Wees gerust.
Geen motorpech.
Als ik de motor start gaan ze allemaal keurig weer uit.
De vloer is even aan mijn jongste dochter, die had het vandaag aan de stok met een natuurkundeproefwerk:
-natuurkundeproefwerk
-mijn dochter
– Lotte trekt een slee. Ze wil graag weten wat de wrijving is, daarom maakt ze een unster (veer) vast aan het touw.
– Beetje eng kind, die Lotte
– Met de gegevens van Lotte kun je de wrijving berekenen.
– Als die Lotte dat zo graag wil weten, waarom doet ze dat niet zelf?
– Lotte zet haar broertje van 24 kilo op de slee. Laat zien hoe zij nu de wrijving kunnen berekenen.
– Als mij dat nu niet lukt is dat broertje met zijn 24 kilo al helemaal te jong om dat te kunnen berekenen.
Natuurkunde is het niet echt voor Wies.
Schrijven lijkt haar leuker.
Way to go Wies !
Als er gerommel is in de oren, is er ook vaak gerommel aan de evenwichtsorganen.
Die van mij doen het minder. Dat is niet zo heel erg. Mijn ogen en spieren geven ook informatie over mijn evenwicht. Het duurde deze zomer in de bergen een paar dagen voor ik gewend was aan de schuine horizon, dat wel.
Eén keer heb ik een draaiduizelingaanval gehad. Alsof je in een draaimolen zit die steeds harder gaar en niet meer kan stoppen. Dat heeft een halve dag geduurd. Als het even kan wil ik dat nooit meer meemaken.
Als ik moe ben. Nu dus, merk ik dat ik moet concentreren om dat evenwicht te behouden. Het is alsof het zaagsel in mijn hoofd naar links zakt. Ik moet mezelf steeds vertellen wat recht is.
Signaal.
Time out.
Dus als ik niet elke dag blog, ben ik mijn horizon aan het zoeken.
“En jij dan? Jacob Jan?. Jij zit hier toch ook te vertellen wat we moeten doen?”
Ja, maar dit is parodie. en in een pardodie kun je alles. Zelfs de waarheid vertellen.
Als je toch graag antwoord wil op het “Wat?” en “Waarom?”
Dat heb ik behandeld in levenslessen nummer 17.
Oud papier lopen.
Ik deed dat vroeger elke maand. Nu niet meer. Vandaag viel ik even in. Een tijd niet gelopen, en benieuwd wat er aan de kant van de weg staat.
Zalando doosjes zijn nieuw voor mij. Ze zijn niet zo alom vertegenwoordigd als op TV.
De breedbeelhausse is geweest. En natuurlijk mis ik de modem-doosjes die ik vroeger veel zag.
En wat is in godsnaam een benen- en voet massage apparaat?
In januari moet je lopen. Dan zie je wat kerst en Sinterklaas gedaan hebben. Kerstpakketten in verschillende wijken vergelijken, en kijken waar er nog Sinterklaas surprises gemaakt worden.
Ik zie ook veel verschil in hoe het papier aangeboden wordt.
Kratjes. Bah. Moet je omkeren, leegschudden en weer terugzetten. Veel werk.
Kratjes met hengsels, nóg erger. Daar krijg je het papier niet uit.
Bananendozen zijn goed, lekker stevig. Witte-pitloze-druiven-dozen van de AH ook. (veel van verkocht deze maand!)
Chipsdozen zijn waardeloos. En dan tuurlijk toch volproppen met Hapinezz tijdschriften (verrassing: geen houd-tijdschrift dus).
Soms heb ik het idee dat mensen die dozen expres “op scherp” zetten. Knullige doos. Zware tijdschriften en tussendoor lekker veel snippertjes papier. En dan vanachter het gordijn wachten op het moment dat de bodem uit die doos zakt.
Met die stortregen van vanmorgen is dat helemaal prijs.
Wat een verschil.
Mensen die hun oud papier op een verhoginkje zetten, met een zeiltje er over.
Mensen die hu dozen in de regengeulen van de straat zetten. Pap!
En als toppunt iemand die een breedbeeld TV doos tot de rand toe gevuld op het laagste punt (plas!) van de straat zet.
Mensen die aan komen hollen in pyama met hun doosje. En het dan gelukkig zelf in de wagen gooien. Er zijn er ook die dat doosje dan voor mijn voeten zetten. Want in de wagen gooien is mijn taak.
Je komt heel wat te weten van de bewoners van je dorp/wijk als je oud papier loopt.
Combinaties.
Ik houd van bijzondere combinaties. Dat levert altijd bijzonder mensen op.
Neem nou @EwaHarmsen.
Ewa heeft heel veel ruimte voor anderen. Niet alleen accepteert Ewa anderen zoals ze zijn, ze krijgen van haar ook de ruimte om dat te zijn. En dat doet ze door . . .
. . . niets eigenlijk. Zo lijkt dat tenminste.
Geen expliciete woorden en daden. Ze doet het gewoon door wie ze is. Ze heeft het.
Ze is creatief. Niet kunstenaar-creatief. Bijna verborgen creatief.
Ze is nuchter, aards. Gewoon. Praktisch. En dat is fijn. Dat geeft houvast.
Houvast én ruimte kunnen bieden.
Structuur en creativiteit.
Dat is wat Ewa zo bijzonder maakt.
Ik wil graag wat van die nuchterheid en structuur leren.
Weet je wat nog leuker is?
Te kijken naar mijn oude ambities.
1. Iets schrijven waarvan iemand anders zegt WOW!
2. Werk doen waarmee ik mensen echt verder kan helpen.
3. Een fijn huis waar ik me helemaal thuis voel.
4. Geweldige kinderen die blij met me zijn.
5. Me helemaal ontspannen en totaal gelukkig kunnen voelen.
6. Een verhaal vertellen aan publiek.
Allemaal al lang behaald. Wat een gelukkig mens ben ik !
tuin, zon, lekker stoel. thuis. boekje, wolken.
Ik schreef in augustus over mijn ambitie.
Ik vond dat ik die (weer) mocht hebben, en zelfs uitspreken.
Ik had twijfels bij onderdelen van mijn werk. Kon daar niet mee uit de voeten zoals ik wilde.
En daar was het moment dat ik vond dat ik moest springen. Het liefst het grote diepe in. Avontuurlijk, romantisch. Hoe groter de droom hoe beter. Ik vertelde die droom hier en daar. Hij is mooi, vond men.
Dus zei ik op mijn werk: “ik denk dat ik moet springen.”
En toen zeiden ze op het werk: “En als we je nu eens tegemoet komen?”
WoW.
Les één.
Geef aan hoe je je voelt op je werk. Er is meer mogelijk dan je denkt.
Ik ga in gesprek. Het is nog niet zeker of het lukt, maar áls het lukt ga ik hele mooie dingen doen.
Mooi !
maar. . .
Even was daar een doorkijkje naar iets nóg groters. Groter dan mezelf.
Dat doorkijkje gaat niet weg. Ik heb gesprongen, maar niet in het diepe. En dat diepe blijft trekken.
Even pas op de plaats nu.
De druk is even weg, en dat is goed. Of juist niet? Ga ik nu weer terug in mijn mand?
Ik vermoed van niet.
Les twee
Dat grote is fantastisch, maar nog geen idee hoe ik daar kom.
Dat kleinere, daar heb ik wel ideeën bij, maar dat heeft iets minder grote-droom gehalte.
Hoe groot durf ik te dromen?
Geen idee. Ik zit er middenin.
Goed luisteren van binnen. En dan gaan wandelen in plaats van springen, vermoed ik. Eerst naar kleine droom, en blik op de horizon houden, op weg naar de grote droom. Of houd ik mezelf daar mee voor de gek? En kun je een grote droom alleen bereiken door te springen?
Maar ik ga te hard. Eerst luisteren naar binnen. Praten met anderen, en dan weer luisteren naar binnen.
Hoe dan ook: beweging. En dat is mooi.