David Sylvian – Brilliant Trees 1984

Ik ga een beetje lijken op de opa die ik ooit met zijn kleinkinderen in een openluchtmuseum tegenkwam. “Kijk zo zag een kapperszaak er vroeger uit, en met precies zo’n mes scheerde ik mezelf.” Mooi. Alleen ben ik nog een beetje te jong om die opa te zijn. En toch kan ik het niet laten.

Voor al die mensen die Prezi gebruiken omdat Powerpoint zo 2010 is: In mijn tijd had je echte diaprojectoren. En als je heel modern was had je er een met een carrousel in plaats van een slee. Een diawissel kon je horen: klik-klik-klok. Dia omhoog, doorschuiven en een nieuwe dia laten vallen: klik-klik-klok.

Brilliant trees biedt een paar flashbacks. Die zal ik op de ouderwetse manier langs laten komen: klik-klik-klok. Inclusief beeldmateriaal.

Maar eerst de muziek. David Sylvian was de zanger van Japan. Zijn solo werk kent die zelfde tegendraadse ritmes met vette jaren 80 bas. En natuurlijk dezelfde stem. Fluweel, om je helemaal door in te laten pakken. Die stem vind ik het mooist in “Forbidden Colours”, helaas niet op deze Elpee.

KLIK-KLIK-KLOK.

Forbidden Colours komt van de soundtrack van Merry Christmass MR. Lawrence. Met die prachtige scene waarin David Bowie Ryutchi Sakamoto kust. De film bleef steken in de camera, wat een onbedoeld dramatisch effect opleverde. Iets wat digitaal niet meer zou kunnen.

KLIK-KLIK-KLOK

Behalve popartiesten speelden er ook nog echte acteurs mee in die film. Tom Conti bijvoorbeeld, een acteur die ik jaren eerde leerde kennen in “Glittering Prizes” een Engelse serie over Cambridge studenten in de jaren 50. Heel erg Engels, je kent het wel: studenten in pak met sjaal.

KLIK-KLIK-KLOK

Pulling Punshes, het openingsnummer heeft die Japan-klank nog het meeste in zich. Op de ander nummers begeeft David zich meer en meer op de muzak tour. Misschien maak ik liefhebbers boos als ik er op deze manier over spreek, maar het nummer Nostalghia wordt wel erg zweverig.

KLIK-KLIK-KLOK

Wageningen had behalve een bioscoop ook een zogenaamde filmliga. Op dinsdagavonden kon je daar voor 2,5 gulden een film zien die in de grote zaal van de Junushof werd gespeeld. Hier werden de echte filmhuisfilms getoond. Nostalghia van Tarkovsky was daar een van. Kan ook zijn dat hij gewoon in het “Molenstraattheater” draaide, destijds de beste bioscoop van Nederland, die de alternatieve film niet schuwde. Zwart-wit-film met mooie maar somerber beelden. Ik kan me nog een scene herinneren van een stel bejaarde russen in een zembad, waarboven dampen hingen. In die nevelen is ook het nummer van David Sylvian gehuld.

KLIK-KLIK-KLOK

The ink in the well. Mooi. Die jaren 80 bas weggegooid. Ik kan me een klassieke akoestische bas herinneren. Ik hoop dat het klopt, ik kan het niet meer controleren. Zo’n bas waarvan je het trillen van de snaren tegen de fretten kunt horen. Die rafels steken mooi af bij het toch wat gladde van Sylvians stem.

KLIK-KLIK-KLOK

In “Red Guitar” viel het me deze tekst op:

I recognize no method of living that I know

I see only the basic materials that I may use

Ik herken het los willen schudden van levensvisies. Maar vroeg me altijd af of David niet de paradox zag: Op het moment dat je bewust zonder levensprincipes wil leven, schep je daarmee een levensprincipe.

KLIK-KLIK-KLOK

Terug naar het openluchtmuseum. Wist je dat elpees vroeger twee kanten hadden? Dat een draaitafel geen “shuffle” knop had? Dat je in de winkel een elpee kon beluisteren, maar dat je dan alleen de eerste twee, en heel misschien een stukje van het derde nummer had gehoord voordat je een keuze moest maken, omdat er een rij wachtenden in je nek stond te hijgen? en dat een elpee ook een lievelingskant en een minder vaak gedraaide kant kon hebben. Kant 2 van Brilliant Trees kan ik me nu minder goed voor de geest halen. Zou het te maken kunnen hebben dat ik nu met mijn CI, maar erg weinig herken van deze muziek?

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=CBupS5PMMsc&w=420&h=315]

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=5MT0IqPJsvU&w=420&h=315]

Nick Drake – Fruit Tree 1981

. . . and introducing Jan. Ik leerde hem als één van de eersten kennen toen ik op 11B kwam wonen (zie hier), omdat zijn kamer recht tegenover die van mij was. Jan was zo’n instant innemende persoonlijkheid. Oprecht geïnteresseerd in anderen, enthousiast en diepzinnig tegelijk. Goed voor uren praten, over alles en natuurlijk over muziek.

Net als Kees, kon Jan zo over muziek praten dat je het wel mooi moest vinden. Frank Sinatra, iets dat ik voorheen als oude-mannen-muziek bestempelde, leerde ik door Jan waarderen. Hij wijst me op de mooie paradox in : “I wanna wake up in a city that never sleeps.” En laat me een song horen over een versiertoer die eindigt in: “And then I spoiled it all by saying something stupid like ‘I love you.’ ”

En net als bijna alle anderen van 11B is Jan lyrisch over Nick Drake. Nick Drake? Nooit van gehoord, wat onbegrijpelijk is, als ik de muziek hoor. Hoe kun je hier niet lyrisch over zijn?

Onnavolgbaar gitaarspel, een stem die je omarmt en tegelijkertijd koude rillingen bezorgt. Muziek die je mee trekt, de ochtendnevel in, mee blijft voeren tot de roze maan verschijnt. Zacht, zoet en verontrustend melancholisch.

Fruit Tree is de verzamelbox van alle 3 elpees die Nick Drake heeft uitgebracht. Lees zijn tragische verhaal. Een album dat je niet zomaar op zet. Net zoals je niet zomaar een poëziebundel pakt. Opzetten en de teksten erbij nemen. Aandacht. Mijn vriendinnen lieten zich ook altijd meteen meeslepen.

Jan was weg van het begin van Hazy Jane II:

And what will happen in the morning when the world it gets
So crowded that you can’t look out the window in the morning.

And what will happen in the evening in the forest with the weasel
with the teeth that bite so sharp when you’re not looking in the evening.

Ik weet nog steeds niet wat hij er mee wil zeggen, maar dat is een deel van de magie. Ik zag Jan en Kees afgelopen voorjaar weer. We konden zo door waar we 25 jaar geleden gebleven waren. Jan bekende dat hij de tekst ook nooit goed had begrepen.

“Northern sky” is één van mijn favorieten. Daarin zitten zulke mooie hoge ijle tonen dat je opgetild wordt. Uit de ochtendnevel, een ijsblauwe lucht in. De wereld aan je voeten, maar ongrijpbaar.

“Never saw magic crazy as this”

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=S3jCFeCtSjk&w=420&h=315]

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=YL4xwC2jKPw&w=560&h=315]

Eurythmics – Stweet Dreams (are made of this)

1983. Ik woon nog steeds op Hoevestein 11B. Maar heel langzaam begint de bezetting te wisselen. Frans is een van de nieuwe bewoners. Een bijzonder mens, met uitgesproken opvattingen, bijvoorbeeld over muziek.

Het is Frans die de oude garde, die grotendeels in de jaren ’70 is blijven hangen kennis laat maken met de new-wave. New Order, Joy Division, The Comsat Angels, Cocteau Twins, en nog obscuurdere namen die ik me niet meer kan herinneren.

Een vriend van hem kwam met steeds nieuwe muziek, die hij dan op één van zijn cassetebandjes opnam. Hiertoe werd het oudste van de 5 overgespoeld. Niet erg, vond Frans, want muziek moest vernieuwend zijn. Oude muziek draaide je uitsluitend om sentimentele redenen.

De Compact Disc, waar iedereen over sprak, maar die voor ons voorlopig nog buiten bereik was, had daarom geen meerwaarde volgens hem. Als sentiment de enige reden is waarom je oude muziek speelde, horen ook al die tikken en krassen er bij. Zonder dat krasje, precies op die plek waar je hem herinnert, verliest die muziek zijn waarde.

Frans was gelukkig een gemoedelijke Brabander, een gezellig mens. Zijn uitgesprokenheid kwam met een knipoog. Maar goed ook want zijn muziek was voor mij vaak te depressief, te veel galm, te veel jammer, te veel snerp en te veel blik. Als ik iets mooi vond was het voor hem al te snel mainstream.

We vonden elkaar in de Eurythmics. Voor hem eigenlijk veel te glad, maar als ik hem kocht wilde hij hem wel opnemen op een van zijn cassettebandjes. Ik wilde de elpee wel kopen, maar twijfelde. Sweet Dreams had mij overweldigd, maar er zat zo veel herhaling in dat ik bang was dat het me zou gaan vervelen. Frans had een hele simpele oplossing: “Dit nummer komt nu zo veel op de radio. Als je er aan het eind van de week nog geen genoeg van hebt, kun je het met een gerust hart kopen.” Ik heb geen spijt van mijn  aanschaf. Sweet Dreams verveelt tot op de dag van vandaag niet.

Over de muziek zelf hoef ik niet te schrijven. Die is bekend genoeg. Wel even extra aandacht voor het onbekende,  mysterieuze , melancholische Jennifer.

Ook Live hebben de Eurythmics me positief verrast. Ze zouden dat jaar op Torhout-Werchter spelen. Ik verwachtte daar niet veel van. Zo veel muziek door maar twee personen. Dat is een podium vol met ingeblikte synthesizer muziek dacht ik. Ik had niet gerekend op de krachtige persoonlijkheid van Annie Lennox en haar geweldige stem. Wat een power heeft die vrouw. Het was een verpletterend optreden.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=5Sds3hS1_Dc&w=420&h=315]

Bob Dylan – Dylan (73) 1973

10 januari 1975. Verjaardagscadeau. Generatiekloof. Volwassenen die niet meer weten wat ze moeten geven aan kinderen die opeens pubers worden. “Muziek wil hij”, is kennelijk gezegd. Maar de popmuziek is natuurlijk een jungle voor de andere generatie.  “Bob Dylan is altijd goed, bij de jeugd.”, zullen ze gedacht hebben. Gesealed, dus ik kon hem ruilen.

Ik maak het plastic open. Het was niet mijn eerste keuze, maar ik kijk een gegeven paard niet in de bek, ook al is het een vreemd paard. Want laat dit nu net een hele bizarre Bob Dylan plaat zijn.

Dat wordt duidelijk zodra ik hem op zet. Een hele andere klank dan ik gewend ben. “Lilly of the West” is het enige nummer dat direct als Bob Dylan klinkt. De rest is vreemd. Dylan die  Elvis Presly-achtige uithalen doet, opdringerige achtergrondkoortjes, veel orgel, en allemaal covers.

Toch raak ik gehecht aan dit vreemde album. Die orgel bijvoorbeeld, zo’n sprankelend geluid. Zo klinkt zon, weerspiegeld in een snelstromend bergbeekje. Zelfs de achtergrondkoortjes krijgen hun eigen charme, vooral in het Ahoe, pa, pa, pa van Big Yellow Taxi.

Big Yellow Taxi is een favoriet. Een Engelse (en serieuzere) versie van het thema  “Waar moet dat heen?”, dat Barend Servet opnam (pollens!). Liedjes over de asfaltering van de natuur.  Later maakten de Talking Heads een tegendraadse versie op dit thema in “Nothing But Flowers”.

Mr. Bojangels zag ik voor me, in sepia kleuren: een landloper, bonhemien, levensgenieter die zijn zelfkant er van af danste.

Bij the balad of Irah Heyes moest ik even denken. De muziek ervan schiet me niet te binnen. Totdat ik de tekst terugvindt op internet. Als ik hem lees vloeit de stem van Bob Dylan mijn hoofd weer in. Een praat-nummer is het. Een droevige ballade. Ik weet elke intonatie, klemtoon, en Amerikaanse knauw weer op te roepen.

Weer valt me het verschil op van toen en nu. Ik deed het met de tekst, of met wat ik daar van kon verstaan. De rest was een film in mijn hoofd. Nu, nieuwsgierig als ik ben struin ik het internet af, en kom de verhalen achter de teksten tegen.

Zo kom ik er achter dat Mr. Bojangles echt bestaan heeft. De songwriter heeft hem ontmoet in de cel, waar hij zijn celgenoten opvrolijkte met zijn dans.

Irah Heyes blijkt één van de soldaten te zijn die de Amerikaanse vlag plantten op Iwo Jima: het archetypische beeld van de Amerikaanse overwinning op Japan.

En de Big Yellow Taxi vervoerde Joni Mitchell in Hawaii naar haar hotel, waar ze vanuit haar kamer alleen maar parkeerplaats zag, in plaats van het prachtige natuurschoon dat ze onderweg gezien had.

Ook over de elpee zelf kom ik iets nieuws te weten: Dylan was overgestapt van CBS naar Geffen. CBS heeft uit wraak een album uitgebracht met songs die Dylan zelf niet goed genoeg vond voor een plaat.

Mooi om te weten. Maar het maken van een eigen film in je hoofd is nóg mooier.

Irolt – Bûtertsjerne 1973

Ik kies deze elpee om over Ineke te vertellen. Ineke werd mijn buurmeisje. Nou ja, bijna. Tussen onze huizen zat een hele lagere school. De school waarvan haar vader, meester Brouwer, het nieuwe schoolhoofd werd. Hij liet een frisse wind waaien in een ingeslapen schooltje. In die tijd had een schoolhoofd gewoon ook nog gewoon een hele klas er bij. Meestal, en ook in mijn geval, had zo’n bovenmeester de 6e klas (groep 8).

6e klas, 1973-1974: Wat een geweldige leraar was meester Brouwer. Ik leefde op, want hij was de eerste leraar die mij zag voor wie ik was. Ik, als rustige ietwat wereldvreemde dromer, kon eindelijk iets met mijn fantasieën. We speelden toneel en maakten nieuwsuitzendingen met cassetterecorders. Er was ruimte voor humor: er was eindelijk iemand die mijn associaties snapte. Zo’n leraar/schoolhoofd zou elke school zou moeten hebben.

Maar ook zijn dochter, Ineke, was bijzonder. Een extraverte, Friese meid. Met genoeg kwajongensheid in zich om als vriendin wat aan te hebben. Met haar kon ik net zo lekker in het bos spelen als met mijn vriendjes. Met Ineke viel er altijd en overal wat te beleven.

Verliefd? Ik dacht niet in die termen, en toch was mijn eerste zoen met haar. Er zat meer avontuur dan romantiek in die zoen. Een “durf jij het?” zoen.

Terwijl ik langzamerhand mezelf kwijt raakte in de verwachtingen van een zichzelf steeds meer opdringende buitenwereld, kon ik bij Ineke mezelf blijven. We kwamen op de middelbare school in verschillende klassen, maar bleven elkaar zien. Zeilen, bijvoorbeeld. Als mijn herinnering me niet in de steek laten ben ik met Ineke naar een concert van Irolt geweest. In een kerkje in Drachten.

Als het Ineke niet was, dan is toch deze blog voor haar, want zij is gemaakt van het zelfde spul waarvan ook Friesland gemaakt is.

Friese folkmuziek. Ik was in mijn middelbare schooltijd een echte folk-fan geworden. Bothy Band, Steely Span, Planxty, Silly Wizzard, New Celeste, Frogmorton.

En naast deze Schotse en Ierse bands, dus ook van eigen bodem folklore in een vreemde taal. Ik sprak zelf geen Fries omdat ik mijn uitspraak niet vertrouwde, maar ik verstond het wel.

Irolt is een echte folkband. Naast gitaar een viool, een mandoline en een hele mooie vrouwenstem. Vreemd, dat bij folkmuziek altijd wat nasale mannenstemmen horen maar dat de vrouwenstemmen altijd loepzuiver zijn en iets elf-achtigs hebben. De elpee Bûttertsjerne heb ik later gekocht, als aandenken aan deze tijd. Hij is uit 1981.

(muziekfragment is van een andere elpee, iets anders kon ik niet vinden)

 

Lees verder over de liefdes in mijn leven >>

Foreigner – Foreigner 1977

Grote ontbrekende tot nog toe in mijn elpeeblogs is mijn jongere broer Rik.

Met hem deel ik minder muziek.

Ik deel wel iets bijzonders met hem: de eerste ervaring van met iemand samen zijn en het leuk hebben zonder iets speciaals te hoeven doen, zonder verwachtingen. Gewoon plezier aan elkaars gezelschap.

Natuurlijk knalden er ruzies tussendoor, maar dit blijft me bij. Avonden dat mijn moeder naar cursus was, en mijn vader laat thuis, en Peter als student al het huis uit. Rik en ik warmden het klaargemaakte eten op, liefst stampot zuurkool herinner ik me. We maakten saromapuddinkjes en wisten andere verstopte lekkernijen te vinden.

We keken samen TV. Wickie de Viking, en Simbad de Zeeman waar we beiden te oud voor waren: guilty pleasures. Daarna een spannende aflevering van “Duel in de diepte”, met o.a. Peter Faber, over een zangeresje en een duikavaontuur op Bonaire. Of we lazen biebboeken: de series van Alistair McClean en Desmond Bagley, boeketreeks voor jongens.

Heerlijk ongedwongen.

Het heeft even geduurd voor ik deze status quo bereikte met Rik, want ik wilde een oudere broer voor hem zijn, zoals Peter dat voor mij was geweest. Maar Rik was (en is nog steeds) zeer eigen, en had mij absoluut absoluut niet nodig in die rol. Als het knalde, was het daarover.Rik was ook zo eigenwijs om dwars tegen alle links-sociale huiscultuur in naar de MEAO te gaan om lekker veel geld te verdienen. Dat is hem gelukt en zeer gegund. Hij was de eerste die mij door de, toen zeer actuele, barrière van links en rechts heen liet kijken.

Bij die periode hoorde deze plaat. Lekkere, gepolijste rock. Glad en soepel. Melodielijnen die in je hoofd blijven zitten.Als ik de plaat nu weer in handen neem, en de binnenhoes met teksten lees, besef ik dat alleen de eerste kant me bij is gebleven. Dat had je met elpee’s. Die moest je omdraaien, en soms was er een kant bij die de moeite van het omdraaien niet helemaal waard was, waardoor je bleef hangen bij je favorieten.

k laat de PadaDeng van Cold as Ice nog even door mijn hoofd spelen, en de spacy synthesizertonen van Starrider. Een elpee als een saromatoetje: instant pleasure. Heerlijk om een broer te hebben bij wie je zo lekker je zondige zelf kunt zijn.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=AQaCy2lgb0I&w=420&h=315]

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=LUqMRkwxkso&w=420&h=315]

XTC – Skylarking 1986

Vaak gaan mijn elpeeblogs over herinneringen. Deze gaat over de muziek zelf.
XTC is zo’n band waarvan je blij bent dat er weer een elpee uit is. Rechstreeks naar de winkel, en naar huis met een onontdekte schat.
En wat valt er ook nu weer veel te beleven. Het lijkt wel of ze elke keer weer beter worden.
Skylarking is een beleving, een reis. Elke keer luisteren levert weer nieuwe ontdekkingen op. Correctie : geen reis maar wijn: muziek die rijpt, naarmate hij ouder wordt.
Stel je een veld met bloemen voor, een lavendelveld in Frankrijk. Stel je dan voor wat er gebeurt als je gaat liggen, met je hoofd tussen de bloemen, ondergedompeld in het gezoem van duizenden insecten. Dat is wat je overkomt in “Summer’s Cauldron” . Muziek, titel, tekst en achtergrondgeluiden in een perfecte mix. . . die direct overgaat in het volgende nummer: “Grass”. Dat weer gevolgd wordt door  . . .

Alle nummers samen vertellen een levensverhaal dat begint bij bandeloze vrijheid en komt via verliefdheid, bruiloft, liefdesproblemen, identiteitscrisis tot aan de dood, en daar aan voorbij met Sacrificial Bonfire als rituele afsluiting.

Teksten: pure poëzie.
Orange and lemon
raincoats roll and tumble
together, like fruit tipped from a tray.

—–
One thousand umbrellas
Upturned couldn’t catch all the rain
That drained out of my head
When you said we were
Over and over I cried
—-
Season cycle moving round and round
Pushing life up from a cold dead ground
It’s growing green

  

—-

The man who sailed around his soul
From East to West, from pole to pole
With ego as his drunken captain
Greed, the mutineer, had trapped all reason in the hold

—-

Fire they cried
So evil must die
And yields are good
So men pull back hoods and smile
The scapegoat blood spilled
Spittled and grilled it crackled and spat
And children grew fat on the meat
Change must be earnt
Sacrificial bonfire must burn
Burn up the old
Ring in the new
Assembled on high
Silhouette against the sky
The smoke prayed and pranced
And sparks did their dance in the wind
Muziek zo spannend als de Beatles het vroeger konden maken. Elke song een mini-opera met verrassende overgangen, en een prachtig verhaal.
Misschien zijn ze zo onbekend gebleven omdat ze, ondanks de podiumangst van Any Partridge, lef hadden.
Het lef om niet een typische jaren 80 band te zijn. Daarom juist is deze band is zeer de moeite waard: tijdloos!

Joe Jackson – Beat Crazy 1980

Waarschuwing! Deze Blogpost glijdt een beetje uit. Van jaren ’80 muziek naar mijn ouders (die helemaal niets hadden met jaren 80 muziek)
Joe Jackson is één van die jaren ’80 artiesten die met zijn voeten in de jaren ’70 staat.
Die overgang van 70’er naar de 80’er jaren is ook mijn overgang va middelbare school naar mijn studietijd. Lekker overzichtelijk.
Beat Crazy is mijn eerste Joe-Jackson album. Er zullen er meer volgen. Jackson is een vernieuwer, zowel qua tekst als muziek. Altijd in staat om je te verrassen.
Dit is een lekker fel album. Zoals de kleuren van de hoes af schreeuwen, zo oogverblindend knallen de klanken van het vinyl.
En die teksten. Cynisch tegendraads. Vooral “one to one” blijft me bij. Een aanklacht tegen politieke correctheid toen dat woord nog niet eens bestond. Een uithaal naar al het links-activistisme.http://www.divshare.com/flash/playlist?myId=15274605-f19
Vegetarians against the clan,
Every woman against every man
Het spreekt me aan, en tegelijkertijd voel ik me aangesproken.
Ik kom uit een links-intellectueel milieu. Een van de motieven om in Wageningen te gaan studeren was dat daar nog de geest van de wereldverbeteraars hing. Een soort die overal elders langzaam aan het wegsterven was. De non-nonsense, ieder-voor-zichzelf-politiek van de jaren 80 was al zichtbaar, en ik koos voor een veilige linkse, sociaal-bewogen haven.
En tegelijkertijd is er iets in mij dat zich af zet tegen dit links-intellectuele gedoe. Naast bewondering voor de jongere collega’s en vrienden van mijn ouders ,die over de vloer kwamen en heftige discussie voerden en overal een mening over hadden, voelde ik namelijk ook iets anders. Pas later begreep ik dat deze mensen in hun felheid behoorlijk normatief konden zijn.
Mijn ouders zelf waren overigens elk op hun geheel eigen manier “links”.
Mijn moeder omdat ze zich altijd betrokken voelde bij anderen. Haar hart ging uit naar ieder die het moeilijk had. En niet alleen haar hart. Vaak stapte ze in haar autootje, en weg was ze, naar iemand die het nodig had. Vanuit deze hartsverplichting stelde ze zich beschikbaar voor de plaatselijke D’66, naast haar drukke baan als lerares. Extra drukke baan, want na schooltijd wilde ze er ook kunnen zijn voor leerlingen. Je kon met mijn moeder geen boodschappen doen, zonder dat er iemand was die riep:” Ha, mevrouw Voerman!”, meestal een dankbare ex-leerling, die even wilde vertellen dat nu alles goed ging.
Mijn vader was niet echt links. Hoewel zijn partij, de PPR, uiteindelijk samen met CPN, PSP en EVP, Groen Links zou vormen. Hij was non-conformistisch.  Hij vondt het goed dat mijn broer in ons kleine dorp, een hele groot PSP poster met blote koe voor het raam hing. De aanduiding “die poster met die blote koe” was trouwens een typisch grapje van mijn vader).  Een beetje salonsocialisten waren we : NRC, Vrij Nederland, VPRO gids, Sextant.Toch: dat laatste tijdschrift, van de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming, laat wel het vrijdenkende van mijn ouders zien. Mijn broer kreeg deze poster mee naar zijn school om te gebruiken in een leerling-verkiezingen-strijd.
Mijn ouders strijden leven in mij.
Ik lijk het meest op mijn vader, het kost me moeite om me ergens aan te passen. Er komen altijd tegendraadse gedachten bij me op. Toch zit er veel van mijn moeder in me, gezien het feit dat ik overal heel hard probeer me juist wel aan te passen.
De pastor die op de begrafenis van mijn ouders sprak verwoorde het mooi:
Mijn moeder was een Drent, zij vleide zich als een dorpje onopvallend in het landschap. Mijn vader bouwde zich een stad. (Ik ga nog op zoek naar een foto van de stad die mijn vader als kleine jongen van bakstenen in de tuin van zijn ouderlijk huis bouwde.)

Thomas Dolby – The flat Earth 1984

Door “I scare myself” op te zetten verander ik mijn kleine studentenkamer in een oud-engelse landhuisbiblitoheek. Ik kan het leer van de boeken ruiken, vermengd met gepoetst eikenhout.
Op de vleugel staat een metronoom. Hoor je de rustgevende tik?
Voordat je bruin, rokerig en donker denkt: Het zonlicht valt overvloedig naar binnen door een open raam. Uitzicht op een weids gazon. De muziek is ruimtelijk. Flarden trompet. Andere atmosferische geluiden. IJl, af en toe. Wegdromen.
En wegdromen doe ik. Ik ben weer eens verliefd. Alsof ik bang ben over te blijven, val ik als een blok voor alle mysterieuze meisjes die ik tegenkom. Ik verheug me in hun bijzijn, en als ik alleen op mijn kamer ben voel ik de onzekerheid. Vindt ze mij wel leuk?
I scare myself just thinking about you
I scare myself when I’m without you
I scare myself the moment that you’re gone
I scare myself when I let my thoughts run
“Hyperactive” volgt op dit nummer en verbreekt de droom. Typische jaren 80 effectbejag muziek, waar ik meer van heb. Lekker laten neppen door funky bassen en drumcomputers. Niets aan de hand. Who needs girls? Who needs anybody?

The Eagles – Hotel California 1976

 

 

Vreemde exercitie. Ik loop met mijn vingers langs mijn LPs’, mijn verleden. Flarden muziek klinken door mijn hoofd. Flarden herinneringen. Oh ja, dat verhaal moet ik ook een keer vertellen.

 

Maar ik sla ze over. Ik had al in gedachten welke elpee ik zou pakken. Een elpee die ik ga gebruiken om het over een elpee te hebben die niet in mijn verzameling zit. De oudste elpee’s heb ik niet. Die kocht mijn broer. Maar ik was er altijd bij als hij ze beluisterde dus zijn ze ook van mij.

 

Hotel California is zo’n top 2000 klassieker dat ik er weinig nieuws over kan melden.

 

Een hoes die openklapt als een dubbelelpee. En daar staat de band in de foyer van Hotel California. Luxe en jet set. En tegelijkertijd iets verontrustends. Maar dat komt natuurlijk door de tekst.

 

You can check out any time you like

but you can never leave.

 

Een hotel is een surrogaat voor een thuis. Zoveel luxe en gastvrijheid dat je moet vergeten dat je niet thuis bent. Maar zelfs als dat lukt, als je vergeet, blijft er dat gevoel in je buik, dat gevoel dat zegt dat je niet thuis bent. Dat dit niet jouw plek is. Midden in mijn pubertijd was dat een belangrijk thema: “wat is mijn plek?”

 

Het roept herinneringen op aan de Shining. Niet de film, die had ik niet gezien. Ik had het boek gelezen. Ook een chique hotel. Ook verontrustend.

 

En dat terwijl de muziek van de Eagles juist een warm bad is. Alles klinkt loepzuiver, helder en toch warm. Alles klopt. Goede producer heet het dan.

 

Meer indruk dan “Hotel California”  zelf, maakte “The last resort”. Een ballade die bij elk couplet dramatischer wordt.  Een episch verhaal over de eerste Amerikanen.

 

We zagen “Centennial” op TV in die tijd, een serie over het ontstaan van Amerika. En weer lopen beeld en muziek door elkaar en vormen samen een niet bestaand verhaal in mijn hoofd. Een verhaal over mensen die zichzelf een thuis zoeken. Een verhaal als drager van een emotionele lading die niet te verklaren valt, enkel te beleven, door in dat verhaal te stappen, elke keer als de naald de groef raakt.

 

 

 

 

 

“Hotel California”  vestigt mijn naam als muziekkenner in mijn klas. Want ik had hem van al mijn klasgenoten als eerste in de gaten. Dat kwam natuurlijk door Peter, mijn oudere broer, die alle andere elpee’s van de Eagles had.

 

Over één van die elpees wil ik het hebben: “Desperado”.

Songs rond beroemde western outlaws, met klinkende namen die ik tot dan toe alleen uit Lucky Luke kende. Het begin van aandacht voor songteksten. Peter had de tekst van de titelsong. Uitgeschreven door een meisje uit zijn klas. Ik geloof dat ze Katinka heette. Prachtig geschreven in dat mooie ronde, regelmatige handschrift dat zo typisch is voor sommige meisjes.

 

Wow, dacht ik, een meisje dat jou zo leuk vindt dat het moeite doet om een songtekst op papier te krijgen. Helemaal zelf geluisterd en opgeschreven. Dat weet ik vanwege het kleine foutje dat er in zat.
“You only walk along” in plaats van “You only want the ones”

Dat is wel heel erg stoer. Mijn broer, de middelbare scholier! (Want Desperado is uit de tijd dat ik nog op de lagere school zat).

 

De kamer van mijn broer werd steeds meer een tienerkamer. Posters uit de muziekexpress, stikkers van Radio 538 en radio Veronica. Klappertjes met alle top 40’s, die hij nauwgezet elke week bij de platenbar haalde.

 

En songteksten als lijfspreuk.

If you see me walking all alone,

Don’t look back, I’m just on my way back home

 

Voor mij het toppunt van de romantiek van de “poor lonesome cowboy”. (overigens van een nog oudere Eagles elpee)

 

Mijn moeder zag er iets anders in. Ze nam me in vertrouwen en vertelde dat deze tekst haar rust gaf. Wat voor recalcitrante dingen mijn broer in die tijd ook uitvrat, en hoe hij zich soms ook tegen thuis af kon zetten, in zijn lijfspreuk was te lezen dat hij de weg naar huis altijd weer zou vinden.