De toren 3

Hier staat het begin van dit vervolgverhaal

Hij merkte meteen dat het licht veranderd was. Was de zon zo snel gezakt? Hoe lang was hij eigenlijk “weg” geweest? Blauwig, was het licht dat door het venster scheen. Kunstlicht? Op de tweede verdieping leek het alsof er iets voor het raam gespannen was. Zijl? Dat kon niet. Met een paar passen was hij bij het raam. Het blauwgrijze licht werd helderder. Er tekenden zich zwarte vlekken af, die steeds scherper werden. Stipjes. Nee, beseft hij, pixels! De zwarte stippen werden kleiner en scherper. Het waren echt pixels. Hij keek naar een computerscherm. De pixels werden letters, en na een tijd kon hij het lezen. Flarden van zinnen die hij herkende. En toen het beeld steeds verder uitzoomde, en hij zichzelf achter zijn computer op zolder zag zitten wist hij wat hij daar aan het schrijven was.

Lieve kinderen,

Ik wil straks als eerste daad van mijn gepensioneerde bestaan een gezamenlijke vakantie plannen. Ik hoop dat jullie daar allemaal bij willen zijn. Het is mijn idee om een groot huis te huren zodat jullie allemaal met aanhang en kleinkinderen aanwezig zullen zijn. Ik weet dat jullie het druk hebben, maar het zou veel voor mij betekenen. Willen jullie suggesties doen voor datums? En ook voor de plek? Mij maakt het niet uit. Als ik jullie maar om me heen heb.

Die mail was het begin geweest van het getouwtrek. Eindeloos heen en weer mailen en bellen. Ruzies over wat de beste plek zou zijn, en over wie het initiatief naar zich toe trok. Conflicten tussen de kinderen mét en zonder kleine kinderen, met en zonder partner. Verschillende levensfases die niet bij elkaar pasten, elkaar zelfs in de weg zaten. Hij was eindeloos bezig geweest met sussen, maar zijn pogingen hadden het vaak alleen maar erger gemaakt. Nu was er nog steeds geen overeenstemming. De boel leek gesust, maar er waren nog steeds onderhuidse spanningen. Alles wat hij zich hierover herinnerde zag hij weerspiegeld in het raam. Hij zag zelfs dingen die hij zich niet kon herinneren, omdat hij er niet bij was geweest. Ruzies die buiten zijn weten om waren uitgevochten. Zijn vrouw, bezig met lijmpogingen.

En nu zag hij de oorzaak daarvan duidelijk voor zijn ogen. Zijn eigen mail. Die alles open liet. Waarom had hij niet gewoon zelf een datum geprikt, en een plek geregeld? Alle anderen gevraagd zich deze keer aan hem aan te passen. Iedereen had ruim tijd gehad om dat te doen. Door zijn angst om anderen in de weg te zitten, had hij met zijn vaagheid iedereen in de weg gezeten. En vooral zichzelf. Niet alleen door deze ene mail. Een levenlang rekening houden met, en invullen voor anderen had zijn sporen getrokken besefte hij. De ene helft van zijn kinderen had het overgenomen, de andere helft had er zich juist tegen verzet. Een explosieve cocktail. Hij had genoeg gezien, het raam werd donker,  het gonzen luider. Hij ging zitten, want het werd weer zwart voor zijn ogen.

Hij zag dat de man in de grijze mantel inmiddels een dorp had bereikt. De man stelde vragen, en werd dan doorverwezen. Uiteindelijk kwam hij bij het enige stenen huis in het dorp. Hij klopte op de deur. De eigenaar van de woning deed open, afwachtend, met argwanende blik. De man in de grijze mantel zei niets, maar zocht in zijn tas, en haalde daar perkamenten rollen uit die hij aan de bewoner liet zien. De houding van de bewoner veranderde plotseling toen hij de rollen bekeek. Hij trok zijn bezoeker naar binnen. Toen de scene zich naar binnen verplaatste kreeg Bouwma er geluid bij.
“Hoe kom je aan die tekeningen? Zeg op!”
“Mag ik misschien eerst wat drinken? Ik heb een dag gelopen om hier te komen.”
Van buiten af klonk lawaai. Stemmen, geroep. En toen zwaar gebonk op de deur. Ruiters voor de deur.
“We zoeken een man in een grijze mantel. Dorpelingen hebben gezegd dat hij naar u vroeg. Mogen we binnen komen?” De bewoner aarzelde, maar was niet opgewassen tegen de ruiters. Hij volgde ze, toen ze langs hem zijn woning binnen drongen. Tot zijn verbazing was zijn mysterieuze bezoeker verdwenen. De ruiters doorzochten de woning tevergeefs en verdwenen weer.
“Onbetrouwbare dorpelingen, kosten ons alleen maar tijd”, mompelden ze toen ze naar hun paarden liepen.

Binnen ging een luik in de vloer open, en de man met de grijze mantel kroop vanuit een kelder de kamer weer in.
“Hoe wist jij van dat luik? Het is niet te zien! Heb je iets gepakt beneden?”
“Je mag me bouwmeester noemen. Je kent mijn oude meester.  Ik was er als kind bij toen je zo’n luik maakte voor mijn meester. Ik heb het altijd bewonderd. Ik wist waar ik op moest letten, en herkende het meteen.” De bouwmeester legde de rollen perkament op de tafel. “Hij heeft me deze papieren gegeven.”
De bewoner van het huis maakte een afwerend gebaar.
“Zeg hem maar dat ik nog niet klaar ben. Ik ben de tekeningen aan het uitwerken. En laat me nu met rust.”
“Je hebt niet geluisterd. Ik vertelde je net dat ik nu de bouwmeester ben. Mijn oude meester is dood.”
De man keek hem met nieuwe ogen aan.“Heb jij je meesterproef al afgelegd?”
“Nee, maar dat ga ik nu doen. Dat is de reden dat ik hier ben. Ik wil dat jij me daar bij helpt. Jij bent de tekenaar. Ik wil jouw ontwerpen gebruiken.”
“Maar ik ben niet klaar, het is nog niet klaar om gebouwd te worden, ik ben bezig met verbeteringen. Ik heb alleen de plannen voor de toren af, en ook die kan eigenlijk nog beter. Dat wat jij hebt zijn alleen de ruwe schetsen. Je meester had er geen belangstelling voor toen. En wat moeten die ruiters van jou?”
“Een misverstand. Ik heb wat geld, ik zou graag bij je eten en overnachten. Misschien kun je dan nog nadenken over mijn aanbod.”

Verward schudde Bouwma zijn hoofd. Hij was moe. Het was donker. Het liefst was hij nu de trap af gelopen en naar huis gegaan. Maar dat kon hij niet. Hoe moest weten wat er achter de andere ramen lag. En wat de volgende verdiepingen hem zouden vertellen.

Wordt hier vervolgd 

4 thoughts on “De toren 3”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge