Waarom we geen les geven in Mens en Maatschappij

Mens en Maatschappij, daar geven we geen les in, bij ons op de Vallei.

Mens en maatschappij is namelijk niet iets dat je in een les kunt leren. Ook niet in twee lessen, zelfs niet in een heel goed uitgedachte serie.

Mens en maatschappij leer je door het te ervaren. Niet in een praktijkles, maar in het echt.

Op de democratische school Vallei maken wij met elkaar de samenleving. Elke dag opnieuw.

Voorbeeld.

Wat er vandaag gebeurde.

We zijn de rotzooi in de creatieve ruimte (de Crea) zat. Wij is het team en heel veel leerlingen.

Nu kun je dat oplossen door daar de hele dag een toezichthouder neer te zetten. Maar dat is lastig. Die toezichthouder kan dan geen workshop geven én toezicht houden.
(Ja dat kan als je alle kinderen verplicht mee te doen met de workshop, en dat doen we niet)

Dus vandaag riepen we alle kinderen bij elkaar die het ook zat waren. We gaan het anders doen.

Het oude systeem werkte zo: Iedereen heeft een ‘diploma’ om in de crea te mogen. En als je je rotzooi schopt ben je dat diploma kwijt.

Maar dat werkte niet. Want we hebben geen ogen in onze rug, en de rotzooi lijkt als een wervelstorm uit het niets te komen als je je even om draait. En niemand heeft het gedaan. En veel rotzooimakers houden zo hun diploma.

Dusss . . .

Draaien we het om. Niemand heeft een diploma. Je krijgt er pas eentje als je het verdient. En daar hoort dan bij dat je MET ELKAAR verantwoordelijk bent voor de ruimte. Een voor allen en allen voor een. Elkaar aanspreken dus. Want jij bent ook verantwoordelijk voor je buurman of buurvrouw.

Het was even stil, toen we de kinderen vroegen of dat een goede oplossing was. Ze moesten daar echt even over nadenken.

“Maar ik kan toch niet alles wat er gebeurt in de gaten houden?”, was de eerste vraag. Er werd geknikt. Dat was wel heel lastig, vond iedereen.

“Kijk eens om je heen”, zei ik.

Hier waren namelijk alle kinderen verzameld die last van hadden van de rommel in de crea. Kinderen die die last ervaren omdat ze de verantwoordelijkheid voelen. Maar ook onmachtig.  te onmachtig om e wat mee te doen.

De rouwdouwers waren even niet uitgenodigd. (Kan dat? Ja dat kan!)

De kinderen keken om zich heen. En de spanning gleed van hun gezichten. Dit was een club die je kon vertrouwen. Met deze club was dat best te doen, alles in de gaten houden. Ze zagen het voor zich en werden enthousiast.

“Maar als iemand het nou niet leuk vindt om door een mede-leerling aangesproken te worden?”
“Jongens, wie hier vindt dat een bezwaar?”, vroeg ik. Geen vingers.
Dat hoort vanaf nu dus bij het diploma. Je laat je net zo goed corrigeren door elkaar als door een begeleider.

“Dus iemand zonder diploma komt er niet meer in?” Ja. En dat zijn op dit moment nog alle andere leerlingen.
“En hoe hou je ze tegen?”
Dat zijn we meteen gaan oefenen. Vriendelijk maar stellig. En haal desnoods een begeleider er bij.
“Maar hoe kan een andere leerling een diploma krijgen?”
Dat was een goede vraag. Alle leerlingen zijn zeer betrokken. Er komen veel suggesties. Uiteindelijk kiezen we voor proefdraaien. Een groepje leerlingen mag een week lang laten zien dat ze het kunnen. Dan wordt er geëvalueerd.
Niet te veel leerlingen per keer. Zo kan de zittende club de nieuwkomers een beetje opvoeden.

En zo is er een nieuwe afspraak geboren. En er is een nieuwe ‘kring’ ontstaan, een groep kinderen en begeleiders die het mandaat van de schoolvergadering heeft om dit te regelen. We gaan beginnen. Er als het nodig is passen we dingen aan.

Dát is leren over mens en maatschappij.

En daarvoor is het nodig dat je alles mee maakt. Daarvoor is het nodig dat je ook de onvrede voelt. Anders is er geen motivatie om iets aan te pakken.

Gedoe is nodig, want van gedoe leer je samenleven. Niet van een lesje maatschappijleer.

Dus alsjeblieft géén klassenmanagement dat er voor zorgt dat alles geolied loopt.

Geen plan van aanpak om te voorkomen dat er gedonder is op het schoolplein.

Laat het gebeuren, geef ze kans om het zelf op te lossen, en begeleid dat.

Veiligheid zit in alles wat er al ligt aan afspraken. Alle die afspraken zijn op de manier tot stand gekomen als hierboven beschreven, en ze worden direct aangepast als de situatie dat vraagt. Elke leerling en elke begeleider heeft altijd de kans een voorstel te doen om het anders te regelen.

Via coachgesprekken (minstens 4 x per jaar, en vaak tussendoor contact) houden we een vinger aan de pols bij alle kinderen. Daarmee staan we ze bij in het echte leren: weten wie je bent, weten hoe je je verhoudt naar de mensen om je heen. Weten hoe je voor jezelf en anderen kunt zorgen.

Dat taal en rekenen is een eitje, daarbij vergeleken.

Ik werd heel blij van het proces van vandaag. Dit is waar we het om doen.

 

7 thoughts on “Waarom we geen les geven in Mens en Maatschappij”

  1. Je verhaal doet me verlangen naar kind zijn, en dan in zo’n bijzondere omgeving als deze te mogen leren leven… prachtig wat jullie doen, fijn hoe jij me hiermee laat kennismaken!

  2. Mooi! Samen verantwoordelijk zijn en deel uitmaken van iets waar je voor kiest. Wat een fijne school en wat een geweldige kids en begeleiders!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge