Alles én Niets

Ik ben er twee weken mee zoet geweest. In de vrije uurtjes, en tussendoor in mijn hoofd. Mijn bewerkingen voor het vertellen van de Gilgamesh, en een verhaal van Stephen King. Voor het vertelfestival op de Duivelsberg.

Ik ben er het weekend van te voren naar toe gereden om de sfeer te proeven. Ik ben er zenuwachtig voor geweest. Enhet heeft zich helemaal terug betaald. Gilgamesh ging goed. Ik weet ook hoe het beter kan. Dat is altijd zo als ik een verhaal voor de eerste keer vertel. Maar “N” van Stephen King ging beter dat goed. Alles wat ik bedacht had werkte. Het publiek deelde precíes mijn plezier in het verhaal.  Zelfs de dingen die ik op het laatste moment toe had gevoegd, werkten. Meestal denk ik dan achteraf: ‘had ik toch niet moeten doen’. Maar nu dus niet. Ik weet niet hoe ik het beter had kunnen doen.

Hard gewerkt en een geweldige pay off.

Maar tegelijkertijd, op dezelfde wereld maar in another universe:

Tussendoor, op dat vertelfestival heb ik veel tijd. Tijd om naar een verhaal van een collega te luisteren. Tijd om nog wat laatste dingen te bedenken en te oefenen. Maar ook tijd voor helemaal niks.

Alleen maar kijken.

Naar dit:

bomenrij

Zo veel niks en zo veel rust dat dat hele verhalen vertellen, de moeite daarvoor en het genieten daarvan niks te betekenen lijkt te hebben.

Lijkt. Ja.

Want het is allebei evenveel waard. Alles én Niets.

Ik was een held

Ik houd het nog steeds vol, fietsen naar mijn werk.

Bijna 7000 kilometer intussen, dit schooljaar. Bijna 300 uur fietsen, en heel veel liter water over me heen gekregen. Bijvoorbeeld vandaag.

Dat je de eerste kilometers denkt: “Het moet niet veel natter worden”, en dat je dan de volgende kilometers de geruststellende gedachte hebt dat het helemaal niet meer natter kan. En dat je weer een paar kilometer later er achter komt dat je het mis hebt. Want daar loopt het fietspad vlak langs de weg. Een weg met een hele diepe kuil, en één auto met perfecte timing. Door dat stortbad voelde ik dat er toch een paar plekken waren die tot dan toe nog niet nat waren geweest.

En ik heb het blijmoedig ondergaan.

Ik ben een held. Nou ja, geen echte. Maar ik verbeeld me voor het moment even dat ik een held ben. Dat heb ik nodig om die blijmoedigheid er in te houden.

En ik kan goed verbeelden. Al die jaren heb ik me zelf wijs gemaakt dat ik ‘het’ niet verdien. Wat het ‘het’ dan ook was. Die zelfde overredingskracht gebruik ik nu andersom. Het werkt. Ik was een held.

 

 

Blogvolgtip

Vandaag een blogvolgtip.

Niet alleen om jullie een plezier te doen. Deze blogtip geeft me meteen ook de kans om wat te roepen over dingen waar ik net te weinig vanaf weet om ze een eigen blog te geven. Maar in de schaduw van deze ode kan ik ze wel kwijt, vind ik. (En ja dat is een excuus om wat kort door de bocht te zijn. Gelukkig zijn er Jona’s die het wel zorgvuldig doen, maar nu loop ik vooruit op de zaken.)

Het blog waar ik het over heb is de Mainzer Beobachter van Jona Lendering.

Een geschiedenisblog van een betweter. Het soort betweter waar ik van houd, omdat ze beter weten én de argumenten geven. Kortom, er valt van ze te leren. En dat doe ik.

Ik houd er zelfs als Jona één van mijn lievelingsschrijvers op het gebied van geschiedenis (Tom Holland) compleet onderuit schoffelt.

Ik lees Tom Holland er niet met minder plezier om. Wel met meer slagen om de arm, en korrels zout. Jona laat je sowieso twijfelen aan alles wat er voorbij komt op het gebied van geschiedenis, en vooral de oudheid. En dat is goed.  Hij is een perfecte de-bunker, juist omdat hij er geen show van maakt. De waarheden die hij je voor zet zijn op zichzelf al show genoeg.

Fijn dat er mensen zijn die hun poot stijf houden, die niet mee huilen met de wolven in het bos. Die hun eigen zinnige weg gaan, en daarvan kond doen, met een minutieusheid waar ik alleen maar jaloers van kan worden.

Rots in de branding is hij.

En dat is nodig want die branding overspoelt zo’n beetje het hele internet.

En dan heb ik het over al die  pseudowetenschap die je overal tegen komt. Onzin die verlekkerd overal gedeeld wordt, want wat is nu fijner dan aan te tonen dat ‘de wetenschap’ het fout heeft?

Ik kan hem voelen die verlekkerdheid. Ik heb zelf de universiteit gedaan (Wageningen) en heb altijd een haat liefde verhouding gehad met wetenschap. Ik houd van twijfelen, het liefst aan alles. Ik krijg de kriebels van stelligheid, én van het keurslijf. Maar ik heb intussen ontdekt dat die kriebels niks te maken hebben met de wetenschap zelf. Dat is gewoon een slimme set afspraken waarmee we mooie dingen ontdekken. Niet eens een vastgeroeste set, want die wetenschappers zijn prima in staat om de afspraken aan te passen. (Ik heb het niet over de charlatans, die zijn er, ze zijn overal)

Het probleem zit niet bij de wetenschap. Het probleem zit bij de gebruikers. Dát zijn de mensen die er rare sausjes overheen gooien. Dát zijn de mensen die de wetenschap op een voetstuk zetten, omdat ze dat voetstuk nodig hebben om zichzelf te legitimeren.

Dát misbruik geeft jammer genoeg aan de pseudowetenschappers de ammunitie om de wetenschap mee onder vuur te nemen. En het zorgt voor het juichende en delende volk als er weer eens een wetenschappelijke theorie op de brandstapel wordt gelegd.

Pas nog zag ik een bericht over een wetenschapper die kon bewijzen dat God bestaat. Komt er vervolgens een heel vaag artikel over quantum- en snaardingessen, en dat de ontdekkingen de hele wetenschap op hun kop kunnen zetten. Poe hee. Nou! Weet je, ik vind het ook reuze interessant, maar ìk weet er net genoeg van om te weten dat ik er niks van begrijp. En ik word een beetje moe van mensen die een klok horen luiden en dan aan komen draven met een new-age klepel.

Wat al die mensen niet snappen is dat álle wetenschappers die vraagtekens zetten. Daar gaat het juist om in de wetenschap. Dat je altijd alles in twijfel trekt. Toen ik dat doorkreeg, in een les wetenschapsfilosofie, verminderde mijn weerstand tegen de wetenschap behoorlijk. De waarheid is geen absolute waarheid. Het is de beste verklaring tot nu toe. That’s all. Ik kreeg dat niet uitgelegd aan iemand die zich per sé wilde verkneukelen aan het bericht dat de zwaartekracht helemaal niet bestaat.

Daarom is het zo fijn als mensen zoals Jona Lendering terug schieten. Geduldig, en mét een goede uitleg.

Lees deze maar eens over de vrouw van Jezus.

Dank dat je er bent Jona.

 

Geen passie zonder verdriet en frustratie

Ik zit in een facebookgroep waar we uitwisselen. En daar gaat het over passie. Rotwoord trouwens. Maar ik heb ooit besloten me geen woorden meer af te laten pakken omdat anderen er mee aan de haal gaan. Gewoon passie dus.

Voor mij betekent dat de dingen doen die je niet laten kan. Elja schreef er ook over.

Fijn dat dat mijn werk is. En dat ik ruimte heb voor die dingen die ik daarnaast óók niet kan laten.

Maar dat betekent niet dat je dan een in voortdurende staat van Bliss en Haleluja’s verkeert.

Het betekent dat je ook verdriet en frustratie kent. Dat ze er misschien nog wel dieper in hakken zelfs.

En dat is goed.

Verdriet is liefde.

Frustratie is iets heel erg graag willen.

Daarom zijn we op school nooit tevreden. We zijn erg gelukkig, maar niet tevreden. En naast het geluk is er verdriet. Omdat we zien dat kinderen last hebben van de dingen die nog niet werken zoals ze zouden kunnen werken.  We hebben twee dagen met elkaar ons verdriet en onze frustraties omgezet in acties. Omdat we het mooier en beter willen. Omdat we het onmogelijke willen, en het nog voor elkaar gaan krijgen ook.

En gisteren zette ik een eerste stap, en ik kwam vooruit. Zonder die frustratie had ik hem niet kunnen zetten.

Ik ben deze week aan het ploeteren op verhalen die ik wil vertellen. Ik heb er last van. Maar dan is daar straks zaterdag en zondag op de Duivelsberg. En daar ga ik genieten. (En ook een klein beetje gefrustreerd zijn. Ik vertel een nieuw verhaal, en de eerste keer is nooit zoals ik het zou willen)

Ik zit na 5000 woorden even vast in mijn boek. Ook dat is frustratie. Maar ook daar ga ik dwars doorheen. Want ik wil dat boek. Het is nu zo tastbaar dat ik het niet meer los kan laten.

Ik ben gelukkig met mijn verdriet en mijn frustratie.

Het is eindeloos veel mooier dan de doffe wanhoop van zinloosheid die ik vroeger te vaak voelde.

Dit blog lees je niet

Dit blog lees je niet.

Ik heb 121 volgers, maar die lezen slechts heel af en toe. Ooit gevolgd, en toen . . . .
ach er zijn zoveel blogs en nieuwsbrieven in je mail. Ik snap dat wel. Je kunt niet alles lezen.

De titel is  dan wel weer prikkelend, denk ik. Misschien dat je even een klik waagt aan de waarom-dan-wel-niet? Maar misschien trap je er niet in (ja sorry, jij kennelijk wel, of je bent die trouwe vriend, dat kan ook)

Ik deel deze expres niet op twitter en facebook. Gewoon benieuwd naar wie hem dan wel onder ogen krijgt. Vrienden, denk ik. Die altijd wel even komen kijken. Maar zelfs dan is er de kans dat je iets mist. Er wordt erg veel geblogd.

Vanavond is er een #blogpraat over contact op je blog. Dat is bij mij een stuk minder dan vroeger. Maar ja vroeger gebeurde er ook heftig veel op mijn blog. Ik was vaak ten einde raad, en blogde me suf om mezelf nog te kunnen snappen.

En nu snap ik mezelf aardig goed. Dat levert natuurlijk veel minder spannende blogs op.

Saai zijn ze, mensen die het al weten. Ik doe soms erg mijn best om mezelf te verliezen, dan valt er weer wat te schrijven. Soms lukt dat.

verliezen

stilte als communicatiemiddel

zonder ciIk deed vandaag weer even mijn CI’s uit op school.

Vorig jaar wilde ik dat bewust inzetten, maar ik voelde me er te onzeker voor. Ik durfde niets te missen en deed dus om de haverklap mijn CI’s weer in.

Intussen ken ik de kinderen beter, en een collega vroeg: “Waarom doe je dat eigenlijk niet meer?”

Tja, waarom niet? Het levert veel op. Het is een goed uitgangspunt om oordeelloos te kijken. En wellicht brengt het een rustige energie.

Een van mijn coachkinderen kwam bij me zitten en maakte een universeel gebaar met de belangrijkste boodschap die er is:  een knuffel. We hebben woordeloos gepraat en oorloos geluisterd.

Ik ga het vaker doen.

stilte

Stilstaan en terugkijken

kamp

Ik ben thuis (ziekgemeld), en ik slaap veel. Kennelijk had ik het nodig. Tussendoor zie ik berichtjes met foto’s van het schoolkamp waar ik ook bij zou zijn. Het doet me goed te zien hoeveel lol ze hebben. Ik had er veel last van, van me ziek melden, en nu zie ik dat ik niet gemist wordt, en dat doet me goed.

Vroeger was dat wel ander. In plaats van zorgen over voldoende begeleiding, zou ik me vooral zorgen hebben gemaakt over wat ze wel niet zouden denken. In plaats van blijdschap over de lol die ze hebben had ik een steek van jaloezie gevoeld. En ja ik was er graag bij geweest, maar dat voelt totaal niet als jaloersheid.

Gisteren schreef ik dat ik nog moest leren om de zorg die ik kreeg te kunnen ontvangen. Maar vandaag besef ik hoeveel ik al wel geleerd heb. Zo blij dat ik steeds meer durf te voelen, en te zijn.

 

 

van mezelf laten houden is nog even wat moeilijker dan van mezelf houden

eigen trouw

Poeh.

Ik kan het al, van mezelf houden. Het heeft me flink wat gekost voor ik zo ver was. En ik was al trots op mezelf.

Maar nu.

Van mezelf laten houden is the next step.

Ik ben dit hele weekend niets waard, ik heb een blaasontsteking, en alle energie is uit me weggezogen. Daarnaast knalt mijn kop uit elkaar.

En mijn omgeving heeft dus niets aan me. Mijn zoon is aan het schilderen, en het is Sacha die gisteren de hele dag geschilderd heeft. Mijn dochter moet opgehaald van Rock am Ring (uit Eindhoven, waar haar medefestivalgangers wonen), en het is Sacha die net de auto heeft gepakt omdat ik in slaap gevallen was.

En ik weet niet eens zeker of ik morgen fit genoeg ben om mee te gaan op kamp.

Het voelt alsof ik iedereen in de steek laat. En ja, het lukt nog steeds om van mezelf te houden.

Maar of ik het kan voelen dat anderen nu van mij kunnen houden? Het voelt alsof ik dat niet verdiend heb. (Ja ik weet het. Het feit dat ik dat woord gebruik spreekt boekdelen).

toekomstdroom

Het werk doen waarvan je ooit droomde.

Niet dat ik vroeger al voor de klas wilde staan, dat kwam pas veel later. Wel de energie, de manier waarop we als collega’s met elkaar omgaan. En dat we dat doen waar het echt om gaat. Dat. Die energie. Die voelde ik, als ik mocht wensdromen. Die energie leef ik nu.

En daarbij mag ik verhalen maken en vertellen, en schrijf ik aan een boek.

Hoe gelukkig kun je zijn?