De waarheid 2

Hoe meer we bloggen en reageren op elkaar, hoe dichter komen we bij de waarheid.

Als we daar tenminste de goede instrumenten voor gebruiken:

Een voorbeeld:

Het begon met mijn tweet: “De waarheid ligt niet in het midden, maar aan beide uitersten tegelijk”.

Daarop volgde een discussie met Robert Kroesbergen, via onze blogs. hier en hier

Leren van elkaar. Want ik zie een klavertje vier …

…En jij ziet een achtje:

En als we in beweging komen via een dialoog, zien we elkaars waarheid.

We zien zelfs nog meer.

Een IJsje:

En een kabouter:

Zo ging mijn eerste tweet over de waarheid alleen over de grote, onbereikbare waarheid. En bracht de waarheid van Robert Kroesbergen mij op het feit dat je in de praktijk toch een keuze moet maken.

Laten we die keuze pas maken als we elkaars waarheden ook echt gezien hebben. Daarvoor moeten we in eerst in beweging komen, van onze vertrouwde plek af.

 

wie ben ik : aanvulling

Een aanvulling op mijn wiebenik.

Een groot verschil met 1995 ontdek ik nu.

Ik hoef niet te zoeken naar mijn privé zelf. Ik ben aardig tevreden met mezelf, en heb aardig vrede met mijn onaardige zelf.

Waar ik wel erg onzeker over ben is: wat zijn mijn talenten, en hoe en waar zet ik die zo goed mogelijk in?

Mijn huidige baan is de leukste die ik ooit gehad heb. Maar ook in deze baan loop ik tegen grenzen aan, kom ik onvoldoende uit de verf.

Dat moet beter kunnen, zegt een stem in mijn hoofd. Dat is waar mijn 40 dagen over gaan.

Trigger van deze, en de wiebenik blog:

http://socialgort.wordpress.com/2012/01/21/mijn-associaties-heb-jij-ook/

en deze las ik later, en heeft er mee te maken: (vrij schrijven)

http://carogeurtsenmyblog.wordpress.com/2012/01/21/vakvrouwen-om-van-te-houwen/

lunch met vragen

Een mevrouw komt langs. Wat ik wil eten.

Drie boterhammen met kaas, cervelaatworst en jam. En een karnemelk en een mandarijn.

Ze schrijft alles op een servetje. Waarom op een servetje? Heeft ze geen briefje. Vroeger hadden ze lijstjes waarop je aan kon kruisen.

Ik krijg keurig mijn drie boterhammen, en een thee en een banaan. Waarom die thee, en die banaan? Ze had het toch opgeschreven? Waren de mandarijnen en de karnemelk op? Waarom dan niet even uitgelegd?

Ik zeg er niets van. Niet belangrijk genoeg. Thee en een banaan is ook prima. Toch verwonderd.

Net als over de verpakking van de kaas. Is-niet-open-te-krijgen! Die van de cervelaat gaat heel soepel. Waarom zit die kaas nog steeds in zo’n achterlijke verpakking? Nooit iemand de fabrikant verteld dat het ook anders kan? (Zie cervelaatworst)

Zo maar wat vragen, zoals die dagelijks door mijn kop schieten. De wereld blijft een vreemde plek.

Buiten wordt de regen natte sneeuw. Daar zit lekker geen waarom aan vast.

bijkomen

En dan wordt je wakker uit een heerlijke roes. (+/- 14.15)

Heel onwerkelijk. Het eerste wat ik zag was een kast aan de overkant van het gangpad met allemaal medisch spul.

Dan voel ik de bloeddrukmeter die zich automatisch op pompt.

Ik ben er dus nog. Een verpleegster loopt langs en knikt vriendelijk. Alles zal wel goed gegaan zijn.

En dan voel ik langzaam aan alle ongemakken.

In afnemende volgorde:

  • pijn. Niet erg, maar hindelijk aanwezig. Jezelf wel eens flink gesneden? Zo ongeveer.
  • Oorpijn, maar niet erger dan bij een flinke verkoudheid
  • Keelpijn (slangetje is er gelukkig net uit gehaald)
  • De catheter die ik voel zitten
  • Mijn rug, het bed heeft te lang in een half-overeind positie gestaan
  • kou, dat operatiejasje is wel heel luchtig
  • infuus in mijn hand
  • bloeddrukmeter die weer gaat pompen.

Die laatse ongemakken betekenen dat het dus erg goed gaat. Niet misselijk dus. Tijdens het typen al een yoghurt gegeten, en een pyama aangetrokken. (Nog even afwachten hoeveel hiervan is te danken aan zware pijnstillers)

Blogje typen als afleiding.

En straks horen van de arts of de operatie naar wens is verlopen.

#WOT – Uitdagen

Uitdagen of je laten uitdagen. Dat is een vraag.

Net zoals beauty in the eye of the beholder is, lukt uitdagen alleen als de ontvanger zich ook uitgedaagd voelt.

Mijn ontvanger stond deze week op scherp, denk ik.

Ik voelde me twee keer uitgedaagd.

De eerste keer door een opdrachtgever, ik tweette er al over.

Het lastige van mijn werk (loopbaanbegeleider) is dat de opdrachtgever geen klant is maar budget- en regelbewaker. En soms bewaken zij de grenzen op een rigide manier. Misschien moet dat ook wel zo.

Deze keer werd ik door die rigide manier van “het aan de regels houden”, geraakt in mijn achilleshiel.

Een oude pijn uit mijn jeugd zijn de “jij weet niet hoe het hoort!” mensen.

Van zeer onbevangen en open kind, dat zich van niemand iets aan trok, ben ik in mijn puberteit uiteindelijk gezwicht en meestermanipulator (lees tevredenstemmer) geworden.

Vanaf mijn 33e ben ik de lagen weer aan het afpellen, en steeds meer mezelf aan het worden. Terug naar dat onbevangen kind. Maar er blijft naturlijk altijd wel iets zitten.

Ik werd er deze week vol door geraakt. In plaats van wegkruipen had ik nu alleeen de neiging om terug te slaan. Tien mailtjes probeerde ik uit. Allemaal weggegooid, want het fenijn bleef leesbaar, tussen de regels door. Daarom heb ik het hele zaakje overgedragen aan mijn manager. Die heb ik alles uitgelegd. Zij mag nu even het contact met die opdrachtgever overnemen.

De tweede uitdaging was door een c-assistent , die zeer badinerend :”Wat gaan we morgen doen?” vroeg. Die uitdaging had ik graag gepareerd, maar ik stond te perplex.

Dus nu achteraf, heel laf alsnog via mijn blog.

Leren die studenten medicijnen niet hoe ze met patienten omgaan? Een van de eerste lssen zou dan toch moeten zijn dat het gebruik van het woord “we” gemeden moet worden? Of is dit een onderdeel van een PVV-aanpak om weer een beetje afstand te creeeren tussen patient en arts? Zoals ook scholieren geen voornamen meer mogen gebruiken om leraren aan te spreken?

Bedenk nu dat het beter is me uitgedaagd te voelen, dan op mijn plaats gezet.

wachten

In de zorgsector belanden betekent wachten.

Dat begint al voordat je het ziekenhuis in bent. File voor de parkeergarage.

Dan wachten bij de aanmeldbalie. Wachten bij de afdeling. Een uur na aankomst is het, als ik op mijn kamer ben.

En dan dus weer wachten. Ben je dan net lekker aan het wachten, wordt je ruw onderbroken door allerlei mensen die  allerlei vragen stellen die allemaal al een keer gesteld zijn. Co-assistenten die onderzoekjes doen. (Voor de resultaten? Of voor het oefenen?)

Een lieve mevrouw die lunch komt brengen. Dat dan weer wel. En gratis internet.

In de zorsecor zijn betekent ook een nummer zijn. Hoe aardig ze allemaal ook zijn. Voor deze mensen ben ik geen Jacob Jan. Voor deze mensen ben ik een patient.

Als ze me nu een beetje met rust laten vermaak ik me wel. Ik heb boekjes bij me en het gratis internet, met televisie (#WISDM vanavond) hangt boven mijn bed.

Op de bon

Rechter: “Mijnheer Voerman, heeft u een raadsman meegenomen?”

Ik: “Nee, mijnheer de rechter.”

Rechter: “Dan is het woord aan u. Kunt u uit leggen waarom u er voor kiest om een parkeer-bekeuring voor de rechter te laten verschijnen?”

Ik: “Omdat ik keurig binnen de tijd was, mijnheer de rechter.”

Rechter: “Ik lees hier dat tijd niet de kwestie was. U had helemaal geen ticket!”

Ik: “Die had ik wel, mijnheer de rechter. Hier is hij”

Rechter: “Weet u dan niet dat u deze achter de voorruit had moeten leggen? Het staat er zelfs op!”

Ik: “Ja mijnheer de rechter, dat zie ik nu ook, maar ik had mijn leesbril niet op. Het staat een beetje weggemoffeld aan de zijkant in heel kleine lettertjes.”

Rechter: “Maar hoe komt u überhaupt op het idee om dit briefje niet gewoon in de auto achter te laten?

Ik: “Welnu mijnheer de rechter, de achterkant van het briefje kon ik zonder bril nog wel heel goed lezen:”

inspirators:

Peter Pellenaar   omdat hij vaak bijzondere verhalen met een twist schrijft.

Henk Jan de Wit  omdat hij vaak foto’s neemt van wat hij tegen komt en er over schrijft. (ik herinner me een zakje brood en een meeuw)

Geen blog vandaag

Goed voor me zelf zorgen.

Goed naar mezelf luisteren.

Dus vandaag blijft de laptop dicht (nou ja , heel even open dan)

en schrijf ik geen blog (nou ja, een hele korte dan)

Ik ga lezen:

Tom Holland – Persian fire.  Non-fictie die spannender is dan veel fictie. Over de Grieks-perzische oorlogen. Verjaardagscadeau van mijn broer (onze moeder was geschiedenislerares)

Ga ik misschien wel een keer een boekreview over schrijven.

 

Nieuw in mijn artikelen:
Ik merk dat ik zo beïnvloed wordt door mijn mede-bloggers, dat ik voortaan onderaan mijn blogs links plaats van de artikelen die mij getriggerd hebben:
 

Caro Geurtsen die zo kwetsbaar durft te schrijven dat ze voor zichzelf moet kiezen.

Henk Jan de Wit die over boeken schrijft, zodat je zin krijgt in lezen (en er over schrijven)

Disclaimer: deze links en mijn reageren op andere blogs is geen SEO truuk. Het is verbondenheid.

 

Buurtbemiddeling

Partij A heeft buurtbemiddeling ingeroepen vanwege een conflict over de schutting. Partij B heeft deze zonder overleg weggehaald. Na wat steken over en weer is de verhouding verstoord, en dat terwijl ze nu zonder schutting, maar met steeds mooier weer, op elkaars lip zitten.

Buurtbemiddelaars gaan in koppels. Soms voelen we ons net Jehova getuigen. We worden welkom geheten door een vrouw van in de twintig. Haar vriend zit op de bank. Zij doet het verhaal en hij knikt ons intussen toe dat het allemaal echt zo gebeurd is.

De schutting had er sowieso wel een keer uit gemoeten. Daar was ook wel een vage afspraak over met de buren. Maar ze had het gewoon te druk gehad. Kennelijk wilden de buren niet wachten. Dus toen ze op een dag thuis kwam zag de schutting in stukken achter in haar tuin liggen. De struiken in haar tuin waren meteen ook maar even terug gesnoeid tot een paar zielige stokken. Ja, ook die moesten er wel uit, maar toch.

We draaien ons om, kijken naar de tuin en zien niet alleen de illustratie bij dit verhaal, maar ook de buren die ons vanuit hun eigen tuin recht in de ogen kijken. Of we begrijpen dat ze zo weinig privacy hebben. Ja dat begrijpen we.

Nu zijn het de buren die voor uitstel zorgen. De nieuwe schutting staat al klaar in hun tuin (ook dat kunnen we zien) maar ze weigeren hem te plaatsen. We verzekeren ons er van dat partij A ook alles zal doen om eventuele irritaties van partij B serieus te nemen, en vragen of er nog meer op het spel staat dan de schutting. Nee, als de schutting geplaatst wordt, is partij A al zeer tevreden.

We bellen even later aan bij partij B. Via de intercom meldt de buurvrouw dat het helemaal niet nodig is om een gesprek met de buren te hebben. Die schutting komt er wel, misschien morgen al. Omdat een gesprek door de intercom niet lekker loopt vragen we of we binnen mogen komen. De zomer klinkt en de buurvrouw laat ons in.

De vriend van de buurvrouw zit nonchalant en licht geamuseerd op de bank. Buurvrouw B heeft zijn ondersteuning ook niet nodig, ze is niet op haar mondje gevallen. Nu blijkt waarom het zo goed is dat we altijd met zijn tweeën gaan. Mijn collega buurtbemiddelaar is net zo’n pittige tante als de buurvrouw. Soort kent soort en er is meteen contact.

Het is snel duidelijk waar de irritatie zit. Zij (B dus) was gekomen met het voorstel voor een nieuwe schutting. Haar vader had hem willen betalen, en willen plaatsen. Nou dan had dat juffie van hiernaast (A dus) toch op zijn minst even kunnen helpen om de oude schutting eruit te halen? Ze is gewoon bang d’r nagels te breken. Nee, ze heeft even helemaal genoeg van haar buurvrouw. Haar vader komt morgen alsnog de schutting plaatsen, dan zijn ze van het gezeik af.

Omdat wij vermoeden dat hier de verhoudingen nog niet mee zijn hersteld proberen we buurvrouw B toch over te halen tot een bemiddelingsgesprek. Dat lukt niet. Wat wel lukt is uitleggen dat er mensen zijn met twee linker handen (ik ben er zelf één), waarvoor het “even” eruit halen van een schutting een klus is waar vreselijk tegenop gezien kan worden. Het lachje dat minachting laat zien over zulke mensen, krijgt ook iets van verbazing tijdens deze uitleg. Misschien dat buurvrouw B inziet dat er bij buurvrouw A sprake is van onmacht in plaats van onwil.

“En vergeet niet wat voor impact jij kan hebben op mensen die wat minder zeker zijn”, geeft mijn collega nog mee.

“Die houding van mij is ook maar onzekerheid”, zegt buurvrouw B. Mijn collega en ik kijken elkaar aan. Zelfkennis scheelt een hoop bij het oplossen van conflicten. Buurvrouw B ziet dit, en alsof ze even tegengas wil geven zegt ze terwijl ze ons uit laat:

“Maar voorlopig wil ik haar even niets met haar te maken hebben.”

En buurvrouw A is gewoon heel blij met het feit dat de schutting er komt. Ze zegt dat ze haar buurvrouw ook maar weer gaat groeten. Zou het dan toch goed komen?