgens oude patronen te laten verlopen ligt vlak om de hoek.

Blijvende waakzaamheid is nodig.

Nog een keer: wat ben ik blij met dat woord spelen.

Zolang ik speel, blijf ik ontdekken.

Zolang ik speel heb ik vertrouwen.

Ik vertaal dus het waakzaam zijn in spelen.

Als ik speel blijf ik weg uit de angst. Als ik speel trek ik mensen weg uit de angst. Als ik speel schep ik omstandigheden waarin mensen écht gehoord en gezien worden.

Wow een heerlijke ontdekking.

de toon zetten

Het is mijn missie om omstandigheden te scheppen waarin mensen écht gehoord en gezien worden.

Uitgeschreven precies een week geleden. En eigenlijk gaan al mijn berichten van de afgelopen week daar over . . . .
en misschien ook wel alle berichten daarvoor.

Het wordt helderder.

Wat ik NIET doe:

Ik ben niet degene die mensen helpt om zichzelf te zijn. Ik ben geen coach. Ik wil geen coach zijn. Er zijn genoeg anderen die dat heel goed doen.

Ik wil wel slechthorenden de weg wijzen. De eerste stap laten zien. Dat past ook mooi met het beroep dat ik nu uitoefen: loopbaanbegeleider voor doven en slechthorenden.

Ik heb inmiddels contact met andere slechthorende professionals om samen te werken. Daar zitten goede coaches tussen, voor de vervolgstappen. Dat wordt iets moois. Let maar op.

. . . ik wil geen coach zijn, ik wil spelen. . . .

Wat doe ik dan wel, behalve wijzen op die eerste stap?

Wat ik WEL doe:

Ik ga iets aan de omstandigheden doen. Ik ga de setting veranderen. In zeer brede zin.

Andere manieren van communiceren zoeken.

Overal waar mensen bij elkaar komen wil ik alternatieven aanreiken voor de communicatie.

Alternatieven die er voor zorgen dat:

  • het schild dat mensen meenemen, bij de deur kan worden afgegeven;
  • de interne criticus, je weet wel: die op je schouder zit en je akelige woordjes influistert, uitgedrukt wordt tussen de peuken in het zand in de asbak bij de deur;
  • de vraag: “mag ik er wel zijn zoals ik ben?”, bij de eerste stap over de drempel, met een groot “JA!” beantwoord is;
  • er zoveel wederzijds respect is dat de nietszeggende praatjes niet meer nodig zijn om de boel aan de gang te houden.

Weet ik hoe dat moet?

Ik heb een paar ideeën. Ik ga spelen, uitproberen verfijnen. Liefst met anderen samen. Dus als je zin hebt hoor ik dat graag.

Wat ik NOG MEER doe:

Waar het om gaat is een klimaat van respect. Respect is het respectabele woord voor liefde. (Omdat liefde voor sommige mensen te zweverig klinkt).

Wat ik nog meer doe is werken aan klimaatverandering:

Meer respect, meer liefde, meer openheid.

HOE?

Door een voorbeeld te geven. Door blijvend mezelf te zijn. Hier op dit blog.

Dingen zeggen die te vaak ongezegd blijven. Niet uit protest, maar uit mededogen.

Daar waar ik de neiging heb om dingen van mezelf te verstoppen, ze juist te laten zien. Ook met mededogen.

In de hoop dat er bij jou als lezer iets gaat resoneren.

Ik hoop dus op veel lezers.

Ik zou het fantastisch vinden als die sfeer van mededogen zich zou uitspreiden.

Dus lees mij, deel mij.

Dat is mijn call to action:

Lees mijn blog. Deel mijn blog met anderen. Zorg dat ik de toon kan zetten.

Want zonder valse bescheidenheid: Ik geloof dat mijn toon een mooie toon is.

Een juiste toon.

Naschrift:

Dit is nieuw voor me.

Zo stellig.

Toch klopt het.

Dit is wat ik kan.

Dit is wat ik wil.

En ik laat me er niet meer van af brengen.

lullen, lijm en olie

En toch mis ik het als slechthorende:

Loos lullen.

Kletsen zonder dat het ergens over gaat.

Die kletspraatjes zijn als lijm.

Het is wat mij met anderen verbind.

Zonder dat we heel diepzinnig iets hoeven te delen, is het maken van een grapje, het plaatsen van een loze opmerking de manier  om te zeggen: “ik ben er nog, jij bent er nog en we hebben iets met elkaar.”

Die kletspraatjes zijn smeerolie.

Om alles wat stroef loopt tussen mij en de ander te smeren.

Ik kan in al die tekst, alle misten en maren, hoewellen, desalniettemins, en trek-het-je-niet-aan’s kwijt. Klappen verzachten. Mijn onbedoelde onhandigheden verzachten.

Ik ben de lijm en de smeerolie kwijt.

Online kan ik met de lijm nog wel wat. Tweets die nergens over gaan, en toch bijzonder leuk zijn. Verbondenheid.

Die smeerolie werkt online juist helemaal niet. Veel te zwart op wit, al die tekst. Het staat er. En zeggen dat je het anders bedoelde is bijna onmogelijk, want dat roept nog meer misverstand op.

Te veel smeerolie en lijm is niet goed, dat is mijn winst.

Te weinig smeerolie en lijm,  is ook niet goed. Dat is mijn verlies.

Voordat ik andere manieren ga ontdekken om te lijmen en te smeren moet ik daar misschien eerst maar eens echt om rouwen.

oeverloos gelul

Ik gebruik soms een schrijftolk. Die typt met behulp van een speciaal toetsenbord alles wat er gezegd wordt. Als het een goede is, bijna op spreeksnelheid en letterlijk alles, ook de uh’s en de onafgemaakte zinnen.

Schreef ik gisteren.

Door die schrijftolk ontdekte ik nog iets.

Een schrijftolk typt heeeel snel. Maar toch loopt een schrijftolk altijd iets achter bij de spreker.

Dat betekent dat de schrijftolk bezig is met het typen van één zin, terwijl hij/zij luistert naar een andere zin.

Nu weet ik weer dat ik vroeger ook zoiets kon. Op feestjes kon ik een gesprek in het ene groepje volgen en tegelijk denken: in dat andere groepje hebben ze het over veel leukere dingen.

Dat is pas multitasken!

En goedhorenden doen dat dus de hele dag door! 

Goedhorenden kunnen dus het gelul van meerdere kanten tegelijk verwerken.

Oeverloos gelul in een handomdraai!

 Wat jammer dat ze zo’n prachtige vaardigheid als vanzelfsprekend ervaren.

Luisteren is voor mij niet meer vanzelfsprekend. Als ik naar je luister heb je letterlijk al mijn aandacht.

Ik stop waar ik mee bezig ben.

Ik kan niet eventjes deze zin af typen en alvast naar je luisteren.

Ik kan zelfs niet melk in mijn koffie doen en tegelijkertijd naar je luisteren.

Want bij mij is het alles of niets.

Nu kan ik heel stoer roepen:

Bij mij krijg je dus alles.

Ik luister tussen jouw regels door, vang ook op wat je niet zegt.

Ik draai er niet om heen en zeg waar het op staat.

Maar dat is helaas niet waar. Je krijgt soms ook niets.

Dan ben ik op.

Moe.

Te veel geluisterd.

Te veel bezig met iets anders.

en toch. . .

Wat het op levert is leren keuzes maken. Ik moet wel. Ik stoot mijn neus als ik die keuzes niet maak.

Wat het op levert is communicatie niet meer vanzelfsprekend vinden.

Daar is heel veel winst te behalen.

Winst die ik van plan ben te gaan oogsten, voor mezelf en voor anderen.

loos gelul

Ik gebruik soms een schrijftolk. Die typt met behulp van een speciaal toetsenbord alles wat er gezegd wordt. Als het een goede is, bijna op spreeksnelheid en letterlijk alles, ook de uh’s en de onafgemaakte zinnen.

Ik wilde een keer met behulp van de opgeslagen tolktekst *) notulen maken van een vergadering.

Dat doe ik nooit meer!

Ik moest vele schermen doorploegen voordat ik iets tegen kwam dat de moeite waard was om te notuleren.

Wat ongelofelijk veel woorden om zo weinig te zeggen!

Ik doe het zelf ook, merk ik. Als ik trainingen geef aan slechthorenden is er een schrijftolk bij, met scherm en beamer. Als ik achter me kijk zie ik het scherm vol lopen, nog voor ik ook maar iets zinnigs heb gezegd.

Inbinden, Jacob Jan!

Ik hoorde vroeger goed, en kan me niet herinneren dat ik daar ooit last van had, van dat vele praten. Pas nu ontdek ik hoe nietszeggend onze woorden vaak zijn.

Zoveel loos gelul, dat ik er van schrik.

En eigenlijk kan dit hele artikel ook zonder woorden. Kijk maar.

Hier staat het vervolg: oeverloos gelul

*) wel altijd toestemming vragen aan alle deelnemers of een tekst gebruikt mag worden. meestal wordt hij meteen gewist.

#WOT 20 Mode

Even een heel kort bericht om te schrijven dat ik eigenlijk al over mode geschreven heb.

Hier, vanmorgen. Mijn eigen woord (onvervaard) gekozen omdat Karin wat laat was met haar WOT.

Waarom dat toch over mode gaat?

1. Het gaat over mijn eigen weg gaan, los van elke mode.

2. Als ik een anagram maak, krijg ik MOED. Dat heeft veel te maken met onvervaard.

Verder heb ik niets met mode. Niet voor, niet tegen. Ik draag mode, omdat geen mode dragen niet kan. Ja het kan wel maar dat is dan juist weer modieus.

Onvervaard

Lekker ouderwets woord.

Past bij waar ik nu voor sta, want ik heb hardop uitgeschreven waar ik naar toe wil: een gebied dat ik op geen enkele kaart kan vinden.

Ik voel me een ouderwetse ontdekkingsreiziger. Ontdekkingsreizigers zijn onvervaard. Dat moet ik ook worden. Worden ja, want ik ben het nog niet.

Ik wordt bevangen door twee soorten angsten. Twee geheel tegenstrijdige:

  • de angst dat ik niets vind
  • de angst dat ik wel wat vind

De eerste angst wordt gevoed door iedereen die zegt: “Niet die kant op. Daar is niks.” Dat is lastig want er is dus niemand die ik de weg kan vragen. Er is ook niemand die het gebied in kaart heeft gebracht. Elke stap is zoeken. Elke stap is onzeker. Bij elke stap vraag ik me af: val ik niet van de wereld?

De tweede angst is dat ik, eenmaal aangekomen, erachter kom dat die “nieuwe” wereld al lang bewoond is. Dat maakt mij tot kolonialist. Want hoe mooi mijn streven ook, ik wil er wel mijn geld mee verdienen. Ik wil kunnen leven van het inzetten van mijn talenten. En ik wil dat doen door iets te creëren, iets neerzetten wat er nog niet is.

Onvervaard is voor mij, ondanks mijn angsten, stappen zetten, open zee kiezen. Durven varen op een innerlijk compas. Niet luisteren naar de mensen die me waarschuwen dat er niks is. Open staan voor alles wat ik tegen kom, dus ook alles wat er al is.

Dit is een blog in de serie “gehoord en gezien worden”. Ik deed 13 mei een oefening: schrijf uit wat je doel is in je leven. Daar kwam uit: Het is mijn doel om omstandigheden te scheppen waarin mensen écht gezien en gehoord worden. Ik houdt op dit blog mijn weg daar naar toe bij. Het help me om mijn gedachten te ordenen. Antwoorden te vinden op mijn eigen vragen. En het mooie is dat ik ondersteuning krijg van lezers, en ook antwoorden op vragen die ik nog niet eens gesteld had.

Tegenvredigheden

Uitersten kiezen mij als ontmoetingsplek

Meestal missen ze de afspraak

dan schiet ik de ene kant op, of juist de andere

want uitersten zijn ongeduldig, wachten niet keurig op de ander,

willen meteen aan de slag.

Maar soms ook zijn ze stipt op tijd

smoorverliefd, smelten ze voor elkaar.

Negen maanden later wordt dan een waarheid geboren