Service? Das war mal. The world has moved on.

“Nee, ik wil die leenlaptop niet! Ik vind dat een oplossing van niks!” riep ik stoer.

En hier zit ik dan, mijn blog te typen op een oude leen-laptop van de BCC.

Mijn nieuwe laptop was alweer stuk. En weer was ik hem ruim 6 weken kwijt. Ik haalde hem vanmiddag op, blij dat ik eindelijk weer alle dingen kon doen die ik wilde doen. Bijna alles doe ik via Chrome, dus dat kon ik op de laptop van Sacha doen, maar met gamemaker en lego-mindstorms, waar ik voor school mee bezig was, heb ik al die tijd niets kunnen doen.

Ik haalde hem vanmiddag op, zette hem aan, en kreeg het startscherm van ene Linde te zien. Heeft die sukkel van een reparateur alles van een andere gebruiker op mijn laptop teruggezet. Hij is helemaal geblokkeerd voor mij.

Ik besloot op mijn strepen te staan. Ik wil NU een computer die werkt. Hij is nog geen jaar oud en ik heb hem al 13 weken moeten missen. Desnoods geef je me een nieuwe.

De winkelbaas vertelt me dat dat allemaal niet kan. Zijn toon leest mij de les, en daar word ik erg opstandig van. Ik verhef mijn stem (ik heb sowieso moeite om het volume van mijn stem goed in te schatten). Hij zegt dat ik rustig moet blijven. Dat doe ik.

Dan leg ik hem uit dat ik zwaar teleurgesteld ben in een bedrijf dat dit belooft:

De 6 beloften van BCC:

  1. Altijd de beste prijs
  2. Altijd het beste advies
  3. Altijd de juiste keuze
  4. Altijd het meeste gemak
  5. Altijd de beste service
  6. Altijd een duurzame keuze

Waar blijft nummer 5?

Trouwens met die nummer 3 gingen ze ook de mist in. Op aanraden van een verkoper kocht ik een anti-virus programma. En toen zag ik op de site waar ik het moest downloaden (je koopt dus een doosje met alleen een regsitratienummer), dat dat programma rechtstreeks voor de helft van de prijs werd aangeboden.

Hoe komt het dat ik me voel alsof ik te maken heb met een bureaucratisch overheidsinstituut dat mij badinerend uitlegt dat ik helemaal niks te willen heb? Ik ben klant, potverdikkie!

Die computer moet terug naar de reparatieafdeling.

Ik leg me neer bij die onvermijdelijkheid. Maar eis dan wel dat ze hem met spoed repareren, zodat ik hem binnen een week weer terug heb. Ik vind dat ruim, maar de BCC mijnheer zegt dat ik dat wel kan vergeten. Hun procedures zijn nu eenmaal niet zo snel.

WAAAT?

Je hebt als winkel een fout gemaakt. Je hebt een zwaar teleurgestelde klant! Dan haal je maar ergens een spoedkoerier vandaan, die mijn laptop rechtstreeks naar de werktafel van de reparateur brengt en wacht totdat deze zijn fout heeft herstelt. (Hoe moeilijk is het om even een ander image op een laptop terug te zetten. Hij hoeft alleen maar terug naar de fabrieksinstelling).

Maar ja, ik zit hier dus nu op een leenlaptop (oud bakje met Windows XP), en het kan zo maar weer 6 weken duren voordat ik mijn eigen laptop terug heb.

Wat is er gebeurd met mijn strepen?

Welnu, ik ben gaan beseffen dat ik een beetje naïef ben geweest om te denken dat BCC een goede winkel was. En ik denk dat BCC geen uitzondering is. Ik vermoed dat dit verhaal geldt voor alle winkelketens. Echte service is iets wat ze helemaal niet meer snappen. Kwijtgeraakt in steeds slimmere (lees goedkopere) procedures.

En het is allemaal onze eigen schuld. Want wij zijn als klanten niet meer geïnteresseerd in kwaliteit. We willen goedkoop, we willen het nieuwste en we willen het nu.

Het trieste is dat ik juist geen laptop wilde kopen via internet. Ik wilde een winkel dichtbij, vanwege de service. Maar ik weet nu, die service was ooit. The world has moved on.

 

Trots op mij

Het was een heftige dag op school.

Ik heb alle emoties gevoeld. Van blijdschap, verdriet tot en met boosheid, en alles wat er tussen lag.

Maar alles was liefde. En ik heb het de hele dag kunnen voelen.

Ik was in contact met mezelf en de kinderen, ook in mijn boosheid. En wat een contacten.

Ik was vandaag in verbinding. Het was pittig en goed. Ik sta, en daar ben ik trots op.

 

van alles willen is niet mis, en dan ook nog blij zijn met wat er is

De wereld mooier willen maken.

Blij zijn met wat er is.

Daar zit ergens een mooie quotebirdy in.

Ik meander tussen deze twee oevers. Soms kabbelend, soms wild stromend, etend van beide wallen.

Ik ben een wereldverbeteraar, maar dat eerste zinnetje gaat daar niet uitsluitend over. Het gaat ook over het creëren van imaginaire perfectie. Een wereld waarin alles klopt. Ik schreef daar een hink-stap-sprong over.

Ik vermoed dat verzamelaars dat ook hebben. Zo wordt ik hebberig van alle geschiedenisboeken die ik tegenkom. Omdat ik het hele verhaal wil kennen. Van de eerste mens tot nu.

Ik ben nu gedichten uit het hoofd aan het leren¹. En ook daarin wordt ik ongeduldig. Want die, en die wil ik eigenlijk ook nog kennen. En hoe zou het zijn om de hele Gilgamesh uit het hoofd te kennen? (Ik hoorde daar een hele mooie audioversie van, in een schitterende Engelse hertaling)

En dan lees ik de blog van Hendrik-Jan, en denk ik “Die divina comedia moet ik ook nog lezen”

Dat compleet willen hebben, dat perfectionisme zorgde dat ik vroeger van veel dingen niet echt kon genieten. Ik maakte me van te voren al zorgen dat het niet zo zou gaan als het moest. Een museum met activiteiten of filmpjes bijvoorbeeld, daar werd ik heel nerveus van. Stel dat je te laat bent. Stel dat de anderen door willen lopen als het nog niet afgelopen is?

Ik herken het bij kinderen op onze school. Kinderen die dingen niet aangaan omdat het misschien niet zo gaat lopen als ze zouden willen.

Leren blij te zijn met wat er is heeft me daarin een stuk tevredener gemaakt. Ik wil dat kinderen ook graag leren.

Maar niet te veel.

Want het anders willen, is een grote creatieve kracht.

Laat elke kind zijn eigen rivier zijn. Smal stroompje, wilde beek, of zacht meanderend.

 

¹ lijstje?

  • Herinnering aan Holland – Marsman
  • Under the rose – Walter de Lamarre (+ Nederlandse vertaling van Tonke Dragt)
  • Because I could not stop for death – Emily Dickinson
  • The hollow men – T.S. Elliot (alleen eerste deel)
  • The Mary Gloster – Rudiard Kipling (eerste 12 regels)
  • Herkenning – Ida Gerhardt (ja, die gaat over Voerman sr. die kan ik niet missen)
  • De akelei – Ida Gerhardt  vandaag mee begonnen

En dan van vroeger nog: heel veel liedjes van Jaap Fischer

Hoe ik van mijn lijf ging houden

Vroeger was ik te dun.

Geen spieren, ik kwam letterlijk voor geen meter in de touwen. Eén-na-laatst gekozen bij gym.

Zo’n jongetje.

Toen werd ik te dik. Droeg wijde bloezen, nooit in mijn broek, maar er ruim overheen vallend. Schaamte op een bloot lijf had vooral te maken met mijn buik en mijn mannenborstjes.

Zo’n man.

En toen ging ik fietsen naar mijn werk. Van Wijchen naar Driel. 27 kilometer enkele reis. Dat fietsen dat kon ik nog. Als je als scholier veel fietst, blijft dat volgens mij altijd in je lijf zitten.

Het ging boven verwachting goed, en nu ik een ligfiets heb, heb ik zelfs met zware tegenwind en regen geen moeite meer.

En ik verloor meer dan 10 kilo.

Mijn buikje verdween. Ik kocht broeken, drie maten kleiner. En toen ik een fietsbroek kocht en mezelf in de spiegel zag, dacht ik wow!

Geen schaamte meer!

Ik voelde me sterk en gezond. En stoer. Ik heb mezelf nog nooit stoer gevoeld. Dat is een gevoel dat een-na-laatste jongetjes niet kennen. Die zijn alleen maar blij dat ze de laatste niet zijn.

En toen herinnerde ik me dat ik iets gelezen had over koud douchen. Dat was iets voor stoere mensen. Zou ik dat ook kunnen? In de kerstvakantie ging ik proberen. En ja, ook dat lukte.

Wat nog bijzonderder was is dat ik na het douchen mijn lijf durfde te voelen. Dat is al minder blubberig, en nu het helemaal koud is, voelt het zelfs fijn aan.

Een strak koud lijf om trots op te zijn.

Je hebt geen idee wat dat voor mij betekent.

Dat is waarom ik elke dag die kraan een ruk geef.

 

 

 

30 dagen iets doen en je bent er aan gewend. Onzin!

Meer dan honderd dagen doe ik het al.

Koud afdouchen (Ik begin warm, een hele koude douche is . .  nou ja een koude douche).

En nog steeds denk ik elke morgen:  “Zal ik deze keer overslaan?” En dan gaat mijn hand resoluut naar de kraan. “Je bent gek!” schreeuwt het in me. “Je blijft staan.” zegt een andere stem.

En ik blijf staan.

Elke ochtend.

Maar wennen? Nee.

(waarom ik koud douche staat hier)

Lessen in falen

“Ik sta niet op de lijst!”
“In welk groepje zit ik?”
“Karel heeft zich niet ingeschreven, mag hij toch mee doen?”

Onze school doet mee aan de koningsspelen en ik organiseer het.

Met mijn slechte gehoor is het op zijn zachtst gezegd topsport om alle vragen te horen. Laat staan dat ik overal een antwoord op heb. En dan nog proberen om kalm te blijven en ruimte te maken voor iedereen, onder alle spanning die ik voel.

Dat lukt niet.

Wat me wel lukt, is het mezelf vergeven. Deze koningsspelen zijn voor mij één grote les in falen.

En dat is belangrijk. Veel van onze kinderen hebben faalangst. Ze willen iets kunnen, maar ze durven niet de lange weg van mislukken en opnieuw proberen aan. En dat snap ik. Want leren is niet altijd leuk.

goed of fijn

Dat gaan we ze dus leren: mislukken. En wat ben ik als leraar waard als ik dat zelf niet durf?

Onze school doet mee aan de koningsspelen en ik organiseer het.

Terwijl ik helemaal niet kan organiseren. Die klussen laat ik altijd aan me voorbij gaan, omdat ik weet dat ik er een potje van maak. Ik praat dat goed met: “Je moet de dingen doen waar je kracht ligt.” Klopt. Maar niet altijd. Soms is er gewoon iets nodig, en dan pak je dat op. Ook als je er niet goed in bent. En dan leer je.

Ik leerde me te pletter de afgelopen weken.

Ik maakte de ene fout na de andere. Pas achteraf ontdekte ik elke keer hoe het handiger had gekund.

fouten

Ik zit met het voorbereidingsteam rond de tafel. Twee andere scholen en iemand van de oranjevereniging. Er ligt een keurig draaiboek, en de lijstjes worden nagelopen.
“Hoeveel bovenbouwers zijn er?” De cijfers worden opgelepeld, en ik blijf het antwoord schuldig. Ik weet het niet. We hebben geen klassen, en ik weet van veel kinderen de leeftijd niet. Bovendien heb ik nog niet gevraagd wie er mee wil en wie niet. Voor die andere scholen is dat geen punt, die gaan allemaal mee.
“Wie zijn de contactpersonen van de oudercommissie?” Ook die hebben we niet. Ouders zijn per onderwerp actief, en dit is een nieuw onderwerp, dus er zijn nog geen ouders.

Ik loop overal achter alles aan.

Ik loop te rotzooien met lijstjes, leeftijden en voorkeuren die te laat worden doorgegeven. Het is op onze school best lastig alle kinderen te bereiken, want ze lopen allemaal door elkaar.

Daar hebben ze natuurlijk die klassen voor uitgevonden. Je hebt in een keer overzicht op al je kinderen, en als je ze nodig hebt, ze zitten altijd op dezelfde plek. Dat tafeltje daar.

Ik heb weken buikpijn en ik droom er over.

moed

Op de ochtend zelf vliegt het me even aan. Ik stel mezelf teleur als ik voor mijn gevoel te scherp reageer op alle verzoeken die ik maar half hoor, en waar ik maar een half antwoord op heb. Ik jut de boel op omdat ik bang ben te laat te komen. En direct daarna vergeef ik mezelf dat allemaal.

eigen trouw

We gaan op weg. Het komt goed.

En het kwam goed.

Het was een prachtige dag. De kinderen genoten, en ik genoot.

Onze school doet mee aan de koningsspelen en ik organiseer het, volgend jaar weer.