toegepaste echtheid 2 (tevens #wot 4: stroom)

Meegaan met de stroom? Of jezelf blijven (tegen elke prijs?)

The Grapes of Wrath, John Steinbeck.

Een Nobelprijswinnaar.

Een boek dat nog al wat opschudding veroorzaakte vanwege de politieke lading.

Episch, vanwege het portret dat hij schetst van een samenleving.

Een flinke ruk, dat ook. Leest niet makkelijk weg, zeker in deze snelle tijden. Maar als je je laat grijpen wordt je meegenomen.

Meet the Joad family.

30’er jaren Oakland. Droogte. Al jaren geen goede oogst meer. Schulden bij de bank.

De banken maken hier gebruik van om de familie van hun land te zetten. Het enige dat hen rest is naar het westen trekken. Daar zijn fruittelers die nog arbeiders nodig hebben.

Ze zijn niet de enigen. Een stroom van “Oakies” trekt naar het westen om daar te ontdekken dat het grote aanbod van arbeiders het uurloon stevig onder druk zet.

De fruittelers maken , net als de banken dat eerder deden, rücksichtlos gebruik van de omstandigheden.

Samen een vuist maken is moeilijk, omdat iedereen toch zijn eigen honger voelt knagen. En als er met fruitplukken helemaal nergens meer een cent te verdienen valt, ben je misschien wel blij als je een paar centen kunt verdienen om als oproerpolitie die vuist de kop in te drukken.

Het boek laat zien hoe de familie Joad probeert de menselijke waardigheid hoog te houden, onder de mensonterende toestanden waarin ze terecht komen.

Dit boek zou gezien kunnen worden als een aanval op het kapitalisme en een pleidooi voor socialisme.

Het steekt schril af tegen het verhaal van Atlas Shrugged van Ayn Rand. En dat heb ik nodig. Twee uitersten.

  1. Leve het individu. Regel niet te veel. Dat zorgt voor drempels. Erger nog, dat zorgt voor ontbreken van stimulansen. Iedereen voor zichzelf. Stimuleer elkaar, haal het beste uit jezelf, en groei. Laat je niet mee trekken in de stroom van de massa.
  2. Zorg voor elkaar. Neem als samenleving de zorg voor de zwakkere op je. Sta samen sterker, en zet dus het belang van de groep voor op.

Ik volgde ooit een prachtige cursus multi-culturele samenlevening. Van Hans Kaldenbach. Hij liet zien dat het verschil tussen oost en west, onder andere, het verschil is tussen collectief, en indivu. En om dat te begrijpen hoef je alleen maar te kijken naar het verschil tussen dorp en stad.

We leven volgens mij nog steeds in dat spanningsveld.

We lopen tegen de grenzen van ons individualisme aan.

Onze vrijheid eindigt waar die van een ander begint.

Weten we nog waar die grenzen liggen? Kunnen we die nog voelen? Of zijn we de zintuigen daarvoor aan het kwijt raken?

(Trouwens ook het economische aspect is actueel. Banken….  Crisis…..)

Terug naar mijn artikel over waarheid. Die ligt aan beide zeiden tegelijk. Wat is de waarheid in beide boeken/visies? Hoe kunnen we die combineren?

Dat is wat mij bezig houdt. Hier samen uit zien te komen. Met behulp van Dialoog, discussie, verhalen. Vanuit onze echtheid moeten we antwoorden kunnen vinden.

toegepaste echtheid 1

Ik ga politiek.

Na mijn aanloopje over waarheid en echtheid nu het onderwerp.

En laat je niks wijs maken. Het aanloopje zal belangrijker blijken te zijn dan het onderwerp zelf.

Ik wil de politiek veranderen. Ik wil onze discussie cultuur veranderen. En daar heb ik een onderwerp voor nodig.

Volgens mij heb ik een ruwe diamant te pakken. Maar ik heb hulp nodig bij het slijpen.

Mijn verzoek: help mee met slijpen. Slijpen is ook een test. Als het breekt, was het dus toch een goedkoop stukje glas. Ook goed om te weten (goed ≠ fijn).

Ik wil twee uitersten tegenover elkaar zetten. Aan de hand van twee klassieke boeken uit de jaren ’50 en ’30.

Die uitersten hebben te maken met oost en west, met links en rechts, progressief conservatief, vrijheid en gebondenheid, geloof en atheïsme. Belangrijke thema’s denk ik.

Vandaag de eerste.

Atlas Shrugged van Ayn Rand.

Niet zo maar een boek. Meer een politiek statement. Je zou Ayn Rand de ultieme voorvechtster van het klassieke kapitalisme kunnen noemen. De naam die ze zelf kiest voor haar gedachtengoed is Objectivisme.

Net als oud katholieken de grootste atheïsten kunnen worden, heeft Ayn Rand haar geboorteland Rusland achter zich gelaten om het Amerikaanse vrijheidsideaal tot in het uiterste door te trekken.

Ze schrijft een meer dan 1000 pagina’s tellende roman met als enige doel om haar punt te maken. En dat punt maakt ze. Op het net vindt je felle discussies. Voor of tegen. Weinig daar tussen in.

Er valt veel af te dingen op Atlas Shrugged, maar het heeft mij bewogen.

Haar uitgangspunt: “De deugd van het egoïsme”. Voor anderen zorgen is oké, maar dat mag niet afgedwongen worden. Haar roman is een beschrijving van wat er kan gebeuren als mensen verplicht worden anderen op sleeptouw te nemen.

Hoofdpersoon is de jonge, ambitieuze Danny Taggert, topindustrieel in de spoorwegen (type Steve Jobs). Haar ambitie wordt tegengewerkt door bureaucraten en nietsnutten. Tot overmaat van ramp is een saboteur aan het werk. Wie is die man die het draaien van de wereld lijkt te stoppen: “Who is John Galt?”

Minder overheidsingrijpen, betoogt Rand. Laat de Steve Jobs’ hun werk doen, en anderen inspireren om ook hun eigen top te bereiken. Weg met het slachtoffergedoe van links.

(SOPA is een mooi recent voorbeeld over de vraag óf, en zo ja: hoe een overheid moet ingrijpen)

Behoorlijk zwart-wit, die Ayn Rand. En, zoals gezegd: er is behoorlijk wat op af te dingen.

Maar ik heb dat nodig. Twee uitersten.

Morgen namelijk het andere boek:

Inspiratiebron: http://socialgort.wordpress.com/, vanwege het feit dat hij meerdere malen heeft getweet en geblogd dat we te weinig dromen. Daarom heb ik niet gewacht met het oplaten van deze proefballon. Ook al moet die 40-dagen tijd nog beginnen.

Echt waar

Mooier nog dan waarheid is echtheid.

Echtheid is de waarheid van het hart.

We don’t need anybody else,

to tell us what is real.

Inside each one of us is love.

And we know how it feels.

Paul McCartney

Zo mooi, en het past in 140 tekens dus ik het het al meerdere malen getwitterd.

Om te beslissen wat echt is hoef je alleen maar naar de stem van je hart te luisteren.  Niet te verwarren met je geweten, of je innerlijke criticus. Echt staat boven goed of fout. Goed en fout hebben te maken met angst. Echt heeft te maken met liefde.

Die stem van je hart wordt makkelijk overstemd. Ik heb rust nodig om hem weer te vinden. Geloof helpt mij daarbij. Maar het kan ook zonder.

En vanuit die echtheid kun je wel weer aan de slag met goed en fout. Via dialoog. Of, als het moet via strijd. Maar ook in die strijd is er vanuit echtheid altijd respect voor de ander.

Ik kan het dus oneens zijn met echte mensen, maar ze wel bewonderen om hun echtheid.

Ik denk bijvoorbeeld (maar weet niet zeker), dat de verontwaardiging van Geert Wilders ooit echt was, zoals die van Rita Verdonk dat nooit geweest is. Pim Fortuyn was echt, de meeste van zijn volgers waren dat niet.

Dichterbij huis:

Elja Daae is echt. Ze heeft met haar echtheid een groep bijzonder echte mensen getrokken via haar #blogpraat.

Ze merkte laatst op dat in het Nederlandse #blogpraat  gezelligheid een onderdeel was, naast het zakelijk/informatieve. Ik denk dat het meer is dan gezelligheid. Ik denk dat het te maken heeft met echtheid.

Echter dan de authenticiteit, die we volgens de personal branders moeten hebben.

En dat is bijzonder.

En ja, medeblogpraters en iederedagbloggers, dit is ook een eerbetoon aan jullie.

Misschien is dat wel de kern en basis voor het uitbouwen van #blogpraat als groepsblog. Ik doe graag mee.

De waarheid 2

Hoe meer we bloggen en reageren op elkaar, hoe dichter komen we bij de waarheid.

Als we daar tenminste de goede instrumenten voor gebruiken:

Een voorbeeld:

Het begon met mijn tweet: “De waarheid ligt niet in het midden, maar aan beide uitersten tegelijk”.

Daarop volgde een discussie met Robert Kroesbergen, via onze blogs. hier en hier

Leren van elkaar. Want ik zie een klavertje vier …

…En jij ziet een achtje:

En als we in beweging komen via een dialoog, zien we elkaars waarheid.

We zien zelfs nog meer.

Een IJsje:

En een kabouter:

Zo ging mijn eerste tweet over de waarheid alleen over de grote, onbereikbare waarheid. En bracht de waarheid van Robert Kroesbergen mij op het feit dat je in de praktijk toch een keuze moet maken.

Laten we die keuze pas maken als we elkaars waarheden ook echt gezien hebben. Daarvoor moeten we in eerst in beweging komen, van onze vertrouwde plek af.

 

lunch met vragen

Een mevrouw komt langs. Wat ik wil eten.

Drie boterhammen met kaas, cervelaatworst en jam. En een karnemelk en een mandarijn.

Ze schrijft alles op een servetje. Waarom op een servetje? Heeft ze geen briefje. Vroeger hadden ze lijstjes waarop je aan kon kruisen.

Ik krijg keurig mijn drie boterhammen, en een thee en een banaan. Waarom die thee, en die banaan? Ze had het toch opgeschreven? Waren de mandarijnen en de karnemelk op? Waarom dan niet even uitgelegd?

Ik zeg er niets van. Niet belangrijk genoeg. Thee en een banaan is ook prima. Toch verwonderd.

Net als over de verpakking van de kaas. Is-niet-open-te-krijgen! Die van de cervelaat gaat heel soepel. Waarom zit die kaas nog steeds in zo’n achterlijke verpakking? Nooit iemand de fabrikant verteld dat het ook anders kan? (Zie cervelaatworst)

Zo maar wat vragen, zoals die dagelijks door mijn kop schieten. De wereld blijft een vreemde plek.

Buiten wordt de regen natte sneeuw. Daar zit lekker geen waarom aan vast.

bijkomen

En dan wordt je wakker uit een heerlijke roes. (+/- 14.15)

Heel onwerkelijk. Het eerste wat ik zag was een kast aan de overkant van het gangpad met allemaal medisch spul.

Dan voel ik de bloeddrukmeter die zich automatisch op pompt.

Ik ben er dus nog. Een verpleegster loopt langs en knikt vriendelijk. Alles zal wel goed gegaan zijn.

En dan voel ik langzaam aan alle ongemakken.

In afnemende volgorde:

  • pijn. Niet erg, maar hindelijk aanwezig. Jezelf wel eens flink gesneden? Zo ongeveer.
  • Oorpijn, maar niet erger dan bij een flinke verkoudheid
  • Keelpijn (slangetje is er gelukkig net uit gehaald)
  • De catheter die ik voel zitten
  • Mijn rug, het bed heeft te lang in een half-overeind positie gestaan
  • kou, dat operatiejasje is wel heel luchtig
  • infuus in mijn hand
  • bloeddrukmeter die weer gaat pompen.

Die laatse ongemakken betekenen dat het dus erg goed gaat. Niet misselijk dus. Tijdens het typen al een yoghurt gegeten, en een pyama aangetrokken. (Nog even afwachten hoeveel hiervan is te danken aan zware pijnstillers)

Blogje typen als afleiding.

En straks horen van de arts of de operatie naar wens is verlopen.

#WOT – Uitdagen

Uitdagen of je laten uitdagen. Dat is een vraag.

Net zoals beauty in the eye of the beholder is, lukt uitdagen alleen als de ontvanger zich ook uitgedaagd voelt.

Mijn ontvanger stond deze week op scherp, denk ik.

Ik voelde me twee keer uitgedaagd.

De eerste keer door een opdrachtgever, ik tweette er al over.

Het lastige van mijn werk (loopbaanbegeleider) is dat de opdrachtgever geen klant is maar budget- en regelbewaker. En soms bewaken zij de grenzen op een rigide manier. Misschien moet dat ook wel zo.

Deze keer werd ik door die rigide manier van “het aan de regels houden”, geraakt in mijn achilleshiel.

Een oude pijn uit mijn jeugd zijn de “jij weet niet hoe het hoort!” mensen.

Van zeer onbevangen en open kind, dat zich van niemand iets aan trok, ben ik in mijn puberteit uiteindelijk gezwicht en meestermanipulator (lees tevredenstemmer) geworden.

Vanaf mijn 33e ben ik de lagen weer aan het afpellen, en steeds meer mezelf aan het worden. Terug naar dat onbevangen kind. Maar er blijft naturlijk altijd wel iets zitten.

Ik werd er deze week vol door geraakt. In plaats van wegkruipen had ik nu alleeen de neiging om terug te slaan. Tien mailtjes probeerde ik uit. Allemaal weggegooid, want het fenijn bleef leesbaar, tussen de regels door. Daarom heb ik het hele zaakje overgedragen aan mijn manager. Die heb ik alles uitgelegd. Zij mag nu even het contact met die opdrachtgever overnemen.

De tweede uitdaging was door een c-assistent , die zeer badinerend :”Wat gaan we morgen doen?” vroeg. Die uitdaging had ik graag gepareerd, maar ik stond te perplex.

Dus nu achteraf, heel laf alsnog via mijn blog.

Leren die studenten medicijnen niet hoe ze met patienten omgaan? Een van de eerste lssen zou dan toch moeten zijn dat het gebruik van het woord “we” gemeden moet worden? Of is dit een onderdeel van een PVV-aanpak om weer een beetje afstand te creeeren tussen patient en arts? Zoals ook scholieren geen voornamen meer mogen gebruiken om leraren aan te spreken?

Bedenk nu dat het beter is me uitgedaagd te voelen, dan op mijn plaats gezet.

wachten

In de zorgsector belanden betekent wachten.

Dat begint al voordat je het ziekenhuis in bent. File voor de parkeergarage.

Dan wachten bij de aanmeldbalie. Wachten bij de afdeling. Een uur na aankomst is het, als ik op mijn kamer ben.

En dan dus weer wachten. Ben je dan net lekker aan het wachten, wordt je ruw onderbroken door allerlei mensen die  allerlei vragen stellen die allemaal al een keer gesteld zijn. Co-assistenten die onderzoekjes doen. (Voor de resultaten? Of voor het oefenen?)

Een lieve mevrouw die lunch komt brengen. Dat dan weer wel. En gratis internet.

In de zorsecor zijn betekent ook een nummer zijn. Hoe aardig ze allemaal ook zijn. Voor deze mensen ben ik geen Jacob Jan. Voor deze mensen ben ik een patient.

Als ze me nu een beetje met rust laten vermaak ik me wel. Ik heb boekjes bij me en het gratis internet, met televisie (#WISDM vanavond) hangt boven mijn bed.

Op de bon

Rechter: “Mijnheer Voerman, heeft u een raadsman meegenomen?”

Ik: “Nee, mijnheer de rechter.”

Rechter: “Dan is het woord aan u. Kunt u uit leggen waarom u er voor kiest om een parkeer-bekeuring voor de rechter te laten verschijnen?”

Ik: “Omdat ik keurig binnen de tijd was, mijnheer de rechter.”

Rechter: “Ik lees hier dat tijd niet de kwestie was. U had helemaal geen ticket!”

Ik: “Die had ik wel, mijnheer de rechter. Hier is hij”

Rechter: “Weet u dan niet dat u deze achter de voorruit had moeten leggen? Het staat er zelfs op!”

Ik: “Ja mijnheer de rechter, dat zie ik nu ook, maar ik had mijn leesbril niet op. Het staat een beetje weggemoffeld aan de zijkant in heel kleine lettertjes.”

Rechter: “Maar hoe komt u überhaupt op het idee om dit briefje niet gewoon in de auto achter te laten?

Ik: “Welnu mijnheer de rechter, de achterkant van het briefje kon ik zonder bril nog wel heel goed lezen:”

inspirators:

Peter Pellenaar   omdat hij vaak bijzondere verhalen met een twist schrijft.

Henk Jan de Wit  omdat hij vaak foto’s neemt van wat hij tegen komt en er over schrijft. (ik herinner me een zakje brood en een meeuw)