De zangvogel

Er was eens een kleine zangvogel die niet kon zingen. Kleine grappige liedjes gingen nog wel, maar dat was natuurlijk niets vergeleken bij alle mooie trillers en fraaie klanken die de rest van haar familie en ook al haar vrienden konden maken. Als ze toch probeerde mooi te zingen klonk het vreemd.

De kleine zangvogel werd stiller en stiller.  Totdat ze ontdekte dat ze met die vreemde klanken wel anderen aan het lachen kon krijgen. Daar kreeg ze zowaar plezier in. Ze stak de draak met de andere zangvogels die vreselijk hun best deden. Zo werd het leven toch een beetje dragelijk.

Toen een Vlaamse Gaai in de boom van de kleine zangvogel landde, moest hij eerst even wennen aan de kleine zangvogel. Die kleine zangvogel had namelijk al heel snel zijn vreemde accent te pakken en imiteerde hem te pas en te onpas. De Vlaamse Gaai had zich eerst heel beledigd gevoeld.  Maar toen de hij de kleine zangvogel wat vaker zag, ontdekte hij dat onder dat stoere uiterlijk en die vlotte kwetter een heel lief, leuk vogeltje stak.

Op een dag vroeg hij waarom ze niet zong.

“Dat kan ik niet” was het antwoord. Dat wilde de Vlaamse gaai niet geloven:

“volgens mij kun je juist heel mooi zingen, nog veel beter dan die zangvogels die alleen maar kunstjes vertonen!”

De kleine zangvogel was verbaasd, zo had ze nog nooit iemand over de andere zangvogels horen spreken. Snel keek ze of iemand het gehoord had. Gelukkig niet. Ze werd bevriend met de buitenlandse vogel, maar zingen deed ze niet.

“Waarom toch niet? Eén keertje maar, voor mij alleen”, vroeg de buitenlandse vogel toen ze met zijn tweeën helemaal alleen in een hoge boom zaten.

“Ik kan het echt niet. Er komt alleen gekras als een kraai uit!”

“Weet jij wel dat kraaien hele wijze vogels zijn? Kom eens met me mee als ik bij ze op bezoek ga. Dan zul je dat zien.”

De kleine zangvogel wilde er niets van weten. Kraaien waren zo’n beetje de aartsvijanden van de zangvogels.

“Jij en ik konden toch eerst ook niet met elkaar opschieten? Geef ze eens een kans”, vroeg de buitenlandse vogel. De kleine zangvogel gaf uiteindelijk toe en zo kwam het dat ze even later bij de kraaien in de wilgen zaten.

“Ik weet wel wat er met jou aan de hand is”, zei een oude kraai: “je hebt een prop in je keel, die moet eruit!”

De kleine zangvogel snapte het niet.

“Alles wat jij hebt meegemaakt heb je ingeslikt, omdat je niet durfde te zingen. Mooie dingen, maar ook droevige dingen. Al die dingen zitten verstopt in je keel. Die moet je eruit schreeuwen.”

Schreeuwen, dat was nou net wat een zangvogel nooit mocht doen. Dat kon je hele stem verpesten. Bovendien leek je dan wel een kraai.,

“Ik dacht dat je die flauwekul nu wel te boven was”, zij de Vlaame Gaai: “Je ziet toch dat het helemaal geen schande is om een kraai te lijken?”

“Ja dat is waar”, dacht de kleine zangvogel.

De oude kraai zag de kleine zangvogel twijfelen.

“Als wij nu eens een eindje gaan vliegen?” vroeg hij aan de Vlaamse Gaai. En tegen de kleine zangvogel zei hij: “De begroeiing van de boom is dik, niemand kan je zien. Als anderen iets horen denken ze dat het een kraai is, ze weten dat wij hier vaak zitten. Neem je tijd.”

De kleine zangvogel zat helemaal alleen in de kraaieboom. Ze voelde zich een beetje verdrietig. Er kwam een kleine traan. Haar lijfje schudde. Langzaam liet ze zichzelf gaan. Diep van binnenuit kwam een schreeuw. Dat voelde goed. De zangvogel schreeuwde nog eens. Zonder woorden schreeuwde ze al haar verdriet en boosheid eruit. Soms kwam er ook een schreeuw van vreugde tussendoor. Uiteindelijk was ze uitgeput en was het stil.

Een hele tijd bleef ze zo zitten. Zo kalm had ze zich nog nooit gevoeld. Ze ademde rustig. Heel langzaam begon ze op de maat van de ademhaling te neuriën. Ze was verbaasd over haar stem, die klonk dieper dan ze zich herinnerde. Langzaam voelde ze een melodie opkomen. Haar stem klonk steeds luider en voller. Ze klonk zoals nooit een vogel geklonken had. Haar stem klonk ruwer dan de normale zangvogelstem, maar ook veel voller. Toen ze uitgezongen was zag ze op een andere tak de buitenlandse vogel en de oude kraai zitten.

“Ik wist wel dat dit in jou zat” zei de Vlaamse Gaai. Een lied dat veel voller klinkt dat van welke zangvogel ook. Geen kunstjes, maar een puur geluid.

 

(schatplichtig aan: “songmaster” van Orson Scott Card en Dombo van Disney)

2 thoughts on “De zangvogel”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge