slechthorend en leerkracht deel 1

Slechthorend.

Met CI’s, je weet wel, deze dingen. (Ja, die van doof!)

Leerkracht zijn.

Op een democratische school gaat dat allemaal een beetje anders. Dat is ook de reden dat ik dit avontuur überhaupt aan durf.

Het betekent dat ik twee dingen wil ontdekken.

Hoe gaat het mijn mijn oren?

Hoe gaat dat, niet sturen maar volgen, als leerkracht?

Vandaag de eerste dag.

Die vragen hebben natuurlijk met elkaar te maken. Hoe maak ik contact, met leerlingen, want die zijn gewoon lekker druk bezig. En als ik contact heb, hoe zorg ik dat ik de leerling kan verstaan in een drukke ruimte?

 

Verstaan in herrie

Dat valt mee, en het valt tegen. Soms versta ik zomaar een heel verhaal, terwijl er behoorlijk wat achtergrondgeluid is. Soms mis ik zo veel dat het een heel gedoe is om een gesprekje te voeren.

Ik moet ook namen gaan leren van papier, want die versta ik dus helemaal niet.

Eigenlijk is er overal herrie. Zelfs in de rustige leerruimtes. Het is warm, het raam staat open, en buiten piepen schommels, en ratelen skelters. Een gesprek op de gang is nog het rustigst, totdat er mensen langs lopen, en blijkt dat de vloer luidruchtig kraakt.

En toch heb ik gesprekken met leraren en leerlingen, ondanks al die herrie.

Wat jammer is dat ik de schoolvergadering niet kan volgen. Die wordt gehouden in de grote keuken, waar ook andere kinderen eten en met elkaar kletsen. Kinderen met een zachte stem komen voor mij niet boven het geroezemoes uit. Volgende keer een schrijftolk proberen, hoewel dat ook zijn eigen problemen heeft.

 

Contact maken

Die stap naar contact nemen. Dat is niet zozeer verlegenheid, als wel zoeken naar een opening.

“Wat ben je aan het doen”, lijkt een stomme vraag. Want kinderen zijn met van alles bezig. Ik zie aan de manier waarop ze bezig zijn dat ze zich te pletter leren. Zo druk bezig. Dat ga ik toch niet verstoren? Het moment vinden waarop ze willen delen. Want lang niet altijd kan een kind woorden geven aan wat het leert. (zie ook hier)

En dan kijk ik naar twee meisjes die op een grote bal lopen, met een gemak waarvan ik versteld sta. Kennelijk kunnen de meiden dat van mijn gezicht af lezen. Ik heb oogcontact, ze gaan stralen, en als vanzelf gaan ze me laten zien wat ze kunnen.

Er is ook een gesprekje. Maar dat oogcontact dat we hadden. Het plezier dat ze hadden, toen ze mijn plezier zagen vanwege hun plezier.

Daar zijn dus geen woorden voor nodig.

Dat is meteen ook de mooiste manier van contact maken. Dat kinderen zien dat ik ze zie. Dat is de basis. Dat is de opdracht die ik voorlopig aan mezelf geef. De kinderen zien. En daar hoeft lang niet altijd een gesprekje bij.

 

Samen op weg?

Ik loop nog twee dagen mee. Dan ga ik samen met de schoolvergadering bekijken hoe we verder gaan. Want  ik weet nu al dat verder gaan betekent dat we samen moeten gaan zoeken naar een manier van communiceren. Dat kan hele mooie dingen opleveren, maar daar moeten de kinderen wel energie in willen steken.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge