Taal in wording

Ik help J met een timmerproject.

Ik doe mijn CI’s uit, de decoupeerzaag waar J mee werkt, is me een beetje te gortig.

Er is veel overleg nodig dus dat wordt spannend.

Ik heb sinds deze week een Dummie bij me. Een dik boekje met lege bladzijden. Plek genoeg om wat dingen op te schrijven.

Opnieuw valt mij op dat effectief communiceren een ambacht is. Een ambacht dat J en ik opnieuw aan het uitvinden zijn.

In eerste instantie schrijft J volzinnen. Later gebruikt hij telegramstijl.

(De vraag over de pianowedstrijd is van P die even langs komt)

DSCN5380

Dat scharnier kon hij wel van huis meenemen, zei J. Daar had hij een prachtoplossing voor bedacht. Op de planken staan werkstukken te pronken. Eén daarvan is een poppenhuis. J gebruikte die in zijn gebarenverhaal.

Dat zinnetje opschrijven was nodig omdat we er niet uit kwamen wie nu wat ging halen uit dat huis (of brengen naar dat huis).

Mijn hersens werken intussen op volle toeren, want ik zie hier taal in zijn essentie: Wie gaat wát halen en waarvandaan, of waar naar toe? Zinsontleding in een notendop. Erg mooi, vooral omdat de zinnen in gebarentaal een andere volgorde hebben.

Daar is iets moois mee te doen. Hoe? Nog geen idee.

Maar dat is een andere les, net als de spelling. Intussen hebben J en ik elkaar verstaan.

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge