Het antwoord is dat vele bloggers al hebben bewezen dat het kan.
Maar dat is mijn vraag niet. Mijn vraag is natuurlijk of IK het kan. Ik gebruik het woord blogger omdat bloggen voor mij directe behoeftebevrediging betekent. Ik schrijf iets en ik krijg direct reacties. En zelfs als ik ze niet krijg. Het is af. Het staat er, te zien voor iedereen. En al het niet zo goed gelukt is, morgen is er weer een kans.
Dat is ook een beetje lui, natuurlijk.
Kan ik, die steeds sprintjes trekt, wel een lange afstand lopen? Ik moet voor onderweg mijn eigen beloningen gaan maken. Zoals Jelle Brandt Corstius dat i zijn boek “As in tas” deed op zijn fietstocht. Hij liet zich aanmoedigen door een denkbeeldige Mart Smeets.
En ik moet strenger worden. Want die morgen is er weer een dag wordt anders. Ik moet gaan herschrijven en nog een keer herschrijven, en nog een keer.
Ik heb een schrijfcoach nodig. Marcel van Driel wil wel, maar natuurlijk alleen als die echte schrijver in mij huist. Hij gaat niet aan een dood paard trekken.
Ik heb 7000 woorden, meer dan een blog ja, maar nog niet genoeg. En nu al weet ik wat er anders moet.
Ik ben ook al aan het procrastineren, ik heb een proefversie van scrivener gedownload, en ben aan het bekijken wat je er mee kunt. Ik vermoed dat ik het nodig heb, als ik niet wil verdwalen in wat er is, wat er nog niet is, en wat nog anders moet.
Nu al bang om alle fouten te gaan ontdekken waarvan ik nog niet eens weet dat ze bestaan.
En om mezelf een schop onder de kont te geven ga ik een dinges schrijven. Een samenvatting/outline of wat voor fancy words daar voor bestaan. (Mooi procrastinatie idee: gaan opzoeken waar zo’n dinges aan moet voldoen, en hoe ik het moet noemen)
Wat me voortdrijft is dat het echt heel mooi wordt, en vooral heel nodig. Ik heb een proeflezer die verslaafd is, en het een openbaring vindt.
Bij pubers die ik vorige week het verhaal in ultra korte vorm vertelde, zag ik het verhaal landen.
Ik zie kinderen op school die het nodig hebben om te weten dat ze niet de enigen zijn die zo denken.
Die zo is:
Een hoofd dat alles wat het ziet, hoort en voelt, analyseert. Er een 3D plaatje van maakt dat het draait en binnenstebuiten keert om het van alle kanten te bezien. Om vervolgens heel hard te botsen met een wereld die al die dubbele lagen niet kan zien. Om nieuwe pijn te voorkomen gaat dat hoofd nóg harder puzzelen om op nieuwe manieren te reageren, waarbij het minstens 3 zetten vooruit denkt. Uiteindelijk trekt het de conclusie dat het een boter-kaas-eieren spel is dat niet te winnen valt.
Die jongen, met dat hoofd is de held van mijn boek. En de lezer kijkt mee in dat hoofd, en dat is waar de echte actie zal zijn.
Veldslagen met monsters zijn er ook, maar dat is leuk voor de film straks.
Ik vertel het vast, want ik heb crowdfunders nodig, vermoed ik. Laat hieronder vast even weten of je interesse hebt.
Ja, het boek heeft een boodschap en als hij denkt dat ik het kan, gaat Marcel me helpen om te zorgen dat je daar niets van merkt bij het lezen. Marcel kost wat hij waard is, daarom die crowdfunding.