De teruggekeerden, een recensie

Goh, dat is nog best moeilijk, een recensie schrijven.

Vertellen wat ik wel en niet goed vind aan een boek.

He boek zette me op het verkeerde been, waardoor ik een flinke tijd in oorlog was. En met een vijandige houding ga je steeds meer dingen zien waar je je aan gaat ergeren.

Eén van die dingen is de vertaling. Ik lees zo veel Engels (in dit geval Amerikaans), dat ik de oorspronkelijke uitdrukkingen er doorheen lees, en denk: zo zeg je dat niet in Nederland.

Het andere is de overdaad aan mooischrijverij. De ene keer treffend, de andere keer slaat het de boel volledig dood. Maar uiteindelijk waren de hoofdpersonen, en dan vooral Harold,  interessant genoeg. En werden er wel degelijk mooie dingen verteld over het leven. Alleen had ik graag gewild dat de schrijver sommige conclusies aan mij had overgelaten.

Het boek heeft gedaan wat een boek moet doen: me naar een andere werkelijkheid brengen. Me meenemen in de hoofden van anderen.

En toch had ik een paar problemen met het boek:

Het hoofdthema komt te weinig uit de verf door het thema dat de schrijver heeft toegevoegd, namelijk de krampachtige manier waarop de samenleving reageert op de teruggekeerden. Dat thema bracht alleen de clichés die je daar over kunt verzinnen naar voren. Jammer dat het zo veel aandacht kreeg.

De beeldspraak was soms iets te veel. Soms mooi gevonden, zoals wat Mott zegt over het woord vooruitgang: “een veilig woord, een woord dat je mee naar huis kon nemen om aan je ouders voor te stellen.” 
Maar hij doet dit naar mijn idee te vaak: iets willen zeggen achter de rug van zijn verhaal om. En soms is het een beetje TE.

Te veel nevenverhalen die lang niet allemaal goed uit de verf komen. En dan bedoel ik niet de cursieve terzijdes over verschillende teruggekeerden, maar bijvoorbeeld wel het verhaal van de dominee. Zijn verhaal is ook niet meer dan een samenraapsel van clichés.

Maar ik moet zeggen dat ik hield van de hoofdpersonen. Als Mott zich daar toe beperkt had, als hij zich geconcentreerd had op de ouders van de teruggekeerde Jacob, en agent Bellamy, die hem terugbrengt, was het een veel beter boek geworden.

Het tempo waar het zich ontwikkeld is traag, maar dat is voor mij geen probleem geweest. Het past denk ik wel bij het zuiden van Amerika dat hij beschrijft. 

Met dank aan Notjustanybook die mee een exemplaar gaf om over te schrijven.

 

DeTeruggekeerden_600-194x300

Over coaches en landmeters

Van de Nederlandse Stichting voor Psychotechniek aan de Wittevrouwenkade in Utrecht:

 Wanneer wij hem uiteindelijk menen te moeten adviseren dat hij het beste voor het h.e.a.o. kan kiezen of voor een h.t.s. -opleiding in de landmeetkunde, dan zijn wij ons er van bewust dat dit op hem in eerste aanleg een vreemde indruk zal maken.

En ze hadden gelijk. Ik kwam hevig in opstand tegen deze conclusie. Ik wilde mensen helpen, niet een techneut worden!

Jaren later zag ik een aflevering van LOST, waarin John Locke door een leraar geadviseerd wordt om de techniek in te gaan. Locke die zichzelf als sportieve avonturier zag, reageerde net als ik.

Niet alleen klassieke boeken bevatten levenswijsheid. Ook een TV serie kan geweldige verhalen over het leven vertellen. LOST is wat mij betreft daar een voorbeeld van. Het thema van John Locke, en zijn tegenhanger Jack Sheppard is prachtig. Daarin komt ook de tegenstelling wetenschap en geloof mooi naar voren, trouwens. Niet voor niets heet een van de afleveringen “Man of Science, man of Faith”

Maar waarom vertel ik dit?

Omdat ze gelijk hadden.

En omdat ik niet luisterde.

Ik ging in Wageningen studeren. Een van de vakken daar was landinrichting. Deed ik toch een beetje wat ze zeiden. Maar in Wageningen kon je ook vakken bij Sociologie volgen. Zodat ik voor mij gevoel geen Nerd zou worden.

Had ik maar gewoon toegegeven dat ik een Nerd was.

Maar nee hoor, ik wilde mensen helpen.

En pas dit jaar heb ik dat idee uit mijn hoofd gezet, 34 jaar later.

Ik wordt alleen geen techneut, ik wordt artiest. Ik blijf eigenwijs. Maar nu klopt mijn eigenwijsheid eindelijk, want dat toneel was een kinderdroom. Eentje die ik nooit hardop durfde te zeggen.

Maar waarom vertel ik dit?

Ik vertel dit omdat ik projecteer.

Ik zie op twitter het ene advies na het andere langs komen, en links naar blogs met levenswijsheid.

En ik wordt er een beetje moe van. En dan wordt ik dwarsig en wil een scherp stukje schrijven. Of een goed doordacht stukje waarin ik duidelijk maak dat we moeten stoppen met al het ge-train en ge-coach.

Dat al die coaches en trainers alleen maar bezig zijn met een u-bocht: anderen aandacht geven met als doel zelf de aandacht te krijgen die ze missen.

Maar dat doe ik niet. Dat stuk schrijven. Want het is projectie. Zo werkte dat bij mij.

En weet je? Er was niet zo heel veel mis mee. Ik heb mensen geholpen. Ik was best een goede trainer. Ik heb als beginneling niet zo heel veel schade aangericht, omdat ik altijd erg terughoudend was. (En me kapot schrok, die paar keren dat ik dat niet was, en daar heel snel van leerde.)

Dus moet ik het laten, de coaches en de levenswijzers. Er zitten heel veel hele goede tussen. En wie ben ik om het kaf van het koren te scheiden?

Af en toe een grapje, dat mag ik van mezelf nog.

En verder gewoon laten.

En wat ben ik blij met mijn keuze. Wat voelt het goed om te roepen wat ik wil roepen, en het helemaal los kan laten wat mensen daar mee doen. Dat ik geen verstandige blogposts meer hoef te schrijven.

Ik kan het natuurlijk toch niet helemaal laten: met wijsheid willen strooien, dat zit nog steeds in me.

Maar geen adviezen meer. Ik deel wat ik ontdek. Ik deel wat me opvalt. Ik giet dat in een mooie vorm. Klaar.

En mocht ik volslagen mislukken in het theater, dan word ik landmeter.

 

In een ander licht

Er gaat een wereld voor me open. 

Ik sprak vandaag Bob Roos. Hij gaat me helpen met het lichtontwerp. Hij komt zelfs mee de theaters in om in de try outs de belichting aan te passen.

Ik dacht in het begin nog:  “we houden het lekker simpel, gewoon en lampie.” 

Maar nu begin ik te snappen wat licht allemaal kan doen.

En het mooie is, het blijft simpel. Bob is niet de man om spectaculair met licht te smijten. Als we het goed doen, merkt het publiek er niets van, zegt hij.

Daar houd ik van.

Ik heb alle scenes doorgenomen, en samen met Bob gekeken hoe die uitgelicht kunnen worden.

Ja, en dat betekent dat wel wat voor de zalen die ik nog wil boeken. Want als het zo mooi kan, is het jammer om in een zaal te spelen die de mogelijkheden niet heeft.

Keuzes.

Steeds weer keuzes.

Jongejongejonge.

Niet in alle zalen gaat het lukken om het gehele lichtplan te gebruiken. Maar ik zit ook nog in de try out. Dus we gaan het ontdekken.

Wat ik wel weet, en waar ik heel erg blij mee ben: het wordt nóg mooier.

Ik ben erg blij met Bob Roos. Het is inspirerend om met hem samen te werken. En er komt nog bij dat hij aan vele theaters de lichten verkocht heeft. Hij kent dus veel theaters, en weet wat mogelijk is.

Via facebook ontdekt. Met dank aan zijn partner Rita Korenblik.

Waar zou ik zijn zonder social media.

Het mooiste van dit alles is misschien nog wel dat ik de kans krijg om te werken met zulke leuke mensen.

Waar twee in mijn naam bijéén zijn ontstaat een wonder.

Dat is een quote van God, geloof ik.

Ik weet niet precies wanneer hij het gezegd heeft. Kan die TED talk van God ook niet meer terugvinden. Maar ik vind het een mooie uitspraak.

Als je met iemand samen werkt aan iets moois, dan ontstaat er iets heel bijzonders, iets dat heel erg lijkt op een wonder.

Ik ervaar dat, want ik doe het al lang niet meer alleen.

Ja, jij daar. Jij bent er ook een onderdeel van.

 

 

Tevreden zijn is een slechte muze

Tevreden zijn, en moe.

Voldaan.

Dat is zo’n beetje de slechtste combinatie voor inspiratie.

Zelfs al kan ik helemaal niet voldaan zijn, want er is nog zo veel nog maar halfvol gedaan, of zelfs helemaal niet. Daar kan ik erg onrustig van zijn, net als Elja.

Maar nu dus even niet. Kennelijk heeft het af of niet af zijn van taken niet de doorslaggevende invloed op mijn gemoed.

Wat helpt is dat ik een topdag had met mijn gezin.

Een dagje windsurfen, nog als verjaardagscadeautje (in januari jarig, niet echt een windsurfmaand).

Ik had het al meer dan 20 jaar niet meer gedaan. Ik kan het niet eens zo heel goed, (vroeger ook al niet hoor). En toch gingen sommige stukje best goed. Nee, niet de foto! Daar sta ik in de klassieke kont-achteruit-beginners houding. Maar verderop, buiten bereik van de camera daar had je me moeten zien. Nou ja, in ieder geval voelde het zo, en dat is waar het om gaat. Toch?

En wat nog mooier was dan mijn eigen ervaring: de meiden hebben het geprobeerd, en het lukt ze. Ze vonden het zelfs gaaf! Knap voor een eerste keer. De oudste is er zo eentje die alle sporten aantrekt als een maatpak. Maar de jongste twee niet. En ook die gingen als een speer.

Ze willen nog een keer.

En dat is mooi want mijn oudste zoon zit nog in Spanje, Spaans te leren. En die moet de volgende keer ook mee.

Oh, en dat het vandaag een beetje koud en nat was?  Niets van gemerkt, toen ik op de plank stond.

Ja, kijken naar mijn dochters, toen was het even fris. Maar dat was het waard.

DSCN3670

 

Voldaan dus.

Rusten nu.

Nog genoeg tijd om me zorgen te maken over al die dingen die ik nog moet regelen. Komt allemaal goed, weet ik nu.

Over zomergasten en oogkleppen

Ik zou het niet meer doen, en ik heb het toch weer niet kunnen laten.

Reacties lezen op zomergasten.

Twitter heb ik kunnen weerstaan, maar ik scrolde door de lijst reacties op recensie van de NRC.

Nee, ik ga nu niet weer roepen dat ik dat ongenuanceerde rotzooi vind. Dat weet je al. En dat wist ik ook al.

Maar wat ik nu gelukkig op tijd bedacht is dat ik zélf oogkleppen op had.

Ik dacht even:

Waar moet het in Nederland naar toe, als mensen alleen maar hun meningendiarree kwijt willen, en niet meer naar elkaar luisteren.

En toen bedacht ik het:

En vielen mijn oogkleppen af.

Dit is geen afspiegeling van de bevolking.

Wat ik lees zijn degenen die het niet kunnen laten om hun mening overal te spuien. Mensen die inloggen, soms nog een leuke  schermnaam verzinnen, en dan lekker los gaan.

Tegenover al die idioten zijn er dus gelukkig nog mensen die gewoon kijken, het hunne er van vinden, en dat zo laten.

Of mensen die gewoon alleen maar aangeven dat ze er van hebben genoten.

Of mensen die er iets over willen vertellen en dat wat genuanceerder en uitgebreider doen, in plaats van met oneliners te strooien.

Of mensen die een mooie avondwandeling maakten,  in plaats van naar zomergasten te kijken.

Of … nou ja, er zijn gelukkig dus heel veel mensen die níet op deze manier hun gelijk willen halen.

Het komt wel goed met Nederland. Laat die mening-incontinenten maar lekker over elkaar heen buitelen. Dan zijn ze zoet.

En gewoon niet meer meelezen.

En nu echt doen JJ.

Want ik weet wel waarom je stiekem toch kijkt.

Je bent in feite net zo. Jij wil ook gelijk. Jij wil ook laten zien hoe slim je bent. Hoe diep je wel niet nadenkt.

Je snapt die mensen maar al te goed, je vind jezelf beter dan al die anderen. 

Als je daar nu eens mee op houdt.

Niet meer meelezen is een goed begin.

Maar let op, niet meer dan dat: een begin. Ga verder op die weg. Laat het slim zijn maar achter je. Dat heb je niet nodig. Pas dán kun je echt je oogkleppen af doen.

 

Waarom kunst zoals het leven is, en toch ook weer niet.

1996

Mijn ouders overleden, en ik deed een cabaretcursus.

Ik schreef dit lied , op de melodie van ne me quite pas.

En daarmee leerde ik wat kunst betekende.

Want ik had er eerst een stukje in over het feit dat mijn ouders zo kort na elkaar waren overleden.

Dat moet er uit, zei de cursusleidster. Dat is té persoonlijk. 

Ik vond hoe persoonlijker hoe beter. Ik wilde juist geen afstand.

Maar daarmee maak je het voor anderen minder makkelijk invoelbaar. Je wil appelleren aan wat er bij anderen leeft, maar zo maak je het tot een privé rouwdienst.

Niet letterlijk haar woorden, maar wel de boodschap. 

En ik snapte hem.

Dat is dan ook het verschil tussen mijn blog en mijn theater.

Mijn blog is direct, persoonlijk, komt soms heel dichtbij mezelf, is bijna therapie. (En toch zit zelfs daar een grens, natuurlijk).

Maar in mijn theater is de grens duidelijker. Nog steeds is alles dicht bij mezelf. Nog steeds pak ik dingen zo uit het leven gegrepen. Maar de vorm is meer stilistisch.

Wat ik wil zeggen verpak ik. 

Dat is fijn, want dan heb jij straks tenminste iets om uit te pakken, als je komt kijken. En om het van jezelf te maken.

Want het lijkt me heel erg saai als mijn bedoelingen één op één af te lezen zijn uit mijn verhaal.

Liever wil ik dat het na suddert. 

Dat is waarom ik liever theater maak, dan dat ik een training geef, of coach (mijn oude vak).

Omdat ik me niet wil bemoeien met wat jij er van maakt.

En ergens vermoed ik dat kunst dieper raakt, en langer doorwerkt. Omdat jíj er meer voor moet doen. Maar dat is vast alleen maar een mooi verhaal dat ik aan mezelf vertel.

Micro lezen

Nee, niet slow reading.

Wat ik bedoel is nog langzamer.

Maar eerst ..

Heb ik al een keer verteld over tweedehands schoonheid?

Dat is iets moois vinden omdat iemand anders dat zo mooi vind.

Ik vind dat een eersteklas soort schoonheid.

Ik kan zo genieten van mensen die genieten. Vooral als ze daar over vertellen, het willen delen.

Op die manier gaan de dingen waar ze van genieten voor mij leven. En vind ik dingen mooi waar ik anders niet naar om zou kijken.

Zo heeft Ruud Ketelaar me al een keer nieuwsgierig gemaakt naar Snooker, door en over te bloggen. Snooker, iets saaiers kon ik me niet voorstellen. En verdomd, Hans Teeuwen geeft nog een zetje en bij zomergasten zit ik te genieten van een perfecte snookerpartij.

Ik heb zo zelfs een keer genoten van een voetbalwedstrijd.

En nu kijken of ik het andersom kan.

Kijken of ik jullie warm kan krijgen voor iets anders. Niet dat je het moet gaan lezen. Snappen waarom ik het mooi vind, is voor mij al mooi genoeg.

Ik ben begonnen met het lezen van klassiekers. Wereldliteratuur, maar dat woord vind ik niet zo geweldig. Ik houd niet zo van de discussie over wat nu literatuur is en wat niet. Klassiekers, is een beter woord. Zo mooi of goed dat velen het gelezen hebben, en nog steeds lezen. De tand des tijds doorstaan, de hype voorbij, en nog steeds goed.

Eigenlijk ben ik dat gaan doen vanwege die tweedehands schoonheid. Sommige boeken en schrijvers kom ik zo vaak tegen dat ik nieuwsgierig wordt.

Onlangs gelezen:

  • Moby Dick van Herman Melville
  • Middlemarch George Elliot
  • De broers Karamazov van Dovstojevski
  • Bijna alles van Elsschot
  • Bijna al het werk van Alan Garner, hier onbekend maar in Engeland heeft hij een trouwe groep lezers

En nu begonnen aan Proust. Du côté de chez Swann. Ja je leest het goed. In het Frans.

Maar mijn Frans is helemaal niet goed genoeg. Middelbare school Frans, en dan nog niet eens als eindezamenvak.

Dus wat ik doe is heel langzaam lezen.

Een paragraaf per keer. Met woordenboek erbij, en de Nederlandse vertaling.

Ik probeer eerst zelf chocola te maken van het Frans. Dan, als ik denk dat ik hem heb, pak ik de vertaling erbij. En dan komt meestal iets van oooh zoo! En dan lees ik het weer in het Frans. Ja, dat staat er.

Microlezen.

Omdat ik op deze manier van elke zin geniet. Daar is het ook een boek voor. Het verhaal is minder belangrijk. Het zijn net opeenvolgende gedichten.

Ik ben nu drie bladzijden verder, en nog steeds mijmert Proust over slapen en waken. Prachtige, herkenbare gedachten, en zo mooi geschreven. En zo goed vertaald. (Al kan ik daar geen barst van zeggen, natuurlijk)

Een heel andere leeservaring. Elke avond even onderdompelen in taal. In de gedachten van iemand anders.

Ik lees er gewoon andere boeken naast. Maar ’s avonds is dit mijn ritueel, voor nog minstens een jaar, als ik met dit tempo door lees.

Mon corps, trop engourdi pour remuer, cherchait, d’après la forme de sa fatigue, à repérer la position de ses membres pour en induire la direction du mur, la place des meubles, pour reconstruire et pour nommer la demeure où il se trouvait. Sa mémoire, la mémoire de ses côtes, de ses genoux, de ses épaules, lui présantait succesivement plusieurs des chambres où il avait dormi, tandis qu’aurour de lui les murs invisibles, changeant de place selon la forme de la pièce imaginée, tourbillonnaient dans les ténèbres.

Mijn lichaam, te verdoofd om zich te verroeren, probeerde aan de hoedanigheid van het vermoeide gevoel de ligging van zijn ledematen vast te stellen om daar de richting van de muur, de plaats van de meubels uit af te leiden en zo de behuizing waar het zich bevond te reconstrueren en te benoemen. Zijn geheugen, het geheugen van zijn ribben, zijn knieën, zijn schouders, liet achtereenvolgens een aantal kamers zien waar het geslapen had, waarbij de onzichtbare muren, van plaats veranderend al naar de vorm van het in de verbeelding opgenomen vertrek, rondwervelden in de duisternis.

Ja, je hebt gelijk als je zegt dat het nergens over gaat. Een verhaal komt zo niet goed vooruit.

Maar voor mij gaat het overal over.

 

en .. hop ! een schop .. onder je kont.

Kom op Jacob Jan,

je bent aan het procastreren, of zo .. uitstellen .. lummelen.

Je zit aan te hikken tegen meer zalen zoeken, nóg meer investeringen doen.

En waar je vooral tegenaan zit te hikken is marketing.

Mensen naar je toe trekken.

Je hebt nu bijna 100 inschrijvers.

Je hebt er, om alleen de kosten uit te halen, nog 7 x zo veel nodig.

En die kosten moeten er uit, anders haal je 2014 niet. Dan is het geld gewoon op.

Dus aan de slag.

Knopen doorhakken.

Kom op met die instructies voor het overmaken van die eerste bestellingen.

Maak je kaartje duurder, nee niet voor hen die al besteld hebben. Afspraak is afspraak. Maar voor de kaartjes die je vanaf nu gaat verkopen kan dat best.

Kan dat? Hier even een terechte twijfel. Hoeveel willen mensen uitgeven aan een theater? Mensen die me niet kennen? Mensen die het dus niet uitgeven omdat ze het me gunnen? Bij deze een vraag aan jou, lezer van mijn blog. Wat is jouw grens voor een theaterkaartje voor iets dat je nog niet kent?

Druk die flyer en zoek mensen die voor je willen flyeren in de steden waar je op gaat treden.

Zet op je website hoeveel plaatsen er nog over zijn, en ververs dat.

Laat je fans (mag ik dat zo noemen? bah. ja dat moet je zo noemen, eikel!), mee helpen met het vol krijgen van die zalen. Maak er een soort scoreboard van, zoals de metertjes bij nanowrimo, en bij .. nou ja bij alles, toch?

Dit weekend doen, procastreeder!

Oh en ga eens nadenken over tegenprestaties voor mensen die je willen sponsoren. Want dat kan ook nog !

Als je succes wilt, moet je over deze schaamte heen stappen.

de symmetrie van het conflict

Ik weet niet precies meer wie het gezegd heeft en waar.

Sherlock Holmes, misschien.

Ik weet ook niet of ik het goed  verwoord, of zelfs maar de juiste essentie te pakken heb. Maar het gaat hier om:

Dat we als mensen graag een verhaal willen maken, van wat onze zintuigen waarnemen, en dat we daarom veel feiten missen.

Heel erg schuldig  . . .   daar aan  . . .     ik.

Zo schuldig dat ik het niet eens helemaal wil geloven. Dat die verhalen misschien wel helemaal niet waar zijn.

Maar dat is niet zo erg, toch? Als het maar mooie verhalen zijn.

Een van die verhalen die ik niet kan loslaten is de symmetrie.

Dat een grote waarheid altijd een tegenovergestelde grote waarheid heeft.

Dat partijen die het felst tegen over elkaar staan, het meest op elkaar lijken. In hun fouten, zowel als in hun schoonheid.

Neem nu het midden-oosten conflict.

John Le-Carré heeft daar een prachtige thriller over geschreven, met een fantastische diepere laag:  The Little Drummer Girl.

Om een Palestijnse terrorist te bestrijden wil de Israëlische geheime dienst een mol plaatsen. 

Een vrouw wordt opgeleid om het liefje van de terrorist te worden.

Om haar voldoende achtergrond te geven over de Palestijnen, trekt een Israëlische agent een tijd met haar op. Hij laat haar ervaren hoe het is om op te groeien onder geweldadige omstandigheden. Hij vertelt daar over. En waarom weet hij dat zo goed? Omdat het veel lijkt op zijn eigen jeugd.

Twee kanten die elkaar bestrijden. Twee kanten die dezelfde pijn ervaren.

Nog eentje?

Spokesong, een toneelstuk van Stewart Parker. Een stuk over Noord Ierland. Dat toen ook zo’n eindeloos conflict was. 

(Ik zag het stuk als middelbare scholier in 1977. Wikor was destijds een organisatie die toneelspelen voor scholieren op de planken bracht.  Eerst met de klas in de les de tekst lezen en dan kijken)

Een lerares vertelt wat ze mee maakt. Dit stuk vond ik zo ingrijpend dat ik nu nog in mijn hoofd kan horen hoe het klonk. Ik moest het opzoeken om het precies op te schrijven, maar kende het nog bijna woordelijk.

I was coming home from school today and I met a child from the backward class, the hopeless ones. He had a mongrel dog that used to follow him backwards and forwards to school. He’d been attacked by a gang of the other crowd. They’d hung the dog to a lamppost and set fire to it. It won’t make the newscast or pressbulletins – it can scaresly compete with another hooded corpse or pub massacre. But that childs soul has been butchered. As surely as if they had taken an meat cleaver to him. This is the day he’ll remember. When he’s putting a bullet into somebody else. There are thousends like him. Too many.

 

Die symmetrie. Daar geloof ik in. Ook al is het een verhaal. 

Volgens mij zit daar ook een antwoord in, voor het oplossen van conflicten. Herken je eigen verhaal in de ander.

Namasté.