bloginterview door Mary Sjabbens

Mary, bedankt voor je uitnodiging. Ik laat hem geheel zo staan. Dat geeft mij structuur.

BlogInterview door @marysjabbens (en dit is haar site)

Wil jij je even voorstellen?

Ja, dat begint al moeilijk, want wat wil je weten. Dat wat interessant aan mij is staat allemaal al op mijn blog. Die standaardgegevens zijn niet zo vreselijk interessant toch? Getrouwd, met 4 kinderen (oudste zoon 22, dan 3 dochters van 20, 16 en 14) , wonend in Wijchen.

Landbouwuniversiteit gedaan(1980-1988,  8 jaar gestudeerd, omdat ik Hodgkin kreeg, en ook omdat ik een niksnut was). Afgestudeerd in de vorige crisis, geen werk, dus omgeschoold in de IT. Maar ik vond het trainingswerk van die omscholing leuker, dus werd ik trainer sociale vaardigheden. Nog geprobeerd leraar te worden.

Langzamerhand werd ik dover. Het ging zo hard achteruit dat ik in 2010 een CI kreeg. Dat is een implantaat dat het slakkenhuis vervangt. Daardoor functioneer ik nu als een slechthorende, ik hoor digitaal, en dat klinkt heel anders. Muziek klink als bagger in vergelijking met hoe het hoor(t)de.  In een rustige ruimte in een 1 op 1 gesprek versta ik alles. Met lawaai erbij wordt het exponentieel lastiger om mensen te verstaan. Ik een kroeg, of op een station versta ik niets.  Zonder CI ben ik helemaal doof.

In 2009 werd ik loopbaanbegeleider voor de doelgroep doven en slechthorenden. Dat beroep heb ik dit jaar opgegeven. Te veel regels, te veel mensen in hokjes moeten stoppen om ze een kans te geven op een baan. Te veel administratieve rompslomp waar ik niet tegen kan (gedeeltelijk ben ik nog steeds de niksnut). Mijn doel is om in seizoen 2014/2015 met een theaterprogramma op de planken te staan.

Wat is de reden dat je bent gaan bloggen?

Ik maakte verhalen. Niet schreef, want ik vertelde ze, en schreef alleen de rode draad van zo’n verhaal uit. Toch wilde ik ze een keer uitschrijven, en daar heb ik een blog voor aangemaakt. Heel erg weinig geblogd, totdat ik ontdekte dat bloggen me hielp met mijn werk als loopbaanbegeleider. In 2010 begonnen met een blog over slechthorendheid en werk.

Het feit dat ik alsmaar nuttige dingen moest schrijven voor een doelgroep stond me tegen. En vanuit mijn werkgever kreeg ik er geen enkele support voor. Dus ben ik eind 2011 gestopt met “zakelijk bloggen”. Ik heb alle remmen los gegooid en ben gestart met elke dag bloggen zonder rode draad.

Hoe lang blog jij al?

Ha! die heb ik net beantwoord. 🙂

Hoe vaak blog jij?

En die ook. Ik wilde nu meteen gaan schrijven wanneer dan, maar die bewaar ik voor de volgende vraag.

Heb jij vaste tijden waarop jij je blogs schrijft?

Meestal ’s avonds. Dan schrijf ik de blogpost voor de volgende dag. Soms begin ik eerder, Dat is dan omdat er een idee in mijn  hoofd zit dat er gewoon uit moet via mijn vingers. (Ik kijk even, het is nu 21.11) 

Heb jij altijd een thema of idee waarover je wilt bloggen of komt dat pas als je er voor gaat zitten?

Het groeit in de loop van de dag. Soms komt het pas als ik er voor ga zitten. Dan heb ik niks. Ik word dan stil, en luister naar binnen. Wat zit daar? Wat wil er uit?

Blog jij over alles?

En dan blog ik over alles wat daar zit, daarbinnen. Ook als het kwetsbaar is. Geen gene. Als het over mijn gezin gaat, vraag ik wel of ze het goed vinden, voordat ik het publiceer. 

Hoe zou jij jouw blogs omschrijven?

Tja. In mijn twitterbio staat dat ik een spel speel met de wereld. Ik ben een denker. Ik verwonder me over van alles. Vroeger hield ik dat allemaal binnen. Nu heb ik een uitlaatklep. Ik blog soms omdat ik een boodschap heb, soms blog ik mijn gevoel er uit (vaak in een soort gedicht), Soms zoek ik naar andere vormen. Vlogs of andere experimenten (ik heb een keer geprobeerd om blogs te scrhijven in de stijl van een aantal vrienden). Ik blijf op zoek naar iets dat nog niet gedaan is, omdat ik graag grenzen wil oprekken, en mensen wil verrassen.

Mijn rode draad is mezelf blijven. Onder alle omstandigheden, ook die omstandigheden waar mezelf zijn helemaal niet makkelijk is. Dat is mijn afspraak met mezelf. Iedere dag bloggen is een soort van iedere dag die gelofte afleggen.


In hoeverre en waarom houd jij rekening met jouw lezers, of doe je dat helemaal niet?

Mijn lezers zitten wel in mijn hoofd als ik blog. Het is alsof ik met ze praat. Maar ik blog over wat ik kwijt wil. Ik probeer niet mee te doen met populariteit. Ik vraag me niet af wat mensen willen horen. Ik vraag me wel af of het de moeite waard is om te delen. Omdat ik persoonlijke verhalen van anderen mooi vind, neem ik de vrijheid om te denken dat anderen ook persoonlijke verhalen van mij willen lezen.

Zijn er onderwerpen waarover je wilt schrijven maar het nog niet durft/wil/kan?

Nee. Als ik er over wil schrijven doe ik dat. En dan druk ik snel op publish, voordat ik me bedenk.  (volgende vraag bijvoorbeeld, daar komt iets wat ik heeeel erg niet leuk vind aan mezelf, en daar schrijf ik bewust tóch over)

Hoe belangrijk zijn de statistieken voor jou?

Schaamte. Omdat ik erg veel bevestiging nodig heb. Steeds opnieuw. Iets waar ik niet trots op ben, maar wat gewoon de waarheid is. Ik wordt dus blij van hoge kijkcijfers, en ben soms teleurgesteld als een post die ik heel goed vind weinig bezoekers trekt. (Laatste voorbeeld was mijn archeologie serie (vlogs), die vond ik zelf erg leuk, maar is niet zo heel goed bekeken. Op de eerste kreeg ik nog wel heel leuk commentaar, maar de laatste deed helemaal niks, en daar ben ik dan even sippig van. En dan baal ik weer heel erg dat dat zo’n invloed heeft. 

Mooie reactie op mijn blog zijn trouwens belangrijker dan kijkcjifers. Een slecht bekeken blog met een prachtige reactie is voor mij toch succesvol.

Op wat voor manier en waar, maak je kenbaar dat je een nieuw blog hebt geschreven?

Ik schrijf mijn blog voor de volgende dag, en plan ze in voor iets na 12-en (er is iets mis met de tijdzone, dus dat wordt altijd iets na 1 uur). Dan plaats ik ’s morgens handmatig een tweet met mijn blog. Tegenwoordig ook wel eens op facebook en google+.

Soms is een blog alleen maar even een update, en dan kondig ik hem niet aan op twitter, dan is hij alleen voor vaste lezers.


Ben je tevreden over jouw site?

Ja. Maar als het technisch mogelijk was, zou ik wel eens een heel ander format willen. Meer een soort visuele tuin waar je in kunt dwalen, en dan mooie dingen tegen komt. Meer intuïtief benaderbaar.


Wat vind je van de reacties van lezers op jouw blog?

Dat is mijn levensader. Ik heb bevestiging nodig, en reacties zijn de mooiste manier waarop ik die krijg. Door de reacties heb ik de stap aangedurft om theater te gaan maken. Ik weet zeker dat ik zonder dat die stap NOOIT had gezet. Dus lezers bedankt.

Ik kan er niets aan doen, die behoefte aan bevestiging. Misschien kan dat wel, maar die moeite doe ik niet. Ik mag me nu artiest noemen (van mezelf), en gelukkig zijn er meer artiesten die die behoefte hadden/hebben. Hele grote zelfs. Daar troost ik me mee.

Maar de reacties zijn meer dan alleen maar die bevestiging. Het is het contact met een groep echte vrienden op internet. Diepgaander dan twitter, hoewel ik de meest ook daar zie. Bloggen is ook vriendschap.

 

Dit zijn 14 vragen, je mag ze uiteraard ook anders indelen, alles staat je vrij!

Ook: @pixelprinses, @lindakwakernaat, @ruudketelaar, @caro_geurtsen en @CajaArtemis hebben op hun site dit interview verwerkt. Ieder op zijn/haar eigen wijze.

grote jongens

Toen hij voor het eerst naar school ging zag Doni tot zijn grote schrik dat daar grote jongens rondliepen.

Zo noemde hij ze, de grote jongens,  ook al was een van hen kleiner dan hij.

Groot zat hem niet in lengte. Groot zat hem in de manier waarop ze keken. En in de manier waarop anderen naar de grote jongens keken. De grote jongens namen erg veel ruimte in. Letterlijk, door speelhoeken zo te bezetten dat Doni er niet bij kon, of durfde. Maar ook op een andere manier, alsof de lucht benauwder was als ze in de buurt waren.

De grote jongens waren er al. Dat vond Doni misschien wel het ergste, dat het water niet glad was.

Zijn vader werkte in een revalidatiecentrum, en daar hadden ze een eigen zwembad. Met extra warm water, had zijn vader verteld, omdat dat goed was voor de spieren, en hij legde Doni uit dat zwemmen niet alleen voor het plezier was, maar dat het gebruikt werd om de spieren losser te maken, dat er dus ook hard gewerkt werd.

Doni had één keer mogen zwemmen in dat bad.

Wat hem het meest was bijgebleven was het stille, rimpelloze wateroppervlak. Doni was daar zo van onder de indruk geweest dat hij een hele tijd had staan kijken naar die betoverende vlakte, waarin je ramen en het plafond kon zien spiegelen. Daardoorheen zag hij ook de bodem, die langzaam omhoog kwam.

Het water had  hem welkom gefluisterd,  was een uitnodiging geweest om alles te geven, alles te doen, alles te maken, alles te zijn. Heel anders dan het drukke buurtzwembad. Dat was vol lawaai. Daar kon je amper een plekje vinden om voorzichtig het water in te stappen.

De grote jongens waren als het drukke buurtbad. School voelde alsof alles al bezet was. En als ze je aankeken, de grote jongens, klonk er geen zacht fluisterend welkom, maar een indringend “opzij!”

Elke morgen hing Doni een deel van zichzelf met zijn jas aan de kapstok voordat hij het lokaal binnen ging. Het deel waar geen plaats voor was.

 

 

 

 

Over vastzitten, iedere dag bloggen en dansen

Ik had het even helemaal gehad.

Toen ging ik dansen en had ik weer ruimte.

 

Zo ging het niet helemaal, natuurlijk.

Dat ik vast zat, dat klopt wel. Een paar dagen er tussen uit hielp niet echt. Teruggekomen vond ik het allemaal zo.. zo …

Nou, ik had er gewoon genoeg van, vooral van mezelf. Ik slingerde heen en weer tussen ergernis en kapotrelativeren. Zelfs bloggen erover hielp niet.

Bijna was ik gestopt met iederedagbloggen. Bijna had ik een hele lange pauze ingelast, om daarna alleen nog maar doorwrocht te bloggen. Het is dat ik vermoedde dat dat doorwrochte er niet van zou komen. Een keer wrochten is tot daar aan toe. Bovendien had ik nergens meer zin in.

Ik wilde dat kleverige gevoel afschudden. (Precies, dat lukt dus niet, iets kleverigs afschudden)

In een vlaag van helderheid sloot ik mijn blogpost af met: “Misschien moet ik maar gaan dansen.”

De volgende dag begon ik te schrijven aan mijn dans, dat luchtte iets op. En toen wilde ik hem echt. Ik wist ook waar. Op de dijk. Mooi symbolisch.

Fototoestel mee. Mini statiefje mee.

Ik schoot wat beelden. Trein, huisje, bloempje. Mijn eigen schaduw.

Ik filmde mezelf, lopend op de dijk.

En toen kwam ik bij het gemaal. Daar maakt de dijk een extra lus. Geen auto’s en fietsers die in de weg zitten.

Ik plantte mijn toestel op een hek en begon voorzichtig mijn dans.

Ik voelde me meer bekeken dan vrij. Fietsers die hun hoofd omdraaiden. Schapen die schrokken. Maar ik danste door. Aarzelend, houterig, en dan toch even een zwier.

Soms moet je een vrijheid op jezelf bevechten. Soms moet je het doorzetten voor je het voelt. Soms moet je doordansen als je jezelf licht belachelijk voelt. (Nee dat is niet hetzelfde als ‘fake it untill you make it’)

Geen verlichte jubel hier. Niet het verhaal dat ik opeens alles van me af geschud heb. Want dat is niet zo. Nog steeds verlegen met mij logge dikke lijf, dus de beelden die dat uitvoerig laten zien er uit gehaald. Er voor in de plaats dat leuke lammetje.

Ik ben niet opeens verlicht. Ik kan niet opeens de hele wereld aan.

Ik ben wel een stuk lichter. Ik liep met een tevreden gevoel naar huis. Het is gedaan.

Het knutselen met de youtube editor was erg amateuristisch, maar ook erg leuk om te doen.

En nu ik dit schrijf, komt langzaam het besef dat het beter is zo. Niet dat himmelhoche. Meer een kalme tevredenheid.

En ik heb nog iets ontdekt. Alles waar ik genoeg van had mag weer. Soms moet je beslissen om iets niet meer te doen, voordat je het weer met frisse moed (en vanuit een andere motivatie vermoed ik) kunt doen.

dansen

dansend schrijven

schrijvend dansen

 

een blog als een dans

een blog als een dans

een blog als een dans

 

zoekend naar zingende zinnen

en vloeiende woorden

lopen de letters

in ritme en klank

waarop voeten en armen en lijf kunnen dansen

 

een blog als een dans 

een blog als een dans

een blog als een dans

 

de dans van mijn lijf wordt de dans in mijn hoofd

beroofd van betekenis

gelooft wat het teken is

beweging in woorden

zonder woorden te wegen

 

een blog als een dans

een blog als een dans

een blog als een dans

 

het hart zoekt herhaling

van het wetende wiegen

koestert kadans

sluit zich om open gaan

beweging die klopt als een dans

 

een blog als een dans

een blog als een dans 

een blog als een dans

 

En drempels verleggen. Mijn logge lijf laten zien. En vele fietsers die dachten: “wat is dat voor idioot?”

zonder titel zonder zin

Mijn hoofd roert in een veel te vol kopje. En ik leer nog wel zonder suiker te drinken.

Allemaal ideeën (sommige best goed), maar daar ga ik niet over schrijven. Want ik voel ze niet. Ze zitten in mijn hoofd, maar ze zijn niet ingedaald. Het voelt alsof ik in een soort vacuüm zit. Ik ben nog steeds de baksteen die maar niet wil vallen, en intussen zwaar op mijn eigen maag ligt.

Misschien is dit wel het moment vlak voor het moment dat het allemaal in elkaar past. Misschien ook niet.

Ik ben (denk ik, zelfs dat weet ik niet zeker) dingen aan het loslaten.

Meningen. Ik heb er geen zin meer in. Ik heb er last van dat ik er zoveel van vind. Overal van. En dat wil ik niet. Want hoe meer ik er van vind, hoe meer ik verlies.

Weten hoe het zit. Ik heb er geen zin meer in. Ik heb er last van te denken te weten hoe het zit. Een gedachtenreeks in gang zetten, en dan uitkomen bij het startpunt. Mooi natuurlijk, behalve dan dat ik er aan begonnen was om juist te bedenken hoe het anders moet. Kennelijk moet er niks anders? Is dat mijn boodschap aan mezelf?

En ik heb ook geen zin aan het “wat dan wel”. Dat zijn beloftes, voornemens. En die ga ik hier niet delen voor ik ze heb uitgevoerd. Geen woorden maar daden? Is dat het?

Hoezo het?

Ik heb er last van dat hét iets moet zijn. Er is niet zoiets als een idee, of een knip met de vingers, en alles klopt weer. Er is geen het.

Ik heb er last van dat ik dat zojuist overboord gegooid heb. Want dat idee was zo fijn, dat ik stukje bij beetje bij een oplossing kwam. Maakt niet eens uit waarvoor.  Gewoon een inzicht. Een aha. En dan lekker achterover leunen. Dat zou fijn zijn. 

Jammer hoor dat ik mezelf niet meer voor de gek kan houden.

Misschien moet ik gaan dansen.

 

 

Kleine pauze

Ik zit in Duitsland.

Nou ja, ik zit gewoon nog op de bank, maar deze post ga ik schedulen. Die komt pas woensdag online. En dan zit ik dus in Duitsland.

Zonder internet.

Cold Turkey.

Wandelen en lezen.

Heel gezond.

Vrijdagavond ben ik weer terug, en ik denk dat ik zondag pas weer een blogpost heb.

Dat is het iedere-dag-bloggen-behalve-als-je-niet-blogt-bloggen.

 

Voor wie toch iets wil lezen, en het nog niet gelezen heeft, vorig jaar plaatste ik in de meivakantie een vervolgverhaal:

De toren.

Archeologische vondsten uit de 21e eeuw. Deel 3, de Kloot

DSCN0449

De 21e eeuw.

Een eeuw waar wij maar zeer weinig over weten. De eeuw die ook wel de tweede prehistorie is genoemd, omdat er hoegenaamd geen historische bronnen beschikbaar zijn.

In de paar boeken, kranten en tijdschriften die in het begin van deze eeuw nog wel verschenen, is te achterhalen dat men volledig ging vertrouwen op electronische opslag en communicatie. Dat betekent dat alles uit deze eeuw verloren is gegaan bij de ElectroMagnetische Puls van 21 december 2112 (9:12 PM).

Daarom nu een speciale serie.

Aan de hand van archeologische voorwerpen neem ik u mee naar deze bijzondere eeuw. Om in stijl te blijven presenteer ik u deze serie in een vorm die in die XXIe eeuw zelf bijzonder populair was. De vlog.

Hier staat deel 1

Hier staat deel 2

 

En dan nu deel 3. De Kloot.

En de rechtstreekse link

alles is projectie

Ik was bezig met een betweter blogpost (zo noem ik ze).

Een tirade, of een rant.

Zo één waar ik haarzuiver blootleg wat er allemaal mis is in onze maatschappij. (In mijn hoofd dan hè, dat haarzuivere, en dat blootleggen en zo)

Maar het is natuurlijk allemaal projectie. Alles waar ik tegen aan trap is alles wat ik in mezelf herken, als ik eerlijk blijf:

– Mopperen op van alles maar zelf niet weten hoe het beter moet.

– Meegrappen over een lied dat niet deugt.

– Willen scoren in plaats van betekenis toevoegen.

– Dingen willen bereiken en daarmee voorbij lopen aan alles wat al is (inclusief jezelf).

– Mee willen doen aan de hype, omdat je anders de boot mist.

– Doen wat werkt (in plaats van doen wat nodig is)

Dus,

tekeer gaan tegen al deze dingen heeft niet zo veel zin.

Beter is het om bij mezelf bloot te leggen hoe het komt dat ik steeds weer in al die valkuilen trap.

Want ik weet beter.

Ik weet hoe het voelt om vrede te hebben met mezelf, en als gevolg daarvan, met de hele wereld. Wow, wat een ruimte geeft dat.

Ik kén ze niet alleen, die grote wijsheden, ik heb ze zelf gevoeld. Voel ze, steeds opnieuw.

Hoe komt het dat we ik die wijsheden, dat gevoel weer zo makkelijk uit het oog verlies?

Geld (angst)

De eerste reden is, vermoed ik, een hele existentiële. Geld.

Ik moet geld verdienen met wat ik verzin. (en snel een beetje ook, ik heb net ontdekt dat mijn geld veel minder lang mee gaat dan ik had gedacht)

Dus moeten heel veel mensen het goed vinden wat ik te zeggen heb. Niet een beetje goed, maar heel goed. Dus moet ik heel erg veel geretweet worden en zo. Dus moet ik een “killer-blogpost” schrijven. Dus moet ik gaan nadenken wat jij wil horen.

Die hete adem in mijn nek, die me weg blaast bij alles wat ik waardevol vind. 

Die angst, die zo lijnrecht in gaat tegen het vertrouwen dat ik ook ken. (Weet je nog, Jacob Jan? Hoe dat voelt?) 

En toch hoort het erbij, die existentiële drive. Zonder die drive zou ik lui worden, zou ik alles kapot relativeren.

 

Gehoord willen worden (pijn)

Een levenlang verlegenheid, een levenlang opgekropte woede?

Misschien.

Ik kan in ieder geval plaatsvervangend boos worden als ik zie met hoeveel gemak mensen nog steeds genegeerd worden.

Ik wil erbij horen.

Het volgende is zo logisch voor mij, dat ik echt verbijsterd ben dat sommige mensen het over het hoofd zien: Als ík er bij hoor, dan hoort iedereen erbij.

Buitensluiten doet godvergeten zeer. (Dat mag je letterlijk nemen). Dus daar laat ik, als het in mijn macht ligt, niemand mee weg komen.

 

 

Dus: 

Die angst en pijn niet willen voelen.

Niet willen accepteren als onderdeel van mezelf.

Dát is waardoor ik er af en toe in trap, in die valkuilen.

 

In plaats van iedereen de maat nemen, omdat ze dat ook niet kunnen, kan ik beter kijken naar mezelf.

Wat kan ik doen?

Bloggen.

Ieder dag bloggen.

Dat helpt.

Vooral om door alle lagen heen te prikken.

Dat had ik nog niet verteld hè? De lagen.

De lagen die om het gevoel heen gepakt liggen, om het niet in zijn volheid te hoeven voelen.

– Mooie lessen maken van mijn mislukkingen, om de pijn van de mislukking zelf niet te voelen.

– Openhartig doen om mijn hart niet echt open te gooien.

– De wijsheden nog een keer uit de kast en oppoetsen, zodat ze weer glimmen.

Die lagen ben ik al een jaar aan het afpellen.

Niet allemaal natuurlijk, dat zou wat moois zijn. Dan hoefde ik alleen nog maar tevreden zitten zijn. Dan houd ik niks over om te bloggen. 

(Ook deze blogpost dient om een onbestemd gevoel een plek te geven. Kan ik lekker tevreden zijn, omdat ik het zo mooi verwoord heb. Trouwens, een plek geven, lijkt dat niet verdacht veel op: in een hokje stoppen?)

 

En dan, tot slot (hoewel ik een hekel heb aan lijstjes) een kleine aanvulling, als een soort 3 geboden.

Voor mezelf, 

nog steeds alleen voor mezelf.

1. Nooit meer iets laten omdat anderen het dom vinden.

2. Steeds opnieuw wegen: Doe ik dit om angst en pijn te vermijden, of omdat het goed is? 

3. Goed is vreugde. Vreugde voor mij én vreugde voor anderen.