Voetsporen in het noorden

Eindelijk de moed genomen om helemaal naar het hoge Noorden te rijden.

Mijn vader ligt daar op een piepklein kerkhofje in Vierhuizen. Einde van Nederland. Vanaf het kerkhof zie je de dijk liggen.

Een typisch plekje voor een typsiche man. non-conformistsich, eigenzinnig. Beter in een paar diepe contacten  dan in vele oppervlakkige. Uit een kunstenaarsfamilie, vandaar dat onaangepaste, denk ik.

Op weg hierheen langs het graf van mijn moeder. Dat was niet iemand om te kiezen voor een plek zo ver van alles vandaan. Ze ligt dan ook midden in Oldeberkoop, het dorp waar ze  de laatste 25 jaar woonde. Het dorp waarmee ze van het begin af aan contact heeft gezocht. Lid worden van de plattelandsvrouwen, en op allerlei andere manieren zo veel mogelijk mensen leren kennen. Voor zoveel mogelijk mensen iets betekenen.

Ik lijk het meest op mijn vader. Dat is iets wat ik al heel jong hoorde: “sprekend je vader”. Toch heb ik ook iets van dat willen “pleasen” van mijn moeder. Ik ben er alleen niet zo goed in. (zie ook hier)

Vreemd om daar te staan. Verdriet om het feit dat mijn jongste twee mijn ouders nooit gekend hebben (en de oudste twee veel te kort). En andersom. Wat zouden ze genoten hebben van elkaar.

Fijn om mijn drie dochters bij me te hebben (mijn oudste zoon had zijn eigen dingen, met hem doe ik wel weer een keer wat anders). Fijn om zo’n dag me elkaar te beleven, daar aan het eind van Nederland.

Stil staan in het niemandsland tussen mijn ouders en mijn kinderen. En tegelijk hier en nu beleven met mijn dierbaren. Een bijzonder begin van 2012.

En nu weer vooruit. De schaduwen worden weer korter.

de waarheid

Ik tweette : “De waarheid ligt niet in het midden maar aan beide kanten tegelijk”

Ik kreeg van Robert Kroesbergen (@rkroesbergen) een antwoord: “Maar de beste waarheid ligt aan één kant”.

Ik antwoordde dat de beste waarheid niet bestond. Even vermoedde ik nog een grap, maar Robert verzekerde dat we een meningsverschil hadden.

Dat is mooi, want dan kan ik iets leren. Ik hoop dat Robert wil delen. Ik begin hier vast, want 140 tekens is wat kort voor nuances.

Mijn uitspraak komt voort uit plagiaat en ervaring.

Plagiaat, want ooit las ik ergens:

“Het tegenovergestelde van een kleine waarheid is een leugen,
het tegenovergestelde van een grote waarheid is een andere waarheid.”

En in een lezing van Marinus Knoope hoorde ik:

“De waarheid ligt nooit in het midden, het midden is voor de veiligheidszoekers”

 

Ervaring, want ik heb deze uitspraken in mijn hart bewaard. En gezien dat ze waar zijn. Altijd leer ik van een overtuiging die haaks op die van mij staat.

Misschien is er een beter onderscheid te maken dan klein en groot.

Misschien moeten we het hebben over:

korte en lange termijn,praktische toepasbare 

versus

levensbeschouwelijke, waarheden.

 

In het geval van praktisch toepasbare, korte termijn waarheden geef ik Robert gelijk. Dan is het verstandig om één waarheid te kiezen. Er je kunt er vast een vinden die op dat moment de beste is.

In het geval van

  • waarheden die wat langer mee moeten,
  • waarheden waarop je je levensovertuigingen bouwt,
  • waarheden op basis waarvan je mensen benadert,

 

blijf ik vast houden aan mijn: “Er bestaat geen beste waarheid”.
Ieder van ons heeft een stukje van de “grote” waarheid.

Laten we niet kiezen maar ze naast elkaar leggen. Als we tegen over elkaar blijken te staan: laten we dan respect hebben voor elkaars waarheid.

“Ja maar er moeten toch een keer knopen worden doorgehakt, beslissingen worden genomen ! “, zeg je.

Dat is waar. Gelukkig gaan die beslissingen weer over praktische zaken. En daar kunnen we via een goede dialoog heel goed samen een beste waarheid voor kiezen.

Ook al blijven onze “grote” waarheden verschillend.

.
Ik hoop dat dit een begin is. Ik ben benieuwd naar wat Robert te zeggen heeft. Ik heb hem als zowel verstandig als aardig mens leren kennen. Ik heb al van hem geleerd. (Hij hoste een blogpraat over SWOT).
Ik wil graag nog meer leren van hem.

Robert heeft inmiddels zijn antwoord gegeven. Dat staat hier.

een ander soort gezelligheid

Vandaag kocht mijn derde haar eigen laptop van haar spaarcenten. Broer en grote zus gingen haar al voor. Alleen de jongste moet het nog doen met de thuis-laptop, maar daar heeft ze nu alleen nog concurrentie van haar moeder. (Ik heb een laptop van mijn werk)

En zo zit alles op de bank, kijkend naar zijn/haar eigen serie.

Toen ik klein was keken we allemaal tegelijk naar dezelfde serie: de Vrijbuiters, Oebele en later Man over de vloer of McCloud, of mini series: De schat van het kasteel zonder naam of de Jonkvrouw van Avignon.

Nu zitten al mij kinderen ergens anders naar te kijken: Alle Bing bang theories, House, Off the map enz.

Mijn scheikunde studerende zoon heeft zelfs een hele passende serie gevonden waarvan ik het bestaan nie eens van kende: over een geflipte scheikunde leraar: Breaking Bad.

En mijn kinderen zullen weer nostalgisch terug kijken naar het moment van nu, omdat het later wel weer helemaal anders zal zijn.

 

Fleetwood Mac – Rumours 1977

1977 , 15 jaar oud.

Mijn meeste muziek kwam van Peter, mijn grote broer. Maar toen ik ouder werd, zelf een pick up had ging ik mijn eigen elpees kopen.

Hoe doe je dat als je grote broer alles al heeft? Zelf elpees kopen voelde bijna aan als heiligenschennis. Peter was degene die mij in alle muziek introduceerde.

Toch heb ik zelf al snel een aantal klassiekers bemachtigd. Rumours was er een van. Dit album was al klassiek op het moment dat het uit kwam. Vreemd om dan als eerste al dat moois te horen.

(Bij “Hotel Califonia” en “Desire” had ik ook dat gevoel van heiligenschennis. Niet omdat het niet mocht van mijn broer, maar ik pikte zijn helden in, zo voelde dat.)

Ik kende Rhiannon via Peter, en ik kende de verhalen over de onstuimige relaties in de band.

Maar vanaf het moment dat ik Rumours opzette was Fleetwood Mac van mij.

Rumours is een aaneenschakeling van hoogtepunten.

De heren zorgende voor het rockwerk, de dames voor de balads. En hoewel Stevie Nicks mijn hart als puber sneller deed kloppen, zijn de nummers van de Christine McVie eigenlijk mooier.

Ik keek deze kerst weer naar Love Actualy. Daar zit “Songbird” in. In een nieuwe versie. Maar die hoor ik niet. Ik hoor de oorspronkelijke versie. Die zit nog volledig in mijn hoofd en kan ik zo afdraaien. Verstild mooi.

Het is 31 december 2011 als ik dit schrijf.

Voor 2012 kies ik voor mezelf: “You can go your own way”, and “Don’t stop”.

wordt 2012 mijn jaar?

mmmm weet niet.

2011 was mijn kennismaking met twitter en bloggen. Dat heeft veel opgeleverd.

Mooie mensen ontmoet. Mooie dingen gedeeld.

Stappen gezet voor mezelf.

En het heeft dromen wakker gemaakt die ik te rusten had gelegd.
 
Vraag is wat ik daar mee ga doen. Mijn ideeën lopen altijd te hard voor me uit.
De vraag is wat wil ik echt? Wat kan ik echt?
Want anders zijn die ideeën niets meer dan een vehikel om me zelf te bewijzen.

Dus nog even tijd om genoeg afstand te nemen van al die mooie ideeën. Geen haast omdat er een nieuw jaar begint. Als ik wil kan ik op elke dag een nieuw jaar beginnen, op elk uur een nieuw leven.

Waar hebben mijn wensen en ideeën mee te maken?

Wat is de rode draad?

Daar ben ik naar op zoek.

Het heeft te maken met het creëren van ruimte voor de bangerds onder ons.

even een klein stukje privé wereldbeeld:

Volgens mij heb je 3 soorten mensen: De bangerds, de durverds en de derde groep: zij die niet bij de vorige twee horen.

De durverds zijn net zo bang als de bangerds maar weten hun angst te overschreeuwen, of voor zich uit te duwen met hun acties.

De wereld wordt gevormd door de durverds.

Maar er worden hekken neergezet door de bangerds die op zoek zijn naar houvast.

Die hekken maken dat de wereld een lastige plek is voor bangerds die te vrij zijn om zich te bemoeien met het bouwen van hekken, maar te bang zijn om ze omver te duwen.

De derde groep bestaat uit bangerds die een weg gevonden hebben om zich uit te drukken, voorbij (of dwars door) hun angst, en uit durverds die hun angst onder ogen durven te komen. Deze groep beweegt zich dwars door alle hekken heen alsof ze niet bestonden. Deze groep wordt groter en maakt de wereld mooier. Maar nog te vaak worden hun plannen overgenomen door durverds die net te hard schreeuwen en bangerds die de boel dicht willen spijkeren.

Ik ben een bangerd, allergisch voor hekken. Toch heb ik me tot nu toe nog door veel te veel hekken tegen laten houden.

Twitter heeft mij een mogelijkheid gegeven om direct contact te krijgen met de derde groep.

Dankzij hen heb ik in 2011 een paar hekken voor me zelf omver geduwd.

Ben ik er?

Nee.

Het bangerd zijn blijft altijd een beetje aan me kleven. Het durverd willen zijn ligt op de loer. Geen goede stap voor mij omdat ik me zelf dan voorbij loop.

Dus mijn wilde plannen toetsen op wat ik écht wil.

En wat ik echt wil is de hekken weg.

Ruimte voor wie we echt zijn.

Want onder dat laagje dat van ons een durverd of en bangerd maakt, behoren we allemaal tot de laatste groep: mensen die niet uit angst, maar uit liefde contact maken.

.

Door het landschap van een boek lopen

Soms loop ik in een boek. Bovenstaande plek deed me denken aan het begin van een verhaal van Ollie B. Bommel.

Landschappen in de late herfst en kale winter doen me denken aan de tocht van Frodo en Sam in Ithelien.
Ondanks de prachtige films blijft dat landschap toch nog steeds het landschap dat ik als puber al lezend voor me zag.

Bergen zullen altijd de bergen zijn die Tiuri over moet steken om in het rijk van Unauwen te komen.

Alpenweides zijn de weides waar jouweniet een zomer lang bloeit, waarna mijnwel het zaadje weer mee neemt, zoekend naar de tuinen van Dorr.

Dichtbegroeide bossen met bergbeekjes zijn de wouden van Venus: Torenhoog en mijlenbreed. Misschien omdat mijn moeder dat op vakantie in Frankrijk bij zo’n beekje voorlas. Ik verwachtte dat elk moment één van de Afroini uit de het gebladerte te voorschijn zou stappen.

Het zijn vooral de boeken uit mijn jeugd bedenk ik nu, waar ik doorheen wandel.

Bommel boeken: Maarten Toonder
Lord of the Rings Tolkien
Torenhoog en mijlenbreed – Tonke Dragt
De tuinen van Dorr – Paul Biegel
Brief voor de Koning – Tonke Dragt
.

donker

Vandaag lukt me het niet om licht te vinden.

Een mooie wandeling, maar alles in grijs en grauwgroen.

Wilde foto’s maken onderweg maar de batterijen gingen op. Zo’n dag dus.

Daarom  alleen het startpunt (en daar wordt je ook niet vrolijk van, wel erg sfeervol Dickens-achtig dorpje met statige huizen.)

Mijn wens voor morgen is een klein beetje zon.

geloof 5

dialoog over geloven.

hier staan de eerdere delen:
deel 1
deel 2 
deel 3
deel 4

Uiteindelijk vol overgave JA kunnen zeggen is een mooie stap, denk ik.

Wat ik mooi vind aan jouw overgave is dat ie compleet is. Overgave ook aan jezelf, inclusief je nukken. Een pracht van een paradox. Maar jij leeft hem.

Ik heb die JA ook gevoeld. Ook al heb ik hem prachtig verpakt. Hij gaf rust, die JA.

Voor mij was het ook stoppen met zoeken. Niet omdat ik HET gevonden had. Maar omdat ik iets gevonden had dat raakte aan HET.

Ik hoef HET niet te vinden, te pakken en te benoemen. Vooral: ik hoef HET niet meer na te jagen. Als ik alles stil leg, kan ik er heel dicht bij komen. Dat hoeft lang niet altijd in de kerk.

Met kerst en pasen ben ik zelfs nooit in de kerk. Mijn gezin is niet kerkelijk, en ik vind op die dagen een ontbijt met mijn gezin belangrijker dan mijn aanwezigheid in de kerk.

Voor mij is belangrijk dat de kerk er is. Dat ik kan gaan, en daar stilte kan vinden.

Een vast onderdeel heeft voor mij grote betekenis. De predikant zegent ons ten afscheid.

De HERE  zegene en behoede u.  
De HERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig 
De HERE  verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede.

 

Vreemd genoeg kan ik dit echt voelen aankomen. Ik kan een zegen binnen laten komen. Dat is voor mij van grote betekenis.


Dat, de preek en de mensen zijn voor mij de kerk. Ik weet niet zo goed wat ik met de liederen moet (helemaal niet nu ik daar weinig melodie in hoor). Ik zie dat het voor mijn medekerkgangers wel belangrijk is, en dat is voor mij genoeg.

Heeft voor jou het geloof invloed op je dagelijks leven? Ik kan me bij jou zo voorstellen dat je zonder geloof ook al nadacht over wat je deed en liet. En dat je zonder geloof ook waarachtig en gewetensvol wilde handelen. Maakt geloof daarin verschil?


Bij mij niet zo heel veel denk ik. Ik wordt niet een beter mens door mijn geloof. Of misschien toch: ik blijf dichter bij mezelf. Heb minder waardering van anderen nodig. (Vaak nog te veel, maar als ik droog kom te staan, kan ik nu ook uit een andere bron drinken).


Naschrift:
Ik merk dat sommigen dat “beter mens” verkeerd begrijpen. Ik bedoel daarmee niet: beter dan anderen, maar beter dan mezelf. Ik wordt een betere versie van mezelf. Niet omdat ik geloof, maar doordat ik geloof.

Vergelijken met anderen is iets dat sowieso niet in mij op komt. Welke maatstaf zou je moeten hanteren om te kijken wie een beter mens is? 



Licht

Schilderijen zijn mijn nieuwe liefde.

Vooral het spel van licht vind ik fantastisch. Felle accenten van lichtval tegen een donkere achtergrond.

En al dat moois is als je goed kijkt voortdurend om je heen. Zelfs op een druilerige dag als vandaag. (Ik vind zo’n grijze dag, wolkenliefheber die ik ben, maar niks)

Maar zelfs op een grijze dag kun je je omgeving betrappen op het spel met licht.

We hebben van onze buren oude terrasstoeltjes in bruikleen. Ik ben daar zo blij mee. Ze zijn niet alleen elegant. Het glimmende chroom steekt prachtig af tegen het donkere, matte groen erachter. Spel met licht, vlak voor mijn neus op een sombere dag.

Als je maar weet te kijken. En dat leer ik steeds beter.