Heb ik het lef om dover te zijn?

“Wat dat betreft kan ik best nog iets dover zijn.”

Dat is één van de uitspraken in mijn theater.

Maar heb ik dat lef wel?

Het is mijn uitdaging op de Vallei, de school waar ik ga uitproberen welke rol in kan spelen in goed onderwijs.

Hoe meer ik wil verstaan,
hoe meer ik me richt op het verbale,
hoe meer ik mij als horende gedraag,
hoe minder de kans dat ik samen met de kinderen andere manieren vindt om te communiceren.

Het vinden van manieren om te communiceren is niet eens een doel op zich. Al is het natuurlijk een mooie verrijking van het communicatierepertoire. (Of moet ik zeggen dat het een manier is om te voorkomen dat kinderen hun natuurlijke communicatierepertoire inperken?)

Het vinden van andere manieren van communicatie is een voorwaarde. Want ik houd het gewoon niet vol, alles willen verstaan. En zelfs als ik het vol zou houden, ik mis meer dan horenden door hebben.

Duss..

Een flinke uitdaging. Want ik kan niet meer terugvallen op de twee makkelijke oplossingen:

– het gesprek uit de weg gaan
– genoegen nemen met de essentie, en de rest missen

Dat laatste kan wel, maar dan moet ik helder zijn in wat ik als essentie op pak.

Het is moeilijk want het voelt alsof ik de kinderen teleur ga stellen. Ze vertellen enthousiast een verhaal, en het komt niet aan. Ook niet na de tweede of derde keer.

Als ze vanuit zichzelf op mij af komen, dan kan ik me nog voorstellen dat ik samen met ze op zoek ga naar manieren om hun verhaal binnen te krijgen. Maar als ik zelf het initiatief neem, dan voelt dat een beetje stom. Waarom stel ik een vraag als ik het antwoord niet kan horen?

Dat zijn de beperkende gedachten die ik moet gaan omdenken. Hardop bloggen helpt daarbij.

Tijdens het schrijven van dit blog speel ik hele scenario’s af.

En misschien is dat nu juist wat ik niet moet doen. Want een scenario maken is ook: voor de ander invullen.

Ik ga de scenario’s stop zetten.

Maar ik laat de ideeën stromen.

Eén van die ideeën is dat ik met kinderen briefwisselingen zou kunnen starten. En als ze niet kunnen schrijven: een tekening is ook een brief. Ik kan nog niet helemaal zien wat de consequenties zijn van dat idee. Dat ga ik eens overleggen met iemand uit het team.

Maar nu eerst loslaten. Hardop bloggen helpt ook daar bij.

 

hier staan alle posts in deze serie

dagboek slechthorend leren leraar zijn

Even een dagboek-achtig verslagje:

Een vinger-box en -achtervolg spel gespeeld met V,  die lekker vast aan zijn lunch begon om 10.30 (gewoon omdat ie honger had, en waarom ook niet?)

F kwam melden dat wieltje van de kapla-box er af was. Ik verstond alleen het woord kapla. Dus liep ik met hem mee, en zag meteen wat hij bedoelde (hoezo moet je alles verstaan?) Samen naar schroefjes en schroevendraaier gezocht, en F heeft hem zelf helemaal gerepareerd. Ik hoefde niks geen beginnetje te maken of zo, hij ging meteen aan de slag, en was zelf sterk genoeg om de schroeven er helemaal in te draaien.

Gekeken, met verwondering, naar hoe kinderen leren:

Y haalt zelf een jojo uit elkaar haalt om heel geduldig dat priegeltouwtje weer vast te maken.

D speelt twee gitaren tegelijk bespeelt door met zijn vingers over de snaren te gaan. Ik zie hoe hij geniet, niet alleen van het geluid maar ook van de aanraking en de trilling. Dat is genoeg zo. Dus niet: “Zal ik de grepen van een liedje doen, dan mag jij de accoorden aan slaan.” Ik heb even staan genieten van zijn genieten.

Leerlingen die overal individueel, of in groepjes, met en zonder leerkracht aan het werk zijn. Met oefenschriftjes, computers, en ander leermateriaal. Concentratie staat op de gezichten.

Of ze spelen bijvoorbeeld SET. En zijn daar bijzonder goed in. (Bedenk eens even hoeveel je leert door te kijken naar hoe je figuren op verschillende manieren kunt groeperen. Ik heb daar hele vervelende lesjes van gezien, als onderdeel van een begrijpend lezen methode: dodelijk saai!)

Schoolvergadering

Met schrijftolk de schoolvergadering bijgewoond. Mijn voorstel om twee maanden uit te proberen wat ik als leraar kan bieden is aangenomen. Dat betekent dat er ruimte is voor mijn leerproces, én ruimte voor mijn slecht horen. Nu nog zo soepel worden dat ik die ruimte ook helemaal ga gebruiken.

Trouwens meteen even gelegenheid om te zien hoe dat werkt, zo’n schoolvergadering: Gesprek ging over ruzie gedoe in de pool-kamer. Wat kun je afspreken om dat te voorkomen. De afspraak is uiteindelijk dat de poolers die ingetekend hebben, de kijkers weg mogen sturen als die vervelend worden. Mooie oplossing. En mooi hoe eerst gezocht wordt naar wat de kern van het probleem is, zonder direct in regeltjes te denken.

 

Contact met kinderen

Interesse in mijn gehoor, bij veel kinderen. Goede vragen n.a.v. schoolbrede aankondiging dat ik daar ga ‘proefdraaien’. (Vergadering is voor wie mee wil doen, maar de beslissingen worden altijd aan de hele school meegedeeld na afloop).

Daarna kwamen een aantal kinderen spontaan naar me toe, met vragen, dingen laten zien, tekeningen. Wat me trof was de onvoorwaardelijkheid waarmee ze zich zelf geven. Mooie gelijkwaardige gesprekjes vanuit wederzijdse nieuwsgierigheid, en wederzijds vertrouwen. Terugkijkend ontroert me dit. Wat is het heerlijk om met kinderen te werken. Wat is dat mooi communiceren.

Mooi gesprek met één van de leerkrachten, aan wie ik vroeg of ze me wilde helpen met mijn leerdoelen. Over de vraag wat er nu nodig is in begeleiding, en hoe dat een zoektocht is, waar je zo open mogelijk in stapt. Conclusie: wat mooi om daar onderdeel van te mogen zijn, van zo’n proces waar aan alle kanten geleerd wordt.

 

 

 

spelend leren

Ik heb het toegestaan vandaag.

Het spelen voelen in mijn lijf.

Die spontane reactie: Hé als dit gebeurt, wat dan als ik dat doe? En het dan meteen doen.

De leercrikel van Kolb actie > reflecteren > denken > beslissen

in een vloeiend spel,

of dat nu

  • een woord-kaartspel
  • gooien met een werpschijf
  • bouwen van een kapla-toren (met jengablokjes)
  • memory

is.

Geen vooropgesteld plan.

Geen stiekeme injecties van leerstof. Dat wil niet zeggen dat ik nooit iets toe voeg. Het wil zeggen dat wát ik toevoeg op een natuurlijke manier ontstaat, als onderdeel van het spel. Niet op de dit-is-een-mooie-kans-om-die-leerstof-er-even-door-te-jagen manier.

Loslaten is het.

En natuurlijk op de achtergrond een stemmetje:  Is het genoeg? Ben ik nu niet te lang met één kind bezig? Hou je wel overzicht?

Dat stemmetje laat ik even voor wat het is.

Want ik heb besloten dat ik zelf ook mag leren. En dat ik dat niet alleen hoef te doen. (Spannend, want dat stemmetje vindt eigenlijk dat ik al veel moet kunnen, en dat ik het zelf moet kunnen) Morgen ga ik daar expliciet toestemming voor vragen in de schoolvergadering, voor dat mogen leren, en die hulp.

Ik weet dat ik ook wat te bieden heb. Ik voelde me creatief vandaag, het stroomde, elke keer als ik dat stemmetje even pauze gaf.

Daarom heb ik er zin in.

En ook omdat ik fantastische kinderen heb ontmoet.

(Ik was vandaag weer op bezoek op deze school)

 

slechthorend en leerkracht deel 1

Slechthorend.

Met CI’s, je weet wel, deze dingen. (Ja, die van doof!)

Leerkracht zijn.

Op een democratische school gaat dat allemaal een beetje anders. Dat is ook de reden dat ik dit avontuur überhaupt aan durf.

Het betekent dat ik twee dingen wil ontdekken.

Hoe gaat het mijn mijn oren?

Hoe gaat dat, niet sturen maar volgen, als leerkracht?

Vandaag de eerste dag.

Die vragen hebben natuurlijk met elkaar te maken. Hoe maak ik contact, met leerlingen, want die zijn gewoon lekker druk bezig. En als ik contact heb, hoe zorg ik dat ik de leerling kan verstaan in een drukke ruimte?

 

Verstaan in herrie

Dat valt mee, en het valt tegen. Soms versta ik zomaar een heel verhaal, terwijl er behoorlijk wat achtergrondgeluid is. Soms mis ik zo veel dat het een heel gedoe is om een gesprekje te voeren.

Ik moet ook namen gaan leren van papier, want die versta ik dus helemaal niet.

Eigenlijk is er overal herrie. Zelfs in de rustige leerruimtes. Het is warm, het raam staat open, en buiten piepen schommels, en ratelen skelters. Een gesprek op de gang is nog het rustigst, totdat er mensen langs lopen, en blijkt dat de vloer luidruchtig kraakt.

En toch heb ik gesprekken met leraren en leerlingen, ondanks al die herrie.

Wat jammer is dat ik de schoolvergadering niet kan volgen. Die wordt gehouden in de grote keuken, waar ook andere kinderen eten en met elkaar kletsen. Kinderen met een zachte stem komen voor mij niet boven het geroezemoes uit. Volgende keer een schrijftolk proberen, hoewel dat ook zijn eigen problemen heeft.

 

Contact maken

Die stap naar contact nemen. Dat is niet zozeer verlegenheid, als wel zoeken naar een opening.

“Wat ben je aan het doen”, lijkt een stomme vraag. Want kinderen zijn met van alles bezig. Ik zie aan de manier waarop ze bezig zijn dat ze zich te pletter leren. Zo druk bezig. Dat ga ik toch niet verstoren? Het moment vinden waarop ze willen delen. Want lang niet altijd kan een kind woorden geven aan wat het leert. (zie ook hier)

En dan kijk ik naar twee meisjes die op een grote bal lopen, met een gemak waarvan ik versteld sta. Kennelijk kunnen de meiden dat van mijn gezicht af lezen. Ik heb oogcontact, ze gaan stralen, en als vanzelf gaan ze me laten zien wat ze kunnen.

Er is ook een gesprekje. Maar dat oogcontact dat we hadden. Het plezier dat ze hadden, toen ze mijn plezier zagen vanwege hun plezier.

Daar zijn dus geen woorden voor nodig.

Dat is meteen ook de mooiste manier van contact maken. Dat kinderen zien dat ik ze zie. Dat is de basis. Dat is de opdracht die ik voorlopig aan mezelf geef. De kinderen zien. En daar hoeft lang niet altijd een gesprekje bij.

 

Samen op weg?

Ik loop nog twee dagen mee. Dan ga ik samen met de schoolvergadering bekijken hoe we verder gaan. Want  ik weet nu al dat verder gaan betekent dat we samen moeten gaan zoeken naar een manier van communiceren. Dat kan hele mooie dingen opleveren, maar daar moeten de kinderen wel energie in willen steken.