Dexy’s midnight runners – Searching for the young soul rebels 1981

Terschelling, mei 1980. Eindexamen gedaan en dus met de hele klas kamperen terwijl de rest van de school nog zwoegt.
De Appelhof. Ja de verhalen zijn waar: Stapels bierkratten die boven de tenten uit torenen. Maar dat was een ander veldje. Onze klas was vrij onschuldig. (eerlijk waar! in vergelijking met die randstadters dan) Door de duinen zwerven, zelf eten koken en ’s avonds swingen in de kroeg in Midsland.
Geno was ons lijflied. Daarop konden we lekker uit onze bol op de dansvloer. (Rosie van Joan Armatrading was een andere favoriet)
Blazers! Net als bij Madness.

Maart 1981

De elpee kocht ik in studiestad Wageningen. Daarmee legde ik in die nieuwe wereld een mooie verbinding met mijn schooltijd.

Geno was gewoon een lekker swingnummer. De rest van de elpee ging ik steeds meer waarderen. Opstandige teksten waarin literaire namen werden aangehaald.
Eén van de nummers is zelfs een regelrecht gedicht, niet gezongen maar gesproken:

They all dedicate lines to you
Thin lines, easy seen through.
Of course they do to be like others, who
all feel something I wont pretend to feel just for you
because Ive never ever wanted anything from you.
Ive watched them marry up
their wives and lives with ties and lies,
Ive seen them fuck infatuation
And call it you so they feel safer
I hope youll stay with them forever
Let them sit back and never dream thoughts like mine
Scared hearts running from you
Take longer to prove
They can sit back and laugh while others do
But still they hold you in awe
Am I the first to ever question you exist?
Why do I throw up when she says she gives me herself only for you
Or her belief in you is only for me
Sometimes I almost envy the need, but dont see the prize.

Deze vond ik zo stoer dat ik hem al snel uit mijn hoofd kende. (Vooral dat “fuck infatuation” klonk lekker).

“The only way to change things is to shoot men who arrange things”,  was zo’n tekst om in je agenda te zetten, of op collegedictaten (in het eerste kwartaal als student ben je nog een halve scholier).
Toen Anwar Sadat werd vermoord, wees mijn broer me er op dat dit toch niet zo’n lekkere tekst was. Ik heb hem doorgestreept.

De muziek op deze elpee is verfrissend. Rebellenmuziek, paste zo in het rijtje van Bob Dylan, John Lennon en andere helden. Schreeuwerig en klagerig zingen. Pathos. De blazers geven het nog een beetje soul mee ook.  Uitbundig en bezield. Een plaat waarmee je “angry young man” kunt spelen. Een plaat die je helpt om je dadendrang en je opgekropte emotie een uitweg te geven. Ramen open, laat de wereld van je horen.
Ook dit is een zomerplaat. Welkom buiten, welkom wereld, ik kom er aan!



 

Peter Gabriel – IV 1982

Ik weet nog dat Kees Wagtmans met deze plaat thuis kwam. De hoes gaf al aan dat dit iets bijzonders was.
Kees en ik hielden erg van Neil Young en “Cortez the Killer”. En ook deze plaat nam me mee naar de mystiek van Indiaanse of Afrikaanse volken. In mijn beleving is het Zuid Amerika. En zoals in een droom kan ook in een beleving alles: dus gaat Zuid Amerika vloeiend over in Afrika.
“Rythm of the heat” had krachtige trommels, als van een Afrikaans ritueel. Het werd zomer en bij dit nummer voel ik de zomerwarmte dreunen.
Maar mooiste nummer is “San Jacinto”. Dat bouwt langzaam op.
Het begint met panfluit achtige begeleiding die je wegvoert alsof je Mescaline hebt ingenomen.
Het voert je mee, op zoek naar de roots van het Indiaanse volk. Ondanks de overheersing van de blanke cultuur moeten ergens de wortels te vinden zijn.
En ja hoor daar komt ie.”I hold the line”.
Hoor die zeer zware bas: je voelt “the line” letterlijk in je buik.
Ik heb op Torhout/Werchter in 1983 Peter Gabriel zien spelen. Wat een kracht!
Dit is een van mijn favorieten.
tip:
Peter Gabriel live is een belevenis. De allermooiste uitvoeringen vind ik die van de “secret world tour”
(de video die hier eerst stond is van youtube gehaald (terecht denk ik want de hele DVD stond er op. Beschouw deze clip als een voorproefje)

Naschrift:
Ik heb via Google de playlist gevonden van het optreden in Werchter op 3 juli 1983:
1. Across The River 4:34
2. Intruder 4:56
3. Not One of Us 6:17
4. The Family and the Fishing Net 8:05
5. Humdrum 4:04
6. Shock the Monkey 7:48
7. Milgram’s 37 7:45 *
8. Family Snapshot 5:17
9. Solsbury Hill 5:07
10. San Jacinto 8:47
11. On the Air 5:48
12. Biko 8:27

 * Voetnoot bij een voetnoot: 
Peter Gabriel heeft ook mij zo gek gekregen uit volle borst mee te zingen: “We do what we’re told”.
Een verwijzing naar Milgrams experiment waarin mensen bereid bleken anderen een electrische schok te geven. (De schok werd niet echt gegeven, maar er kwam wel geschreeuw uit de kamer waarin zogenaamd de andere poefpersoon zat) 
Ik had beter moeten weten. Ik had voor het vak psychologie de film over het experiment nota bene gezien!
zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Experiment_van_Milgram

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=JRLjpXLEp1A&w=420&h=315]

misbruik van feedback

Met de regels van feedback krijgen mensen een machtig wapen in handen. Volgens die regels is elke verdediging uitgesloten. Als je op uitermate zorgvuldige (en dus uitvoerige) wijze te horen hebt gekregen wat er niet aan je deugt, mag je als feedbackontvanger alleen nog maar dankbaar zijn voor het cadeautje dat je zojuist hebt gekregen.  De feedbackgever omhult zich met een aura van onaantastbaarheid en stelt zichzelf en passant als norm.

Met ongevraagd feedback geven kun je mensen net zo vast zetten als met de opdracht: “Voer deze opdracht niet uit!”

Is dat overdreven? Ja.

Toch bevatten de feedbackregels een dubbelzinnigheid, en die wil ik graag blootleggen.

Even vooraf:  Als iemand zelf vraagt om feedback,  zijn de regels heel zinnig. Dan is feedback een mooi instrument. Maar dan ook echt alleen als iemand er zelf expliciet om vraagt.

In alle andere gevallen bijten twee verschillende elementen in de feedback elkaar:

1.  Ik geef jou informatie over mij.

“Beschrijf het effect dat het op jou (feedbackgever) heeft en gebruik de ik vorm”.

Prima! Dit is volgens mij het wezenlijke van feedback: informatie. De feedbackgever vertelt hoe het gedrag/de boodschap is overgekomen. De feedbackgever vertelt dus iets over zichzelf! Dat is inderdaad een cadeautje.

2. Ik geef jou informatie over jou.

In de regels staat ook ergens: “Beschrijf veranderbaar gedrag.”

Hé, wacht eens even. Wordt ik als ontvanger geacht te veranderen? Hoe is dat er ingeslopen? Als ik een cadeautje krijg mag ik toch zelf weten wat ik er mee doe? Anders is het alsof iemand mij een groot schilderij geeft,  er meteen bij zegt op welke muur dat mooi zou staan, en een passant mijn huis opnieuw inricht.

1. klopt  en 2. is fout.

Nogmaals:  feedback gaat over de gever, niet over de ontvanger. Wees daar alsjeblieft duidelijk over! Die informatie koppelen aan veranderbaar gedrag van de ontvanger wekt de indruk dat het toch over de ontvanger gaat.

Geen feedback maar kritiek.

Als het je te doen is om het gedrag van de ander te beïnvloeden om dat jij je ergens aan stoort, prima. Zeg wat je niet bevalt aan het gedrag van de ander.

Ook als mensen schadelijk gedrag naar anderen vertonen moet je ingrijpen. In dat geval is je interventie er in eerste instantie op gericht anderen te beschermen. Zorgvuldig en respectvol wijs je iemand terecht. (en de regels van feedback zijn ook in dat geval een goede richtlijn).

Ik wil dat echter geen feedback noemen, maar kritiek. Niet het belang van de kritiekontvanger staat hier centraal, maar het belang van jou of degene die je in bescherming neemt. De ontvanger hoeft niet blij te zijn met het cadeautje. Jij bent de muur waar de ander met zijn neus tegen aan loopt. Ik vind die rol wezenlijk anders dan die van feedbackgever.

Feedback geven doe je toch om de ander vooruit te helpen.

Maar als de ander daar zelf niet om gevraagd heeft, moet je jezelf afvragen of je hem wel helpt. Hij zal waarschijnlijk niet open staan voor feedback. Wat je bereikt is misschien zelfs het tegenovergestelde van wat je wil. Je geeft namelijk de boodschap dat de ander niet goed is zoals hij is.

En wat nu als je bij iemand een blinde vlek ziet? Toch mooi om hem daar met feedback op te wijzen?

Nee.

Mensen gaan gedrag pas veranderen als ze zelf last gaan krijgen van dat gedrag. Gewoon laten gaan dus. Kennelijk heeft iemand het nodig om nog wat vaker met zijn neus tegen de muur te lopen. Als de ander jou niet heeft aangewezen als zijn opleider moet je je ook niet gedragen als een opleider.

Wat je wél kunt doen is mensen onvoorwaardelijk steunen. Dat hebben ze nodig als ze zich weer eens stoten. Als ze zich gesteund voelen zullen ze zich eerder open stellen voor feedback. Ze gaan er misschien wel zelf om vragen. Wacht tot dat moment met het geven van feedback, en doe het dán volgens de regels.

Niet mee bemoeien.

Ik ben dit nu als opvoeder aan het leren, en het is moeilijk. Hoe laat ik mijn kinderen hun eigen lessen leren? Hoe houd ik mijn mond als ik zie dat ze met ogen open ergens in trappen?  Soms houd ik mijn mond niet. Wat ik wel kan doen is op dat moment het “voor je eigen bestwil” verhaal achterwege te laten. Daar zitten ze niet op te wachten. Gewoon lekker ouderwets “omdat ik het zeg!” dus. Nu ben ik de muur, een andere keer weer het kussen.

En in de tussentijd?

Onvoorwaardelijk steunen dus. Een mooie manier waarop je dat kunt doen is een compliment geven voor de dingen die de ander wél goed doet. Dat is een echt cadeautje.

Zónder verbeterpunten, zónder sandwichformule.  #Durftewaarderen

Madness – Seven 1981

 Happiness tinged with sadness

Madness nam ik als fan mee naar Wageningen toen ik ging studeren. Ik had “One step Beyond” al en “Absolutely” hoorde daar absoluut bij.

Ik was dol op de gekte en kon als student daar een stuk makkelijker mee uit de voeten dan als scholier. Ik kocht twee witte schoenen, verfde de ene lichtblauw en de andere grasgroen. Ik blondeerde mijn haar, deed een oorknopje in en koos felle kleuren om te dragen. Beetje kleurenblind, dus hoe feller hoe beter, vloekende kleuren bestonden niet. Of juist puur zwart/wit, passend bij Madness. In ieder geval vrolijk de zomer in.

En toen kwam “Seven” uit. Die had nog steeds vrolijke blazers. Toch sloop er een soort melancholie in de muziek. Ik heb er geen verstand van maar het is net alsof er op “seven” meer dissonanten klinken. Nog wel vrolijkheid, maar minder onbezorgd.

In mijn tweede jaar sloop de dissonant ook mijn leven binnen en de plaat “seven” is daar onlosmakelijk mee verbonden.

Een huisgenoot had een opgezette klier in zijn nek, en na onderzoek bleek dat hij Hodgkin had (lymfekanker).  Ik had niet lang daarna ook een opgezette klier, maar dat kon natuurlijk nooit Hodgkin zijn. Voor de zekerheid wilde de huisarts toch ook mijn klier laten onderzoeken, dus die werd opgestuurd.

De uitslag liet op zich wachten. Zie je wel? Ze kunnen niks vinden. En zelfs, als ze iets vinden is het goed te behandelen. Ik draaide de vrolijke muziek van Madness en maakte me geen zorgen, dacht ik.

Ik zong vrolijk mee, maar veranderde ” Mrs. Hutchinson” in “Mrs. Hodgkinson”. De tekst van dat nummer  kwam ook erg dichtbij. Daarin wordt door de artsen Mrs. Hutchinson bemoedigend toegesproken, terwijl haar zoon op de gang te horen krijgt dat ze het eind van de week niet meer zal halen.

Na lang wachten kwam de uitslag. Hoe onmogelijk het leek, ik had, net al mijn afdelingsgenoot, Hodgkin. Weggesleurd uit het studentenleven het ziekenhuis in. Een mallemolen van onderzoeken en uiteindelijk bestraling.

Ik zat zo als dat heet in een vroege fase. Behandeling was relatief eenvoudig. Milt eruit en bestralen.

Het heeft een half jaar van mij leven gekost, dacht ik altijd.
Nu weet ik dat het me meer heeft gekost.

.

Steve Forbert – Little Stevie Orbit 1981

Dit is een ontdekking van mezelf, en eentje die ik met maar weinigen deel. Misschien kennen mensen “Schoolgirl” nog. Dat was een klein hitje in 1981.ja,ja, daar staat 1980 maar dat was Amerika. Hier kwam hij pas voorjaar 1981 uit.

1980/1981 was mijn eerste jaar in Wageningen. Schoolgirl begeleidde mijn eerste lente en zomer als student. Het paste met zijn schorre vrolijkheid uitstekend bij die uitbundige sfeer. Zwemmen in het grindgat onderaan de Grebbeberg. Tot ’s avonds laat buiten bij Loburg op de stoep zitten. Mijn eerste Belgische bier.

Mijn meeste platen waren seizoensgebonden. Dit is een lente- en zomerplaat. Ik kocht hem in de lente en hij daalde in, tijdens de vroege zomer. Het mooie is dat ik elke volgende lente kan afdwingen door het opzetten van deze plaat. Elk seizoen begint voordat het begint.

Het mooie Cellophane City heeft een kabbelend ritme, als een zacht schommelend zomertreintje. Hoor het piepen van de wielen bij het refrein. Steve Forbert zingt en vertelt tegelijkertijd. Als hij stilvalt, stopt ook de muziek abrupt. (Je kunt mij altijd plezier doen met makkelijke truukjes in de muziek). Dan zetten de toeters in en nemen het thema over. Reprise and fade out.

“One more glass of Beer” mag zo op mijn begrafenis. Het eindigt met mooie strijkers die naar het eind toe aanzwellen. Daaronder nog meer violen die van hoog naar laag glijden en weer terug. Alsof je naar de aftiteling van een monumentale film zit te kijken. (Echte klassieke-muziek-liefhebbers hebben dan natuurlijk het gevoel dat ze in een Efteling show zitten, maar als ik op mijn begrafenis mijn gêne niet op zij kan zetten, wanneer dan wel?)

De teksten bevatten scherpe oberservaties. Eentje die me bij bleef was “If you’ve  got to ask you’ll never know.” Die herkende ik maar al te goed. Het leven was voor mij altijd vol met dingen waarvan ik het gevoel had dat iedereen die wist behalve ik.

De uitsmijter is Visitor.

“Yes I am a visitor, and I’ve got a life to live, while I’m here upon this circumstance called earth”

Dat is hoe ik me heel lang gevoeld heb, een bezoeker, die met verwondering, en later ook bewondering naar de wereld kijkt. Misschien ben ik dat nog steeds.

.
Cellophane City

A vistor:

One more glass of beer

De Beatles – de rode

Kennissen van mijn ouders hadden twee dochters die een paar jaar ouder waren dan mijn broer en ik. Toen we daar op bezoek waren namen die ons mee (weg van het saaie volwassen geklets), en lieten ons binnen in hun heiligdom: de tienerkamer. Wij waren knikkerende kinderen, en wisten niet eens van het bestaan van een tienerkamer totdat we er een zagen.

Plaatjes van onbekende mensen aan de muur, eerste kennismaking met de fenomenen poster en popster. Een eigen pick-up. Frutsels, en een vreemd soort gezelligheid. Wow!

Zij lieten ons plakboeken zien van “The Beatles”. Ik had al wel eens gehoord van Bietels. Dat waren mensen met lang haar, die yeah, yeah riepen. Er hoorde een liedje bij. Ik had de tekst met een schroevendraaier op de werkbank in het schuurtje gekrast: “Afoe je je je”.  Op één of andere manier had ik meegekregen dat dit een belangrijk liedje was. (Dat ik zuinig moest zijn op spullen kreeg ik pas later mee).

Bij het afscheid mocht mijn broer de plakboeken meenemen. En zo startten wij après-la-lettre onze eigen privé Beatle Mania. Ik weet niet hoe hij dat deed, maar binnen de kortste keren wist mijn broer alles over de Beatles. Ergens in die periode zagen wij de film “Help”, en toen waren we helemaal verkocht. Help werd de eerste Elpee van mijn broer. Een cadeautje als kroon op een dagje Amsterdam: iets uitzoeken op de muziekafdeling van de Bijenkorf. Ik mocht er ook één uitzoeken al had ik geen pick-up, en koos “a Hard days Night”.

Later… 1973. Ik was 11 en mocht mezelf een tiener noemen. Mijn kamer begon al de trekken van een tienerkamer te krijgen. Toen we als cadeau de rode en blauwe verzamelaars kregen, was de rode voor mij. We waren niet langer alleen met onze mania. De uitgave van deze Elpees zorgde voor een heuse revival.

Inmiddels begreep ik dat “afoe je je je”, “She loves you yeah, yeah yeah” moest zijn. Ik begon de teksten te begrijpen en verwonderde me erover hoe je in een bad kon slapen en wat dat met hout uit Noorwegen te maken had.

Ik zag (nog weer later) op mijn middelbare school, in de gymzaal met ratelende projector, de film: “Let it be”, en was helemaal verpletterd door dat stoere optreden op het dak. Dat gaf “Get Back” een hele nieuwe dimensie en kracht. Toen ontstond mijn verlangen naar het spelen op een elektrische gitaar. (Ik was een redelijk verwend kind, maar dit verlangen is nooit gerealiseerd.)

Ik had dan misschien de jaren 60 gemist, maar ik heb niet het gevoel dat ik de Beatles gemist heb. De Beatles waren ook van mij en mijn broer.

Jethro Tull – Aqualung 1982

De elpee die ik heb is Broadsword and the Beast.
Lekkere muziek, dat wel. Stampende, bombastische rock met de dwarsfluit die lucht geeft. Broadsword, Beastie, en The Clasp zijn mijn favorieten.
In “The Clasp” zit steeds zo’n mooi aanloopje: afraid to make ….the Clasp.
Vooral de kloppende, roffelende drum is zo mooi.
Maar eigenlijk wil ik het hebben over Aqualung, en die heb ik op CD. Pas veel later gekocht dus.
Kees Wagtmans heeft me kennis laten maken met deze Elpee.

Locomotive breath kende ik al. Nog nooit paste een titel zo mooi bij de muziek. Je hoort de locomotief. De dwarsfluit stoot als stoom de stuwende gitaren voort.Maar laat ik je meenemen naar Hoevestein 11B. Een afdeling op een studentenflat in Wageningen.   Een van de sterflats aan de rand van Wageningen.

uitzicht uit mijn kamer
Studentensfeer, begin jaren 80. Wageningers waren over het algemeen van het alternatieve en wereldverbeterende soort. Geen “lullo’s achtige” toestanden, maar discussies over wereldvraagstukken tot diep in de nacht. Of elkaar laten delen in muziek. Gitaarspelen of luisteren.
ik met mijn gitaar
Hart van de studentenkamer was de stereo installatie. Vaak met een glimmende Akai met zo’n grote glanzende draaiknop voor het volume. Zo eentje die voelbaar in hele kleine trapjes verliep.
kast van mijn studentenkamer  met boeken, en stereo
Daaronder of naast, de platencollectie, bij voorkeur in sinaasappelkistjes. Voor de pick-up op de vloer zat de eigenaar, als een ware diskjockey platen te wisselen. “Dit moet je horen”. Plaat uit de hoes halen, zonder vingers op het vinyl. Voorzichtig de naald optillend en weer neerzettend op dat nummer dat zo speciaal was.
Kees laat zijn muziek horen

 

Dat nummer was Wond’ring Aloud.
Steeds opnieuw werd de naald teruggezet op dat ene stukje. Of ik de ingehouden glimlach van Ian Anderson kon horen.
When she floats in the kitchen
I’m tasting the smell, (yeah)
En daar zit die. Kees vertelt en laat het me zien. De zanger die terug denkt aan het ontbijtje op bed met zijn vriendin. Het tafereel brengt een glimlach op het gezicht van de zanger en die is te horen en te voelen in het nummer. Dat is echte liefde. Niet de onstuimige passie, maar deze huiselijke tevredenheid.
Ik kan de broodjes en de koffie ruiken. Voor altijd verweven met dit prachtige nummer.

En als toegift een mooie, diepe waarheid:

It’s only the giving that makes you what you are.

lees ook deze blog

Dogma

Als vervolg op mijn blog: zonde dacht ik even door.

Sociale media als nieuwe kerk. Een vergelijking die op vele punten volledig mank gaat natuurlijk. Maar toch maak ik hem. Want er zijn ook overeenkomsten en misschien zijn er lessen te leren uit het verleden.

Hoe zat dat met die kerk?

Die begon als vrijheidsbeweging. In een tijd waar slavernij de gewoonste zaak van de wereld was en het recht van de sterkste gold ging de boodschap van de kerk over vergeving, vrijheid, gelijkheid, broederschap. Een emancipatiebeweging.

Hoe is het gekomen dat een van oorsprong emanciperende beweging verwordt tot een instituut dat een man veroordeelt die ontdekt dat de zon niet om de aarde draait, maar andersom? Hoe gaat dat die overgang van Emancipatie naar Dogma?

Met de wetenschap, de nieuwe emanciperende beweging is iets dergelijks gebeurd. Ik ben zelf wetenschappelijk opgeleid en ben geschrokken van het heilige geloof in wetenschappelijk onderzoek.
Een wetenschapper zelf zal aangeven dat zijn beweringen de beste waarheid tot nu toe zijn, uitgaande van de waarnemingen en zorgvuldig uitgedachte methodes. Maar de kring rond de wetenschappers, de gebruikers, vergeten voor het gemak die slag om de arm. En zo produceert de wetenschap ook dogma’s.


Zelfs de journalistiek, ook een emanciperende beweging (persvrijheid!), wordt een gevestigde orde. Het staat in de krant, dus het is waar.

En dan nu de sociale media. Emancipatie van de journalistiek. Bloggers, columnisten, twitter. Alle informatie ontsloten voor iedereen. Dat het een emanciperende beweging is blijkt wel uit de gebeurtenissen in Egypte.

Maar wanneer gaan in de sociale media de dogma’s regeren?

Het lijkt onmogelijk. Internet is een plaats waar alle informatie te vinden is en waar iedereen de kans krijgt zijn zegje te doen. Maar mensen hebben soms lemming-neigingen. We zijn maar al te bereid om elkaar achterna te lopen, zelfs als we ons daarmee massaal in een afgrond storten.

Ik ben geen doemdenker. Ik houd van sociale media. Dit is geen waarschuwing voor het gevaar van de sociale media.
Tegelijkertijd weet ik dat, áls we ontdekken dat er een gevaar is, we te laat zijn.

Dus ben ik nieuwsgierig.
Welke dogma’s zijn er aan het ontstaan?

De eerste heb ik al gevonden. In een prachtig Blog dat ik via twitter las. Namelijk het idee dat iedereen die zich niet met sociale media bezig houdt een beetje achterlijk is, en nodig opgevoed dient te worden.


Een andere hoorde ik van een ongeruste moeder. Kinderen krijgen geweldig veel erkenning via facebook en Hyves. Maar wat nu als kinderen hun eigenwaarde af laten hangen van het aantal volgers/likes? 
Daarnaast verschijnen er steeds meer lijstjes met do’s en dont’s van de sociale media. Eén ervan heeft zelfs als titel “de 7 zonden van de sociale media”.

Is mijn oorspronkelijke vergelijking dan toch niet zo gek?


Naschrift.
Misschien heeft het te maken met het door elkaar halen van doel en middel. Ik maak me daar met dit stukje ook schuldig aan.
Kerk, wetenschap, journalistiek, social media. Het zijn middelen.
Ik ga me maar weer eens richten op mijn doel.




.

Magna Carta – Lord of the ages 1974

Zomer 1974, een camping ergens in Frankrijk. Nee, geen camping. Mijn ouders besluiten dit jaar het “in het wild kamperen” uit te proberen. Het laatste jaar met de “paradiso”, die vreemde vouwwagen.
Mijn broer Peter en ik schuilen even in de auto omdat het regent. Peter probeert de autoradio uit. Benieuwd naar wat de Fransen aan popmuziek op de radio spelen. Ik hoop dat er een Nederlandse zender te ontvangen is, want ik heb een beetje heimwee. En dan komt er iets heel bijzonders voorbij. Als door de bliksem getroffen blijven we beiden ademloos luisteren.
Een akoestische gitaar tokkelt de aankondiging, leidt het thema in. De basgitaar ondersteunt, en ondanks de gebrekkige autoradio wordt het geluid voller. De basis die zal dragen wat komen gaat: een verhaal van mythische proporties.
De stem zet in. Niet zo maar een stem. Zoals de muziek de stem draagt, zo draagt de stem het verhaal. Niet zomaar een verhaal. Zoals de stem het verhaal draagt, zo draagt het verhaal iets dat nog groter is dan heimwee.
Lord of the ages rode one night, out of the gateways of time.
Ik las in die tijd “in de ban van de ring”, of was net begonnen in “de hobbit”.
Er was weinig voor nodig om mij weg te voeren naar tijden en plaatsen van grootse daden. En dit ging over de heer der tijden zelf. Nog verder terug. . . naar “the void before time was woven“.
Ik verstond amper Engels. Maar dit begreep ik al te goed. Dit kwam rechtstreeks binnen. Dat wat mijn verstand niet kon bevatten, begreep mijn gevoel direct. Ik had contact met de tijd vóór de tijd.
Die stem, oh wat een stem. De stem van een verteller. Sindsdien staat de Verteller voor mij op gelijke voet met Gandalf en Merlijn als het gaat om het bezitten van magische krachten.
De stem sprak woorden die meer betekenden dan ze konden bevatten.  Begeleid door de warme akoestische gitaar leidde hij mij naar de climax.
Enough! cried a voice and the earth was waken.
En zoals na een onweersbui de lucht geklaard is komt alles weer tot rust.
The lord of the ages, his eyes deep with sorrow gathered in his harvest.
Ik wist niet wat gathering betekende, en evenmin wat harvest was. De woorden klonken mooi en de strekking was volstrekt duidelijk.
Ik heb nog lang in de auto gezeten, in de schemering. Ook al was het al lang droog buiten.