Leuk! (in gebarentaal)

erik
Erik en mevrouw Hufnägel in mijn theatervoorstelling
foto: Agnes Swart

 

Erik was doof. School was de enige plek waar hij zich echt thuis voelde.

Niet dat hij alle vakken even fijn vond, maar er werd gebarentaal gebruikt. Op school kon hij zich tenminste uitdrukken. Daar voelde hij zich niet zo onmachtig als thuis, of bij Zicht op Zee, de verzorgingsflat waar hij als taakstraf moest afwassen.

Hij voelde zich kleiner worden, als hij, na schooltijd, naar Zicht op Zee fietste.

De eerste dag was goed. Er was een tolk aanwezig.
“Wat leuk, die gebaren!”,  had mevrouw Hufnägel, de manager, geroepen.
Het was inderdaad fijn, want nu kon hij gelijkwaardig communiceren. Maar zoals vaker gebeurde, verpestte zijn uitstekende spraakafzien de boel. Toen ze doorhad dat hij zonder tolk, toch veel mee kreeg, besliste mevrouw Hufnägel meteen dat het voortaan wel zonder kon. Wij redden dat samen wel hè, Erik?

Zucht.

Elke keer als hij binnenkwam werd hij bedolven onder de goede intenties van Mevrouw Hufnägel. Hij wist niet wat erger was: die overdreven aandacht van mevrouw Hufnagel, of de nonchalance waarmee zijn familie er van uit ging dat hij alles mee kreeg (was dat wel zo? of kon het ze thuis niet eens schelen óf hij wel wat mee kreeg?).

Hoe leg je iemand uit dat overdreven articuleren net zo onleesbaar is als mompelen? Ze bedoelde het goed, maar ze was ook erg betuttelend. En er was iets plastics aan haar enthousiasme. Alles was “leuk”! Haar interesse in hem voelde onecht aan. Kwam het doordat ze steeds weer opnieuw dezelfde gebaren wilde leren? Als ze echt geïnteresseerd was, had ze ze onthouden. Toch?

Misschien voelde hij zich daarom een beetje minder schuldig over wat hij had gedaan had.

Mevrouw Hufnagel had hem gevraagd naar een gebaar dat hij gemaakt had, in zijn gesprek met de tolk. Het gebaar was “leuk”. Niet een gebaar dat hij hier veel nodig zou hebben, trouwens. Ze had het proberen na te doen, en ze vertelde opgetogen dat het zo leuk was dat een gebaar dat ze leuk vond, ook ‘leuk’ betekende.

Het gebaar werd gemaakt met de handpalm naar boven, duim en wijsvinger tegen elkaar aan, andere drie vingers dicht. Dan de hand naar beneden bewegen, alsof je een blaadje uit de boom plukt.

Mevrouw Hufnagel deed het fout. Ze gebruikte twee vingers. En Erik had haar, in een opwelling, “verbeterd”. Hij deed de wijsvinger naar beneden, zodat alleen de middelvinger omhoog bleef staan.

Mevrouw Hüfnagel keek verbaasd, en Erik, die met moeite zijn gezicht in de plooi hield, knikte serieus: dat was het gebaar voor leuk. Mevrouw Hufnägel geloofde hem, want volgens haar schuilde er geen kwaad in deze stakker van een jongen.

En het was ook leuk. Vreselijk banaal, en vreselijk leuk. Vooral omdat Erik wist dat mevrouw Hufnägel het leuk vond om haar kennis van gebarentaal aan de leden van het management team te laten zien.

 

(De verhalen op dit blog, die te maken hebben met mijn theater zijn ‘backgroundstory’ en geen spoilers voor mijn theater)

 

One thought on “Leuk! (in gebarentaal)”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge