The Nits – Work 1982

Het album weet meteen een bijzondere noot te treffen.

Om die te beschrijven maak ik even een omweg, die begint met de single “I put a spell on you” van Creedence Clearwater Revival.

Van het singeltje dat wij hadden zat het gat niet precies in het midden. De naald zwalkte dronken heen en weer. En de muziek zwalkte mee, als doppler-effect in een familieschommel. Dan weer te langzaam en te laag, dan weer te snel en te hoog. Wow en Flutter heet dat.

Zoals de huidige generatie kwijlt op Mbits, pixels en Ghz-en (hoe meer hoe beter), zo was vroeger een pick-up met juist een minimum aan wow en flutter helemaal het einde.

Deze wow kwam dus van het singeltje zelf. Een goed woord: WoW. Het klink ook een beetje als een slag op een gong, of meer nog op een zingende zaag. En het past zelfs bij de zang van Foggerty die “thing” uit spreekt als “thai-eng”.

Tot zover de omweg.

Zo’n wow zit in de eerste noot waarmee het album bijna letterlijk de kamer binnen valt. Het schokkerige blijft. Staccato vervolgt “the Lodger” zijn sinistere weg.

The Nits zijn dol op verwijzingen naar schrijvers, beeldhouwers, architekten en filmers. Dat the Lodger een film was van Hitchkock ontdek ik nu pas, maar had ik kunnen weten. Voor feiten is internet handig, maar essentie is ook (of juist?) zonder hulpmiddelen op te pikken.

Work is het eerste album waarop Robert Jan Stips mee speelt. Dat is te merken, want de Elpee heeft meer bijzondere klanken en effecten. The Nits zijn zelf eigenlijk ook een beetje kunstenaars. Geen onstuimige rock, maar zorgvuldig gecomponeerde muziek, waarin veel valt te ontdekken.

Ik draag deze elpee op aan Jaap Leertouwer, mijn neef. Ik zag de Nits in een park spelen toen ik bij hem logeerde in de verpleegstersflat van een Haags ziekenhuis waar hij de interne verpleegopleiding deed.

Jaap is vaak bij me geweest toen ik, net uit het ziekenhuis, bij mijn ouders in Friesland aan het bijkomen was. Hij mocht mijn hechtingen er uit halen bij wijze van stage. Hiertoe kookte mijn vader een schaar uit in een melkpannetje. Dit tot verbijstering van deze tweedejaars verpleegkunde student uit het westen. Alsof hij regelrecht op de set van dokter Vlimmen terecht was gekomen.

In januari/februari 1982 werd ik bestraald. In die periode was “Red Tape” een hit. Elke dag op en neer naar het ziekenhuis. En elke dag misselijk. Jaap, die net zijn rijbewijs had, heeft wel eens gereden. De misselijkheid heeft twee maanden geduurd. Mijn uitje naar Den Haag, was op een van de eerste dagen dat ik me weer een beetje goed voelde.

Zie voor meer over deze periode ook:


http://jacobjanvoerman.wordpress.com/madness-seven/




[youtube http://www.youtube.com/watch?v=dhCMnGIx43E&w=420&h=315]

Indian Summer / Live – Al Stewart 1981

Dit is een voorbeeld van mijn “not invented here” syndroom elpees.

 

Een artiest heeft een grote hit. Iedereen kent het, iedereen heeft het. Zal ik die elpee met die hit kopen? Nee, want iedereen heeft hem al, en er valt voor mij niks meer te ontdekken. Ik ben er te laat bij en dan hoeft het niet meer.

 

Bij Al Stewart zijn die hits natuurlijk “year of the cat” en “on the border”. Ik weet niet eens meer welke elpees daar bij hoorden.

 

Toch hield ik van de muziek, dus toen de hype voorbij was, en er een live elpee in de winkels lag greep ik mijn kans. Toch iets wat niet iedereen heeft. Kinderachtig.

 

Vaak zijn deze “tweede keus” elpees ook minder.

 

Voorbeelden:

 

Ten out of Ten – 10cc (ipv de elpee met Dreadlock Holliday)

Hello I must be Going – Phil Collins  (ipv de elpee met In the air tonight)

Making movies – Dire Straits (ipv de elpee met Sultans of swing)

 

Van “Live/Indian Summer” heb ik nooit spijt gehad. Een erg mooie live elpee (Met gek genoeg één studio kant).

Live klinken de stukken goed, met de extra energie die een live optreden geeft. Ook de sfeer is mee te beleven, ook al heb ik AL nooit live gezien.

Leuk vind ik dat zijn praatjes tussendoor wat schuchter overkomen. Een beetje stuntelig zelfs, maar daarom juist zeer charmant.

“year of the cat” en “on the border” kregen Live een extra dimensie.

“Year of  the cat”  heeft live een lang piano-intro. Zo lang dat de uiteindelijke herkenning bij het publiek een ontlading lijkt na het voorspel.

Live lijkt het ook extra mooi vanwege die akoestische gitaar die glashelder boven al het live geweld uit klinkt.

Nostradamus/the World goes to Ryadh today roept een bijzondere sfeer op. Door gebruik van echo’s, en natuurlijk ook vanwege het thema. Ook hier is het akoestische gitaarwerk weer bijzonder.In mijn hoofd luisterend ga ik weer “hangen” in de muziek. Mijn lijf wil mee. 

En die stem…Erg Engels. Bekakt? Nee, niet het goede woord. en toch . . . een beetje kwikzilverachtig. 

Glittering prizes achtig. Het komt dichtbij wat Tom Conti heeft.Vriendelijk, studentikoos, en ja… misschien toch een beetje bekakt. Maar dan wel het nonchalante bekakt van iemand die het niet nodig heeft bekakt te zijn.

Al Stewart is volgens mij gewoon erg aardig.



The Knack – Get the Knack 1980

Maybe Tonight is het mooiste liedje en meteen ook die met de hardverscheurendste herinneringen.

1980:

De misschien-vannacht-nacht is de nacht van het eindexamenfeest op de boerderij van Douwe Kiestra, even buiten Gorredijk. Barbecue, een hele nacht doorfeesten en in de vroege ochtend op zoek naar een winkel die al open is. Om ijs te halen. Maar vooral een nacht waarin ik het weer niet aandurfde om Wilma te vragen.

We hadden in de onderbouw in verschillende klassen gezeten, en (zoals het jongetje dat ik als onderbouwer was), had ik niet zo op de meisjes gelet.

Door het vakkenpakket (A of B, twee profielen, het was een stuk eenvoudiger toen) kwamen we bij elkaar in de klas.

Bij  de eerste echte ontmoeting op het eerste klassenfeestje sloeg bij mij de bom in. Iets dat heftiger bewoog dan vlinders in een buik. De volgende drie jaren lang, draaide ik onhandig om die liefde voor haar haar heen. Het was een heel bijzondere, intieme vriendschap. Maar voor mij ook eentje met de zoete, brandende pijn van een onbereikbare liefde. 

 In de strenge winter van 1978-1979, was heel Friesland ingesneeuwd. Zelfs de scholen waren dicht en ik liep van Beetsterzwaag naar Drachten om bij Wilma te zijn. Half in de hoop daar de rest van de winter ingesneeuwd te raken.Het lukte: ik kon ook niet meer terug. Maar rekende buiten mijn moeder die haar netwerken inzette en een melkboer vond die het ritje toch moest maken (als enige voertuig op de weg!), en mij alsnog naar huis bracht.

 Het eindexamenfeest was voor mijn gevoel mijn laatste kans, want ik zou naar Wageningen gaan en zij naar Breda. Dus “Maybe Tonight” heeft zeer veelbetekenend in mijn hoofd rondgezongen. Ik heb niet eens het lef gehad om iets te zeggen van mijn gevoelens, laat staan om haar te zoenen.

 Vandaar dat ik, meer om voor mijn eigen lafheid te vluchten, dan om mijn hart te koelen, bij het eerste ochtendgloren en lang voordat er ook maar een winkel open was naar Gorredijk fietste om ijsjes te halen voor iedereen.

I dont know why I never said it before
I don’t know why I waited so long to be sure
but I… everythings coming
somethings coming, maybe tonight
funny to think I had to clown and pretend
you never knew I saw you as more than a friend
but I… come hold me tighter, come make it right
maybe tonight, oh maybe tonight
ever since the day I saw you
I was blown away ‘cause I knew I could not say
all the things I had to say
I was such a shy guy, I could not tell you
I love you
well maybe tonight, yes maybe tonight
 

 

Neil Young – Decade 1978



Het is bijna onmogelijk om de allermooiste popsong te kiezen.
Maar ik kan het: Cortez the Killer van Neil Young.
Dan moet ik het dus eigenlijk over “Zuma” hebben, want daar staat hij op, en die Elpee heb ik ook.
Maar het begon bij met met “Decade”.
Peter had “Deja Vu” van Crosby, Stills, Nash and Young. Van die vier bleek Neil Young de interessantste.
De volgende plaat werd “Harvest”. Mooi accoustisch, met het dramatische “the needle and the dammage done”. Daarna “American Stars and Bars” waarvan vooral “Like a Hurricane”, diepe indruk maakte.
Benieuwd naar meer van Neil Young taste ik diep in mijn buidel en kocht de driedubbelverzamelaar “Decade”. Een plaat voor het leven, zo bleek.
Ik heb voor mezelf Neil Young altijd een beetje verdeeld in zijn accoustische en zijn electrische muziek. Beiden met fantastisch gitaarwerk. Ik speelde zelf gitaar. Het accoustiche werk was goed te spelen. In Wageningen woonde ik o.a. samen met Kees Wagtmans. Hij speelde ook gitaar en met hem heb ik vooral de “electrische” gitaarnummers gespeeld.
“Cowgirl in the sand”, “Words” en “Cinnamon Girl” en vooral “Down by the river”. Daar zat een gitaarsolo in waarbij één noot ritmisch herhaald werd. Als ik het zo schrijf lijkt het niks. Maar als je met je gitaar bezig bent is het geweldig. De één legt de basis met de accoorden en de ander mag uit zijn dak. Mooier om te doen dan om naar te luisteren. We plozen zelf die gitaaraccoorden uit. Als er geen boek was waar het in stond probeerde je net zo lang alle accoorden tot het een beetje klonk. Dat ging verrassend vaak goed. Bij “Cortez the killer”  niet.

 

Nu weet ik waarom. Je kunt nu alle accoorden op internet vinden. Neil speelt vals: Voor Cortez the killer, stemt hij zijn gitaar anders. De onderste twee snaren worden lager gestemd. En dan klinkt het wel goed. Toen mijn oren het nog een beetje deden heb ik dat kunnen horen. Wat had ik graag een electrische gitaar gehad om die rifs een keer te spelen.
Gitaarwerk om in te verzuipen. Mooiste nummer ooit.
Ik ben zo gelukkig geweest om Neil zelf in Ahoy te zien spelen, in 1982 (Dat was in zijn maffe “Trans” periode, met zijn vocoder). Ik heb Cortez the killer zelf live gehoord. Die herinnering maakt het een beetje goed dat het nu allemaal als bagger klinkt.

Dexy’s midnight runners – Searching for the young soul rebels 1981

Terschelling, mei 1980. Eindexamen gedaan en dus met de hele klas kamperen terwijl de rest van de school nog zwoegt.
De Appelhof. Ja de verhalen zijn waar: Stapels bierkratten die boven de tenten uit torenen. Maar dat was een ander veldje. Onze klas was vrij onschuldig. (eerlijk waar! in vergelijking met die randstadters dan) Door de duinen zwerven, zelf eten koken en ’s avonds swingen in de kroeg in Midsland.
Geno was ons lijflied. Daarop konden we lekker uit onze bol op de dansvloer. (Rosie van Joan Armatrading was een andere favoriet)
Blazers! Net als bij Madness.

Maart 1981

De elpee kocht ik in studiestad Wageningen. Daarmee legde ik in die nieuwe wereld een mooie verbinding met mijn schooltijd.

Geno was gewoon een lekker swingnummer. De rest van de elpee ging ik steeds meer waarderen. Opstandige teksten waarin literaire namen werden aangehaald.
Eén van de nummers is zelfs een regelrecht gedicht, niet gezongen maar gesproken:

They all dedicate lines to you
Thin lines, easy seen through.
Of course they do to be like others, who
all feel something I wont pretend to feel just for you
because Ive never ever wanted anything from you.
Ive watched them marry up
their wives and lives with ties and lies,
Ive seen them fuck infatuation
And call it you so they feel safer
I hope youll stay with them forever
Let them sit back and never dream thoughts like mine
Scared hearts running from you
Take longer to prove
They can sit back and laugh while others do
But still they hold you in awe
Am I the first to ever question you exist?
Why do I throw up when she says she gives me herself only for you
Or her belief in you is only for me
Sometimes I almost envy the need, but dont see the prize.

Deze vond ik zo stoer dat ik hem al snel uit mijn hoofd kende. (Vooral dat “fuck infatuation” klonk lekker).

“The only way to change things is to shoot men who arrange things”,  was zo’n tekst om in je agenda te zetten, of op collegedictaten (in het eerste kwartaal als student ben je nog een halve scholier).
Toen Anwar Sadat werd vermoord, wees mijn broer me er op dat dit toch niet zo’n lekkere tekst was. Ik heb hem doorgestreept.

De muziek op deze elpee is verfrissend. Rebellenmuziek, paste zo in het rijtje van Bob Dylan, John Lennon en andere helden. Schreeuwerig en klagerig zingen. Pathos. De blazers geven het nog een beetje soul mee ook.  Uitbundig en bezield. Een plaat waarmee je “angry young man” kunt spelen. Een plaat die je helpt om je dadendrang en je opgekropte emotie een uitweg te geven. Ramen open, laat de wereld van je horen.
Ook dit is een zomerplaat. Welkom buiten, welkom wereld, ik kom er aan!



 

Peter Gabriel – IV 1982

Ik weet nog dat Kees Wagtmans met deze plaat thuis kwam. De hoes gaf al aan dat dit iets bijzonders was.
Kees en ik hielden erg van Neil Young en “Cortez the Killer”. En ook deze plaat nam me mee naar de mystiek van Indiaanse of Afrikaanse volken. In mijn beleving is het Zuid Amerika. En zoals in een droom kan ook in een beleving alles: dus gaat Zuid Amerika vloeiend over in Afrika.
“Rythm of the heat” had krachtige trommels, als van een Afrikaans ritueel. Het werd zomer en bij dit nummer voel ik de zomerwarmte dreunen.
Maar mooiste nummer is “San Jacinto”. Dat bouwt langzaam op.
Het begint met panfluit achtige begeleiding die je wegvoert alsof je Mescaline hebt ingenomen.
Het voert je mee, op zoek naar de roots van het Indiaanse volk. Ondanks de overheersing van de blanke cultuur moeten ergens de wortels te vinden zijn.
En ja hoor daar komt ie.”I hold the line”.
Hoor die zeer zware bas: je voelt “the line” letterlijk in je buik.
Ik heb op Torhout/Werchter in 1983 Peter Gabriel zien spelen. Wat een kracht!
Dit is een van mijn favorieten.
tip:
Peter Gabriel live is een belevenis. De allermooiste uitvoeringen vind ik die van de “secret world tour”
(de video die hier eerst stond is van youtube gehaald (terecht denk ik want de hele DVD stond er op. Beschouw deze clip als een voorproefje)

Naschrift:
Ik heb via Google de playlist gevonden van het optreden in Werchter op 3 juli 1983:
1. Across The River 4:34
2. Intruder 4:56
3. Not One of Us 6:17
4. The Family and the Fishing Net 8:05
5. Humdrum 4:04
6. Shock the Monkey 7:48
7. Milgram’s 37 7:45 *
8. Family Snapshot 5:17
9. Solsbury Hill 5:07
10. San Jacinto 8:47
11. On the Air 5:48
12. Biko 8:27

 * Voetnoot bij een voetnoot: 
Peter Gabriel heeft ook mij zo gek gekregen uit volle borst mee te zingen: “We do what we’re told”.
Een verwijzing naar Milgrams experiment waarin mensen bereid bleken anderen een electrische schok te geven. (De schok werd niet echt gegeven, maar er kwam wel geschreeuw uit de kamer waarin zogenaamd de andere poefpersoon zat) 
Ik had beter moeten weten. Ik had voor het vak psychologie de film over het experiment nota bene gezien!
zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Experiment_van_Milgram

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=JRLjpXLEp1A&w=420&h=315]

misbruik van feedback

Met de regels van feedback krijgen mensen een machtig wapen in handen. Volgens die regels is elke verdediging uitgesloten. Als je op uitermate zorgvuldige (en dus uitvoerige) wijze te horen hebt gekregen wat er niet aan je deugt, mag je als feedbackontvanger alleen nog maar dankbaar zijn voor het cadeautje dat je zojuist hebt gekregen.  De feedbackgever omhult zich met een aura van onaantastbaarheid en stelt zichzelf en passant als norm.

Met ongevraagd feedback geven kun je mensen net zo vast zetten als met de opdracht: “Voer deze opdracht niet uit!”

Is dat overdreven? Ja.

Toch bevatten de feedbackregels een dubbelzinnigheid, en die wil ik graag blootleggen.

Even vooraf:  Als iemand zelf vraagt om feedback,  zijn de regels heel zinnig. Dan is feedback een mooi instrument. Maar dan ook echt alleen als iemand er zelf expliciet om vraagt.

In alle andere gevallen bijten twee verschillende elementen in de feedback elkaar:

1.  Ik geef jou informatie over mij.

“Beschrijf het effect dat het op jou (feedbackgever) heeft en gebruik de ik vorm”.

Prima! Dit is volgens mij het wezenlijke van feedback: informatie. De feedbackgever vertelt hoe het gedrag/de boodschap is overgekomen. De feedbackgever vertelt dus iets over zichzelf! Dat is inderdaad een cadeautje.

2. Ik geef jou informatie over jou.

In de regels staat ook ergens: “Beschrijf veranderbaar gedrag.”

Hé, wacht eens even. Wordt ik als ontvanger geacht te veranderen? Hoe is dat er ingeslopen? Als ik een cadeautje krijg mag ik toch zelf weten wat ik er mee doe? Anders is het alsof iemand mij een groot schilderij geeft,  er meteen bij zegt op welke muur dat mooi zou staan, en een passant mijn huis opnieuw inricht.

1. klopt  en 2. is fout.

Nogmaals:  feedback gaat over de gever, niet over de ontvanger. Wees daar alsjeblieft duidelijk over! Die informatie koppelen aan veranderbaar gedrag van de ontvanger wekt de indruk dat het toch over de ontvanger gaat.

Geen feedback maar kritiek.

Als het je te doen is om het gedrag van de ander te beïnvloeden om dat jij je ergens aan stoort, prima. Zeg wat je niet bevalt aan het gedrag van de ander.

Ook als mensen schadelijk gedrag naar anderen vertonen moet je ingrijpen. In dat geval is je interventie er in eerste instantie op gericht anderen te beschermen. Zorgvuldig en respectvol wijs je iemand terecht. (en de regels van feedback zijn ook in dat geval een goede richtlijn).

Ik wil dat echter geen feedback noemen, maar kritiek. Niet het belang van de kritiekontvanger staat hier centraal, maar het belang van jou of degene die je in bescherming neemt. De ontvanger hoeft niet blij te zijn met het cadeautje. Jij bent de muur waar de ander met zijn neus tegen aan loopt. Ik vind die rol wezenlijk anders dan die van feedbackgever.

Feedback geven doe je toch om de ander vooruit te helpen.

Maar als de ander daar zelf niet om gevraagd heeft, moet je jezelf afvragen of je hem wel helpt. Hij zal waarschijnlijk niet open staan voor feedback. Wat je bereikt is misschien zelfs het tegenovergestelde van wat je wil. Je geeft namelijk de boodschap dat de ander niet goed is zoals hij is.

En wat nu als je bij iemand een blinde vlek ziet? Toch mooi om hem daar met feedback op te wijzen?

Nee.

Mensen gaan gedrag pas veranderen als ze zelf last gaan krijgen van dat gedrag. Gewoon laten gaan dus. Kennelijk heeft iemand het nodig om nog wat vaker met zijn neus tegen de muur te lopen. Als de ander jou niet heeft aangewezen als zijn opleider moet je je ook niet gedragen als een opleider.

Wat je wél kunt doen is mensen onvoorwaardelijk steunen. Dat hebben ze nodig als ze zich weer eens stoten. Als ze zich gesteund voelen zullen ze zich eerder open stellen voor feedback. Ze gaan er misschien wel zelf om vragen. Wacht tot dat moment met het geven van feedback, en doe het dán volgens de regels.

Niet mee bemoeien.

Ik ben dit nu als opvoeder aan het leren, en het is moeilijk. Hoe laat ik mijn kinderen hun eigen lessen leren? Hoe houd ik mijn mond als ik zie dat ze met ogen open ergens in trappen?  Soms houd ik mijn mond niet. Wat ik wel kan doen is op dat moment het “voor je eigen bestwil” verhaal achterwege te laten. Daar zitten ze niet op te wachten. Gewoon lekker ouderwets “omdat ik het zeg!” dus. Nu ben ik de muur, een andere keer weer het kussen.

En in de tussentijd?

Onvoorwaardelijk steunen dus. Een mooie manier waarop je dat kunt doen is een compliment geven voor de dingen die de ander wél goed doet. Dat is een echt cadeautje.

Zónder verbeterpunten, zónder sandwichformule.  #Durftewaarderen

Madness – Seven 1981

 Happiness tinged with sadness

Madness nam ik als fan mee naar Wageningen toen ik ging studeren. Ik had “One step Beyond” al en “Absolutely” hoorde daar absoluut bij.

Ik was dol op de gekte en kon als student daar een stuk makkelijker mee uit de voeten dan als scholier. Ik kocht twee witte schoenen, verfde de ene lichtblauw en de andere grasgroen. Ik blondeerde mijn haar, deed een oorknopje in en koos felle kleuren om te dragen. Beetje kleurenblind, dus hoe feller hoe beter, vloekende kleuren bestonden niet. Of juist puur zwart/wit, passend bij Madness. In ieder geval vrolijk de zomer in.

En toen kwam “Seven” uit. Die had nog steeds vrolijke blazers. Toch sloop er een soort melancholie in de muziek. Ik heb er geen verstand van maar het is net alsof er op “seven” meer dissonanten klinken. Nog wel vrolijkheid, maar minder onbezorgd.

In mijn tweede jaar sloop de dissonant ook mijn leven binnen en de plaat “seven” is daar onlosmakelijk mee verbonden.

Een huisgenoot had een opgezette klier in zijn nek, en na onderzoek bleek dat hij Hodgkin had (lymfekanker).  Ik had niet lang daarna ook een opgezette klier, maar dat kon natuurlijk nooit Hodgkin zijn. Voor de zekerheid wilde de huisarts toch ook mijn klier laten onderzoeken, dus die werd opgestuurd.

De uitslag liet op zich wachten. Zie je wel? Ze kunnen niks vinden. En zelfs, als ze iets vinden is het goed te behandelen. Ik draaide de vrolijke muziek van Madness en maakte me geen zorgen, dacht ik.

Ik zong vrolijk mee, maar veranderde ” Mrs. Hutchinson” in “Mrs. Hodgkinson”. De tekst van dat nummer  kwam ook erg dichtbij. Daarin wordt door de artsen Mrs. Hutchinson bemoedigend toegesproken, terwijl haar zoon op de gang te horen krijgt dat ze het eind van de week niet meer zal halen.

Na lang wachten kwam de uitslag. Hoe onmogelijk het leek, ik had, net al mijn afdelingsgenoot, Hodgkin. Weggesleurd uit het studentenleven het ziekenhuis in. Een mallemolen van onderzoeken en uiteindelijk bestraling.

Ik zat zo als dat heet in een vroege fase. Behandeling was relatief eenvoudig. Milt eruit en bestralen.

Het heeft een half jaar van mij leven gekost, dacht ik altijd.
Nu weet ik dat het me meer heeft gekost.

.

Steve Forbert – Little Stevie Orbit 1981

Dit is een ontdekking van mezelf, en eentje die ik met maar weinigen deel. Misschien kennen mensen “Schoolgirl” nog. Dat was een klein hitje in 1981.ja,ja, daar staat 1980 maar dat was Amerika. Hier kwam hij pas voorjaar 1981 uit.

1980/1981 was mijn eerste jaar in Wageningen. Schoolgirl begeleidde mijn eerste lente en zomer als student. Het paste met zijn schorre vrolijkheid uitstekend bij die uitbundige sfeer. Zwemmen in het grindgat onderaan de Grebbeberg. Tot ’s avonds laat buiten bij Loburg op de stoep zitten. Mijn eerste Belgische bier.

Mijn meeste platen waren seizoensgebonden. Dit is een lente- en zomerplaat. Ik kocht hem in de lente en hij daalde in, tijdens de vroege zomer. Het mooie is dat ik elke volgende lente kan afdwingen door het opzetten van deze plaat. Elk seizoen begint voordat het begint.

Het mooie Cellophane City heeft een kabbelend ritme, als een zacht schommelend zomertreintje. Hoor het piepen van de wielen bij het refrein. Steve Forbert zingt en vertelt tegelijkertijd. Als hij stilvalt, stopt ook de muziek abrupt. (Je kunt mij altijd plezier doen met makkelijke truukjes in de muziek). Dan zetten de toeters in en nemen het thema over. Reprise and fade out.

“One more glass of Beer” mag zo op mijn begrafenis. Het eindigt met mooie strijkers die naar het eind toe aanzwellen. Daaronder nog meer violen die van hoog naar laag glijden en weer terug. Alsof je naar de aftiteling van een monumentale film zit te kijken. (Echte klassieke-muziek-liefhebbers hebben dan natuurlijk het gevoel dat ze in een Efteling show zitten, maar als ik op mijn begrafenis mijn gêne niet op zij kan zetten, wanneer dan wel?)

De teksten bevatten scherpe oberservaties. Eentje die me bij bleef was “If you’ve  got to ask you’ll never know.” Die herkende ik maar al te goed. Het leven was voor mij altijd vol met dingen waarvan ik het gevoel had dat iedereen die wist behalve ik.

De uitsmijter is Visitor.

“Yes I am a visitor, and I’ve got a life to live, while I’m here upon this circumstance called earth”

Dat is hoe ik me heel lang gevoeld heb, een bezoeker, die met verwondering, en later ook bewondering naar de wereld kijkt. Misschien ben ik dat nog steeds.

.
Cellophane City

A vistor:

One more glass of beer