Ik huil uitgesteld

Ik huil.

Bij ontroerende films, maar ook bij die mooie filmpjes op internet (zelfs als ze geënsceneerd zijn). Pas nog weer bij een Haka op een bruiloft.

Ja, zeg dat wel.

Ik vind dat stom van mezelf. Omdat ik er in trap, maar vooral omdat ik dan vind dat ik te weinig huil bij de emotionele momenten in mijn eigen leven. Sterker nog, ik ga geloven dat ik te weinig van die momenten mee maak.

En die anderen wel.

Maar dat is natuurlijk onzin. Want het zijn wel even mooi míjn tranen.  Ik weet helemaal niets van die mensen die ik zie op die filmpjes, zelfs niet als ze echt zijn. Ik weet alleen iets van mijn eigen gevoelens, en dat is waar die tranen vandaan komen.

Alles is projectie, dus die ontroering ook.

Zit ik alleen nog met het oordeel over mezelf dat ik kennelijk uitgesteld huil, en dat er misschien nog wel verlangens in me leven die ik niet uit leef.

Maar dat is natuurlijk ook kei-romantisch, toch?

 

 

Toorop

toorop

Ik doe het veel te weinig, want zelfs als ik een museumjaarkaart heb is de reis nog steeds duur.

En de museumwinkels zijn duur.

museumboeken

Maar deze zijn voor school.

We gaan er een project van maken, en Toorop is daar heel geschikt voor. Wat een breed talent heeft die man!

 

Maar goed, zo’n museum dus. Dat is goed voor een mens. Of je nu snel heel veel indrukken opdoet (zoals ik vandaag: Toorop, Appel, Klimt, en dan ook nog het Mauritshuis), of dat je eindeloos voor één schilderij blijft hangen.

Je moet het eigenlijk beide doen. Ik zou terug willen gaan voor dat laatste.

Maar zelfs zonder dat, het heeft me goed gedaan. En dat gemeentemuseum is zelf ook kunst trouwens.

 

 

gemeentemuseum

 

En dat het samen met Fenna was, dat is natuurlijk +100 !

fennainmuseum

 

Wat dat nou precies is, dat goed doen, daar zou ik over kunnen filosoferen.

maar dat doe ik niet, ik heb het gevoeld, en ik voel het nog. Dat is even genoeg.

 

 

Dit is geen Toorop, dit is Potter: (alles in een reusachtig schilderij, nooit geweten dat die zo groot was, de stier van Potter)

stier2

stier1

stier3

stier4

stier5

stieralles

 

Wat ik ga missen

De luide lach waarmee Wies haar filmpjes bekijkt.

Series zoals Dr. Who , Deviant Art waar ze tekeningen van haar zelf op zet en waar ze van die van anderen geniet, vooral van de fan-art van My Little Pony, en natuurlijk My Little Pony zelf.

Ze doet eindexamen. Na de zomer zit ze in Middelburg. Poeh, das een eind.

En Wies is de laatste. We gaan empty nesten.

Misschien moet tegen die tijd maar zelf al die sites en films bekijken.

Ik weet nog dat ik toen Teske de deur uit ging we met de telefoon in de hand samen naar Nikita keken. Zij in Zwolle, ik in Wijchen. Maar dat was nog in de tijd van de TV.

TV?

Dat is net zoiets als youtube, maar dan met minder kanalen. Je kunt nooit doorklikken bij reclames, en de filmpjes worden achter elkaar doorgespeeld, dus je hebt pech als je er te laat in valt.

Hoe ze dat deden?

Nou je kon tijdschriftjes kopen waar je voor een hele week lang kon zien wat wanneer speelde, of je las het in de krant. in de nadagen van de TV kon je het ook opzoeken op internet.

 

 

Nog geen boek geschreven en het nu al weten: waarheden over schrijven

Soms weet ik dingen voordat ik ze echt kan weten.

Voorbeeld:

Ik was afgelopen zomer een beetje klaar met schrijven. Het zoeken was de noodzaak geweest voor mijn schrijven, en ik had iets gevonden. Dat gaf veel rust, maar het vuur voor het schrijven was weg.

Ik besloot het af te ronden met het bij elkaar zoeken van alle blogs die het proces beschreven. En toen kwam ik de gedichten tegen. Ook die lieten het proces zien, veel kernachtiger nog. Die zou ik gaan bundelen. Ik vond de eerste. En zie: daarin voorspel ik al dat het schrijven over is, als ik ooit iets ga vinden.

Ik wist het. Ook al kon ik het toen nog niet voelen.

Nu sta ik aan het begin van een nieuw avontuur. Het schrijven van een boek. Een oud verhaal dat een jeugdroman gaat worden. Ik ben deze week begonnen met schrijven. De eerste twee hoofdstukken staan op papier. En er is al een enthousiaste meelezer.

En ik weet iets over schrijven. Een waarheid die ik nu nog niet ten volle besef.

Je kunt pas schrijver zijn, als je je lezer durft te dragen. Schrijver zijn is de verantwoordelijkheid nemen om je lezer op te pakken en hem pas weer neer te zetten na de laatste bladzijde.

En dan heb ik het niet over het vasthouden van de spanning.

Ik heb het over weten waar je over schrijft. Over gids durven zijn. Dat is iets anders dan ergens een keer geweest zijn en het eventjes laten zien. Ik heb het over een reis die zó goed gepland is dat je ter plekke alles kunt improviseren.

Schrijven is weten waar je het over hebt. Ook als je fictie schrijft. Zéker als je fictie schrijft.

Nu kan ik pas schrijven. Want nu weet ik precies waar het over gaat. Nu weet ik ook waaraan mijn darlings gaan sneuvelen. Nu pas kan ik de verantwoordelijkheid aan.

Ik weet het. Al weet ik nog niet half hoe waar dit is. Dat ga ik ontdekken.

Mijn hoofd is een gladde prater

Ik was moe, gistermiddag.

En dat kon niet.  Ik zat al in mijn tweede week vakantie. Heb al die tijd lekker uitgeslapen. Ik had ook 250 kilometer gefietst, maar dat was al weer twee dagen geleden. Ik had 2 dagen helemaal niets gedaan.

En toch was ik moe.

Dat was geen vermoeidheid, maar luiheid, besloot mijn hoofd. Niet aan toegeven!

En toen besloot ik dat mijn hoofd een hoop lulkoek verkocht. Mijn lijf zei toch echt wat anders. Ik ben even gaan liggen en viel meteen in slaap.

Mijn hoofd is een gladde prater. Als ik even niet op let, luister ik niet genoeg naar mijn lijf. En dat lijf blijft heel lang beleefd. Totdat de emmer overloopt.

Verpletterende schoonheid

tuin

Poehee!

Ja, sorry, weer over de tuin. Dat komt, ik ben een beetje . . .  nee, niet een beetje, ik ben reuze overweldigd door de tuin.

Liesbeth schreef het al, hij explodeert.

Overal waar ik kijk, denk ik: “Ben jij er ook? Hoe lang al?”

De pikzwarte blaadjes van de Hazelaar, de doordringende geur van de Lijsterbes, de lichtgroene spurt van de Buxus, de wilde pruik van de Clematis, de Azalea die nóg voller bloeit, de Akelei, die een dieper purper toont, en dan alles waarvan ik de naam niet ken.

Het is alsof ik verjaardagen van goede vrienden ben vergeten. En alles haalt opgeslagen herinneringen en emoties omhoog. Ik voel me bespeeld als een kerkorgel, op alle toetsen en pedalen tegelijk, met alle registers open.

En ik heb nog niet eens gestoeprand!

 

 

ligfietsvakantie

Geknotte torens,
kerken en olmen

Ik fiets langs brede rivieren, en zie oneindig laagland.

Dijk

Maar ook

Dijken, lammetjes
fluitekruit en meidoorn
want het is mei.

molen

spiegel

Hoe ver kan ik komen, met mij ligtfiets, dacht ik, en ik besloot de Maasvestingroute te rijden, dwars door het land.

Het stuk Cuijk-Nijmegen kende ik al door en door, dat sloeg ik over. Ik startte aan de overkant van de brug bij Ravenstein.

Groots en meeslepend moest het worden, een reisboek waardig. Met als enig boek in mijn tas een boek dat ik al ken: de Gilgamesh. Daarvan wil ik de proloog uit het hoofd leren, en het verhaal zo goed kennen dat ik het op het midzomer vertelfestival op de Duivelsberg kan vertellen.

Op terrassen zou ik gaan zitten, met mijn kaart en mijn boek.

1e terras

Megen, pas 20 kilometer gefietst, maar dit is het laatste dorp waar ik kans maak op een pin-automaat. Ik heb geen kleingeld, en ik moet nog al wat pontjes over.

Mei is de mooiste maand, denk ik vaak in mei. Na een maart en april, waarin ik mij liet teisteren door sneeuw- en hagelbuien (minder dan een week geleden nog) word ik verrast door een zomerzon. Het vakantiegevoel zit er al meteen in.

Ik houd van de dijken zo groen, de rivier zo blauw, de pontjes zo geel.

geel pontje

Hele omwegen, maakt die Maasvestingroute, en dan nog alle bochten van de rivier zelf. Ik maak me geen zorgen, ik fiets immers 200 kilometer per week naar mijn werk, en de dag is nog lang.

voorpagina

Ik drink het landschap in, door mijn poriën.

En bij alle dorpjes denk ik: “Hier wil ik wonen!” Prachtige dijkhuisjes, statige panden, grote olmen op pleinen. En kastelen, want het is niet voor niets de Maas-Vesting route.

Fluitekruid, meidoorn
dijken en lammetjes
en alles ruikt
ruikt.

En dan de eerste snelweg onderdoor, de A1 bij Den Bosch. Tja, ik ga nu eenmaal naar het westen, waar het land niet langer ongerept is. Maar dat wat ik normaal beschouw als indringers en zelfs vernietigers van landschap is op deze fietstocht iconisch onderdeel van het geheel.

snelweg

Nu pas begint het echt onbekende terrein.

De dijken en dorpen blijven vooralsnog liefelijk. En er staan weer koeien buiten.

koeienindediepte

Langzamerhand word ik steeds vaker van de dijk af gestuurd. Het routeboek doet zijn best en vermijdt zo veel mogelijk de grote wegen, maar dat lukt nu niet altijd meer.

En opeens zit ik midden in een toeristencircus. Een eindeloos lange nieuwe asfaltweg (het fietst wel lekker snel), leidt naar een reuzenparkeertplaats. Ik ben aangekomen bij slot Loevestein, in een doodlopende landpunt tussen Waal en afgedamde Maas.

loeves

Slechts een heel klein pontje brengt me naar Woudrichem. Er kunnen acht fietsen op, en er staan er meer dan twintig voor me te wachten.

 

rijppontje

Voor het eerst ga ik rekenen met mijn aankomsttijd. Hmm, dat wordt later dan verwacht, en ik begin een klein beetje moe te worden.

Woudrichem viert 5 mei/hemelvaart en is met de fiets niet door te komen. Het wordt nóg later. Ik fiets ongemerkt wat harder om de tijd in te halen, en bedenk pas later wat voor gekkigheid dat is. Groots en meeslepend zou ik, geen gejakker. maar bij Werkendam besluit ik zelfs een lus in de route over te slaan.

Een hele dag fietsen betekent kennelijk ook verschillende fasen doorgaan. Ik ben nu in een fase waar niet alles leuk en aardig meer is, maar waarin een doel gehaald dient te worden.  Misschien was het beter geweest om de camping iets minder verderop te plannen, maar Dordrecht is mijn doel, en ik ben niet flexibel genoeg om dat los te laten.

De Biesbosch. Ongerepte natuur, daar zou mijn hart vast weer opengaan.

Niets is minder waar. Het stuk Biesbosch waar ik door fiets is vlak, en lijkt meer op een polder dan op iets anders. Ik was blij de drukte en hambugerlucht van Woudrichem achter me te laten, maar nu is alles wel heel verlaten. Ik zie ook geen LF12b bordjes meer. De weg slingert zo dat ik elk richtingsgevoel kwijt ben. Het gevoel bekruipt me dat er zo meteen, kilometers verkeerd gereden, niets anders op zit dan diezelfde weg terug te fietsen omdat ik mezelf heb opgesloten tussen alle rivieren.

Gelukkig. In de verte. Auto’s, fietsen, wandelende mensen. Bordjes. Ook een LF12b bordje. En een pont om me naar de bewoonde wereld te brengen.

Het is intussen bijna 6 uur. Ik sla de laatste lus in de tocht ook over en rijdt rechtstreeks naar de camping in Dordrecht. Daar krijg ik een mooi trekkersplekje, naast andere fietsers.

tent

tent+omgeving

Ik heb al die tijd een pak melk meegesleept voor dit moment. Oploskoffie, die ik altijd klaar maak alsof het chocolademelk is.

koffie

Nu pas daalt de rust weer over me heen, en kan ik bedenken dat ik eigenlijk ook van het laatste stuk heb genoten. Zo vervalsen we onze herinneringen.

‘S avonds ga ik langs een vriend die ik via het bloggerscollectief heb leren kennen.

Onderweg daarnaartoe kom ik langs nieuwbouw Dordrecht. Toch best mooi. En kijk nou, wat een luxe, midden in een nieuwbouwwijk en toch je jacht in je tuin. Daar zou ik . . . Nee, toch niet. ik zou me schuldig voelen, elke weekend dat ik niks deed met die boot.

jachtaanhuis

Middenin Dordecht woont hij. Aan de kade. Daar, voor zijn huis, op straat aan het water een glas wijn drinken, en me in een toeristenstad even geen toerist voelen is bijzonder.

De volgende dag besluit ik Rotterdam over te slaan. Vandaag alleen doen waar ik zin in heb. Dordecht in, meer niet. Ik weet een fijne plek om te lunchen en ik heb een tweedehands boekenwinkel gezien.

Mijn vertrekkende fietsbuurvrouw geeft me “As in tas” van Jelle Brandt-Corstius. Een fietsboek. Op het terras lees ik over zijn reis door Frankrijk, met veel krakkemikkige campings en slechte eethuisjes.  En dat hij het zo jammer vindt dat je in Nederland niet van die uitgestrekte, lege gebieden met alleen maar natuur meer hebt zoals in Frankrijk. Ik denk terug aan mijn Biesbosch ervaring, en ben blij met mijn terras en heerlijke luxe salade.

2e terras

De terugweg neem ik bovenlangs de Waal. Uit mijn fietsknooppuntenboek schrijf ik de volgorde van de knooppunten op. Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam, Gorinchem.

Romantiek is daar willen zijn waar je niet bent, leerde ik ooit in een literatuur les, met als voorbeeld Arthur van Schendel die zijn Italiaanse boeken in Nederland schreef, en zijn Nederlandse boeken in Italië. Rijdend over een dijk, maar zonder rivier, met alleen huizen, fabrieken, en opslagloodsen om me heen, denk ik weemoedig aan de Biesbosch, daar waar ergens de overkant van de rivier moet zijn.

Na het zielloze stuk tussen A27 en Gorinchem rijdt ik opeens de mooie binnenstad in, en van daaruit, een poort door, direct op de dijk zoals ik hem weer ken.

In Dordrecht, in die tweedehands boekwinkel heb ik natuurlijk boeken gescoord. Eén daarvan is een verhalenbundel met o.a. een verhaal van, jawel, Arthur van Schendel. De andere is deze:

boek

Voor mijn geschiedenislessen op school, de oude schoolplaten van Isings.

En ik fiets bij Gorinchem dus zo maar door een fragment van één van deze platen. Maar dat zie ik thuis pas.

jacoba

dijkdordrecht

Niet zo veel omwegen meer. Wel tegenwind. Honderd kilometer tegenwind, op een dijk. En maar goed ook, want als ik stil sta voel ik pas hoe heet de zon is. Ik ben blij dat ik in het centrum van Gorinchem nog even zonnebrand heb kunnen kopen. Anderhalve dag te laat, maar toch.

Net zoals ik blij was dat ik het bekende achter me liet, ben ik nu weer blij dat ik in bekend gebied kom.

Ik ben zo vroeg dat ik zelfs nog een staartje Giro mee pak, op de dijk vlak voor Appeltern.

finish

Ik ben in drie dagen heel ver weg geweest. Ook in mijn hoofd. En ik ken de proloog van Gilgamesh, die ik als lied in mijn hoofd steeds opzegde, met als refrein de knooppuntenvolgorde.

Avond in mei

Niets doen.
Als in
heel stil zitten
en kijken
hoe het licht uit de lucht
verdwijnt.
Langzaam en haast onmerkbaar,
totdat daar de eerste ster is.
En toch
terwijl de bomen zwarter worden
lijkt de hemel erachter lichter.
Totdat een straatlantaarn
de fakkel overneemt
en de metalen stoelen op mijn terras
een gouden glans geeft.
Daar is de grote beer,
ik ga naar binnen.

Niet iedere dag bloggen

fiets1

Ik ben weer begonnen met iedere dag bloggen.

Kijken of ik dat na de vakantie vol houd.

Maar nu komt er sowieso een kink in de kabel. Ik ga naar zee fietsen en ben dus offline. Bloggen als ik van huis ben, daar doe ik niet aan. Geklungel met Wifi op een camping is tot daar aan toen, maar dan beperk ik met tot buienradar, en ook die heb ik niet nodig, het wordt fantastisch weer.

Zaterdagavond ben ik pas weer terug. Ik ga wel kijken of ik foto’s kan maken. Misschien zit er dan wel een heusch reisblog in.

Ik verheug me er op. Off the grid, al is het maar even.

Ik neem gedichten mee.

Ja, er zit een hoop valse romantiek in dit uitje. Ik verbeeld me in de voetsporen te treden van beroemde reizende schrijvers, of op zijn minst in de voetsporen van een schrijver die in de voetsporen treed van beroemde schrijvers.

Fijn, die valse romantiek, dat geeft schwung aan mijn reis.